Jammer voor Brady Ebert, een van de founding fathers van de intussen succesband Turnstile, na hun GLOW ON uit 2021 hield hij het voor bekeken, waarna met de glimlach tourgitariste Meg Mills het vijftal mocht vervoegen en de continuïteit verzekerde. Na hun opzienbarend, voor verschillende singles Grammy-genomineerd lefalbum konden onze springers uit Baltimore gewoon op hun élan door. Ze blijken nu zelfs in staat dit met nog even wilde haren te overtreffen.
Toch begonnen ze hun publieke jaar hun sociale inborst getrouw in thuisstad Baltimore met, net vóór de release van het nieuwe album, een drukke live-performance helemaal ten voordele van de lokale daklozen.
Het geluid van dit nieuwe NEVER ENOUGH hebben ze nog grensverleggend grootser gemaakt. Inderdaad, want er is verduiveld goed nagedacht over hun uiteindelijk hardcore-regels verbrekend concept. Alhoewel in het verlengde van GLOW ON is dit bijna een escape geworden, waarmee nogal wat hardcorepuristen nu dus moeite kunnen hebben. But who cares.
Met al die blitse elektronica erin klinkt er vooral veel meer ruimtelijke ambient doorheen het album. Alsof ze tussen de songs telkens even een verplicht anticiperende golf van melancholische reflection time willen laten doorstromen om zo de punches van hun hardcore des te harder te doen aankomen. NEVER ENOUGH lijkt op die manier op een vanuit de kosmos gestuurde hardcoreplaat of eentje omgeven door oneindig water.
Neem nu gewoon die dreigend wijd aftikkende intro van BIRDS met Daniel Fang's geweldige percussie. Beginnen doen ze daar met iets wat zelfs bij Pink Floyd helemaal niet had misstaan. Een pak belendende flarden sfeer en emotie telkens juist tot op het moment dat weer een heavy eruptie zich begint te roeren. Om die zich dan ook iedere keer weer woest divend het hardcorewater in te zien storten.
Zoiets krijg je al vanaf de sterk openende titelsong. Terwijl die ondanks al zijn punkenergie op zich ook net zo goed als één lange aanloop mag doorgaan naar song twee, het op oldskool wijze ademloos jumpende SOLE.
Maar tegelijk krijg je ook bevallige songs als I CARE waarin Turnstile heerlijk rondflaneert als waren ze een regelrecht onderdeel van The Police, met de gecultiveerde stem van frontman Brendan Yates als nieuwste poprocker Sting voortdurend in de hoogste regionen. Vanuit hetzelfde keelgat komt evenwel wat verder ook de ruigere mega-poppunk van TIME IS HAPPENING.
Een plaat dus boordevol verrassingen. Het geheel atypische DREAMING begint zelfs plechtig met de blazers van BADBADNOTGOOD en die gaan Turnstile's geselende hardcore met een plejade van fladderende trompetgeluidjes mooi omkaderen.
Dan weer duikt de knoestige nu-metal van DULL op, om op te rocken als de beesten. Alhoewel, ook hier in de geest van het NEVER ENOUGH-concept gehuld in een harnas van onwennige elektrische knispering.
Of in SUNSHOWER gaan de duivelse drumpolka's vloeiend over in die etherisch mooie fluitsolo van Shabaka Hutchings van Sons of Kemet. In één ruk verglijdt ook die dan naadloos in LOOK OUT FOR ME. Dat start op als Frankie Goes To Hollywood in zijn beste dagen. Turnstile zal in de bijna zeven volgende weelderige minuten vol breed gearrangeerde elektronica, triphop en samples uit The Wire, hoe dan ook, ook hier, de headbangers vriendelijk bedienen.
Ook is er het SEEIN' STARS dat warempel aftrapt met een funky beat uit het vaatje van David Bowie. Met een onmiskenbare hoofdrol voor de ijl smachtende Yates, al wordt die tegenwoordig met plezier geruggesteund door gerenommeerde backers als Hayley Williams van Paramore en Dev Heynes van Blood Orange.
Ja, het is niet evident de positie waar dat intussen door de wol geverfde Turnstile vijftien jaar na hun oprichting uiteindelijk staat. Maar met de ernst waarmee hun NEVER ENOUGH is gemaakt moest het toch op die ultieme grote ontbolstering uitkomen. Hun sound lijkt eindelijk in een geheel eigen, definitieve plooi te zijn gevallen en ze lijken er, gegeven de plaatsen die ze al krijgen op de affiches, ook helemaal bovengronds mee te staan. Waar de roem van de duizenden lonkt. Met andere woorden hier een met de jaren geperfectioneerd collectief, omdat het aan de weg van hun eigenheid bleef doortimmeren, een vriendengroep die intussen emotioneel alleen maar is gegroeid, professionals vandaag die helemaal blaken van zelfvertrouwen en ambitie.
Ondanks al die aangename ritmes, tempowisselingen, vervaarlijk overstuurde riffs en luidkeels geschreeuwde refreinen voor de furieuze moshpits en crowdsurfers gaat het huidige Turnstile er toch compromisloos mee zijn eigen weg en, het moet gezegd, ze rijden het parcours foutloos.
NEVER ENOUGH is een massieve plaat die je best in één rush consumeert. Met al die songs die vloeien, wentelen en draaien in hun totaalexplosie van stijlen. Vijftig tinten Turnstile, een cross-over van toetsen van, naast ambient, pop, funk, soul, dance, rock en metal. En dan in zijn geheel toch nog evenwichtig en samenhangend overeind blijven staan als de nieuwe vaandeldragers van frisse en melodische hardcore. Turnstile, groep bovendien niet in het minst samengehouden door het branie en de sterke performances van meester-zanger Brendan Yates, die zowel vocaal als in zijn in volume dik aangegroeide keyboardpartijen zijn stempel drukt.
Zet je dus maar schrap voor NEVER ENOUGH, een masterpiece, de soundtrack van je zomer. Of omgekeerd, voor het zomertje helemaal van Turnstile.
Line-up:
- Brendan Yates, zang, percussie, keyboards
- Pat McCrory, leadgitaar, ritmegitaar, zang
- Meg Mills, slaggitaar, zang
- Franz Lyons, bas, percussie, zang
- Daniel Fang, drums, programmering, percussie