MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sater als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Mick Harvey - Delirium Tremens (2016)

poster
4,0
Na de in alcoholnevelen gehulde platen Intoxicated Man en Pink Elephants waagt de Australische multi-instrumentalist Mick Harvey zich op Delirium Tremens voor een derde keer aan een herinterpretatie van het werk van Serge Gainsbourg.

Op zijn eerste twee coveralbums stelde Harvey zich ten doel de muziek van de Franse provocateur en kettingroker bij een Engelstalig publiek te introduceren. Inmiddels is dat niet meer nodig. Artiesten van Placebo tot Boyd Rice namen versies van Gainsbourg songs op en een herwaardering van zijn werk is al jaren gaande. Naar eigen zeggen schepte Harvey zoveel plezier in een korte tour met zijn Gainsbourgversies, dat hij besloot een nieuwe poging te wagen.

De lol van het ontstaansproces is terug te horen op Delirium Tremens. Daarnaast is er hoorbaar veel aandacht besteed aan de arrangementen en de vertaling van de teksten besteed. Nauwgezet doet Harvey op ‘SS C’est Bon’ recht aan het originele ritme en woordenspel van ‘Est-ce Est-ce Si Bon’, een nummer van Rock Around the Bunker - Gainsbourgs controversiële muzikale afrekening met de nazibezetting van Frankrijk die hij als Joodse tiener meemaakte.

Hoewel de door Harvey geselecteerde nummers uit verschillende periodes stammen, is het album geen allegaartje geworden. Dit komt vooral omdat hij de grote hits eerder al onder handen nam. Met uitzondering van ‘The Man with the Cabbage Head’ – een nummer zo iconisch dat bewonderaars van de chansonnier nog altijd kolen op zijn graf leggen – behoren de meeste nummers op dit album niet tot de Gainsbourg-canon.

Zo ontrukt Harvey het obscure ‘The Convict’s Song’, dat een b-kantje van Murder Ballads had kunnen zijn, en het dreigende ‘I Envisage’, dat Gainsbourg schreef voor een album van de invloedrijke zanger Alain Bashung, aan de vergetelheid. Een ander hoogtepunt zijn de strijkers op ‘Boomerang’ en de vocalen van Xanthe Waite op ‘Don’t Say a Thing’. Met een duet met zijn levensgezellin Katy Beale sluit Harvey het album af. Voor wie dan nog geen genoeg heeft van Harvey en Gainsbourg is er goed nieuws: in november* verschijnt Intoxicated Women, deel vier in de serie, waar Gainsbourgs duetten uit de jaren zestig centraal staan.

* Geschreven in 2016

Oranssi Pazuzu - Värähtelijä (2016)

poster
4,0
Schijn bedriegt. Zo ook bij dit vierde album van het Finse Oranssi Pazuzu. Op het eerste gezicht lijkt de groep in alles een vintage black metal band. De bekende elementen zijn allemaal aanwezig: de demonische bandnaam, het onleesbare logo en het duistere coverartwork. Maar bij het openklappen van de verzorgde digipak maakt het glanzende zwart plaats voor een psychedelische oranje-roze kleurencompilatie, die meer aan een flower power vloeistofdia dan aan duivelsaanbidding doet denken.

Wat voor het artwork geldt, gaat ook op voor de muziek. Hoewel Värähtelijä (‘resonator’ en niet ‘de vibrator’ zoals een bekende onlinevertaalmachine suggereert) duidelijk geworteld is in black metal, is dit hokje veel te krap voor Oranssi Pazuzu. Sommige recensenten verwijzen naar de band met ‘krautrock black metal’, maar dit label is eigenlijk net zo nietszeggend als het originele krautrocketiket in de jaren zeventig was. Het dient voornamelijk als verwijzing naar de experimenteerdrang, die de composities van de band kenmerkt.

De band gunt zich daar dan ook goed de ruimte voor. In zeventig minuten speeltijd passeren zeven nummers, die nog het beste te omschrijven zijn als psychedelische jams. Openingsnummer Saturaario brengt een crescendo van gitaargeweld, maar schakelt halverwege over naar dreigende toetsenpartijen en zelfs een wah-wah solo. In Lahjah stuwen tribale drums de gitaren steeds verder de hoogte in om uit te monden in een scheurende gitaarriff, die niet misstaan had op een jaren zeventig proto-metal plaat.

De black metalwortels van de band schemeren het meest door in het vierde nummer. Met zijn dissonante gitaargeluiden en verwrongen orgeltjes doet Hypnotisoitu Viharukous denken aan de muziek van black metalvernieuwers als Dødheimsgard en Rebel Extravaganza-era Satyricon, hoewel Oranssi Pazuzu de nadruk altijd meer op de groove legt dan op industriële snelheid en precisie.

