Hier kun je zien welke berichten andrez als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gijsbert Kramer noemde dit de slechtste plaat van dat jaar. Slechtste dit, of beste dat is vanzelfsprekend puur persoonlijk en subjectief, maar ik kan me er wel in vinden dat Barry Hay met dit project en deze CD de plank (volkomen) missloeg.
Wat moet ik er nog aan toevoegen als hij in een interview (op FaceCulture) zegt hiermee in de eerste plaats de bevestiging te hebben gekregen een "kut zanger" te zijn. Daarbij haalt hij dan ook nog eens zangers aan die wèl met het grootste gemak dit soort repertoire aankunnen.
Hij voelde zich dan ook alles behalve op z'n gemak bij het aangaan hiervan. Wat is dan de reden om dit toch te doen? Misschien de uitdaging en de mogelijke markt die er voor is, omdat hij een zanger van naam is en het voor pop zangers en zangeressen ook nogal in de mode is met een bigband op te nemen.
Hij past uitstekend in de Earring, als showman, met eigen werk wat bij zijn vocale mogelijkheden past, maar zeker bij dit repertoire wordt, wat mij betreft, pijnlijk duidelijk dat hij het daar maar beter bij kan laten. Heel veel zangers, zouden dat meer dan voldoende vinden.
Hierop wisten de Stones al datgene waar ze door beïnvloed waren, het meest overtuigend, kernachtig en krachtig neer te zetten. Verpakt in wat nu direct herkend wordt als de Stones sound. Een blauwdruk voor hun latere werk, maar nooit echt meer overtroffen.
Er spreekt nog urgentie uit, want ondanks de al lang en breed gevestigde naam moesten ze zich nog wel degelijk waarmaken, gezien de veranderende muzikale stijlen en trends.
Opvallend is het spannende contrast in speelstijl tussen Keith Richards en Mick Taylor en ook het doeltreffende gebruik van sessiemuzikanten, zoals Ry Cooder in Sister Morphine. Van hem nam Richards de zo kenmerkende open G tuning over.