Vanavond weer 's gedraaid en ik moet zeggen dat dit album wat mij betreft de grootste meevaller van het jaar is. Alhoewel The Fat of the Land nog wel voor de commerciële doorbraak zorgde, was dat wat mij betreft in creatief opzicht al een flinke stap achteruit ten opzichte van de eerste twee albums. En daarna werd het met Always Outnumbered, Never Outgunned alleen nog maar slechter...
Met Invaders Must Die weet The Prodigy onverwachts zijn elan weer grotendeels te herstellen. De eerste paar nummers hebben veel weg van knallers als Firestarter en Breathe en zijn een mooie binnenkomer. Ik was in eerste instantie behoorlijk teleurgesteld in
Invaders Must Die, maar inmiddels vind ik het toch wel een leuk nummer dat blaakt van het zelfvertrouwen. Waarom zou je anders zo hard "This is The Prodigy!" schreeuwen. Ze hadden dit nummer net zo goed The Prodigy Theme kunnen noemen.
Omen is ook een single die ik langzaam leuker ben gaan vinden, al ben ik er niet zo verslingerd aan als ik destijds aan bv. Breathe was. Wat mij betreft wordt
Thunder de derde single. Omdat ook hier een antieke reggae-plaat uit de kast is getrokken (en opnieuw ingezongen) ligt een vergelijking met Out of Space voor de hand, al zijn de beats hier meer des Jilteds.
Colours vind ik niet zoveel aan. Doet een beetje denken aan sommige dingen van The Fat of the Land (bv. Serial Thrilla), maar dan met minder punch. Een nummer om snel te vergeten eigenlijk.
Gelukkig wordt de draad daarna weer opgepakt, want nu volgen de beste nummers van het album.
Take Me to the Hospital begint met een bewerkte sample van James Brown is Dead, maar ook oude Prodigy-tracks als Everybody in the Place (die gepitchte vocalen) komen hier om de hoek kijken. Qua beats is het harder dan het meeste van Experience, maar toch is dit wel een heerlijke portie old school rave-euforie, inclusief de voor het genre zo typische sirene. Experience horen we ook terug op het magnifieke
Warriors Dance. Het begint met een 808 state-achtige saxofoon-intro, lekker zweverig. Daarna is het één-en-al 1992, met dikke rave-breakbeats en een house-zangeres die zingt dat je de dansvloer op moet komen. Opvallend zijn de paar maten dubstep-gelijkende beats waar het nummer mee afsluit.
Het intro van
Run With the Wolves heeft veel weg een middenstuk van een oud Rage Against the Machine-nummer. Dit nummer is eigenlijk een soort duet tussen Dave Grohl (drums) en Keith Flinkt (zang). Samen maken ze er een soort drum 'n' bass track van.
Omen (Reprise) deelt het album op in tweeën. Mooi intermezzo wel. In
World's On Fire duikt opeens
Outlander's Vamp op, toch wel één van de allergrootste rave-klassiekers. Zelfs het meetellen is overgenomen. Verder een wat vermoeiende track, op dit punt begint er toch wat verzadiging op te treden. Maar misschien moet ik ook gewoon iets rustigers draaien op dit moment (0:01) van de dag. Nog één adrenaline-salvo van Howlett en de zijnen en we mogen weer ademhalen.
Piranha is de tweede track waarvoor ze de sample van James Brown is Dead hebben bewerkt. Wat me bij dit nummer (ook druk en met veel vocalen) opvalt is hoe melodieus dit eigenlijk wel niet is en dat terwijl het best een drukke plaat is. De trompetten hier zijn ook wel gaaf, trouwens. Het slotnummer
Stand Up is wel een erg sterke afsluiter en eigenlijk mijn 3e favoriete nummer van dit album. De soultrompetten aangevuld met de stevige hiphopbeats geven aan dat Howlett zijn roots nog niet helemaal verloren is. Dit doet me eigenlijk wel een beetje denken aan zijn Dirtchamber Sessions mixplaat.
Al met al dus wel een mooie comebackplaat die het ongetwijfeld erg goed gaat doen bij het festivalpubliek. Ik moet wel kwijt dat ik de 'dance'-Prodigy van Experience veel beter vind dan de 'rock'-Prodigy van Fat of the Land, waardoor de hele tweede helft van deze plaat me waarschijnlijk wel snel zal vervelen.