Muziek / Muziekgames / Ooit in de top 40 - meter #4
zoeken in:
0
geplaatst: 17 november 2024, 07:37 uur
Am I Wrong van Nico & Vinz haalt sleschts een 5,05. Dat past wel bij het beeld van hoe wij nummers uit 2014 beoordelen. Voor de Top 10 van dat jaar volgens de Top 40 hebben we gemiddeld een 5,64 over. Drie nummers halen meer dan een 6 waarvan Prayer In C - Robin Schulz Remix van Llilly Wood & The Prick And Robin Schulz met een 6,43 het hoogste scoort. Buiten de Top 10 geven we in 2014 de hoogste score, een 7,16, aan Strong van London Grammar.
Afgelopen woensdag, 13 november, overleed Shel Talmy. Talmy was een invloedrijke producer die aan de basis stond van de carrieres van onder andere The Who en The Kinks,
Talmy heeft in interviews uitgelegd hoe hij naar het vak kijkt. Als producer richtte Talmy zich op het verbeteren van het geluid van een artiest door hun unieke stijl te versterken. In zijn ogen hadden veel producers de neiging artiesten te dwingen zich aan een andere visie aan te passen. Hij geloofde in een 'hands-on' benadering, waarbij hij nauw betrokken was bij het gehele opnameproces. Talmy wees ook op het belang van technische kennis in de studio, zoals het gebruik van twaalf microfoons bij het opnemen van drums, wat aanvankelijk werd afgewezen maar later werd overgenomen.
Anyway, Anyhow, Anywhere was in 1965 de eerste Top 40 hit van The Who in Nederland. In thuisland Engeland haalde ze eerder in 1965 de Top 10 met I Can't Explain. Beide nummers werden geproduceerd door Talmy, die het geluid van The Who hiermee vorm gaf door zijn gebruik van krachtige gitaar riffs, explosieve drums en innovatieve opname-technieken. Talmy's aanpak zorgde voor een energiek en rauw geluid waarbij hij experimenteerde met effecten en lagen. De gitaarfeedback in de solo van Anyway, Anyhow, Anywhere wordt vaak gezien als de als de eerste keer dat het gebruikt werd in een solo, hoewel het niet de eerste keer is dat feedback op een plaat te horen was (dat gebeurde eerder op I Feel Fine van The Beatles). Anyway, Anyhow, Anywhere is de enige Who compositie met credits voor Roger Daltrey en Pete Townshend samen.
Eerder was Talmy ook verantwoordelijk voor het geluid van All Day And All Of The Night. Een nummer van The Kinks uit 1964 dat op plek 17 stond in de allereerste Top 40 ooit in de eerste week van 1965. All Day And All Of The Night had toen al de tweede plaats in de Engelse charts bereikt en de zevende plek in de Billboard Top 100. Het nummer staat bekend om zijn krachtige gitaarriff en de schreeuwerige zang van schrijver en zanger Ray Davies. De productie door Talmy benadrukte net als bij The Who de rauwe en levendige energie van de band. Talmy was hiermee een van de grondleggers van het opkomende Britse rockgeluid.
Een aantal jaren later ontstond er enige controverse omdat The Doors op Hello, I Love You wel erg goed naar All Day And All Of The Night zouden hebben geluisterd. Ray Davies was niet bereid hier verder werk van te maken.
