menu

The Moody Blues - Seventh Sojourn (1972)

mijn stem
3,94 (101)
101 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Polydor

  1. Lost in a Lost World (4:41)
  2. New Horizons (5:10)
  3. For My Lady (3:57)
  4. Isn't Life Strange (6:10)
  5. You and Me (4:20)
  6. The Land of Make-Believe (4:50)
  7. When You're a Free Man (6:05)
  8. I'm Just a Singer (In a Rock & Roll Band) (4:17)
  9. Isn't Life Strange [Original Version] * (8:10)
  10. You and Me (Beckthorns Backing Track) * (6:33)
  11. Lost in a Lost World [Instrumental Demo] * (4:41)
  12. Island * (4:30)
toon 4 bonustracks
totale tijdsduur: 39:30 (1:03:24)
zoeken in:
avatar van musician
4,0
Machtig, dat dit album op onze site eigenlijk bijna het hoogste gemiddelde van alle Moody Blues albums heeft.
Dat was destijds niet zo heel erg de ervaring. Maar de geschiedenis heeft een eigen wijze van oordelen.

Uitersten.

Dit is voor mij het album van I'm just a singer in a rock and roll band, naar mijn smaak de beste single die de Moodys ooit hebben uitgebracht. Beter dan Nights in white satin, Question of The Story in your eyes.
Maar evengoed staat hier ook Isn't life strange op, dat ik dan weer ervaar als één van de mindere nummers die ze hebben gemaakt.

De tour bij dit album leidde overigens zelfs bijna naar China, wat toen hoogst ongebruikelijk was. Dat ging om onduidelijke redenen niet door maar de uitnodiging stond wel.

We mogen in ieder geval concluderen dat met Seventh Sojourn er in stijl afscheid werd genomen van de oude Moody Blues (1967-1972). Dit niveau zouden ze nooit meer halen, hoewel Hayward & Lodge in 1975 met Blue Jays nog een heel eind zouden komen.

avatar van BoyOnHeavenHill
5,0
Wat een triest verhaal wordt daar verteld in het boekje bij de CD-versie van 1997 – één van de meest succesvolle bands ter wereld hield er (tijdelijk) mee op, niet vanwege gebrek aan succes of "artistieke meningsverschillen" of verslavingen, maar omdat ze vanwege datzelfde succes zó op elkaars lip zaten dat ze de behoefte voelden aan frisse lucht, aan andere mensen om mee samen te werken, aan éígen in plaats van gemeenschappelijke ervaringen.
        Het merkwaardige is eigenlijk dat er van die problemen helemaal niets te merken valt op muzikaal gebied, want dit is een sterke, hard klinkende, stevig gearrangeerde en vanuit het hart gebrachte plaat waarvan de overtuiging even hard klinkt als de sound. Twee mindere momenten: For my lady is op zich best uit te houden maar roept door het "dum-dum-dum"-koortje bij het laatste refrein bij mij onontkoombaar het mannenkoor van Monty Pythons Lumberjack song op, en Isn't life strange kenmerkt zich niet alleen door tergende zang tijdens het couplet ("Isn't life stra-a-a-a-ange?" "Ja, maar niet half zo vreemd als de manier waarop jij hier fraseert!") maar gaat ook nog eens veel en veel te lang door – is het na vier minuten eindelijk afgelopen, komt er opeens nog een dèrde couplet en daarna óók nog eens een refrein! Maar, eerlijk is eerlijk, dat refrein is dan ook wel zó krachtig en vol overtuiging gebracht dat dat het nummer nog redt ook.
        Los daarvan bevat Seventh sojourn alleen maar sterke tot ijzersterke nummers, met een zeer donkere opener, twee superbe solocomposities van Justin Hayward (maar waarom nam hij bij The land of make-believe niet even de moeite om voor het tweede couplet een andere tekst te schrijven?) en een afsluiter die op mijn lijstje van ultieme seventies-singles ergens bovenaan zou eindigen, met een briljante drive, een bijna kakafonisch arrangement en een tekst die door z'n plastische kracht de bescheidenheid van componist Lodge eigenlijk logenstraft – wie zó'n nummer uit z'n pen krijgt is wel íéts meer dan "just a singer in a rock and roll band". (Mooi ook hoe die laatste regel –"we're just the singers..."– de verbondenheid van de mensen in deze groep benadrukt.) Kortom, hoewel de heren zelf niet met enig genoegen op de opnames en de plaat terugkijken vind ik het toch wel hun beste plaat (met een neuslengte voorsprong op Days of future passed en In search of the lost chord).
        En dan nog even een paar dingen die ik in bovenstaand bericht niet kwijt heb gekund maar die ik toch even wil noemen. In mijn recensie van A question of balance roemde ik het vermogen van deze band om geweldige "middle-eights" te schrijven èn de hebbelijkheid van Justin Hayward om nummers soms met een enorme en bijna overstuurde gitaar op te blazen. Die middle-eights zijn op dit album ook weer sterk aanwezig, met name op New horizons ("On the wind, soaring free..."), For my lady ("Words that you say when we're alone...") en natuurlijk I'm just a singer ("How can we understand riots by the people..."). En wat die gitaar betreft, hoor eens hoe Hayward tekeer gaat op New horizons, Isn't life strange (het refrein!), zijn eigen The land of make-believe en natuurlijk de solo op I'm just a singer. Het bevestigt nog eens mijn indruk van Seventh sojourn als het compactste en meest compromisloze album van deze band.
        En tenslotte: niemand hier heeft het in zoveel woorden opgemerkt, maar voor het eerst komen de mannen hier met een plaat waarop de nummers minder duidelijk of soms zelfs helemaal niet in elkaar overlopen. Die gewoonte gaf de voorgaande platen altijd een extra samenhang, alsof je hun albums feitelijk niet "uit elkaar" kon halen, maar tegelijkertijd mis ik het op déze plaat totaal niet.
        Maar wat is dat geluidje op 1'31 van For my lady, zo tussen "bow" en "her", alsof er iemand op een kleine ketel slaat?

Gast
geplaatst: vandaag om 19:49 uur

geplaatst: vandaag om 19:49 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.