MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

David Gilmour - Luck and Strange (2024)

mijn stem
3,76 (176)
176 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Sony

  1. Black Cat (1:32)
  2. Luck and Strange (6:56)
  3. The Piper's Call (5:15)
  4. A Single Spark (6:04)
  5. Vita Brevis (0:46)
  6. Between Two Points (5:46)

    met Romany Gilmour

  7. Dark and Velvet Nights (4:44)
  8. Sings (5:14)
  9. Scattered (7:33)
  10. Yes, I Have Ghosts * (3:50)

    met Romany Gilmour

  11. Luck and Strange [Original Barn Jam] * (13:59)
toon 2 bonustracks
totale tijdsduur: 43:50 (1:01:39)
zoeken in:
avatar van Drs. DAJA
3,0
Gilmour kondigde aan dat dit zijn beste werk zou zijn sinds Dark Side of the Moon. Je hoeft niet heel skeptisch te zijn om er vanuit te gaan dat die verwachtingen niet worden waargemaakt. Maar wat is Luck And Strange dan wel? Ik heb het er over in deze video:

Recensie

avatar van henrie9
4,5
'Vreemde' titel toch voor dat vijfde soloalbum van Pink Floyd-man David Gilmour. Na negen jaar hier een man die volop terugkijkt op zijn geluk en heel die behoorlijk vreemde tijd die hij zegt samen met alle babyboomers te hebben meegemaakt in de naoorlogse periode. Over zijn bevoorrecht momentum dat hij heeft mogen ervaren in een tijdspanne van zoveel positieve ideeën, in het vredige gouden tijdperk waarvan iedereen dacht dat ze het mensdom vooruitstuwden...

'Luck and Strange'. Het is sowieso een fraai album en je hoort ook dat het met grootste spelplezier is gemaakt. Gegroeid uit de lockdown is het bovendien een ontroerend familiewerkstuk geworden, van Gilmour samen met zijn vrouw-tekstschrijfster Polly Samson en de kinderen Gabriel, Charlie en Romany die zich her en der met de zang, instrumenten of lyrics inlieten.
De familiale euforie over het resultaat zit hem evenwel vooral in de dynamiek die werd geïnjecteerd door het extern aantrekken van een jonge producer als Charlie Andrew van Alt-J. Waarmee met dit album Gilmour ineens een sparring-partner tegenover zich kreeg die een van de grootste nog levende rockiconen onbevangen en onverschrokken durfde uit te dagen met hem zels onbekende speeltechnieken.
In zijn making-of-video ontboezemde Gilmour in se altijd al - ook solo - een teamspeler en een deel van een groep te hebben willen zijn, zelfs zonder enige leidersambities. Hij ziet zijn nieuwste 'soloprestatie' nu het dichtst bij zijn ideaalproject van met volle overgave positief samenwerken eindigen en het voelt voor hem persoonlijk daarom ook aan als het beste werk dat hij heeft geleverd sinds 'The Dark Side Of The Moon' in 1973, meer dan een halve eeuw geleden geleden. In alle geval is het minstens de allerbeste van al zijn soloplaten. De vertrouwde Gilmour die, naar eigen zeggen, enerzijds er alles probeert uit te rocken, maar anderzijds, gepusht door Charlie Andrew, er dan toch zijn melodieën uitgooit op een lichtjes andere manier.

Van vertrouwd gesproken. Het album bijt af met het ongedwongen 'Black Cat'. Al bij al een mooie toonzetter, maar toch een al te korte piano-prelude, vooral omdat er al onmiddellijk een van die heerlijk nevelige Floydiaanse gitaarsolo's in wordt losgelaten waarop alleen Gilmour het patent heeft.

