Iets slechts schrijven over Chimes at Midnight voelt een beetje als een oude vriend afvallen. Ik herinner me nog waar ik Madrugada de eerste keer hoorde, en ze meteen in mijn hart sloot toen Sivert Høyem me omver mepte met die eerste regels: 'You better run, you better run, you better not wait too long'. Madrugada was als de bandnaam: spannend donker. Je wist nooit wat er in de schemering opdook. Ik was verkocht vanaf die eerste minuten van Industrial Silence.
Maar tegenover een vriend mag je eerlijk zijn. Ik gun Madrugada oprecht alle succes. Van mij mag Chimes at Midnight een millionseller worden, en dit keer niet alleen in Noorwegen en Griekenland. Maar artistiek heeft deze plaat het helaas niet. Zowat alle songs houden hetzelfde lage tempo aan, en elke compositie focust op het met fijne penseelstreekjes omlijsten van Sivert Høyems zeer woordrijke, doorgaans over ontspoorde liefde handelende teksten. Dat zou geen probleem zijn als die penseelstreekjes vele kleuren aannamen, maar dat gebeurt niet. De reden ligt voor de hand: het ontbreken van de in 2007 overleden gitarist Robert Burås. Die kon met twee noten een heel palet aan sferen tevoorschijn toveren, maar ook ongemeen venijnige rockriffs uit zijn gitaar ranselen. Op Chimes at Midnight klinkt het gitaarwerk daarentegen bedroevend anoniem, en memorabele riffs zijn er niet te bespeuren.
Goed, Sivert Høyem is nog altijd Europa's beste zanger. Wat een warmte, wat een achtelijke souplesse... Maar ook hij kan beter. Luister maar naar zijn laatste volwaardige, en over de gehele linie briljante soloworp Lioness. Op die plaat hoefde hij geen bandgevoel te faken, want ze verscheen onder eigen naam, en dat gaf de ruimte om ongedwongen met klank en sfeer te experimenteren. En hij hoefde de songs ook niet Madrugada-gewijs nodeloos te rekken, wat ik altijd het minpunt van de groep vond, en wat ook hier weer gebeurt: veel songs gaan maar door, en het hele album is met 58 minuten minstens een kwartier te lang.
Wat niet wil zeggen dat deze plaat slecht is. Nobody loves you like I do leunt nog het dichtst tegen het oude groepsgeluid aan en is een prima opener, het kamerbrede, met toetsen op smaak gebrachte Stabat Mater had niet op Lioness misstaan, en de rest heeft voldoende klasse om in kleine doses te worden geserveerd, laat op de avond met een glas wijn en een kaasplankje. Aangenaam donker. Maar spannend donker zoals vroeger wordt het nergens.