MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Portishead - Third (2008)

mijn stem
4,03 (864)
864 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock / Electronic
Label: Island

  1. Silence (5:06)
  2. Hunter (4:04)
  3. Nylon Smile (3:25)
  4. The Rip (4:36)
  5. Plastic (3:33)
  6. We Carry On (6:33)
  7. Deep Water (1:39)
  8. Machine Gun (4:52)
  9. Small (6:53)
  10. Magic Doors (3:38)
  11. Threads (5:47)
  12. Magic Doors [Live on Current TV] * (2:44)
  13. We Carry On [Live on Current TV] * (6:15)
  14. Threads [Live on Current TV] * (6:29)
toon 3 bonustracks
totale tijdsduur: 50:06 (1:05:34)
zoeken in:
avatar van aERodynamIC
5,0
Is het lang geleden, is het lang geleden
Dat mijn hartje riep met z'n ding dinge dong
Is het lang geleden, is het lang geleden
In de zomerzon ging het bim bam bom
Tikketak gingen uren, hoelang zou het duren
Tikketikketak en dan bim bam bom
Tikketak al die nachten bleef ik op je wachten
Tikketikketak en toen bim bam bom


O nee dat was wat anders

Dat het lang geleden is dat de vorige Portishead het daglicht zag mag een feit heten. Misschien wel daardoor dat ik niet eens zo reikhalzend naar deze derde uitkeek. Dit soort terugkeer-albums vallen meestal maar tegen en de magie zal wel lang zo groot niet meer zijn. Hoe hard je het stof er ook van af blaast, de glans is verloren gegaan. Hoe dan ook hoeven verrassingen de wereld niet uit te zijn dus vrolijk begon ik aan dit album.
De eerste klanken van Silence waren toch wel verrassend te noemen. Het klonk wat ruiger, wat ronkeriger maar zodra de stem van Beth Gibbons als een mes zo scherp er doorheen begon te snijden was de herkenning daar. Een mooi, spannend begin dat wel degelijk weet aan te vullen op de eerste twee werkjes van het duo, of er nu 11 jaar tussen heeft gezeten of niet.
Ook Hunter wist me uitstekend te boeien. Het geluid is herkenbaar en toch anders. Zoet en toch rauw: alsof Isobel Campbell en haar beest Lanegan weer de strijd aan gaan maar dan nu totaal anders.
Nylon Smile lijkt haast op een electronic versie van Tom Waits waar zijn grom vervangen is door de mooie stem van Gibbons. Het borrelt op uit de diepste krochten om eenmaal opgestegen te verworden tot een prachtig nummer.
The Rip doet me een beetje denken aan het album dat Beth Gibbons met Rustin Man maakte. Folky dingen maar hier toch wel flink ingepakt in een electronic jasje. Het is en blijft Portishead. Apart nummer, zoals we ze niet echt hoorden op de eerste 2 terwijl het toch goed herkenbaar is.
Plastic heeft wederom een ruiger randje. Er wordt aan alle kanten aan je getrokken en zodra ze je even met rust laten zorgen ze voor een hoop onrust. Spannend nummer.
We Carry On is behoorlijk up-tempo, zeker als je bedenkt dat dit Portishead is. Dat hoor ik graag want hierdoor krijgen we wel degelijk nieuwe dingen voorgeschoteld en dan is 11 jaar wachten beslist niet erg te noemen. Wederom een zeer boeiend nummer: fantastisch hoor.
Deep Water is heel kaal gehouden: Beth en banjo met hier en daar een achtergrondkoortje uit lang vervlogen tijden. Een tussendoortje ja, maar zeker niet storend.
Zeker ook omdat Machine Gun lekker kookt en pruttelt. Het is een avontuur met zagende randjes en een donker geluid.
Small klinkt dan opeens veel liever. Dat lieve gaat er na ruim 2 minuten langzaam vanaf. Hier slaat het om naar een psychedlische trip. Alsof je weer rechtstreeks terug gaat naar de jaren '60.
Magic Doors maakt aan die trip een einde door te starten met een lange piep gevolgd door drums en percussie. Hierna volgt een uitstekend nummer dat weet te verrassen. Niet heel toegankelijk maar daardoor juist zo fijn te horen. Het klinkt ook echt als een live-band. Dit nummer moet makkelijk te vertalen zijn naar het podium lijkt me.
Threads eindigt duister en heeft net als bijna alle voorgangers van dit album een rauwe rand.
Wat Mezzanine voor Massive Attack was zal Third voor Portishead zijn. Niet dat de albums op elkaar lijken maar zo voelt het nu voor mij.
Ik had niet gedacht dat dit album me zo zou weten te verrassen en nog beter: weten te pakken.
Zodra het album afgelopen is wil ik gelijk weer van voor af aan beginnen en dat gaat maar door.
Het heeft lang geduurd maar wat mij betreft het wachten waard!

avatar van Chameleon Day
4,5
Ik heb hem nu 2 keer beluisterd en moet zeggen dat ik het tot nog toe een uitstekend album vind. Het is een vertrouwd geluid, maar toch ook een duidelijke vernieuwing tov de voorganger (maar ja dat mocht ook wel na 10 jaar).

