In de loop van 1982 werd duidelijk dat zowel Black Sabbath als hun voormalige zanger een dubbellive-elpee zouden uitbrengen. Iets wat het moederschip in de jaren ’70 had verzuimd, met als gevolg het te laat verschenen en bovendien tegenvallende
"Live at Last" (1980). Inmiddels twee jaar fan, had ik een deel van de backcatalogus gehoord, zodat ik erg nieuwsgierig was naar beide komende albums.
In 1982 wisten wij fans (uit de papieren tijdschriften) dat Osbourne zijn liveplaat uitbracht vanwege contractuele verplichtingen aan Jet Records, het label van zijn schoonvader. Ook lazen we dat Bernie Tormé (ex-Gillan) de omgekomen gitarist Randy Rhoads had vervangen tijdens de Amerikaanse tournee en op zijn beurt alweer was vervangen door ene Brad Gillis. Deze was van de nieuwe band Night Ranger, die binnenkort zou debuteren en nu dus
Speak of the Devil had ingespeeld. Tenslotte leerden we dat deze dubbelaar tijdens twee speciaal voor het album gecreëerde shows was opgenomen.
Ik keek gespannen uit… Toen
Speak uitkwam, was Oor
positief en ik zowel blij als verontrust. Blij met de setlist, maar met zo’n hoes kon ik niet thuiskomen, dat zouden mijn ouders niet goed vinden… Heb wel diverse malen verlekkerd met de hoes in handen in een platenzaak gestaan. Resultaat: de laatste twijfel werd weggenomen, het werd definitief
Live Evil dat ik zou aanschaffen.
Pas via YouTube hoorde ik
Speak voor het eerst, decennia later dus. Opvallend is dat Gillis een veel vloeiender stijl heeft en niet poogt de oorspronkelijke partijen van Iommi te imiteren. In de solo van
Sweet Leaf doet hij bijvoorbeeld volstrekt zijn eigen ding. Daar kun je over mopperen, maar ik vind het lekker.
Net als het feit dat ein-de-lijk nummers van ná 1973 worden gespeeld, zij het karig:
Symptom of the Universe en
Never Say Die, twee van mijn grote favorieten. Negen nummers zijn van de eerste drie albums en van
Vol. 4 wordt niets gespeeld. Dat laatste is jammer, net als dat
Never Say Die langzamer klinkt dan in de studioversie. Desondanks een smeuïge setlist.
Producer Max Norman heeft na de opnamen duidelijk aan de stem van Osbourne gesleuteld: hier en daar klinkt die dubbel, ofwel is er een chorusachtig effect overheen gehaald. De band (naast Gillis: bassist Rudy Sarzo en drummer Tommy Aldridge) klinkt als een geoliede en creatieve machine, zoals het nieuwe slot van
Sabbath, Bloody Sabbath laat horen. Al met al een prima album, waarbij de muziek in deze jasjes enige grimmigheid is verloren. Ik kan slechts gissen of ik dat indertijd een probleem had gevonden.
Later las ik op Wikipedia de nodige ontnuchterende details over de totstandkoming, verhalen die in 1982 systematisch van de pers – en dus de fans - waren weggehouden. Onbekend was dat Osbourne het plan voor dit album al begin februari ’82 aan de band had medegedeeld en dat deze mannen weigerden mee te werken aan zo'n "coveralbum", waar ze immers slechts uitvoeringscredits voor zouden krijgen.
In de woorden van Sarzo leidde dit tot Osbournes
“worst drinking binges I had ever witnessed”. Beschonken en woedend ontsloeg hij de band en urineerde even later tegen de
Alamo, wat hem een boete en veel publiciteit opleverde, passend bij zijn imago van ‘madman’. Eenmaal nuchter kon Osbourne zich niet meer herinneren dat hij de drie had ontslagen... Het leidde ertoe dat zowel Rhoads (voor de tweede maal) als Sarzo besloten om de band na de tournee te verlaten. Toen de gitarist noodlottig om het leven kwam, volgde enige berusting: de bandleden verkeerden lange, lange tijd in rouwstemming.
Ik heb de autobiografie I Am Ozzy (2009) gelezen, maar over het ontslag wordt niet gerept… Ongetwijfeld omdat het beeld moest worden gecreëerd dat de relatie tussen zanger en gitarist altijd heel goed was.
Meer feitjes dus op Wiki, zoals dat Osbourne niet kwam opdagen bij de repetities voor
Speak, hetgeen de onvrede bij de vaste bandleden nog eens extra verhoogde; dat een derde show voor dit album zonder publiek werd opgenomen om de producer meer keuze te geven, een sessie waaruit minimaal
Sabbath, Bloody Sabbath afkomstig is; dat Osbourne tijdens deze optredens
kaal was, iets was misgegaan met waterstofperoxide (las ik indertijd in Oor) of een scheerapparaat (Wikipedia); en dat Sarzo, klaar met Osbournes excessen, inmiddels met Quiet Riot aan een nieuw album werkte.
Ook in 1982 had ik geoordeeld dat dit niet het gehoopte livealbum met Sabbathmateriaal was. Desondanks een goede set die vreemd genoeg nog altijd niet op streaming is te vinden, afgezien van YouTube. Vast iets met rechten en geld; passend bij de financiële motieven voor dit album, ook nu we een dikke veertig jaar verder zijn. Het verkocht in de Verenigde Staten beter dan die van de Sabs. In Engeland was dat juist omgekeerd.
Verder was dit de perfecte reclame voor de nieuwe groep Night Ranger. Najaar 1982 hoorde ik bij (denk ik) BBC Radio 1 hun verslavende oorwurm
Don’t Tell Me You Love Me van het debuut
Dawn Patrol. Prachtig soleerwerk van Gillis, waardoor ik het extra jammer vond dat ik
Speak of the Devil niet kon kopen.