Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van LuukRamaker.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Lynn Taylor and the Barflies - Where the Heart Is (2025)
»
details
C. Daniel Boling - It Matters (2025)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
»
details
Country Honk - Bad Decision (2025)
»
details
Tony Kamel - We're All Gonna Live (2025)
»
details
John Howie Jr. & the Rosewood Bluff - The Return Of.... (2025)
»
details
Chaparelle - Western Pleasure (2025)
»
details
Rhiannon Giddens & Justin Robinson - What Did the Blackbird Say to the Crow (2025)
»
details
Pitney Meyer - Cherokee Pioneer (2025)
»
details
James Cook - Texican Velvet (2025)
»
details
Zara Alexandra - Yelling at the Sky (2025)
»
details
Garrett T. Capps - Life Is Strange (2025)
»
details
Muscadine Bloodline - ...And What Was Left Behind (2025)
»
details
Jon Pardi - Honkytonk Hollywood (2025)
»
details
Kitty Wells - Country Hit Parade (1956)
De begrippen 'Country' & 'Western' zijn al lange tijd niet meer per definitie samengesmolten, laat staan onafscheidelijk, maar ze staan nog wel voor de twee genres die ik als mijn favoriete beschouw; de eerste als het gaat om muziek, de tweede voor wat betreft beeld en geschrift. Het lijkt me geen vreemde wens bij je favoriete genres op de hoogte zijn van het beste wat daarbinnen te vinden valt. Op gebied van muziek streef ik er daarom naar de 100 beste countryalbums eens goed te (her)beluisteren. Rolling Stone heeft hiervoor een mooie geschikte lijst samengesteld en vandaag staat nummer 99 daaruit in de spotlight.
#99 - Kitty Wells' Country Hit Parade (1956) - 8,7/10,0
De artiest
Ellen Muriel Deason, beter bekend als Kitty Wells, werd geboren op 30 augustus 1919 te Nasvhille, Tennessee. 'Een mooie plek om op te groeien tot muzikant of artiest', zou je zeggen, en dat is dan ook wat in haar geval gebeurde. De familie waarin ze opgroeide speelde daarbij een belangrijke rol. Zo leerde haar vader haar gitaarspelen, was haar moeder een gospelzangeres en trad zijzelf al in haar tienerjaren op tezamen met haar zussen als The Deason Sisters.
Het was de man die ze trouwde, Johnnie Wright, die een belangrijke bijdrage leverde aan haar 'bekendwording'. Met Jack Anglin vormde hij een duo dat furore maakte binnen de muziekwereld en er was daarbij af en toe een kleine ondersteunende rol weggelegd voor Wells, wiens artiestennaam door haar man uit het lied 'Sweet Kitty Wells' van The Pickard Family werd afgeleid. Omdat de gedachte heerste dat vrouwen niet veel muziek zouden verkopen duurde het nog enkele jaren voor ze voor het eerst solo opnam, maar haar eerste single, 'It Wasn't God Who Made Honky Tonk Angels', was meteen een hit en de rest werd en is geschiedenis.
De plaat
Albums maken was zo normaal nog niet halverwege de vijftiger jaren, dus als je al verscheidene rake singles/hits had gehad, was het een aangenaam idee deze nog eens tezamen beschikbaar te stellen voor een aaneengeschakelde luistersessie. In 1956 kwam Kitty Wells daarom met haar 'Country Hit Parade', een soort compilatiealbum waarop een aantal favorieten waren samengevoegd. Het repertoire dat ze in de jaren ervoor had opgebouwd maakte het mogelijk daar een heel degelijke selectie uit te kunnen maken.
De nummers die op de plaat terechtkwamen zijn opgenomen tussen 1952 en 1955 in Wells thuisstad Nashville, Tennessee. Het grootste deel van de opnamesessies vond plaats in Castle Studio en een tweetal van de nummers werd opgenomen in Owen Bradley Studio. Hoewel verschillende muzikanten op meerdere van de nummers meespeelden, had ze geen vaste opnameband en hebben verschillende instrumentalisten hun opwachting gemaakt gedurende de jaren waarin de verscheidene singles werden opgenomen. Wat wel een constante was, was dat zowel de opnames als uitgaven (waaronder die van dit album) plaatsvonden met dank aan het label Decca.