Ik vind het een vrij rudimentair album met pregnante, basale en hoekige electronica en dito gitaarwerk. Het roept bij mij ergens een (begin) jaren 80 sfeer op. Soms zelfs een beetje post-punk. Ik luister nu bijvoorbeeld naar 'We Carry On' dat mij dat gevoel sterk geeft.

Ergo, een mooi duister album met hemelse zang van Beth.

Ik zet in op 4*

avatar van Near
4,5
Portishead. Een band die me nooit echt heeft weten overtuigen, en altijd een soort vieze nasmaak met zich meebracht. Hun debuut wist me amper te boeien, en raakte gauw in de vergetelheid, ten voordele van de – naar mijn mening – betere 'trip-hop'-albums (denk dan vooral Massive Attack). En hun self-titled heb ik zelfs nooit uitgezeten – had er werkelijk geen zin in. Toen leek het mij duidelijk: Portishead zou nooit mijn band worden - wat ik best jammer vond, want de stem van Beth Gibbons kon mij ten zeerste bekoren.

Voor een lange periode heerste er stilte in Portishead-land - Third had ik bij de release immers volledig links laten liggen -, tot voor een maand of 2, toen Third me werd aangeraden door een vriend. Ik heb zijn advies toen volledig in de wind geslagen, ervan uitgaande dat ik – met mijn superieure smaak – die band al lang was voorbij gegroeid, dat het een band was die mij niets meer te bieden had, dat ík het licht had gezien betreffende Portishead.
Maar vreemd genoeg was de kous daarmee niet af. Het album leek me te achtervolgen, want nauwelijks een week later werd de plaat me door iemand anders aangeraden, en kort daarop door nog iemand.. en eventjes.. heb ik gedacht.. dit moet een complot zijn, zo'n complot als in 'The Game'. Ik geloofde dat men het op mijn mentale gezondheid gemunt had, dat men mij op de proef stelde, daarbij gebruik makend van ‘Third’ – Portishead; ik kon er immers niet bij dat 3 volledig onafhankelijke bronnen me in zo'n korte periode hetzelfde album aanprezen.

Nu, ik besloot dan maar alle waanzinnige complottheorieën achterwege te laten, en gewoon mijn lot tegemoet te treden door dit album een kans te geven. Was dat een eerlijke kans? Helemaal niet! Nog voor ik begon met luisteren had ik immers al lang besloten dat ik dit zootje na een drietal nummers zou stopzetten, en mijn oren zou uitspoelen met wat lekkere Sonic Youth ofzo. Zo is het uiteindelijk niet gelopen.. drie maal heb ik 'm gespeeld.. na elkaar. Ik kon het zelfs amper geloven, maar Portishead had me vastgegrepen. Van de opzwepende ritmes die Silence openen tot de wegdeinende klanken van Threads, 50 minuten lang was mijn aandacht gevangen genomen door Gibbons stem, de hypnotiserende electronica, de mysterieuze melodieën en de catchy hooks.

De plaat houdt de volledige speelduur een hoog niveau aan. Silence is een sfeervolle opener die een klein energiebommetje dropt in de kamer (die drums..), en voor een volledige verrassing zorgt naar het einde toe. Ik dacht werkelijk dat mijn cd bescha.. – who am I kidding – dat ik de verkeerde versie had gedownload. Maar neen! Dat bleek niet het geval, en op die manier hadden de leden van Portishead met dat ene nummer hun vorige werk reeds overtroffen: ze hadden verrast! Wonderschoon. Da’s dan weer het kernwoord dat het tweede nummer ‘Hunter’ samenvat, een mysterieuze, sfeervolle ballad, een middernachtwandeling in een geheimzinnig woud. Weer compleet anders gaat het eraan toe op Nylon Smile, dat zich op het ritme van een ‘gebacktrackte’ baslijn sloom voortsleept naar de smeekbede ‘I don’t know what I’ve done to deserve you’. Briljant.

