Hier kun je zien welke berichten HaaPee als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Arcade Fire - Pink Elephant (2025)

4,0
4
geplaatst: 14 mei 2025, 12:16 uur
De eerste luisterbeurten begon ik vol verwachting, maar ik was erg teleurgesteld. Magertjes en weinig pakkend. Ik voelde even de liefde voor de band bekoelen. Maar ik moet zeggen dat het album na een goed aantal luisterbeurten inderdaad iets verslavends heeft. De langgerektheid en mediterende werking vormen de kracht (mijn mening) van de meerderheid van de nummers. Dus ben ik toch zonder schroom weer naar de Plato gelopen.
De rijkheid van bijvoorbeeld de magistrale songs op The Suburbs zit hier niet in. Dat de band uitgekleed is en feitelijk alleen Régine en Win nog over zijn, zal daar ook wel aan bijdragen. WE voelde ook al wel een beetje zo. De georganiseerde chaos is teruggebracht tot de kern, een beetje als een combi van een in de steek gelaten echtpaar en een echtpaar dat de rest overbodig vond. Tegelijk knap dat ze overeind blijven, en ik houd heel erg van de pure, heldere en eenvoudige songs, maar ik mis soms wel het bombastische (achtergrond)geluid dat een aantal oude nummers kenmerkt.
Het steekt ook een klein beetje dat Win in 2020 aangaf dat hij tijdens de coronatijd een grote hoeveelheid songs had geschreven, maar dat dit album na het 40-minuten durende WE wederom beperkt blijft tot dit aantal songs van samen 42 minuten. De lijmnummertjes voor een soepel verloop zijn op de tracklist ook altijd wat verwarrend, maar ze maken het album daardoor wel prettig luisterbaar. Maar ter vergelijking: The Suburbs was 63 minuten aan gevarieerde nummers.
Maar met Pink Elephant doen ze toch echt weer wat anders dan ze gedaan hebben. Helemaal met Alien Nation, dat hier vrij goed scoort (het had bij mij even tijd nodig), maar zelfs met zoiets als het catchy I Love her Shadow. Je moet het ze wel nageven: ze proberen elk album echt een eigen geluid mee te geven. Kanttekening is wel dat de teksten op de latere albums veelal minder boeiend zijn en wel erg vaak op herhaling gebouwd (Stuck in my head stuck in my head stuck in my head).
Soms komt dus een gevoel op van gemis aan rijkdom in instrumenten, aantal nummers en in teksten, maar wat mij betreft is Pink Elephant toch een fijn onderscheidend album met een lekkere sound en dus een prima voldoende.
De rijkheid van bijvoorbeeld de magistrale songs op The Suburbs zit hier niet in. Dat de band uitgekleed is en feitelijk alleen Régine en Win nog over zijn, zal daar ook wel aan bijdragen. WE voelde ook al wel een beetje zo. De georganiseerde chaos is teruggebracht tot de kern, een beetje als een combi van een in de steek gelaten echtpaar en een echtpaar dat de rest overbodig vond. Tegelijk knap dat ze overeind blijven, en ik houd heel erg van de pure, heldere en eenvoudige songs, maar ik mis soms wel het bombastische (achtergrond)geluid dat een aantal oude nummers kenmerkt.
Het steekt ook een klein beetje dat Win in 2020 aangaf dat hij tijdens de coronatijd een grote hoeveelheid songs had geschreven, maar dat dit album na het 40-minuten durende WE wederom beperkt blijft tot dit aantal songs van samen 42 minuten. De lijmnummertjes voor een soepel verloop zijn op de tracklist ook altijd wat verwarrend, maar ze maken het album daardoor wel prettig luisterbaar. Maar ter vergelijking: The Suburbs was 63 minuten aan gevarieerde nummers.
Maar met Pink Elephant doen ze toch echt weer wat anders dan ze gedaan hebben. Helemaal met Alien Nation, dat hier vrij goed scoort (het had bij mij even tijd nodig), maar zelfs met zoiets als het catchy I Love her Shadow. Je moet het ze wel nageven: ze proberen elk album echt een eigen geluid mee te geven. Kanttekening is wel dat de teksten op de latere albums veelal minder boeiend zijn en wel erg vaak op herhaling gebouwd (Stuck in my head stuck in my head stuck in my head).