Met het meditatief langzame titelnummer 'Luck and Strange' komt dan de eerste grote, perfecte song op gang en hé, je waant je onwillekeurig weer in 'Wish You Were Here'-sferen. 'Luck and Strange' was oorspronkelijk een jam uit 2007 waarop zijn het jaar erop overleden Pink Floyd-vriend Rick Wright nog meespeelde. In de nu volledig herwerkte song hoor je toch nog de nog steeds gemiste toetsenist op zijn eigen individuele manier zacht aan elektrische piano en Hammondorgel. Op cd is die originele bijna een kwartier durende zeer interessante jazzy Barn Jam van 2007 trouwens bijgevoegd. Voor de uiteindelijke versie bracht producer Charlie Andrew keyboardspeler ook Rob Gentry aan. Gilmour schrijdt gepassioneerd door de song met zijn typisch gitaargecreëerde bluesy ruimtelijke sound en, verbazend, nog steeds met die karakteristiek hooguitdeinende klare stem van hem die voortdurend met de eigen gitaar in duel gaat. Alles wordt vermengd met lekkere, etherische orgeltonen en hemelse achtergrondzang van dochter Romany Gilmour. De toon is somber, met de Gilmours die hopen dat hun 'donkere gedachten in het duister' niet bewaarheid worden en dat het dus niet bij die ene tijdspanne van 'luck en strange' blijft, bij die 'eenmalige, vredige gouden eeuw'.

Single 'The Piper's Call' opent sierlijk met folky ukelele, reverb-percussie en vibrafoon. Een song die ook hier weer de geest van Syd Barrett ademt, vermits de titel lijkt te verwijzen naar zijn 'The Piper At The Gates Of Dawn', terwijl Gilmour in de lyrics waarschuwt om niet in een faustiaans pact te trappen om de 'eeuwige jeugd' te kunnen houden. Een sublieme song, traag akoestisch inzettend, die getrokken door Gilmour's bloedend slidewerk ritmisch opklimt naar zijn adembenemde elektrische finale.

In het deemsterende 'A Single Spark' kijkt het echtpaar Gilmour filosofisch neer op hun levens als nietige vonk tussen twee eeuwigheden van duisternis. Een veelkoppig orkest met koor wiegt waardig mee met het emotionele verhaal dat haast start als een nachtelijke slowsong van Richard Hawley. Maar de stermusicus Gilmour breidt er uiteindelijk uiteraard weer een weldadige gitaarsolo aan.

'Vita Brevis' is net als 'Black Cat' opnieuw zo'n kort, transcenderend interludium met synths, Gilmour op slidegitaar en dochterlief Romany op harp.

Tweede single, het zeer eigentijds klinkende 'Between Two Points' dan. Een vrijwel onbekende lievelingsong van de Gilmours uit de nineties, van Britse The Montgolfier Brothers. De kwetsbare tekst wordt nu zacht en relaxed gebracht door een excellente Romany Gilmour op harp en zang. Pa Gilmour zou pa Gilmour niet zijn als hij ook hier niet nog een fraaie, bedwelmende gitaarsolo uit de mouw zou weten te schudden.

Dan springen er ineens tonnen enthousiasme en vuurwerk op uit de kronkelende op-en-neer-rocker 'Dark and Velvet Nights', de derde single, ruig voortstuwend, met opvallende percussie.van Steve Gadd.

Verder ontspannen mijmeren over sterfelijkheid en het onmogelijke verlangen om de loop der tijden te vertragen vervolgens in het emotionele 'Sings', song die 25 jaar geleden al in de steigers stond. Schitterende zang van de kwetsbaar croonende Gilmour, sereen ondersteund door sfeervol orkest. Met halverwege in de verte een vaag stemfragment met de toen 2-jarige zoon Joe die zijn gitaarspelende pa ontwapenend "sing daddy sing daddy" toeroept.

Langste song, het epische 'Scattered' zwermt het sterkst met Pink Floyd weer helemaal de ruimte in. De aanhoudende hartslag à la 'The Dark Side Of The Moon' trekt je stapsgewijs de song binnen. Met opvallend virtuoos pianospel van Roger Eno en Rob Gentry, naast het orkest, in een uitmuntende wisselwerking met een grootse Gilmour op zijn vurige gitaren.

De schitterende, pakkende folkwals met zijn eclatante melodie 'Yes, I Have Ghosts' als bonus, is een puur geschenk. Met een akoestische Gilmour en dochter Roma in een stijlvol duet. Past zeker 'in de geest' van het album.

