De jaren 1976-1983 waren gouden jaren voor de puber die ik was. Terwijl gitaargenres werden geboren of zich vernieuwden, was ik op ontdekkingsreis gegaan. Ik ontdekte de snellere gitaarliedjes, vooral die met scheurende gitaren. Het genre maakte me niet uit, of het nou punk of wave of hardrock was. Mijn favorieten nam ik op van de radio.
Toen in 1980 de New wave of British heavy metal mijn wereldje binnendrong en oudere rotten als Black Sabbath en Judas Priest zich vernieuwden, was ik definitief om voor dit genre, zonder daarbij de andere genres uit het oor te verliezen. Met de komst van een eigen platenspeler verloor radio terrein ten faveure van de elpee.
Wat heeft dat met
High ‘n’ Dry van Def Leppard te maken? Wel, toen de plaat in 1981 uitkwam, had ik een vrij brede muzikale smaak ontwikkeld; deze band hoorde bij de groepen die ik het jaar ervoor enthousiast had omarmd. Alhoewel van de nieuwe lichting de lichtste en meest traditionele, was hun debuut mij goed bevallen, zij het minder dan die van Saxon, Maiden en oudgedienden Sabbath.
In Oor las ik ongetwijfeld de positieve recensie van Kees Baars, die
High ‘n’ Dry vier sterren gaf. Dankzij
dazzler is een deel van die recensie in het forum OORdelen te vinden, briljante actie om dit alles te plaatsen! Wel
even scrollen voor deze plaat. Spoedig stond ie bij ons in de dorpsfonotheek en zou ik zelf horen wat producer Mutt Lange, die het jaar ervoor furore had gemaakt met AC/DC’s
Back in Black, ervan had gemaakt.
‘Faster and louder’ was mijn devies toen ik de tweede van Doof Luipaerd uit de hoes haalde. Een dikke drie kwartier later was ik een desillusie rijker: de band was juist langzamer gaan spelen, de riffs waren van het type catchy hardrock en Joe Elliot had zijn stem naar die van een speenvarken omgevormd. Dat werkt alleen als je Udo Dirkschneider of Brian Johnson heet, vond ik. Alsof Mutt Lange van hen een tweede AC/DC wilde maken. Toen de plaat drie weken later terugkeerde naar de bieb, was er niet één liedje op cassette beland. In de jaren daarna vermeed ik de band, want op de hits die ze zouden scoren klonk weer die krijsstem.
Veertig jaar later ga ik eens checken of ik nog altijd dezelfde weerzin voel bij het beluisteren van deze plaat, die ik nu via streaming afspeel.
Bij de eerste luisterbeurt is daar onmiddellijk de oude reactie: waarom zingt die Elliot toch zo geforceerd?
Bij volgende beluisteringen komen toch wat positieve zaken omhoog. Op de A-kant de gitaarlijnen in
Another Hit and Run (maar met bijna vijf minuten veel te lang) en de Thin Lizzyaanse gitaarklanken in
Bringin’ On the Heartbreak;
Switch 625 is een lekker instrumentaaltje waar ik dus niet die vermoeiende stem hoor maar wél een charmant aaah-koortje á la Uriah Heep.
Op de B-kant
Lady Strange, dat halverwege versnelt en mij opnieuw aan Lizzy doet denken; de titelsong van het vorige album
On Through the Night is vreemd genoeg op deze plaat beland en de muziek is dik in orde; maar ja, die zang hè… Tenslotte de eerste snelle song van de plaat, die meteen ook de afsluiter is, wat heb ik daarover indertijd gemopperd:
No no no is best aardig, maar u weet nu wel wat me tegenstaat.
Ik haak dus opnieuw af, zeker ook omdat de vier niet genoemde songs mij qua compositie niets doen, alle loftuitingen van mijn gerespecteerde mede-MuMe-auteurs ten spijt. Hapklare hardrock die het juist daardoor goed zou doen in de Verenigde Staten, waarmee Leppard de koploper van de nieuwe lichting werd, mijn "goede smaak" ten spijt.
Tenslotte over de hoes, waarover ik hierboven enig gemopper lees; die is van Hipgnosis, het collectief dat o.a. ook voor UFO, Pink Floyd, Black Sabbath, 10 CC, Led Zeppelin en Rush werkte, om maar een kleine greep te doen. Ik zie het als een vorm van moderne kunst, waarvan je prima een
museumtentoonstelling zou kunnen maken. Niet dat alles even mooi is, een eigen(zinnige) stijl heeft het echter wel.