menu

Mingus - The Black Saint and the Sinner Lady (1963)

mijn stem
4,21 (397)
397 stemmen

Verenigde Staten
Jazz / Avant-Garde
Label: Impulse!

  1. Track A - Solo Dancer (Stop! And Listen, Sinner Jim Whitney!) (6:20)
  2. Track B - Duet Solo Dancers (Heart's Beat and Shades in Physical Embraces) (6:25)
  3. Group Dancers ((Soul Fusion) Freewoman and Oh This Freedom's Slave Cries) (7:00)
  4. Mode D - Trio and Group Dancers (Stop! Look! And Sing Songs of Revolutions!) / Mode E - Single Solos and Group Dance (Saint and Sinner Join in Merriment on Battle Front) / Mode F - Group and Solo Dance (Of Love, Pain, and Passioned Revolt, Then Farewell, (17:52)
totale tijdsduur: 37:37
zoeken in:
avatar van aERodynamIC
5,0
"I feel no need to explain any further the music herewith other than to say throw all other records of mine away...

..this is the first time the company i have recorded with set out to help me give you, my audience, a clear picture of my musical ideas..",

aldus Charles Mingus.

Zeer spannende cd, met verrassende wendingen. Als je jazz wilt gaan ontdekken raadt men je dit album niet snel aan om mee te beginnen. Het grappige is dat ik dus nog een groentje ben in deze muzieksoort, maar dat ik dit dus wel heel erg kan waarderen. Het is dus die spanning en opwinding die je duidelijk voelt bij dit album. Toegankelijk is het niet, maar het pakte mij wel onmiddelijk bij de strot, meer dan de meeste jazz die ik hoor en die ik dus totaal niet kan waarderen. Dit is pure sensatie !!! Het wijkt qua gevoel niet eens af van rauwe rock & roll (and I like it ).

avatar van HammerHead
5,0
Ik ben me pas sinds een jaar in de muziekstijl aan het verdiepen, waar ik het grootste gedeelte van m'n leven een hartgrondige hekel aan heb gehad. Het klonk allemaal te moeilijk en te geforceerd, zodat ik er een decennium terug mijn rug naartoe keerde. Vooralsnog gaat het ook nog niet echt met grote stappen (verder dan een plaatje of 10 ben ik nog niet gekomen).

Uiteraard waren daar eerst de 2 grote namen: Davis en Coltrane met hun "blauwe" platen. En dan nu het meesterwerk van Mingus, waarbij eerstgenoemden en zeker Kind of Blue wat bleekjes afsteken.

Het lijkt er op dat ik binnen de 10 platen al dé jazz-plaat heb ontdekt. Wat een geweldige veelzijdigheid, originaliteit, intensiteit, frivoliteit en genialiteit is hier te horen. Eigenlijk precies de zaken waar ik vroeger, toen ik voornamelijk "verse-chorus-verse"muziek luisterde, zo'n hekel aan had. Wat 10 jaar terug als geforceerde moeilijkdoenerij op mij was overgekomen, klinkt nu in hoge mate ongebonden en bevrijdend.

Er blijft mij na een dozijn luisterbeurten niets anders over dan alle 5 sterren uit de kast te trekken voor dit juweel.

avatar van Paalhaas
5,0
"I feel no need to explain any further the music herewith other than to say throw all other records of mine away...”
Charles Mingus

Met deze opmerking maakt Charlie zich er natuurlijk met een jantje-van-leiden vanaf, want dat bespaart hem nogal wat moeite. ”The music herewith” is namelijk dusdanig origineel en baanbrekend dat het nou niet bepaald eenvoudig in een hokje te plaatsen is. Toch wil ik graag een poging wagen.

The black saint and the sinner lady was, na Coltrane’s A love supreme, het tweede jazzalbum dat ik leerde kennen. Geen slechte start, want juist deze twee albums zijn altijd mijn favorieten gebleven, ook na het beluisteren honderden andere. Net als A love supreme is The black saint and the sinner lady een volstrekt uniek jazzopus, een compositioneel meesterwerk met zeer rijke orkestratie (een stuk rijker zelfs dan A love supreme, dat zijn magie meer dankt aan Coltrane’s grenzeloze spirituele inspiratie), een suite in zes delen (3 tracks en 3 modes), even minutieus voorbereid als spontaan uitgevoerd.