'Luck and Strange' is een ongrijpbare najaarssoundtrack geworden die, samen met de enkele blues- en folkrockpassages, groots voorbijschuift in prachtig gelaagde Floydiaanse texturen en anthems. Daarbinnen de zwevende zang, de weergaloze zuivere gitaartechniek en de solo's en slidings die emoties, schoonheid of dreiging oproepen. Wars van enige misplaatste nostalgie of oubolligheid, vloeit alles eruit met de elegantie die we van de als steeds aimabele Gilmour verwachten. Een hoogst expressieve klassebak van 78 met pretoogjes die ondanks zijn jaren zijn scherpe focus en zijn onverminderd temperament heeft behouden en alleen nog bezig blijft uit gedrevenheid voor de muziek.

Een Gilmour ook die op die manier in het geluk van de loutering zijn vrede vindt. Zijn donkere dagen, als hij ze heeft, vloeien zacht als honing. Dankzij zijn familiale verbondenheid kan hij zijn existentiële onderwerpen als veroudering en sterfelijkheid nog allemaal zo prachtig uiten en muzikaal etaleren in dit nieuwe eclectische kunstwerk. Een artistieke verbondenheid die hij in het mythische Pink Floyd wel helaas voor eeuwig zal moeten missen. Neen, als we ons het laatste hoogoplopend conflict met ex-bandgenoot Roger Waters van 2022 herinneren, waar naar aanleiding van standpunten over Oekraine en Israel alle etterende wonden weer aan de orde waren, vinden we in lichtjaren wel geen deur waar ze nog samen doorheen kunnen.

Vóór het echt helemaal donker wordt moet Gilmour tot plezier van heel velen evenwel perfect in staat worden geacht om met zijn huidig team verder te gaan op zijn élan van hervonden frisheid.
Intussen is 'Luck and Strange' een parel van een plaat om als vanouds heerlijk in te verdwalen en blijft David Gilmour de zessnarige meester onder een uitdijend heelal.

Werkten mee:
-David Gilmour - zang, gitaar en andere
-Romany Gilmour - Zang, harp
-Gabriel Gilmour - zang, lyrics
-Rick Wright, Robb Gentry, Roger Eno, Rob
Adel en Guy Pratt - toetsen.
-Guy Pratt en Tom Herbert -bas
-Steve Gadd, Adam Betts, Steve DiStanislao - drums
-Will Gardner - Orkestrale en koorarrangementen

avatar van erwinz
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Gilmour - Luck And Strange - dekrentenuitdepop.blogspot.com

David Gilmour - Luck And Strange
David Gilmour heeft niet heel veel soloalbums gemaakt en de albums die hij heeft gemaakt vind ik lang niet allemaal goed, maar op het deze week verschenen Luck An Strange is de Britse muzikant in topvorm

Voor het laatste echte wapenfeit van David Gilmour moesten we tot voor kort bijna negen jaar terug in de tijd, maar met Luck And Strange is de voormalige Pink Floyd gitarist en zanger terug met een nieuw album. Op dit album doet David Gilmour waar hij goed in is. Dat betekent dat hij de ene na de andere memorabele gitaarsolo uit de mouw schudt en bovendien tekent voor prima songs. Luck And Strange bevat uiteraard echo’s van met name het latere werk van Pink Floyd, maar David Gilmour voegt ook iets toe aan alles dat hij eerder gemaakt heeft. Het is een knappe prestatie van een muzikant die hard richting de 80 gaat, maar nog altijd muziek maakt die er toe doet.

Rattle That Lock, het tot voor kort laatste studioalbum van de Britse muzikant David Gilmour, verscheen een klein jaar na The Endless River, de zwanenzang van zijn band Pink Floyd. Over The Endless River waren de meningen zeer verdeeld. De een noemde het een onbetwist meesterwerk, de ander vond het slaapverwekkend saai. Mijn mening ligt ergens in het midden, maar ik vond The Endless River persoonlijk interessanter dan Rattle That Lock, dat een aantal mooie tracks bevatte, maar dat ook ruimte bood aan een aantal wat mij betreft weinig onderscheidende popsongs.

Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen Luck And Strange, al blijft David Gilmour natuurlijk een geweldige gitarist. Het is direct te horen in de openingstrack, waarin wolken synths worden gecombineerd met het uit duizenden herkenbare gitaarspel van de voormalige Pink Floyd gitarist, die ik persoonlijk schaar onder de allerbeste gitaristen.

