MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

The Gary Moore Band - Grinding Stone (1973)

mijn stem
3,34 (28)
28 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: CBS

  1. Grinding Stone (9:38)
  2. Time to Heal (6:21)
  3. Sail Across the Mountain (7:15)
  4. The Energy Dance (2:24)
  5. Spirit (17:15)
  6. Boogie My Way Back Home (5:43)
totale tijdsduur: 48:36
zoeken in:
avatar van Karma_To_Burn
3,5
Best een lekker albumpje! Ben nu vanaf de start begonnen met de solo carrière van Moore en ga zo beetje bij beetje alle albums af(ja een hele klus, maar ben van Moore zijn muziek gaan houden nadat ik meerdere concerten van hem heb gezien)
Grinding Stone Is een heerlijk spacend en groovy 70s nummer, Time to Heal & Sail Across the Mountain doen me jammer genoeg nog niet zoveel. Fijne nummertjes, maar niet de behoefte die vaak op te zetten(nog niet althans)
The Energy Dance en vooral de daaropvolgende Spirit zijn wel weer heerlijke nummers en Spirit is duidelijk mijn favoriete nummer van dit album!
Boogie My Way Back Home Luistert lekker weg maar doet me ook niet zo heel veel, toch valt me dit voor een eerste album helemaal niet zo tegen. De Lizzy invloeden vallen trouwens ook goed mee, Moore probeerde al gelijk naar een eigen sound te zoeken.

3,5*

avatar van hnzm
4,0
Volgens de Wikipedia - Gary Moore pagina is Grinding Stone ...
'An eclectic mix of blues, rock and jazz, the album proved to be a commercial flop with Moore still unsure of his musical direction.'

Hoewel?

Hoewel ik niet zo'n blues en al helemaal geen jazzliefhebber ben, vind ik dit een heerlijke plaat. En ik ervaar het ook als een evenwichtig album qua stijl.

Hoewel ik Gary Moore meer als een gitarist zie, geniet ik op Grinding Stone toch vooral van zijn zang. Op mijn twee favoriete tracks 2 en 3 laat hij zich heerlijk gaan. Voorbeelden?
- Time To Heal
- Sail Across The Mountain

En dat voor het 21 jarig broekie dat Gary in 1973 nog was. Respect!

avatar van RonaldjK
4,0
Hoe kon een nog maar 21-jarige al zo jong een sterke solodebuutplaat maken als dit Grinding Stone? Voor het antwoord is het goed om iets te weten over de voorgeschiedenis van Gary Moore. Voor wie dat teveel is: onderaan de conclusie.

Momenteel lees ik Moores biografie (2022) van de hand van Harry Shapiro. Ik dacht al het nodige over de man te weten uit de boeken die ik over Thin Lizzy las, maar dit gaat toch een stuk verder. Shapiro heeft tientallen mensen geïnterviewd, van wie een deel inmiddels net als de gitaarlegende is overleden.
Zo ontvouwt zich het verhaal, beginnend met een mollig, protestants jongetje in Belfast. Hij werd gepest, om in de gitaar zijn uitlaatklep en uitzonderlijke talent te ontdekken. Nadien een gesloten karakter hebbend, af en toe iets persoonlijks meldend in zijn teksten. Ongelukkig in de liefde, waarin uitersten als passie en toewijding vochten met onzekerheid en wispelturigheid, zeker in zijn jonge jaren.

Na zijn eerste lokale bekendheid als stergitarist verruilt hij in de zomer van 1968 Belfast voor het katholieke Dublin, nog maar zestien jaar oud. Hij komt er zowel in een folk- als een rockcircuit terecht, waar hij spoedig bevriend raakt met latere managers, roadies en muzikanten van Thin Lizzy.
Ook daar wordt zijn talent spoedig herkend. Bandleider Brush Shiels haalt hem ogenblikkelijk bij zijn groep Skid Row, waar Moore een jaar later meemaakt dat zanger Phil Lynott wordt ontslagen wegens valszingen.
Moores eerste albumopnamen zijn echter voor het debuut (1969) van Granny's Intentions: als de gitarist tijdens de opnamen plotseling vertrekt neemt Moore zijn plek in. Hij is op zeven nummers te horen, verrassend genoeg juist die met country- en folkinvloeden, zoals in Fourthskin Blues.
Ook speelt hij op het debuut (1970) van Dr. Strangely Strange, waar folkrock zich vermengt met blues, zoals in het briljante Sign on my Mind.

In december 1969 opent Skid Row in Dublin voor Fleetwood Mac en ontmoet Moore zijn held Peter Green, de gitarist van die groep. Skid Row verhuist begin 1970 naar Londen.
In de biografie verhaalt Shapiro dat Moore en Green elkaar in de Britse hoofdstad regelmatig spreken. Ze komen daarbij overeen dat Moore de gitaar van Green mag overnemen, voor het bedrag waarvoor hij zijn eigen gitaar kan verkopen. De Noord-Ier aarzelt niet en stapt een instrumentenzaak tegen, waar zich net ene Bernie Marsden bevindt. Volgens het dagboek van deze latere gitarist van Whitesnake verkoopt Moore op 23 oktober 1970 zijn gitaar aan hem voor 140 pond. Voor hetzelfde bedrag komt Moore vervolgens in het bezit van de gitaar van Peter Green.