Beter dan een suite is misschien de term ballet, tenminste als we kijken naar de track-/modetitels (Solo dancer, Duet solo dancers, Group dancers, etc.). In gedachten zie je de instrumenten al dartel en elegant over de dansvloer huppen.
De titels zijn steeds vergezeld van lange ondertitels, die een verhaal lijken te vertellen over strijd, pijn, liefde, geluk en vrijheid: " Saint and sinner join in merriment on battle front", "Of love, pain, and passioned revolt, then farewell, my beloved, 'til it's Freedom Day" ".

Al deze thema’s komen in de muziek ook zeer duidelijk terug. De verschillende instrumenten lijken wel een stuk van Shakespeare op te voeren: nu eens zijn de trompetten in een hevig strijd verwikkeld tegen de logge tuba, dan weer smeedt de piano een duivels plan om de fluit een hak te zetten. We horen saxofonen die het uitschreeuwen van pijn, trompetten die hun laatste adem uitblazen, en de flamencogitaar die het met de trombone aan de stok krijgt... En de bas zag dat het goed was.

Deze vergelijking met toneel is te wijten/danken aan Mingus’ compositietechniek. Het werk is geschreven voor een orkest van 2 trompetten, trombone, tuba, fluit, baritonsaxofoon, gitaar, altsaxofoon, piano, bas en drums. In zijn composities lijkt Mingus steeds twee groepen instrumenten tegen elkaar uit te spelen om een maximaal tonaal contrast te bereiken. Ondertussen past hij om de haverklap tempowisselingen toe om de stemming alsmaar te veranderen. Hieruit vloeit hoogst emotionele muziek voort, die je bij wijze van spreken iedere luisterbeurt weer op het puntje van je stoel vastnagelt. Never a dull moment. Tenzij je je muziek het liefst zo onuitdagend, saai en oninspirerend mogelijk voorgeschoteld krijgt natuurlijk.

The black saint and the sinner lady is een visionair kunstwerk zoals er maar een zeer beperkt aantal gemaakt zijn in de 20e eeuw. En koesteren zal ik het. 5/5

avatar van Reijersen
2,0
Heiligheidsverklaringen alom rond deze plaat van Charles Mingus. Dus, tsja, dan kan ik het niet naast me laten liggen en moest ik deze cd wel opzetten.
Om maar met de deur in huis te vallen: het doet me helemaal niks. Als ik het opzet dan blaast het rustig verder op de achtergrond en heb ik het niets eens door als het afgelopen is. Het pakt me dus echt totaal niet.

2 ster.

avatar van Sandokan-veld
4,0
In de zelfgeschreven liner notes, voordat hij het woord geeft aan zijn psychotherapeut (!), raadt Mingus ons aan om al zijn andere platen weg te gooien, ‘op misschien één andere na.’

Dit is het Grootse Meesterwerk dat hij wilde maken, zoveel is wel duidelijk. Opgezet als een balletstuk in zes segmenten, verdeeld over vier tracks. Een band van elf man, waarbij vooral het gebruik van een akoestische gitaar opvallend is. Een platenlabel (Impulse) dat hem de tijd geeft om alles op zijn gemak op te nemen, en hem nog op tijd betaalt ook. ‘De eerste keer dat ik niet werd opgejaagd in de studio’, schrijft hij in het boekje.

Het moet in die tijd moeilijk zijn geweest voor een (zwarte) muzikant om creatief en zakelijk zijn eigen weg te bewandelen (bij het beschouwen van de politieke lading in veel titels moeten we ons realiseren dat dit een plaat is van nog vóór de I have a dream-speech). Ook gezien het talent van Mingus, en de legendarische explosiviteit van zijn karakter, is de bewijsdrang te verklaren. En ja, Mingus maakt zijn ambities waar: de band weet zijn compositie virtuoos te leiden van verstilde spanning naar kakofonische chaos, en alles daar tussenin.

Toch is het allemaal een beetje te perfect naar mijn smaak. Een bedachte of pretentieuze plaat kun je dit niet noemen, maar persoonlijk prefereer ik de platen waar hij wat rauwer en spontaner musiceert, met name zijn werk voor Atlantic. Die platen dus, waarbij Mingus zich een opgejaagde slaaf van de industrie voelde, die platen die we eigenlijk allemaal weg moeten gooien, vind ik eigenlijk beter dan zijn gedoodverfde Meesterwerk. Erg imperialistisch van mij natuurlijk. Misschien zou Mingus helemaal niet blij geweest zijn met mij als fan. Maar ja, je kunt niet je hele leven proberen je dode idolen tevreden te houden.