Soms komt dus een gevoel op van gemis aan rijkdom in instrumenten, aantal nummers en in teksten, maar wat mij betreft is Pink Elephant toch een fijn onderscheidend album met een lekkere sound en dus een prima voldoende.
Coldplay - X&Y (2005)

4,5
2
geplaatst: 26 november 2024, 01:33 uur
Nostalgie speelt bij deze plaat voor mij een belangrijke rol. Een van de eerste cd's die ik van mijn zuurverdiende centen kocht (of toch voor mijn verjaardag gevraagd?), en ik had er niet zo veel. Ik kende Coldplay al wel en was een soort beginnende fan, maar had nog geen cd en hier stonden relatief veel bekende nummers op. Dus deze draaide heel erg vaak in de speler, van begin tot eind. Ik ben daarom misschien weinig neutraal-kritisch als ik zeg dat dit album klopt zoals-ie is. Vol emotie en rust gespeeld, maar met krachtige momenten in sterke, unieke nummers en met het heldere Coldplay-geluid. Bij de niet-singles als What If droom ik eindeloos ver weg, het spacy Talk vond ik (ondanks het geleende gitaarriffje) weergaloos, en Fix You vond ik heerlijk (iets waar je je tegenwoordig voor lijkt te moeten schamen). Eerlijk kijkend heb ik echt niet met elk nummer even veel (Speed of Sound bijvoorbeeld), maar doordat ik de cd vrijwel altijd volledig draaide hoort elk nummer er voor mij wel bij.
De oudere albums heb ik daarna uiteraard ook aangeschaft. Viva la Vida zorgde vervolgens wel voor een 'wauw' en vond ik ook nog wel aardig, maar de lol ging er toen toch wel een beetje vanaf, en de albums erna heb ik nooit volledig meer geprobeerd. Maar X&Y zet ik graag af en toe weer eens op. In zijn geheel.
De oudere albums heb ik daarna uiteraard ook aangeschaft. Viva la Vida zorgde vervolgens wel voor een 'wauw' en vond ik ook nog wel aardig, maar de lol ging er toen toch wel een beetje vanaf, en de albums erna heb ik nooit volledig meer geprobeerd. Maar X&Y zet ik graag af en toe weer eens op. In zijn geheel.
The Mayan Factor - 44 (2005)

4,5
0
geplaatst: 8 januari 2025, 22:06 uur
Wat een geweldige band vind ik dit. Toevallig enige tijd terug tegenaan gelopen, maar ik verbaas me dat deze muziek niet meer bekendheid heeft gekregen. De sound is herkenbaar uit duizenden. In een review op Sputnikmusic van vrijwel exact 15 jaar geleden lees ik dat deze band toen ook 'tragisch' ondergewaardeerd werd. En voor het eerst lees ik dat ze ook toen al 'non-actief' waren, vermoedelijk door een te beperkte fanbase. Maar wat is het spijtig dat de zanger Ray Schuler in het jaar erop, 2011, overleed. Nu weten we dat er later op basis van opgenomen materiaal nog wat nummers zijn uitgebracht op een derde album, en ik ben heel benieuwd of ze anders alsnog bredere bekendheid hadden gekregen die de muziek verdient.
Met het debuutalbum hiervoor hadden ze direct een heel eigen geluid neergezet. Een erg goed album met Warflower als ijzersterke track. Op dit album weten ze op een bijzondere manier het kenmerkende eigen geluid te behouden, maar toch wat zijweggetjes en andere geluiden te verkennen. En daar lijken ze met overtuiging in te gaan. In de aangehaalde review lees ik dat met een toegankelijker geluid en kortere nummers de eigen, originele sound van het debuut grotendeels de nek werd omgedraaid. De verrassende en eigenzinnige introductie van (nu-metal-achtige) rap in enkele nummers op het vorige album zouden ze hier achterwege hebben gelaten omwille van de eigen fans.
