MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten mpartz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Madrugada - Chimes at Midnight (2022)

poster
3,0
Iets slechts schrijven over Chimes at Midnight voelt een beetje als een oude vriend afvallen. Ik herinner me nog waar ik Madrugada de eerste keer hoorde, en ze meteen in mijn hart sloot toen Sivert Høyem me omver mepte met die eerste regels: 'You better run, you better run, you better not wait too long'. Madrugada was als de bandnaam: spannend donker. Je wist nooit wat er in de schemering opdook. Ik was verkocht vanaf die eerste minuten van Industrial Silence.

Maar tegenover een vriend mag je eerlijk zijn. Ik gun Madrugada oprecht alle succes. Van mij mag Chimes at Midnight een millionseller worden, en dit keer niet alleen in Noorwegen en Griekenland. Maar artistiek heeft deze plaat het helaas niet. Zowat alle songs houden hetzelfde lage tempo aan, en elke compositie focust op het met fijne penseelstreekjes omlijsten van Sivert Høyems zeer woordrijke, doorgaans over ontspoorde liefde handelende teksten. Dat zou geen probleem zijn als die penseelstreekjes vele kleuren aannamen, maar dat gebeurt niet. De reden ligt voor de hand: het ontbreken van de in 2007 overleden gitarist Robert Burås. Die kon met twee noten een heel palet aan sferen tevoorschijn toveren, maar ook ongemeen venijnige rockriffs uit zijn gitaar ranselen. Op Chimes at Midnight klinkt het gitaarwerk daarentegen bedroevend anoniem, en memorabele riffs zijn er niet te bespeuren.

Goed, Sivert Høyem is nog altijd Europa's beste zanger. Wat een warmte, wat een achtelijke souplesse... Maar ook hij kan beter. Luister maar naar zijn laatste volwaardige, en over de gehele linie briljante soloworp Lioness. Op die plaat hoefde hij geen bandgevoel te faken, want ze verscheen onder eigen naam, en dat gaf de ruimte om ongedwongen met klank en sfeer te experimenteren. En hij hoefde de songs ook niet Madrugada-gewijs nodeloos te rekken, wat ik altijd het minpunt van de groep vond, en wat ook hier weer gebeurt: veel songs gaan maar door, en het hele album is met 58 minuten minstens een kwartier te lang.

Wat niet wil zeggen dat deze plaat slecht is. Nobody loves you like I do leunt nog het dichtst tegen het oude groepsgeluid aan en is een prima opener, het kamerbrede, met toetsen op smaak gebrachte Stabat Mater had niet op Lioness misstaan, en de rest heeft voldoende klasse om in kleine doses te worden geserveerd, laat op de avond met een glas wijn en een kaasplankje. Aangenaam donker. Maar spannend donker zoals vroeger wordt het nergens.

The Stranglers - Coup de Grace (1998)

poster
3,0
Nogal wat mensen vinden dit een dieptepunt in het Stranglers-oeuvre, maar van de periode met Roberts en Ellis is dit zeker niet de slechtste plaat. Die twijfelachtige eer krijgt voorganger Written in Red. We onthouden hier vooral de terugkeer van J.J. Burnel als songschrijver en zanger. Ergens heeft hij de muze hervonden en dat zal achteraf beslissend blijken voor het voortbestaan van de groep.

You Don't Think That What You've Done is Wrong is naar verluidt een sneer richting Hugh Cornwell, en wordt door Burnel onvast gezongen, maar is als compositie niet verkeerd. Known Only Unto God neigt naar kitsch en gaat zijn vocale capaciteiten te boven, maar is tegelijk gedurfd en vol goede bedoelingen - en juist die bereidheid om risico's te nemen maken The Stranglers telkens weer zo boeiend. Maar het hoogtepunt is toch wel Burnels echtscheidingsballade In The End, met afstand de mooiste song die The Stranglers in de jaren negentig afleveren (nou ja, samen met Time to Die).

Ook niet slecht: de titelsong, een alleszins aardig staaltje garagelawaai. Verder: Paul Roberts irriteert in Jump Over My Shadow minder dan normaal. Al bij al, geen noodzakelijke aanschaf, maar een stuk beter dan zijn reputatie.

The Stranglers - Feline (1983)

poster
5,0
Sommigen noemen Feline een commerciële knieval, maar ik waag het tegenovergestelde te concluderen. De groep gooide de elektrische gitaar na tien jaar overboord en verving hem door een akoestische, de zo kenmerkende Stranglers-bas hield op met grommen, synthpartijen vulden de ruimte en de drums kwamen plots uit een machine. Een nog radicalere breuk met hun verleden konden The Stranglers moeilijk maken.

Wat ervoor in de plaats kwam was een hoogst origineel huwelijk tussen modern en traditioneel, warm en koud, en bovenal Europees van kleur. The Stranglers klonken nooit zo on-Brits als hier, met melancholische popsongs die de stijlelementen uit Duitsland en Frankrijk haalden. Trouwens opgenomen in de Europese hoofdstad Brussel. Het zal geen toeval zijn.

Toegegeven, ik moest destijds ook wennen aan deze plaat. Maar door de jaren heen is Feline bij mij enorm gegroeid, en het is de laatste van de Cornwell-periode die van voor naar achteren de aandacht vasthoudt. Het hoogtepunt is opener Midnight Summer Dream, met een sublieme keyboardpartij en een prachtige, voorgedragen tekst die elke broeierige zomernacht vult met weemoed.