David Gilmour begon aan zijn nieuwe soloalbum tijdens de coronapandemie en werkte, net als op het vorige album, intensief samen met zijn vrouw Polly Samson, die wederom tekende voor de teksten. Ook zijn dochter Romany Gilmour levert een bijdrage aan het album, maar verder vertrouwde David Gilmour vooral op zeer gelouterde muzikanten, onder wie topkrachten als Guy Pratt, Steve Gadd en Roger Eno. De keuze voor de vooral van Alt-J, maar ook van Marika Hackman en Wolf Alice bekende producer Charlie Andrew is opvallender, maar het pakt uitstekend uit.

David Gilmour vierde eerder dit jaar zijn 78e verjaardag, maar steekt op Luck And Strange in een prima vorm. Het gitaarspel van de Britse muzikant is nog altijd weergaloos, zeker als hij kiest voor de dromerige en breed uitwaaiende solo’s, waar hij al zo lang het patent op heeft. Ook de stem van David Gilmour klinkt nog prima en veel beter dan die van de meeste van zijn leeftijdsgenoten, al legt hij het af tegen dochter Romany, die in twee tracks het voortouw neemt.

Meer dan voorganger Rattle That Lock is Luck And Strange een album waarop David Gilmour vertrouwt op zijn inmiddels vertrouwde competenties. De wonderschone gitaarsolo’s vliegen je om de oren en ze krijgen alle ruimte in het stemmige en met veel synths ingekleurde geluid. Veel songs op het album zijn niet ver verwijderd van de songs die zijn te vinden op de albums die Pink Floyd maakte na het vertrek van Roger Waters, die de weg inmiddels flink kwijt is, maar Luck And Strange klinkt opvallend geïnspireerd. Op hetzelfde moment is sterfelijkheid een centraal thema op het album, wat geen onbekend thema is op albums van muzikanten van de leeftijd van David Gilmour.

Ik had zoals gezegd geen hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van de voormalige Pink Floyd gitarist en zanger, maar Luck And Strange is een mooi album, dat zeker iets toevoegt aan alles dat de Britse muzikant al gemaakt heeft. Het is overigens een album dat het verdient om met de koptelefoon te worden beluisterd, want dan hoor je pas goed hoe mooi alle lagen in de muziek op het album zijn en hoe knap het is geproduceerd door Charlie Andrew, die stiekem toch wel wat nieuwe elementen heeft toegevoegd aan de muziek van David Gilmour. Al met al een zeer aangename verrassing dit album van deze levende legende. Erwin Zijleman

avatar van WoNa
4,0
Wat een aangename verrassing. Al Gilmours solo werk zijn matige platen. De laatste paar heb ik gewoon aan me voorbij laten gaan. Deze niet en daar heb ik geen spijt van. Hij is prima te genieten. Aan de hand van een jonge producer is David Gilmour niet zo zeer uit zijn comfortzone getrokken, als wel uit de race gehaald. Ik heb de indruk dat hij verleid is de competitie met Roger Waters op te geven en zichzelf te zijn. Al dat geforceerde dat zijn solo platen hadden (en Pink Floyd na 1982 of eigen in 1982 al had), is verdwenen. Wat resteert zijn songs bedoeld voor mensen op leeftijd gespeeld door veelal oudere mannen. Met Gilmours dochter Romany als plezierige onderbreking. Dit heeft als resultaat dat Luck And Strange heerlijk wegluistert. Een plaat waar een Pink Floyd fan die in 1975 aan boord is gekomen 49 jaar later graag naar luistert. Aan dat hemelse gitaarspel en die prettige stem is niets veranderd. Vooruit, de stem is duidelijk ouder, maar een enkele keer daargelaten prima om naar te luisteren.