All Day And All Of The Night stond 8 weken in de Top 40 met een piek op nummer 17. Anyway, Anyhow, Anywhere kwam in vier weken notering niet verder dan plaats 28. Wat vinden we 60 jaar later van het geluid van Talmy in deze twee hits? En we boordelen de single versies (en dus niet het gejuich van de YouTube filmpjes, maar alleen audio is ook zo saai)
# 1950 The Who - Anyway, Anyhow, Anywhere
# 1949 The Kinks - All Day And All Of The Night
Afgelopen woensdag, 13 november, overleed Shel Talmy. Talmy was een invloedrijke producer die aan de basis stond van de carrieres van onder andere The Who en The Kinks,
Talmy heeft in interviews uitgelegd hoe hij naar het vak kijkt. Als producer richtte Talmy zich op het verbeteren van het geluid van een artiest door hun unieke stijl te versterken. In zijn ogen hadden veel producers de neiging artiesten te dwingen zich aan een andere visie aan te passen. Hij geloofde in een 'hands-on' benadering, waarbij hij nauw betrokken was bij het gehele opnameproces. Talmy wees ook op het belang van technische kennis in de studio, zoals het gebruik van twaalf microfoons bij het opnemen van drums, wat aanvankelijk werd afgewezen maar later werd overgenomen.
Anyway, Anyhow, Anywhere was in 1965 de eerste Top 40 hit van The Who in Nederland. In thuisland Engeland haalde ze eerder in 1965 de Top 10 met I Can't Explain. Beide nummers werden geproduceerd door Talmy, die het geluid van The Who hiermee vorm gaf door zijn gebruik van krachtige gitaar riffs, explosieve drums en innovatieve opname-technieken. Talmy's aanpak zorgde voor een energiek en rauw geluid waarbij hij experimenteerde met effecten en lagen. De gitaarfeedback in de solo van Anyway, Anyhow, Anywhere wordt vaak gezien als de als de eerste keer dat het gebruikt werd in een solo, hoewel het niet de eerste keer is dat feedback op een plaat te horen was (dat gebeurde eerder op I Feel Fine van The Beatles). Anyway, Anyhow, Anywhere is de enige Who compositie met credits voor Roger Daltrey en Pete Townshend samen.
Eerder was Talmy ook verantwoordelijk voor het geluid van All Day And All Of The Night. Een nummer van The Kinks uit 1964 dat op plek 17 stond in de allereerste Top 40 ooit in de eerste week van 1965. All Day And All Of The Night had toen al de tweede plaats in de Engelse charts bereikt en de zevende plek in de Billboard Top 100. Het nummer staat bekend om zijn krachtige gitaarriff en de schreeuwerige zang van schrijver en zanger Ray Davies. De productie door Talmy benadrukte net als bij The Who de rauwe en levendige energie van de band. Talmy was hiermee een van de grondleggers van het opkomende Britse rockgeluid.
Een aantal jaren later ontstond er enige controverse omdat The Doors op Hello, I Love You wel erg goed naar All Day And All Of The Night zouden hebben geluisterd. Ray Davies was niet bereid hier verder werk van te maken.
All Day And All Of The Night stond 8 weken in de Top 40 met een piek op nummer 17. Anyway, Anyhow, Anywhere kwam in vier weken notering niet verder dan plaats 28. Wat vinden we 60 jaar later van het geluid van Talmy in deze twee hits? En we boordelen de single versies (en dus niet het gejuich van de YouTube filmpjes, maar alleen audio is ook zo saai)
# 1950 The Who - Anyway, Anyhow, Anywhere
# 1949 The Kinks - All Day And All Of The Night
1
geplaatst: 3 april 2025, 07:22 uur
Light My Fire haalde ooit een 8,30 en staat op plaats 25 in onze lijst. Riders On The Storm knalt daar nog over heen met een 8,60 en staat zelfs op de zesde plaats. Onze Top 10 op dit moment:
01 - Michael Jackson - Billie Jean 8,73
02 - Bill Withers - Ain't No Sunshine 8,68
03 - The Beatles - Eleanor Rigby 8,68
04 - Prince - When Doves Cry 8,63
05 - The Rolling Stones - Sympathy for the Devil 8,61
06 - The Doors - Riders On The Storm 8,60
07 - David Bowie - Heroes 8,57
08 - New Order - Blue Monday 8,50
09 - David Bowie - Space Oddity 8,48
10 - Pet Shop Boys - West End Girls 8,47
Een van de leukste items op MuMe is wat mij betreft De top 100 van... #2. Het is boeiend om al luisterend door de persoonlijke (muziek-)geschiedenissen heen te scrollen, zeker als het mensen betreft die hier stemmen. Het maakt dat ik sommige nummers anders ga beluisteren en soms beoordelen. Een paar weken was Justus18 met zijn Top 100 aan de beurt. Op nummer 75 in zijn lijst The Doors met Light My Fire.