Hoogtepunt van het album is het zeventien minuten durende Vasemman Käden Hierarkia waar alle voorgenoemde elementen samengevoegd worden in een verzengende jam. Kosmische geluiden, vervreemdende koortjes en spookachtige synths die weggeplukt lijken uit een Carpenterhorror vullen de furieuze gitaarmuur aan. Op driekwart van het nummer doemt een ronkende stonerriff op, die Ufomammut in herinnering brengt. Als het geweld uiteindelijk gaat liggen, rest enkel het knappende geluid van verschroeide aarde.

De twee nummers die dan nog volgen voelen na deze trip wat overbodig aan –ondanks de verrassende dancebeat waarmee Valveavarus afsluit. Met Värähtelijä heeft Oranssi Pazuzu een knap stuk muziek afgeleverd, dat het verdient om buiten metalkringen gehoord te worden. Incubategangers, Swansfans en de meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber moeten hun oor hier zeker te luisteren leggen.

Geschreven in 2016

Sun Kil Moon - Common as Light and Love Are Red Valleys of Blood (2017)

poster
De laatste* worp van Sun Kil Moon is een flinke kluif. Het album bestrijkt twee cd’s en duurt evenveel uur. Aangezien Mark Kozelek zijn muziek tegenwoordig helemaal vol praat-zingt, puilt het tekstboekje letterlijk uit de verpakking. Maar voordat mensen deze plaat als Sun Overkill Moon wegzetten, doen ze er verstandig aan de plaat eens van A tot Z door te werken.

Andermaal neemt Kozelek de luisteraar mee in zijn stream of consciousness, waar zijn dagboeknotities over zijn vrienden, geliefden en hijzelf figureren. Ook zijn obsessie met de dood krijgt volop de ruimte. Hij beklaagt overleden helden – 2016 was wat dat betreft een inspirerend jaar. Ook zijn interesse voor true crime keer steeds terug: de Nightstalker, de Hillside Strangler en de Zodiac Killer komen allemaal voorbij. Opvallend is de aandacht die hij aan hedendaags geweld in de vorm van terrorisme schenkt. Bij vlagen lijkt Common As Light and Love Are Valleys of Red Blood zelfs een politiek album.

De muziek die Kozeleks teksten ondersteunt klinkt toepasselijk boos. Zijn vroeger handelsmerk, het getokkel op nylon snaren, komt nog maar mondjesmaat voorbij. In plaats daarvan speelt Kozelek voornamelijk basgitaar en synths. Geruggesteund door het ritmisch getik van voormalig Sonic Youthdrummer Steve Shelley zorgt dit voor nummers waar de groove voor de melodie gaat. ‘Philadelphia Cop’ is een bijna een volbloed hiphopsong, die op inventieve wijze muzikaal én tekstueel citeert uit het oeuvre van Bowie, één van Kozeleks vele inspiratiebronnen.

Een andere held van Kozelek, Muhammed Ali (Sun Kil Moon is niet voor niets naar een bokser vernoemd), speelt de hoofdrol in ‘Me We’, dat in een live-versie op het album staat. In ‘Lone Star’ klinkt Kozeleks verontwaardiging over Trumps kandidaatstelling: ‘He is proof that we choose apps over education’ en in hetzelfde nummer verweert hij zich tegen beschuldigingen van seksisme en belooft hij transgenders gratis toegang tot zijn show.

Zoals op de meeste dubbelalbums had het inderdaad een onsje minder gekund. ‘Early June Blues’ sleept wat en de helft van het negen minuten durende ‘Chili Lemon Peanuts’ is spoken word. ‘I Love Portugal’ klinkt net zo melig als de titel doet vermoeden – maar heeft dan wel weer een bloedmooi refrein. Verderop lijkt Kozelek de luisteraar in de maling te nemen als hij zingt ‘Now let’s cut to some vague rock lyrics’ en daad bij woord voegt, maar gek genoeg werkt zelfs zijn onzin het grootste gedeelte van de tijd. Common As Light and Love Are Valleys of Red Blood is een fascinerende luisterervaring en voor wie die mening niet deelt heeft Kozelek een boodschap ingeblikt: “Maybe you can’t relate to this song [...] and say I prefer your older songs.” - “Well the world has changed and I am not that songwriter anymore.”

* Dit stuk schreef ik in 2017

Swans - The Glowing Man (2016)

poster
Dit jaar* valt het doek voor de huidige incarnatie van Swans. Daarmee komt een eind aan een zevenjarige cyclus van opnemen, toeren en opnemen. Net als op de twee voorgangers zijn de nummers op The Glowing Man deels gegroeid uit improvisaties tijdens concerten en deels gebaseerd op akoestische demo’s van frontman Michael Gira.

