"I feel no need to explain any further the music herewith other than to say throw all other records of mine away...”
Charles Mingus
Met deze opmerking maakt Charlie zich er natuurlijk met een jantje-van-leiden vanaf, want dat bespaart hem nogal wat moeite.
”The music herewith” is namelijk dusdanig origineel en baanbrekend dat het nou niet bepaald eenvoudig in een hokje te plaatsen is. Toch wil ik graag een poging wagen.
The black saint and the sinner lady was, na Coltrane’s
A love supreme, het tweede jazzalbum dat ik leerde kennen. Geen slechte start, want juist deze twee albums zijn altijd mijn favorieten gebleven, ook na het beluisteren honderden andere. Net als
A love supreme is
The black saint and the sinner lady een volstrekt uniek jazzopus, een compositioneel meesterwerk met zeer rijke orkestratie (een stuk rijker zelfs dan
A love supreme, dat zijn magie meer dankt aan Coltrane’s grenzeloze spirituele inspiratie), een suite in zes delen (3 tracks en 3 modes), even minutieus voorbereid als spontaan uitgevoerd.
Beter dan een suite is misschien de term ballet, tenminste als we kijken naar de track-/modetitels (
Solo dancer, Duet solo dancers, Group dancers, etc.). In gedachten zie je de instrumenten al dartel en elegant over de dansvloer huppen.
De titels zijn steeds vergezeld van lange ondertitels, die een verhaal lijken te vertellen over strijd, pijn, liefde, geluk en vrijheid:
" Saint and sinner join in merriment on battle front", "Of love, pain, and passioned revolt, then farewell, my beloved, 'til it's Freedom Day" ".
Al deze thema’s komen in de muziek ook zeer duidelijk terug. De verschillende instrumenten lijken wel een stuk van Shakespeare op te voeren: nu eens zijn de trompetten in een hevig strijd verwikkeld tegen de logge tuba, dan weer smeedt de piano een duivels plan om de fluit een hak te zetten. We horen saxofonen die het uitschreeuwen van pijn, trompetten die hun laatste adem uitblazen, en de flamencogitaar die het met de trombone aan de stok krijgt... En de bas zag dat het goed was.
Deze vergelijking met toneel is te wijten/danken aan Mingus’ compositietechniek. Het werk is geschreven voor een orkest van 2 trompetten, trombone, tuba, fluit, baritonsaxofoon, gitaar, altsaxofoon, piano, bas en drums. In zijn composities lijkt Mingus steeds twee groepen instrumenten tegen elkaar uit te spelen om een maximaal tonaal contrast te bereiken. Ondertussen past hij om de haverklap tempowisselingen toe om de stemming alsmaar te veranderen. Hieruit vloeit hoogst emotionele muziek voort, die je bij wijze van spreken iedere luisterbeurt weer op het puntje van je stoel vastnagelt. Never a dull moment. Tenzij je je muziek het liefst zo onuitdagend, saai en oninspirerend mogelijk voorgeschoteld krijgt natuurlijk.
The black saint and the sinner lady is een visionair kunstwerk zoals er maar een zeer beperkt aantal gemaakt zijn in de 20e eeuw. En koesteren zal ik het. 5/5