avatar van bikkel2
3,5
David Gilmour is in tegenstelling tot zijn ex collega Roger Waters zelden in het nieuws.
De man kruipt alleen uit zijn schulp als hij de drang heeft om iets uit te brengen en dan meestal ook een tour doet ter promotie.
Rattle that Lock van alweer 8 jaar terug was zijn laatste worp.
Je kunt het je amper voorstellen, maar Gilmour gaat richting de 80 en als het overdenken al niet begonnen was, weet je dat je het grootste deel van je leven inmiddels achter je ligt.
Luck and Strange heeft dat ook duidelijk als thema. Echtgenote en doorgaans tekstschrijver Polly Samson heeft zich ingeleefd.
De plaat zelf is typisch Gilmour met een iets verrassender resultaat, zonder dat het echt een meesterwerk is geworden.
Het kabbelt weer lekker, de sfeer is mooi gevangen door deels Gilmour's immer sterke en herkenbare gitaarspel, de mooie arrangementen en produktie.
Maar een heel album boeit hij mij nog steeds niet.
Echter zijn een aantal songs verrassend sterk en ben blij dit te constateren.
The Piper's Call is een mooi uitgewerkt stuk dat wat folky begint, maar uiteindelijk uitgebouwd wordt tot een episch stuk met Gilmour geweldig op dreef.
Between to Points, origineel van The Mont Golfier Brothers uit 1999 is ironisch genoeg mijn favo van de plaat.
Het is feitelijk Romany Gilmour met in de begeleiding haar pa, die pas aan het einde van de song nog even van zich laat horen. Prachtig liedje en ook in setting anders dan de rest van de plaat.
En dan Scattered, het meest Pink Floyd achtige op Luck and Stange, incl. de ping van Echoes, en hoorde ik ook de hartslag van Speak to Me in het begin? Fantastisch pianowerk van Roger Eno (broer van..) en Gilmour perst er één van zijn meest geweldige solo uit als climax. Geweldig nummer en mooi dat er stukjes uit het verleden terug keren. Kippenvel werkelijk.
Tja...Sings is vooral sympathiek, in de titelsong vind ik 'm niet zo sterk als vocalist, omdat ie wat acrobatiek moet toepassen om tot hoogtes te komen en dat is feitelijk de 1e keer dat ik hem moet afrekenen op zijn stem.
Hij klinkt rauwer en ouder en dat is niet verwonderlijk op zijn leeftijd, maar ik vind dat hij het hier wat had moeten doseren, maar dat kan ook een kwestie van smaak zijn.
Verder vind ik het ook niet een heel bijzonder nummer; bluessy vibe en het duurt mij ook wat te lang.
Black Cat en Vita Brevis zijn voorbij voordat je het weet en A Single Spark en Dark and Velvet Nights zijn kundig, maar geen songs die mij overdonderen.
Misschien net iets te gewoontjes in de zin van wendingen die ik al eens eerder van hem hoorde. Midtempo als basis en dan weer wat vertragen als hij soleert.
Toch hoor ik als geheel wel wat meer zeggingskracht en in ieder geval een aantal heel sterke troeven.
Een gastenlijst die indruk maakt trouwens, oa. Steve Gadd, de trouwe bassist Guy Pratt en de al eerder genoemde Roger Eno.
Producer Charlie Andrew heeft ook fraai werk geleverd.

Binnenkort op de bühne, waar ik wel een beetje vrees voor zijn stem.
Aardig album.

avatar van XQCmoi
3,5
Persoonlijk vind ik About Face (1984) nog steeds zijn beste, met zijn naamloos debuut op plek 2. Wat daarna kwam zijn toch overwegend muzak albums. Dit album lijkt zo'n beetje in het midden te landen. Het komt overigens het best tot zijn recht als totaalervaring, zonder cherry picking.
Dat ie tekstueel zelf niet zo veel te melden heeft en daarbij vooral op anderen leunt was al duidelijk, maar met zijn gitaarspel weet ie dat nog immer meer dan behoorlijk te compenseren.
Maar Gilmours achilleshiel blijft toch wel om het spannend te maken. Toch gaat hem dat op dit album helemaal niet verkeerd af, maar wel via plan B. Dat wil zeggen: niet via de songs zelf maar door de arrangementen.
Maar voor wat meer bite, heb je waarschijnlijk op zijn minst tegenspraak nodig, en dan lijkt het me niet zo'n goed idee om je familie voor van alles en nog wat uit te nodigen. Bijvoorbeeld zingende dochter doet het niet verkeerd, maar ik hou altijd in mijn achterhoofd uit welke tientallen fantastische zangeressen ie nog meer had kunnen kiezen. Vrijwel nergens wordt het randje opgezocht.
Al met al lijkt dit album vooral bedoeld om te pleasen (of misschien meer onbedoeld; het is de aard van het beestje). Nou ja, gepleased worden op zijn tijd is ook niet verkeerd. Maar wat ik vooral hoop is dat vriend Roger zich hierdoor weer voelt uitgedaagd. En het zou helemaal mooi zijn als de heren eens doen waar ze helemaal geen zin in hebben: een duo album maken.