Er zal een kern van waarheid in zitten, maar ik vind de muziek er niet slecht(er) op geworden. Uiteraard verrast het album minder dan het eerste. Maar de zang is ook hier overwegend vrij monotoon en (heerlijk) deprimerend, maar de voldoende afwisseling geeft de nummers een eigenaardige ziel mee. De instrumentatie op dit album klinkt wat optimistischer in de oren dan op het vorige album. En dat gaat gek genoeg goed samen met de zang.
In tegenstelling tot de hier bovenstaande review uit vervlogen tijden vind ik hier veel sterke songs op staan. To Kill a Priest is een prima sferische opener, de daaropvolgende beukende Terrorist is (een van) de sterkste op de plaat. Heerlijke gitaar, een onherleidbaar accent in de eerste zinnen, een goeie opbouw en een heerlijke climax. Tick, tick, boom! met de gitaar erdoorheen... De melodieuzere klaagzang op het sterke Ventrilaquist is meeslepend emotioneel en bijna bezwerend. Gosia klinkt op verschillende vlakken wat traditioneler (heerlijke outtro van het nummer ook, bij de inzet bijna Coldplay-achtig), maar juist daardoor krijgt de zang weer een compleet nieuwe betekenis. Het best bijzondere en lekkere Bondage is wat steviger en ritmischer, en wordt naar het einde toe alleen maar beter. De jammerzang van 'Ray Ray' op het emotioneel langzaam opbouwende Jack Nicholson is weer doordringend en geloofwaardig, en op Recon opnieuw, dat mooi is in z'n rust en eenvoud. Op Self Storage wordt nog even duidelijk dat een elektrisch gitaarsolootje een nummer net de extra jeu kan meegeven.
Jammer dat ik ze nooit live zal kunnen zien. Sterker, ik mag al blij zijn als ik de muziek ooit nog ergens op CD te koop vind.
Met het debuutalbum hiervoor hadden ze direct een heel eigen geluid neergezet. Een erg goed album met Warflower als ijzersterke track. Op dit album weten ze op een bijzondere manier het kenmerkende eigen geluid te behouden, maar toch wat zijweggetjes en andere geluiden te verkennen. En daar lijken ze met overtuiging in te gaan. In de aangehaalde review lees ik dat met een toegankelijker geluid en kortere nummers de eigen, originele sound van het debuut grotendeels de nek werd omgedraaid. De verrassende en eigenzinnige introductie van (nu-metal-achtige) rap in enkele nummers op het vorige album zouden ze hier achterwege hebben gelaten omwille van de eigen fans.
Er zal een kern van waarheid in zitten, maar ik vind de muziek er niet slecht(er) op geworden. Uiteraard verrast het album minder dan het eerste. Maar de zang is ook hier overwegend vrij monotoon en (heerlijk) deprimerend, maar de voldoende afwisseling geeft de nummers een eigenaardige ziel mee. De instrumentatie op dit album klinkt wat optimistischer in de oren dan op het vorige album. En dat gaat gek genoeg goed samen met de zang.
In tegenstelling tot de hier bovenstaande review uit vervlogen tijden vind ik hier veel sterke songs op staan. To Kill a Priest is een prima sferische opener, de daaropvolgende beukende Terrorist is (een van) de sterkste op de plaat. Heerlijke gitaar, een onherleidbaar accent in de eerste zinnen, een goeie opbouw en een heerlijke climax. Tick, tick, boom! met de gitaar erdoorheen... De melodieuzere klaagzang op het sterke Ventrilaquist is meeslepend emotioneel en bijna bezwerend. Gosia klinkt op verschillende vlakken wat traditioneler (heerlijke outtro van het nummer ook, bij de inzet bijna Coldplay-achtig), maar juist daardoor krijgt de zang weer een compleet nieuwe betekenis. Het best bijzondere en lekkere Bondage is wat steviger en ritmischer, en wordt naar het einde toe alleen maar beter. De jammerzang van 'Ray Ray' op het emotioneel langzaam opbouwende Jack Nicholson is weer doordringend en geloofwaardig, en op Recon opnieuw, dat mooi is in z'n rust en eenvoud. Op Self Storage wordt nog even duidelijk dat een elektrisch gitaarsolootje een nummer net de extra jeu kan meegeven.
Jammer dat ik ze nooit live zal kunnen zien. Sterker, ik mag al blij zijn als ik de muziek ooit nog ergens op CD te koop vind.
