Voodoo van D'Angelo is mijn favoriete plaat, en heeft voor een groot deel mijn muzikale smaak gevormd. Voodoo wees mij de weg naar al die andere muzikale soul en funk helden.
In een uitgebreide recensie zal ik uitleggen waarom deze plaat zo enorm bepalend is geweest voor mij, en voor de muziekindustrie.
D'Angelo zette iedereen op het verkeerde been om pas vijf jaar na zijn prima ontvangen debuut Brown Sugar (waarin hij soul met hiphop versmolt) Voodoo uit te brengen. Voodoo werd twee jaar na Brown Sugar al aangekondigd, maar werd eindeloos uitgesteld omdat D'Angelo kampte met een writersblock, en in de studio eindeloos nachten doorhaalde om zijn plaat te perfectioneren.
Veel platen die de tand des tijds hebben doorstaan en later bestempeld worden als klassieker, worden in eerste instantie niet goed begrepen, of hebben tijd nodig om te rijpen. Soms moeten ze in een tijdscharnier worden geplaatst, en kunnen ze pas daarom na enige tijd goed beoordeeld worden.
Zo geschiedde het ook met Voodoo. Fans van Brown Sugar begrepen Voodoo niet en verwachtte liedjes met een kop en een staart. Ook veel critici konden in eerste instantie weinig met de lossere aanpak van Voodoo, in een tijd dat r&b binnen een duidelijk kader opereerde. De liedjes op Voodoo waren volgens hen te los van opzet, en klonken meer als een uit de hand gelopen jam.
Met terugwerkende kracht weet men inmiddels dat D'Angelo juist een heel helder doel voor ogen had met Voodoo. Daar waar hij voor Brown Sugar nog geïnspireerd werd door Sam Cook, 90'S Hiphop en Smokey Robinson, (en Smokey nota bene nog een eerbetoon bracht door Cruisin te coveren) zo luisterde D'Angelo voor de opnames van Voodoo veel naar Prince, Jimi Hendrix en Sly And The Family Stone. D'Angelo wilde af van de urban muziek die eind jaren 90 populair was, r&b geproduceerd met pro tools en computers. Hij wilde zijn muzikale helden uit het verleden eren door zijn eigen draai aan soul en funk muziek te geven.
Met een aantal vrienden vormde hij de groep The Soulquarians ( oa: Questlove, Erykah Badu en Q-tip ). Een aantal leden van deze groep, hielpen hem ook bij de opnames en totstandkoming van Voodoo. Geïnspireerd als D'Angelo was door Jimi Hendrix's album Electric Ladyland, vonden de opnames voor Voodoo plaats in de Electric Lady studio's. De plaat heet dan ook niet voor niets Voodoo. Het is een verwijzing naar het nummer Voodoo Child, afkomstig van Electric Ladyland.
Omdat D'Angelo Voodoo zo veel mogelijk organisch wilde laten klinken, gebruikte hij vintage opname apparatuur, en werd de plaat bijna volledig opgenomen op tape. Voor de mixing benaderde hij Russel Elevado, een audio engineer die uitsluitend met vintage apparatuur werkt en D'Angelo ook al eerder hielp met de track Lady afkomstig van Brown Sugar, maar ook van de partij was op het nieuwste album van D'Angelo, Black Messiah. Het is dan ook mede aan de unieke mixing stijl van Elevado te danken, dat Voodoo zo intens broeierig en eigen klinkt.
D'Angelo koos ervoor om in de studio uitsluitend met gerenommeerde muzikanten te werken, afkomstig uit een breed scala van muziekgenres. Zo haalde hij hiphop drummer en vriend Questlove van The Roots binnen, en ook jazz trompetist Roy Hargrove en pop bassist Pino Palladino, die naam had gemaakt door onder andere met Phil Collins en Tears for Fears te werken, waren van de partij.
Hij liet de muzikanten eerst maandenlang met elkaar jammen, alvorens überhaupt iets op te nemen.
In die urenlange jamsessies ontstond het unieke samenspel tussen Questlove en Pino Palladino.
D'Angelo had Questlove opgedragen om zó strak de drummen dat het nauwelijks te onderscheiden zou zijn van een drumcomputer. Op andere momenten moest Questlove net na de tel drummen, alsof hij dronken was. Questlove biechtte later op dat hij in eerste instantie moeite had met de aanpak die D'Angelo voor ogen had. Hij was bang dat muzikanten of andere drummers hem zouden uitlachen. De manier waarop Questlove op Voodoo drumt was ten tijden van de opnames dan ook uiterst ongewoon en vernieuwend.
Questlove geeft in zijn boek Mo Meta Blues aan dat het drummen op Voodoo hem als muzikant het meest gevormd heeft. Toen hij eenmaal de slag te pakken had, werd hij volledig gebiologeerd door deze nieuwe manier van drummen. Hij was er zelfs zo mee bezig, dat hij album opnames voor zijn eigen band The Roots die geplant stonden, minder aandacht gaf. Voodoo legde beslag op al zijn tijd en aandacht.
Deze volledige toewijding typeert de muzikanten op Voodoo. Het is alsof D'Angelo alleen met 100% inzet en toewijding genoegen nam.
Voodoo is dan ook een plaat geworden waarop de muzikanten zichzelf en elkaar tot het uiterste dreven. Je proeft bijna het zweet, zoals ze daar nachtenlang hebben staan jammen.
Je voelt de nachtelijke hitte, de vette beats en de pompende baslijnen zo moddervet dat ze door je lichaam heen beuken. Je hoort geheimzinnige gesprekken, lachsalvo's, en D'Angelo's gedubbelde falset in en out faden. En als de plaat is afgelopen weet je niet helemaal wat je gehoord hebt, en misschien begrijp je het ook niet. Wat rest is de plaat nogmaals opzetten, de volume knop nog wat omhoog. Je weer laten meevoeren, naar een tijdloze plek waarin Hiphop, soul, jazz, funk en pop samenkomen. Een bezwerende betovering. De Voodoo van D'Angelo is 16 jaar na dato nog lang niet uitgewerkt.
- Playa Playa: Het openingsnummer, dat metaforen aanhaalt van een basketbal wedstrijd. Langzaam start het Voodoo ritueel, je hoort wind, bezwerende stemmen en traag en stroperig ( zo typerend voor een D'Angelo song ) komt het album op gang.
Eerst drums, dan de pompende bas van Palladino, en later valt het koperwerk van Roy Hargrove in.
- Devil's Pie: Prachtig hoe de Voodoo van Playa Playa langzaam overgaat in Devil's Pie. Er klinkt een scratch en dan valt de bas en de beat in. In Devil's Pie zingt D'Angelo over een wereld die opgeslokt wordt door geld en hebzucht. De track is geproduceerd door de gerenommeerde hihop producer DJ Premier, en bevat een sample van Raekwon.
- Left