avatar van Boomersstory
0,5
Running On Empty schreef:
Boomer heeft last van profileringsdrang.

Gewoon negeren.

wat jammer dat uw oog nooit valt op werken die ik als meesterlijk, uiterst fraai, oorstrelend of subliem heb gekwalificeerd. Wat dat betreft ben ik uiterst eerlijk, transparant en objectief

avatar van jorro
4,0
Er wordt in dit topic meer over de hoes geschreven dan over de muziek. Dat is wel tekenend voor de muziek van David Gilmour. Het is en blijft zo herkenbaar dat er misschien te weinig stof is om over te schrijven. Toch doe ik een poging.

Wat bijvoorbeeld opvalt is dat het steeds meer een familiefeest aan het worden is. De teksten op het album zijn voornamelijk geschreven door Gilmour's echtgenote, Polly Samson, en behandelen thema's als sterfelijkheid en ouderdom. Hun kinderen leverden ook bijdragen; dochter Romany zingt en speelt harp op enkele nummers, terwijl zoon Charlie meeschreef aan de tekst van "Scattered. Het doet me denken aan de familie Chabot. Het gekke is dan weer wel dat op Discogs maar 4 personen genoemd worden in de Credits, waaronder Anton Corbijn en geen familieleden.

Het album werd opgenomen in Gilmour's Medina Studio in Hove en in de British Grove Studios in Londen, met (gelukkig een buitenstaander) Charlie Andrew als co-producer. Andrew, bekend van zijn werk met Alt-J, bracht een frisse benadering en daagde Gilmour uit om zijn muzikale grenzen te verleggen.

De opener is een kort instrumentaal niemendalletje, Daarna volgt een vloot van typische Gilmour nummers. Luck and Strange", reflecteert op Gilmour's leven en carrière, met verwijzingen naar zijn verleden en toekomst. Op de 2007-bonusversie is Richard Wright nog te horen.

The Piper’s Call heeft voor een Gilmour nummer een vlot tempo. Een aardige melodie en prima gitaarwerk maken dit een fijne track. Aan A Single Spark lijkt een groot aantal muzikanten (een orkest?) te hebben meegewerkt. Of is dat allemaal familie? De melodie is bijzonder. Mooi nummer met daarna een zeer kort intermezzo getiteld Vita Brevis

Een bijzonder moment is de cover van "Between Two Points" van The Montgolfier Brothers, met leadzang van dochter Romany, wat de intieme familiesfeer benadrukt. En hoor ik haar daarbij ook op harp? De gitaarsolo is er gelukkig ook weer.

Dark and Velvet Nights doet het met een hammond orgel in een belangrijke bijrol. Niet mijn meest favoriete nummer op het album. Het nummer klinkt wat onsamenhangend. Sings begint betoverend. Een heerlijke sfeer met een echt Pink Floyd geluid. Het nummer roept nostalgische gevoelens bij mij op. Dat scoort altijd goed!

Scattered heeft een eveneens een echte PF sound. Zeker het begin. Mooi is de akoestische gitaar die een deel van de solo op zich neemt. Het geeft de song iets intiems. De song eindigt prachtig en sluit het album fraai af.

De twee bonusnummers lijken standaard aanwezig te zijn. Yes I Have Ghosts heeft iets middeleeuws. Een Blackmore’s Night gevoel maakt zich meester van mij. De lange jam versie van Luck and Strange is dus 17 jaar oud. Een mooi eerbetoon aan Richard Wright.

Waarna een serie concerten volgt met...... de halve familie. En toch lijkt me dat erg prettig!

Waardering: 7,6

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 14:52 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 14:52 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.