The Rip is de eerste uitschieter, de eerste échte hoogvlieger. Het nummer opent met een watervalletje van getokkeld gitaarspel, en weet een sfeertje te creëren dat haast sprookjesachtig aandoet, op het moment dat dat herhalend keyboardje het nummer binnentreedt. We Carry On is het tweede nummer dat ik als ‘hoogvlieger wil bestempelen’. Het nummer gooit het weer over een compleet andere boeg – beetje kenmerkend aan deze plaat: elk nummer heeft haar eigen sfeer, haar eigen identiteit, haar eigen kracht, elk nummer zou in feite een single kunnen zijn, maar toch bestaat er een soort mysterieuze eenheid tussen de 11 nummers die Third rijk is - en schept beelden die doen denken aan spookkastelen en angstaanjagende Stephen King-clowns. Bevrijding van deze spookachtige projecties komt er dan uiteindelijk wanneer die herhalende gitaarlick het elektronisch klanktapijt van beats en baspartijen doorklieft en het nummer een heel andere lading meegeeft.

Het is echter Machine Gun dat met de grootste pluim gaat lopen: de rijke arrangementen die de andere nummers typeren maken hier plaats voor een kaal minimalisme, gekenmerkt door verwoestende beats die in de leegte worden afgevuurd. Gibbons weet het nummer te binden met haar onthechte, etherische vocalen, maar naar het einde van het nummer toe lijkt het zichzelf op te blazen, te vernietigen met een adembenemende opeenvolging van vervormde dreunen en beats. Het keyboard dat aan het einde van het nummer opduikt, lijkt de vernietiging te overschouwen, het is als een geest die dwaalt door de lege straten van een verlaten spookstad..

Ten slotte wil ik ook nog de ijzige afsluiter Threads aanhalen: een nummer dat neigt naar de oude Portishead, van Dummy, maar qua niveau amper onderdoet voor Machine Gun en The Rip. Tevens hét beste bewijs dat Portishead’s vroege sound zéker niet slecht is, maar gewoon iets te mager om een heel album lang te boeien. Op Third lijkt de band dit beseft te hebben, en hebben ze gekozen voor afwisseling, voor een divers palet van klankkleuren, van stijlen, van aanpakken. Maar elk nummer draagt het herkenbare ‘Third’-kwaliteitslabel, en hóórt op het album – de samenhang is hallucinant, gezien de verscheidenheid.

Maar goed, ik laat het hier maar eens bij, en besluit met mijn cijfer: 4* (misschien moet ik toch maar eens verhogen..)

avatar van herman
5,0
Ja.

Ik kan nog niet echt onder woorden brengen hoe en waarom, maar dit album heeft me inmiddels helemaal in zijn greep...

Het is de getormenteerde stem van Gibbons die tot op de bodem gaat, de bijzondere en unieke mix van krautrock, pop en electronica die helemaal lijkt te kloppen, het is het inventieve instrumentgebruik (voorbeelden te over, maar bv. de bas en doedelzakken in Magic Doors), de mooie composities, de sfeer die wordt neergezet, de krautrock-associaties (We Carry On = Can + Silver Apples + Portishead), het veelzijdige klankenpallet (misschien wel culminerend in de kapperszaak doo wop van Deep Waters).

Wat mij betreft één van de absolute mijlpalen van de afgelopen jaren.

avatar van kobe bryant fan
4,0
Portishead - Third

De breekbare stem van Beth Gibbons samen met de eigenzinnige en vreemde beats blijken uitstekend samen te gaan.
De instrumentatie op deze plaat is erg sterk en vooral zeer origineel, erg sterke synths wisselen zich af met vreemde veranderingen van de beat en samples.

De stem van Beth klinkt alsof ze ieder moment in tranen kan uitbarsten, ook de drums zijn erg lekker. De drums op Machine Gun bijvoorbeeld zijn heerlijk.
Natuurlijk klinkt het allemaal wat experimenteel maar ze komen er makkelijk mee weg.
De verandering van de beat in Small bijvoorbeeld is zeer sterk.

Conclusie: experimentele beats samen met de heerlijke stem van Beth zorgen ervoor dat Third een van de betere platen uit 2008 is geworden. De synths zijn heerlijk de drums zijn fantastisch en Beth ontroert me keer op keer.

avatar van hoi123
4,0
Verstikkende electronica maken: het was een tijdje in en Third voldoet aan alle voorwaarden.
Bij opener Silence, een sombere klaagzang met ietwat snijdende gitaren en violen dringt het ene na het andere sfeerbeeld van lekker deprimerende, grauwe levens in met uitlaatgassen bewolkte voorsteden zich op. Hier al wordt het duidelijk dat voor vertederende liefdesliedjes (hoewel de teksten, geschreven door bij vlagen engelachtige zangeres Gibbons, soms verrassend teder zijn) nauwelijks ruimte is.