De verdiensten zijn laag en als datzelfde jaar Thin Lizzy eveneens in Londen landt, wordt nogal eens met hen, inclusief roadies en vriendinnen, woonruimte gedeeld. Geld is schaars, het sociale leven rijk, waarbij menig vriendinnetje de rekeningen van haar vriend mag betalen.
Skid Row zal het niet maken, dankzij een ratjetoe aan muziekstijlen en maatsoorten. Dat hun debuut Skid de Britse albumlijst haalt en twee Amerikaanse tournees worden gedaan, verhelpen dit niet. Wel is Moores naam als supertalent inmiddels gevestigd. December 1971 verlaat hij de groep. Zijn tijdelijke vervanger is een andere Noord-Ier, Eric Bell van Thin Lizzy kluste korte tijd bij.
Bandleider Brush Shiels blikt op p. 63 van het boek terug: “A simple country song, then something in 11/4 time? Nobody would do that, it's bad for business. I take responsibility for everything that went wrong. You couldn't tell me anything".

Voor zijn solodebuut besluit Moore om zich meer op één stijl te focussen. Hierbij is hij onder de indruk van de Allman Brothers Band, met wie vriendschap was gesloten tijdens Skid Rows tweede Amerikaanse tournee. Met hulp van onder meer Lynott vindt hij vier groepsleden.
Kort voor Kerstmis 1972 volgt een platencontract en wordt van het voorschot nieuwe apparatuur gekocht, inclusief een PA. Omdat technicus Martin Birch het tweede album van Skid Row 34 Hours toegankelijker had weten te maken dan het debuut, wordt deze gevraagd om Grinding Stone te produceren.

De muziek op Grinding Stone vormt dan ook wél een eenheid en is goed geproduceerd. Al is er veel variatie en virtuositeit, extreme uitsloverij ontbreekt. De instrumentale opener, tevens het titellied, is sterk opgebouwd met weliswaar tempowisselingen maar niet onnodig ingewikkeld. Time to Heal bevat Moores eerste leadzang en dat doet hij niet onverdienstelijk. In het gevoelige en ingetogen Sail Across the Mountain bezingt Moore volgens Shapiro waarschijnlijk de gestrande relatie met Sylvia, de moeder van zijn eerste kind, dochter Saoirse.
De B-kant opent met The Energy Dance, instrumentaal rond de toetsen van Jan Schelhaas. Niet alleen aangenaam voor degenen die houden van groepen als Deep Purple, Rainbow, Uriah Heep, Emerson, Lake & Palmer en het Nederlandse Tricklebolt, maar ook een onverwachte pauze van het bandgeluid.
Dat keert terug met het langzaam opkomende Spirit dat vol virtuositeit zit, waarna de bluesshuffle van Boogie My Way Back Home de plaat stevig afsluit.

Als Moore kort voor verschijnen in mei '73 de achterzijde van de hoes te zien krijgt, is hij minder blij: de manager reduceerde de bezetting eigenhandig tot een trio. Dag Schelhaas bijvoorbeeld! De piepjonge zanger/gitarist zou hier een volgende dure les leren.

Succes blijft wederom uit, mede omdat een Britse tournee als voorprogramma van Joe Walsh vervalt door de oliecrisis. Dezelfde die in Nederland tot autovrije zondagen leidde. Gevolg is dat de leden om zich heen zien.
Dat is niet moeilijk in de Ierse enclave in Londen, inmiddels grotendeels woonachtig in 11 Larch Road in Cricklewood. Drummer Pearse Kelly assisteert najaar '73 tijdelijk Brian Downey: de stokkenman van Thin Lizzy heeft een armblessure en werkt met één hand, terwijl Kelly de andere arm waarneemt.
Als Moore begin januari 1974 wordt gevraagd om de vertrokken Thin Lizzygitarist Eric Bell te vervangen, hapt hij toe. Maar zijn muzikale honger was groter, reden om in augustus 1974 met drummer Jon Hiseman een instrumentale jazzrockgroep te beginnen: Colosseum II.

Grinding Stone blijkt vijftig jaar later een heel lekker plaatje te zijn. Niet in een stijl die ik vroeger had gewaardeerd (ik hoorde Moore in de eerste helft van de jaren '80 liever hardrock spelen), maar die wilde haren zijn inmiddels wel uitgevallen…
Knap geconstrueerde en afwisselende muziek van vóór Moores hardrockperiode met natuurlijk likkebaardend goed spel van alle muzikanten. Soms heeft het al iets weg van de fusion die Moore hierna zou spelen, toch overheersen rock en blues. Vier sterren en petje af voor dit wonderkind van toen.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 18:04 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 18:04 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.