De sound
Als we het over dit album hebben, hebben we het over de jaren '50 van de vorige eeuw en dat zou er voor een doorgewinterde countryluisteraar waarschijnlijk niet bij te hoeven worden verteld. 'Het is er aan af te horen', zou je kunnen zeggen, maar dat mag wat mij betreft gerust een positieve vaststelling worden genoemd. Het countrygenre bestond nog niet zo lang dat het te veel in herhaling begon te vallen, maar ging al wel zo lang mee dat het qua hoofdingrediënten perfect was gefinetuned.
De instrumentatie heeft de tand des tijds daarmee prima doorstaan. Wat wel af en toe wat onwennig kan aanvoelen is de breekbare stem waarmee Wells haar liederen ten gehore brengt. Of het vakkundig binnen de lijntjes is, durf ik niet te beoordelen, maar gevoelsmatig balanceert ze soms op het randje tussen zuiver en vals. Toch gaat er hierdoor een bepaalde echtheid mee gemoeid die juist bijdraagt aan de zeggingskracht die elk lied overduidelijk blijkt te hebben.
De teksten
Die zeggingskracht komt tevens en grotendeels voort uit de teksten. Een van de mooiste voorbeelden hiervan is de grootste hit, 'It Wasn't God Who Made Honky Tonk Angels', een van de vroegste 'antwoordliederen' die immens populair werd. Nadat Hank Thompson schijnbaar iets te losbandig was toen hij God benoemde als de ontstaansbron van de in honky-tonks aanwezige (vrouwelijke) 'engelen', vroeg Wells zich als het ware af of die 'engelen'-benaming überhaupt wel van toepassing was en betichtte ze de vele zedeloze mannen ervan dat ze een hoop vrouwen op het verkeerde pad brachten.
'Cheatin's a Sin', zingt ze eerder op het album al eens net zo rechtdoorzee en met titels als 'There's Poison in Your Heart', 'I've Kissed You My Last Time', 'I Don't Claim to Be an Angel' en 'I'm Too Lonely to Smile' draait ze al net zo min om de hete brij heen. Vaak zijn die titels en/of refreinen ook meteen de hoogtepunten van het lied, maar wanneer je de coupletten puur als opvulling zou beschouwen mis je in de meeste gevallen een hoop moois. Stuk voor stuk weten de nummers immers een interessant verhaal of boeiende boodschap te brengen, meestal kort, maar nagenoeg altijd krachtig.
De conclusie
De titel verraadde het al, maar bij het luisteren wordt het maar wát duidelijk: dit zijn hits. Elke hit die het tot dit album geschopt heeft is het beluisteren meer dan waard en er staat er niet een op die de rest naar beneden haalt. Sterker nog, ze vullen elkaar moeiteloos aan en komen tezamen op een album net zo goed tot hun recht als losjes op een willekeurig moment via de radio of ergens te midden van een gehusselde afspeellijst. Ze klinken elk apart al geweldig, maar gezamenlijk en op een rij des te mooier.
»
details
» naar bericht » reageer
Tony Logue - Dark Horse (2025)
»
details
Ashleigh Flynn & The Riveters - Good Morning, Sunshine (2025)
»
details
The Lil Smokies - Break of the Tide (2025)
»
details
Cameron Knowler - CRK (2025)
»
details
Grey DeLisle - The Grey Album (2025)
»
details
Daniël Lohues - En Zo Is 't Gaon (2025)
Begin maart keek ik al even met een schuin oog naar de 'merchandise'-tafel die in het Hardenberger theater De Voorveghter stond opgesteld bij het optreden dat Lohues daar die avond zou verzorgen. Het was nog niet zo ver schijnbaar; er zou nog geen nieuwe plaat komen. Stiekem stelde dat toch een klein beetje teleur, want het was al eens zo geweest dat er daar een album te koop was voordat de rest van de wereld überhaupt van het bestaan van de plaat op de hoogte was. Dát was ditmaal niet het geval, maar tijdens de voorstelling liet de Nedersaksische troubadour mondeling wel doorschemeren dat er iets aan zat te komen en de liederen die hij ten gehore bracht getuigden daarvan.
Veel langer dan een maand duurde het vervolgens niet voordat Spotify me het seintje gaf dat dit album dat ik van tevoren had opgeslagen beschikbaar was. Er gingen vervolgens geen dagen overheen voor ik van dat heugelijke feit geprofiteerd heb en nieuwsgierig de grote groene afspeelknop aantikte. Verschillende nummers klonken al enigszins herkenbaar omdat ze al in het theater ten gehore werden gebracht, maar diverse nummers pasten er die avond niet bij tussen en hoorde ik ditmaal voor het eerst. In welke van die twee categorieën ze ook vielen, tezamen vormen die nummers nu een mooi nieuw album.