Voor deze recensie heb ik de plaat een keer of vijftien opnieuw gedraaid, en hoewel ik het nou wel weer een beetje beu ben, moet ik toegeven dat het een verrassende, aangename en vaak meeslepende luisterervaring was. Ongetwijfeld verdwijnt hij in de komende jaren nog meermaals in de cd-speler, en misschien denk ik er over een tijd heel anders over, en prijs ik deze plaat over een paar jaar ook met vijf sterren de hemel in, zoals veel anderen. Dat is het vervelende met Grootse Meesterwerken: in verschillende fases van je leven betekenen ze verschillende dingen.

Geïnteresseerde beginners op zoek naar een Mingus-instapper zou ik doorverwijzen naar Blues and Roots of naar Mingus Dynasty. Wat mijn (milde) kritiek op deze plaat betreft ben ik in de minderheid, sterker nog: veel Mume-gebruikers lijken Mingus' advies te hebben opgevolgd en alleen maar geïnteresseerd te zijn in The Black Saint, 'en misschien één andere plaat' (dat is dan meestal Mingus Ah Um).
Dat ik het daarmee niet eens ben, betekent op zich niets, want ik snap verder geen reet van muziek ofzo. Maar het staat bij deze genoteerd.

avatar van Vinokourov
4,0
De laatste tijd luister ik diverse jazz-albums en ik begin het genre steeds meer te waarderen. Het klinkt wel interessant en tegelijkertijd ook chill. The Black Saint and the Sinner Lady van Charles Mingus is blijkbaar een grote mijlpaal in de jazz-geschiedenis, gezien de hoge waardering hier en alle lof die het van de gerenommeerde muziekcritici krijgt. Echt gemakkelijk weg te luisteren is het echter niet. Ik heb nu het diverse malen opgezet en de plaat komt het best tot zijn recht als je er 'actief' naar luistert. Gewoon luisteren naar wat er gebeurt en je niet laten afleiden door iets anders. Beter kan ik het niet omschrijven.

Anyway, ook al is het soms bizar wat voor muzikale, geniale truken Charles Mingus uithaalt, het gaat me wel steeds meer aanspreken. Het vliegt soms echt alle kanten op, zeker op de laatste track: Prokofiev-achtige akkoordensequenties worden afgewisseld met zwierige melodieën. "Echt wtf is dit " dacht ik toen ik dat voor het eerst hoorde. Tof is het sowieso wel. Alleen zoals eerder gezegd, heel gemakkelijke kost is het niet. Op bepaalde momenten neigt dit ook naar ronduit lawaai. Mischien dat ik het bij latere luisterbeurten prettige herrie ga vinden en het nog meer ga waarderen, maar vooralsnog denk ik dat vier sterren een prima score is voor deze plaat.

avatar van Ward
3,5
De reïntegratie van Ward deel 12:

Al ben ik over het algemeen wel in voor het ontdekken van nieuwe genres, heb ik met jazz altijd een nogal stroeve relatie gehad. De hele esthetiek van het genre ligt me gewoon niet. Als ingrediënt om een gerecht op smaak te brengen ben ik er op zich niet vies van. Zo kan ik de muziek van Talk Talk, Tom Waits en Can, maar ook bijvoorbeeld de jazzy hiphop van Nujabes, goed waarderen. Pure onversneden jazz is echter niet aan mij besteed. De rustige variant vind ik vaak niet meer dan aardige achtergrondmuziek, terwijl wildere jazz mij vooral enorm op de zenuwen werkt.

Mijn verwachtingen waren dan ook niet enorm hoog gespannen toen ik deze tip ontving van Arrie in het kader van mijn recensie-topic (aanmeldingen blijven welkom). Tegelijkertijd vind ik het wel fijn om af en een toe een beetje uitgedaagd te worden, dus ben ik toch onbevooroordeeld aan deze plaat begonnen. Bij de eerste luisterbeurten ging het zoals ik van jazz gewend was totaal langs me heen. Na een paar luisterbeurten begon de plaat me echter zowaar te boeien. Waar die omslag vandaan komt is moeilijk te omschrijven, aangezien ik een totale leek ben als het op jazz aankomt. Een poging.