Qua vrolijkheid niet erg veel beter op; opvolger Hunter heeft in de coupletten misschien een wat loungy sfeertje, maar de brommende gitaren maken het totaalplaatje meer als een soort denderende hoofdpijn op een zomerse middag met vrolijk fluitende vogeltjes terwijl je lichamelijk en stiekem geestelijk ook kapot op bed ligt. Alleen in het anderhalve minuut durende en slechts met ukelele ondersteunde Deep Water is er ruimte voor wat warmte en juist doordat het als zo'n welkome afwisseling komt, is het één van de hoogtepunten op deze plaat.

Eén van de. Want zijn voorganger en opvolger zijn minstens even goed, zo niet beter, hoewel ze hun sfeer delen. We Carry On en Machine Gun zijn allebei de deprimerende grauwheid zelve, met in eerstgenoemde een mechanisch motiefje en zachtjes bonkende drums die samen dissonante, soms zelfs lelijke melodielijnen slordig aan elkaar plakken. In de tweede heerst een epileptische drumbeat die de stem van de plechtig klinkende Gibbons een ronduit verontrustend effect geeft; beide nummers geven je bijna een angst voor de ingezakte nieuwbouwwijken en rook uitspuwende monsterfabrieken die Third u als geen ander kan laten zien.

Ook op melodisch vlak blinkt Portishead hier uit; de eigenwijze en originele melodieën vinden een perfect evenwicht tussen angstaanjagend en meefluitbaar en helpen alleen maar mee met de opbouw van dit album. Daarnaast is het scala van instrumenten in de vorm van roffelende percussie op de achtergrond van soms heldere en soms snijdende gitaren en synths perfect uitgekozen.

Toch kan Third niet voor zijn hele speelduur overtuigen. Niet omdat de sfeer verflauwt, ook niet omdat de ruimte afwisseling te krap wordt - om dit tegen te gaan wordt er tegen het einde, naast het anderhalve minuut durende intermezzootje, met Magic Doors een ongrijpbaar, psychedelisch stukje eigenzinnigheid neergezet. Het probleem is eerder gewoon dat het allemaal na een tijdje echt te intens wordt; de klagende stem van Gibbons gaat plotseling toch echt te veel op een huilende oudtante lijken en de instrumentatie doet plotseling toch echt wanhopig verlangen naar even rondrollen in een bloemenveldje, al helemaal tijdens het duo The Rip en Plastic die door hun gebrek aan subtiliteit en spannende melodieën - hier wel - eigenlijk gewoon missers zijn.

Nog een kenmerk van de soms te ver doorgedraafde drang naar experiment is het abrupte einde van nummers zoals bijvoorbeeld in de opener, waar ik keer op keer toch wat beduusd uit mijn zorgvuldig opgebouwde onheilroes kom doordat de melodie plots vrolijk wordt afgebroken. Een fatsoenlijk einde hiervoor had er met de creativiteit van deze heren en dame wel afgekund, dacht ik zo.

Al bij al een meer dan prima retourtje troosteloosheid, met momenten die zo overdonderend goed zijn dat het des te jammerder is dat de imperfecties soms zo duidelijk naar voren komen.

avatar van Ronald5150
3,0
Dit is niet een genre dat mij echt interesseert of boeit. Portishead is daarop een van de uitzonderingen.Debuutalbum ”Dummy” vind ik prachtig en hoewel ik de titelloze opvolger iets minder vind, is die zeer zeker intrigerend. Datzelfde gevoel heb ik bij ”Third” ook. Op ”Third” wordt de voor Portishead kenmerkende dreigende en beklemmende sfeer verder uitgewerkt. De stem van Beth Gibbons past hier perfect bij. Wel vind ik door dat grimmige karakter dat de muziek wat van me gaat vervreemden, zeker in tegenstelling tot ”Dummy”. Het komt zelfs wat afstandelijk en klinisch op me over. Ook heb ik het vermoeden (ik kan het mis hebben overigens) dat alles uit de computer komt. Op ”Dummy” hoorde ik bijvoorbeeld nog een gitaar. Ondanks dat het intrigerende muziek blijft, vind ik ”Third” de minste van Portishead.

avatar van Maartenn
3,5
Maartenn (crew)
Ik snap wat Frenz beschrijft. Dit album is heftig, verwarrend en intrigerend, zeker als je zoals ik ook, gewend bent aan het geluid van Dummy. Het gevierde Rip en Machine Gun zijn krachtige songs waar je iedere keer wat nieuws in hoort. Helaas zijn er ook wat teveel momenten waarop ik afdwaal met mijn gedachte bij dit album, waar Dummy me wel voor de volledige speelduur blijft bekoren. Ik zal wel altijd een haat/liefde verhouding houden met Portishead.

3,5*

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 02:57 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 02:57 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.