Daarbij deze motivatie: "In mijn vriendenkring in de jaren ’80 en ’90 werd er vele avonden lang RISK gespeeld. Op de achtergrond stond altijd muziek aan en de een of de ander had altijd wat te zeiken over de muziekkeuze. The Doors was de enige band waar niemand kritiek op had. Om van het gezeik af te zijn werd het veel te vaak opgezet. We noemden het (heel flauw) doorsnee-muziek. The Doors ben ik daarom een tijdlang beu geweest, maar het blijft natuurlijk geweldige muziek". Wij zijn misschien wel het 2025 equivalent van deze Risk-groep. We zijn allemaal positief over Riders On The Storm, iedereen geeft een 6,0 of hoger, geen kritiek. Uiteraard hebben ze wel betere.
Op nummer 1 in zijn lijst Frank Zappa, die heeft nog nooit de Top 40 gehaald. Op 2 My Generation van The Who. Zijn motivatie is hier te lezen.
My Generation werd op 13 oktober 1965 opgenomen in de IBC Studios in Londen. Het was de derde single van The Who en geschreven door Pete Townshend. De inspiratie voor het nummer ontstond tijdens een treinreis, met Young Man Blues van Mose Allison in zijn hoofd. Een directe aanleiding was het wegslepen van zijn oude Packard, op bevel van de Queen Mother. Townshend schreef het nummer als reactie op het onbegrip tussen jong en oud in het naoorlogse Groot-Brittannië.
De tekst bevat een van de meest besproken regels uit de popgeschiedenis: "I hope I die before I get old." De manier waarop Roger Daltrey het uitspreekt, stotterend, bijna als provocatie, leidde tot controverse. De BBC weigerde het nummer aanvankelijk uit te zenden om mensen met een spraakstoornis niet te beledigen, maar draaide bij toen bleek dat het nummer aansloeg bij het publiek. Het gestotter bleek overigens geen opzet van begin af aan; het ontstond spontaan in de studio en werd bewust behouden. De regel "Why don't you all f-f-fade away" werd zelfs als verhulde krachtterm geïnterpreteerd.
Muzikaal was het nummer al even grensverleggend. John Entwistle’s baslijn is volgens velen de eerste echte bassolo in een rocknummer en Keith Moon drumt met een ongebruikelijke intensiteit die nauwelijks dienstbaar is aan het ritme, hij is evenzeer solist als begeleider. Townshend’s gitaarspel is hoekig, agressief en overstuurd. De productie van Shel Talmy wist dit alles op band te vangen, geholpen door geluidstechnicus Glyn Johns. Over de invloed van Talmy hadden we het vorig jaar al eens bij zijn overlijden Ooit in de top 40 - Talmy
My Generation verscheen eind oktober 1965 als single op het Brunswick-label en bereikte de tweede plaats in de Britse hitlijsten. In de Verenigde Staten kwam het niet verder dan plek 74. Het verscheen ook op het debuutalbum My Generation en werd in 1970 opnieuw uitgebracht in een langere liveversie op Live At Leeds. In Nederland haalde het nummer de 5e plaats in de Top 40 en stond 16 weken in de lijst. The Who heeft 21 keer de Top 40 gehaald.