Evenals de werkwijze verschilt ook het geluid van deze nieuwe plaat weinig van The Seer en To Be Kind. Grote verrassingen blijven daarom uit. De verschillen zijn meer te vinden op het vlak van sfeer en in de accenten die de band legt. Zo valt op dat het album wat toegankelijker klinkt, hoewel dat bij Swans natuurlijk relatief blijft. Met drie nummers die ver boven de twintig minuten klokken en de vertrouwde beenharde repeterende stukken is dit alles behalve luistervriendelijke muziek. Het lijkt alsof de band nog verder de diepte in gegaan is om tot de essentie van haar geluid door te dringen.

Op The Glowing Man blikt Gira voor het eerst terug. Zo gebruikt hij een stuk tekst dat Thurston Moore in de vroege jaren tachtig voor het Sonic Youth debuut leende. En in het titelnummer is een opnieuw gearrangeerd fragment van de vorige plaat te vinden. ‘Frankie M.’ gaat dan wel niet over Gira, maar de mantra van verdovende middelen die hij daar opsomt brengt zijn roemruchte verleden in herinnering. Op 'When Will I Return', zingt Gira's echtgenote Jennifer. Het nummer verhaalt van een ‘deeply scarring experience’ in haar leven, maar doet opvallend genoeg denken aan de tijd dat Jarboe nog deel uitmaakte van Swans. De afsluiter, toepasselijk getiteld ‘Finally, Peace’, doet dan weer denken aan het luchtigere Angels of Light, Gira’s andere band.

Titelnummer ‘The Glowing Man’ kan als samenvatting van het album gezien worden. In een krap halfuur komt alles wat Swans uniek maakt voorbij. De ambientachtige sfeerstukken, Gira’s bezeten zang, de mokerslagen en de uptempo ritmische stukken waar Swans meer rockt dan ooit te voren. De tekst gaat over een zekere Joseph. Dit is volgens Gira de entiteit die als Twin Peaks’ Bob de controle van hem overneemt wanneer hij zijn muziek op papier zet. Hopelijk blijft Joseph nog heel lang bij hem, want The Glowing Man is een prachtig sluitstuk van een tijdperk en doet uitkijken naar de volgende zet van Gira.

* Geschreven in 2016

The Brian Jonestown Massacre - Third World Pyramid (2016)

poster
3,5
Laat je niet voor de gek houden door de liner notes waar drugs een ‘special thanks’ toebedeeld krijgen. Anton Newcombe, frontman van The Brian Jonestown Massacre, is alweer jaren clean en de waanzin die de band meermaals deed imploderen is passé. Helaas blijven grote verrassingen eveneens uit op dit vijftiende album.

Clean of niet, de output van The Brian Jonestown Massacre is altijd hoog geweest. In de jaren negentig bracht de band drie volledige albums in één jaar uit. De afgelopen jaren is dat tempo nauwelijks verminderd. Sinds Revelation uit 2014 verschenen twee EP’s, een soundtrackalbum en een samenwerking met zangeres Tess Parks, die ook op dit album een duit in het zakje doet.

Evenmin veranderd is de muziek van The Brian Jonestown Massacre. Newcombe heeft er nooit doekjes om gewonden wie zijn inspiratiebronnen zijn. Op vorige albums betoonde hij eer aan David Bowie (‘I Love You since I Was Six’), The Beatles (‘I want to hold your other hand’) en natuurlijk The Rolling Stones. Ditmaal zien we Spacemen 3 terug in het artwork. Daarnaast staat er een tien minuten durende psyched out bewerking van Nina Simones ‘Assignment Song’ op de plaat.

Het knappe van de Brian Jonestown Massacre is de band ondanks al deze vingerwijzingen naar hun voorbeelden volstrekt uniek klinkt – nergens klinkt de muziek écht retro. Dit komt doordat Newcombe allemaal stijlvreemde elementen in de psychedelische rock smokkelt. Op ‘Government Beard’ overheerst trippy elektronische percussie en op ‘Lunar Surf Graveyard’ klinken, zoals de titel verraadt, surfinvloeden door, zij het met een duistere twist. Elders horen we melancholische blazers uit Newcombes synthesizer komen en een motorik beat stuwt de titelsong voort.

In zijn geheel klinkt Third World Pyramid als een bloemlezing uit eerder werk. Het toepasselijk getitelde ‘Like Describing Colors To A Blind Man On Acid’ had met zijn janglende gitaren zo op Take It From the Man gepast, terwijl het instrumentaaltje ‘Bother’ aansluit bij de laatste twee platen. Dit betekent dat de fans er een aantal ijzersterke nummers bij hebben. Voor nieuwelingen is dit een prima introductie, hoewel de BJM-albums van rond de eeuwwisseling zich hier nog beter voor lenen. Een volgende plaat is al in de maak* en wordt door Newcombe omschreven als een ‘nocturnal krautrock homage to PiL’s Metal Box’. Hopelijk weet hij hiermee weer eens echt te verrassen.

*Geschreven in 2016