Wat me aanspreekt in dit album is dat het voor mij aan de ene kant heel klassiek aandoet, aan de andere kant heeft het album ook iets vuigs en zelfs licht subversiefs in zich. Het ene moment klinkt het zwierig, speels (het einde van Solo Dancer) en zelfs romantisch (het begin van Duet Solo Dancers), terwijl het bij andere momenten lekker vuig klinkt door de scheurende blazers. Charles Mingus laat zowel de dromerige verliefdheid als de zweterige seks horen (de flamencogitaren dragen hier ook een steentje aan bij). Zowel de ‘saint’ als de ‘sinner’ uit de titel zijn muzikaal terug te horen. Dit levert een zeer boeiend spanningsveld op.

The Black Saint and the Sinner Lady is te ruw om af te doen als achtergrondmuziek. De plaat heeft wel een soort coole ontspannenheid die bij jazz hoort, maar het album schuurt te veel om te verdwijnen naar de achtergrond. Gelukkig wordt het nergens te druk, iets waar ik me bij veel jazz aan stoor. Het album verzandt nergens in oeverloos gepiel of andere vormen van interessantdoenerij. Hierdoor moet ik concluderen dat dit het boeiendste staaltje jazz is dat ik tot nu toe heb beluisterd. Een echt hoge beoordeling blijft echter uit, doordat ik persoonlijk nog steeds een echte klik met het genre mis. Toch heeft het album de deur naar jazz voor mij op een klein kiertje gezet, afwachten of ik die deur ooit verder ga openen.

3,5*

avatar van Mssr Renard
5,0
Deze plaat, die een crossover kan zijn tussen third stream en de toen gangbare avantjazz-stroming, wordt ook wel aangeduid als progressive big band jazz, en lijkt hier en daar wel beïnvloed door de suites van Ellington, maar heeft ook elementen uit flamenco, swing en zelfs New Orleans Brass Band, dankzij de zevenkoppige blazersploeg.

De eerste jazzplaat waarbij in sommige stukken gebruik is gemaakt van overdubs. De luisteraar krijgt een inkijkje in de emoties en psyche van Mingus, al is het alleen om de liner notes op de lp-hoes.

De muziek en arrangementen zijn intens maar erg gemakkelijk verteerbaar. Nergens vliegt de muziek uit de bocht. Als een schilderij is alles keurig op zijn plaats. Hier en daar wat zwaarmoedig door het gebruik van de bariton sax, bastrombone en tuba en de vertragingen, dan weer intens en speels als de tempo's wat versnellen en de alto sax tekeer gaat.

Om deze hele plaat te ontleden en beschrijven kun je een boek uitbrengen, maar zo ver wil en kan ik niet gaan. Wel wil ik graag de partijen van Jaki Byard (bijna klassiek-impressionist) en de weergaloze altosaxofoon van Charlie Mariano willen aanstippen. Voor mij tilt Charlie deze toch al fantastische suite naar een nog hoger niveau. Dan benoem ik nog Bob Hammer, de co-producer die het stuk mede-arrangeerde.

Wat deze plaat zo duidelijk onderscheid van neoklassiek en third stream zijn de diverse versnellingen en vertragingen in tempo, plotselinge dynamische en verschillen en het toepassen van de improvisaties, waarvan ik al de intense en bevlogeb partijen van Charlie Mariano benoemde.

De intense solo's en de opzwepende tempoversnellingen zijn te danken aan het demonische en autoritaire karakter van Mingus die woedend zijn muzikanten aanspoorde en er niet voor terugdeinsde tegen de instrumenten aan te schoppen.

Dat maskt deze plaat zo emotioneel en ook uniek. Deze manier van werken, als een tiran heeft overigens meerdere bandleiders aangezet tot het maken van meesterwerken: Monk, Miles, Zappa. Geen makkelijk figuur die Minfus, maar hij heeft toch wel mooi deze plaat op zijn naam staan.

Ik benn niet zo goed in stukjes tikken, en ik hoop deze plaat eer aan te doen. Na deze plaat maar weer een richting Dolphy, een genie die zachtmoediger was.

Gast
geplaatst: vandaag om 03:43 uur

geplaatst: vandaag om 03:43 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.