Wat een van de meest opvallende dingen was, was dat net als op het vorige album ook ditmaal zowaar werd geëxperimenteerd met de Nederlandse taal, zoals die vandaag de dag ook wel als 'algemeen' en 'beschaafd' bekend staat. Bij het nummer 'Wees Niet Bang' is dat het geval. Dat gaat niet per se accentloos (wat waarschijnlijk het streven ook niet is en niet moet zijn) maar komt duidelijk naar voren uit het wegblijven van puur dialect of 'ingeslikte' woorden. Ook wel eens leuk natuurlijk, maar daarmee toch een ietwat vreemde eend in de bijt. Het overige elftal klonk immers vertrouwder, want dat is wel geschreven en gezongen in de taal die inmiddels al jarenlang de standaard is.
Wat opmerkelijk blijft is de kwantiteit die met de voor Lohues standaard geworden kwaliteit gepaard gaat. Je bent geneigd te denken dat de twee niet samen kunnen bestaan, waardoor je het soms niet in de gaten hebt zodra je geconfronteerd wordt met een zeldzame uitzondering op die zo vaak geldende regel. "Het is 't ien of 't ander, mooi nie' allebei", zong de virtuoos zelf eens, maar mooi wél dus: een eindeloze bron aan inspiratie én een weergaloos niveau dat daarbij de norm blijft.
Ik meen me te herinneren dat tijdens zijn theatervoorstelling naar voren kwam dat zijn huidige muzikale partners Bernard Gepken en Reyer Zwart ook ten tijde van de plaatopnames zijn compagnons waren. Schijnbaar spreekt het niet voor zich dat zulke informatie op het zo educatief geachte internet wordt gedeeld, want daar kan ik er voorlopig helaas nog maar weinig over achterhalen, maar als het anders blijkt te zijn hoop en verwacht ik de feitelijkheden op dat gebied te kunnen aanvullen of corrigeren zodra het album in vinylvorm gearriveerd is en er via die weg waarschijnlijk meer gegevens over de albumproductie beschikbaar zijn. Dan wee'w' pas écht hoe 't (e-)gaon is, zou ik haast zeggen.
Hoe het precies gegaan is, weet je echter nooit, want er rest altijd dat ongrijpbare waarmee een kunstenaar zich onderscheidt van de verwonderende consument. Dit album is de zoveelste in een reeks die daarvan het sprekende bewijs is, want wederom wordt duidelijk dat Lohues zich zowel muzikaal als tekstueel een van de grootsten mag weten binnen zijn vakgebied. Ik kijk alvast uit naar een eventuele volgende keer dat ik hem mag zien optreden en hoop tot die tijd nog regelmatig deze plaat op de draaitafel te kunnen leggen zodra dat tegen het eind van de maand mogelijk wordt.
»
details
» naar bericht » reageer
Ned LeDoux - Safe Haven (2025)
»
details
Turnpike Troubadours - The Price of Admission (2025)
Er zijn niet echt artiesten waarvan ik elk liedje dat ze ooit uitbrachten van voor naar achter mee kan zingen, waarbij elke eerste noot die ik hoor genoeg is om de titel van het nummer te raden en waarom ik alles aan de kant leg om een nieuw album of nummer te beluisteren zodra het de wereld wordt ingeslingerd. Maar toch, als er een band is die bij een dergelijke status in de buurt komt en zich wat mij betreft van een hoop minder interessante artiesten weet te onderscheiden, dan is het wel het zelden teleurstellende Turnpike Troubadours.
Iets meer dan een week geleden was in Stillwater, Oklahoma vrijwel vanuit het niets een billboard zichtbaar waarop werd aangekondigd dat de band met iets nieuws zou komen. 'The Price of Admission', viel er op het bord te lezen en de geruchtenmolen kwam op gang, met alle tot speculaties leidende gevolgen van dien. Eerder had de band te maken gehad met muziek die voor de releasedatum gelekt werd via TouchTunes en als knipoog was daar nu ook een nummer genaamd 'Be Here' te bespeuren. Maar goed, er kwam meer, een heel album dus, en daar lieten ze geen gras over groeien. Fysieke uitgaven werden voorlopig nog niet aangekondigd, maar begin deze week was het nieuwe album alvast in digitale vorm te bestellen en op te slaan in verschillende streamingdiensten, waarna het publiek maken van de zogenaamde tracklist ook niet al te lang meer op zich liet wachten.