# 2104 The Who - My Generation
01 - Michael Jackson - Billie Jean 8,73
02 - Bill Withers - Ain't No Sunshine 8,68
03 - The Beatles - Eleanor Rigby 8,68
04 - Prince - When Doves Cry 8,63
05 - The Rolling Stones - Sympathy for the Devil 8,61
06 - The Doors - Riders On The Storm 8,60
07 - David Bowie - Heroes 8,57
08 - New Order - Blue Monday 8,50
09 - David Bowie - Space Oddity 8,48
10 - Pet Shop Boys - West End Girls 8,47
Een van de leukste items op MuMe is wat mij betreft De top 100 van... #2. Het is boeiend om al luisterend door de persoonlijke (muziek-)geschiedenissen heen te scrollen, zeker als het mensen betreft die hier stemmen. Het maakt dat ik sommige nummers anders ga beluisteren en soms beoordelen. Een paar weken was Justus18 met zijn Top 100 aan de beurt. Op nummer 75 in zijn lijst The Doors met Light My Fire.
Daarbij deze motivatie: "In mijn vriendenkring in de jaren ’80 en ’90 werd er vele avonden lang RISK gespeeld. Op de achtergrond stond altijd muziek aan en de een of de ander had altijd wat te zeiken over de muziekkeuze. The Doors was de enige band waar niemand kritiek op had. Om van het gezeik af te zijn werd het veel te vaak opgezet. We noemden het (heel flauw) doorsnee-muziek. The Doors ben ik daarom een tijdlang beu geweest, maar het blijft natuurlijk geweldige muziek". Wij zijn misschien wel het 2025 equivalent van deze Risk-groep. We zijn allemaal positief over Riders On The Storm, iedereen geeft een 6,0 of hoger, geen kritiek. Uiteraard hebben ze wel betere.
Op nummer 1 in zijn lijst Frank Zappa, die heeft nog nooit de Top 40 gehaald. Op 2 My Generation van The Who. Zijn motivatie is hier te lezen.
My Generation werd op 13 oktober 1965 opgenomen in de IBC Studios in Londen. Het was de derde single van The Who en geschreven door Pete Townshend. De inspiratie voor het nummer ontstond tijdens een treinreis, met Young Man Blues van Mose Allison in zijn hoofd. Een directe aanleiding was het wegslepen van zijn oude Packard, op bevel van de Queen Mother. Townshend schreef het nummer als reactie op het onbegrip tussen jong en oud in het naoorlogse Groot-Brittannië.
De tekst bevat een van de meest besproken regels uit de popgeschiedenis: "I hope I die before I get old." De manier waarop Roger Daltrey het uitspreekt, stotterend, bijna als provocatie, leidde tot controverse. De BBC weigerde het nummer aanvankelijk uit te zenden om mensen met een spraakstoornis niet te beledigen, maar draaide bij toen bleek dat het nummer aansloeg bij het publiek. Het gestotter bleek overigens geen opzet van begin af aan; het ontstond spontaan in de studio en werd bewust behouden. De regel "Why don't you all f-f-fade away" werd zelfs als verhulde krachtterm geïnterpreteerd.
Muzikaal was het nummer al even grensverleggend. John Entwistle’s baslijn is volgens velen de eerste echte bassolo in een rocknummer en Keith Moon drumt met een ongebruikelijke intensiteit die nauwelijks dienstbaar is aan het ritme, hij is evenzeer solist als begeleider. Townshend’s gitaarspel is hoekig, agressief en overstuurd. De productie van Shel Talmy wist dit alles op band te vangen, geholpen door geluidstechnicus Glyn Johns. Over de invloed van Talmy hadden we het vorig jaar al eens bij zijn overlijden Ooit in de top 40 - Talmy
My Generation verscheen eind oktober 1965 als single op het Brunswick-label en bereikte de tweede plaats in de Britse hitlijsten. In de Verenigde Staten kwam het niet verder dan plek 74. Het verscheen ook op het debuutalbum My Generation en werd in 1970 opnieuw uitgebracht in een langere liveversie op Live At Leeds. In Nederland haalde het nummer de 5e plaats in de Top 40 en stond 16 weken in de lijst. The Who heeft 21 keer de Top 40 gehaald.
# 2104 The Who - My Generation
* denotes required fields.