Gisteren was 'The Price of Admission' voor het eerst in zijn geheel te beluisteren. De eerste klanken die tijdens het fietstochtje naar mijn werkadres via mijn oordopjes bij me binnenkwamen waren meteen vertrouwd. Dit heeft de potentie zich als een tijdloze herinnering in mijn geheugen te nestelen, dacht ik bij mezelf; dit kunnen zomaar nummers zijn die ik binnenkort van voor naar achter mee zou kunnen zingen en waarvan elke noot me bekend in de oren zou kunnen gaan klinken na verloop van tijd.
Muzikaal gezien is het zoals het in hun beste dagen geweest is. Vooral Kyle Nix (viool) en Hank Early (steelgitaar) brengen het album dankzij hun nadrukkelijke aanwezigheid naar grote hoogten. Sowieso is geen van de bandleden onnodig achtergrondfigurant en spelen ze allen een belangrijke rol in de productie van het zo mooie, herkenbare totaalgeluid. De vorige keer was niet iedereen te spreken over de manier waarop Jennings een en ander productietechnisch had aangepakt en was met name het vioolgeluid volgens velen te ver naar de achtergrond verdrongen. Bewust heb ik het niet ondervonden, maar ik kan me zo voorstellen dat de onwennigheid tussen de band en nieuwe producer er ook voor gezorgd hebben dat 'A Cat in the Rain' voor mij nét niet helemaal dat kleine beetje extra had waar je normaal gezien op hoopt. Dat beetje extra voel ik dit keer wel.
Met name voor Felker geldt dat hij het schrijven van rake teksten nog lang niet lijkt te zijn verleerd. Nummers als 'On the Red River' ("We learned pain was the price of admission and you're never done paying it down"), 'Be Here' ("At the risk of sounding cavalier, my head and heart and conscience clear, I pray deliverance from fear - the only thing I need now") en 'Heaven Passing Through' ("Hold on to the moment like it's heaven passing through") spreken boekdelen en zijn daarmee nieuwe getuigenissen van het feit dat er geen band is die in de buurt komt van de status die Turnpike Troubadours het afgelopen decennium heeft weten op te eisen.
Er zijn wat hun uitgaven betreft twee albums die de rest van het oeuvre overstijgen. Dat zijn 'Diamonds & Gasoline', uit 2010 en het uit 2012 afkomstige 'Goodbye Normal Street'. Als je het mij vraagt staat de rest van hun muziek daar qua genietbaarheid niet al te ver onder en dit nieuwe album doet voor die fantastische rest op haar beurt weer niets onder. Sterker nog, voorlopig ben ik geneigd deze plaat bij het illustere tweetal te voegen, al zal de tijd moeten leren of dat uiteindelijk gerechtvaardigd zou zijn. Dat ik het nooit als hun slechtste album zal gaan beschouwen, staat voor mij echter al overduidelijk buiten kijf.
Nu zou ik mezelf dierenvriend noch dierenhater willen noemen, maar het drietal dat op de voorkant van de bij deze plaat horende albumhoes prijkt, mag er zeker wezen. De beesten zijn met hun majestueuze voorkomen in elk geval representatief voor wat dit album herbergt, want na een geslaagd opstapje waarmee ze weer opkrabbelden na hun aanvankelijke opheffing, zijn de Turnpike Troubadours weer helemaal hun majestueuze zelf en daarmee definitief terug van weggeweest. En dat is, op zijn zachtst gezegd, een aangename vaststelling.
»
details
» naar bericht » reageer
Michael Hurley - Long Journey (1976)
»
details
Matt Daniel - The Poet (2025)
»
details
Tyler Grant - Flatpicker (2025)
»
details
Pug Johnson - El Cabron (2025)
»
details
The Moran Tripp Band - Jumpers Hole (2025)
»
details
Rachel Brooke - Sings Sad Songs (2025)
»
details
Alison Krauss & Union Station - Arcadia (2025)
»
details
Michael Cleveland & Jason Carter - Carter & Cleveland (2025)
»
details