Marc Almond was begin jaren '80 actief in het duo Soft Cell. De nadruk lag daar op electronica en Almond wilde ook zijn andere kanten etaleren en richtte daarom Marc and the Mambas op.
Een sterk zanger is hij nooit geweest en dat etaleert zich ook op dit tweede, tevens laatste Mambas album. Toch blijkt dat telkens weer een niet al te grote belemmering want op de een of andere manier weet hij toch emotie over te brengen zoals ook een Nick Cave dat doet (ook geen sterk zanger).
Maar wie horen nu eigenlijk bij die zogenaamde Mambas, want waar die Marc voor staat is nogal duidelijk.
In deze begeleidingsband zaten o.a. Foetus (JimThirlwell), Annie Hogan die we op latere albums ook regelmatig tegenkwamen (ze schreef ook wat nummers) en Matt Johnson, ja ja die van The The. De kracht van dit album schuilt ook in deze begeleidende artiesten die fantastisch werk leveren.
Het laat zich allemaal al horen op het instrumentale
Intro: spaanse flameco vermengd met oosterse invloeden met name gevormd door spannend pianospel. Dit zijn de Mambas dames en heren met nog geen Almond in beeld...
Me-ow, oh wow op
Boss Cat.Het gruizige gitaargeluid past goed in de jaren '80 vleermuizenrock maar het valt op door de ietwat decadente en barokke toonzetting voor wat betreft de arrangementen. Hierdoor is het een nummer dat opvalt en een zeer scherpe scheidslijn bewandelt.
The Bulls verscheen in 1989 op het cover-album Jacques waar Almond Brel-songs vertolkte. Dat Almond Brel aanbidt hoeft geen verdere uitleg: hij vertolkt live altijd wel wat nummers en ook op diverse cd's verschenen wel wat covers. Op dit album dus de eerste keer The Bulls. Het nummer past goed in het beetje spaanse sfeertje dat het album bij tijd en wijle uitstraalt. Let vooral op de strijkers die hier goed werk verrichten.
Zei ik strijkers? Dan zeg ik
Catch a Fallen Star. Een nummer dat voor mij tot het mooiste hoort wat Almond ooit op album heeft gezet. Zwierig werken ze zich door het nummer heen zonder kitsch te worden, toch iets waar Almond niet vies van is (en ik ook niet). En wow wat klinken die celli toch heerlijk brommerig. Ook hier weer dat spaanse torero-sfeertje.
Dat sfeertje gaat vrolijk door op
The Animal in You met wederom dat zwierige strijkers-arrangement, maar nu veel meer staccato gespeeld. Almond laat zijn stem alle kanten op zwalken maar dat komt het nummer alleen maar ten goede. Het gedonder van de pauken geeft de boel nog eens een wat donker randje mee. Het buldert en dondert door totdat het op een gegeven moment zelfs een solo krijgen die ruw overruled wordt door rauwe gitaarklanken. Ja, ook dit is die nichterige-kitscherige Almond die velen alleen maar van zijn hits kennen.
In My Room is een Italiaans nummer uit de jaren '60 waar een bekend stukje klassiek van Beethoven's Prelude doorheen verwerkt is. Het is een dramatisch getint nummer en wordt ook op die manier voor het voetlicht geworpen.
Ook
First Time is dramatisch van toon, maar kent toch een luchtiger toon waarschijnlijk door het gebruik van een akoestische gitaar die er doorheen verwoven is.
(Your Love Is a) Lesson lijkt ook luchtig maar daar stap je al snel van af door het gebruik van de gitaar die het een schurend randje meegeeft. De toon is donker en zorgt voor de nodige spanning in de muziek.
My Former Self kenmerkt het jaren '30 cabaret wat vaker in zijn werk terugkomt. Scott Walker komt hier om de hoek kijken zeg maar. Geen makkelijk meezing-nummer en ook dit blinkt niet uit in vrolijkheid. De piano speelt hier een voorname hoofdrol maar op de achtergrond zijn de strijkers niet te versmaden.
Diezelfde strijkers gaan er volvet in tijdens het intro van
Once I was en maken de boel behoorlijk somber en zelfs depressief klinkend.
Of het met mijn eigen gesteldheid te maken heeft betwijfel ik ernstig maar ik vind dit wel degelijk fantastisch. Dramatiek ten top en dan ook nog eens een nummer waar alleen strijkers de begeleiding vormen! Een dwarrelende viool en zagende celli: wat wil een mens nog meer. Ik in elk geval even niets en ik smacht graag even een ruime 5 minuten door.
The Untouchable One is een behoorlijk experimenteel nummer waar we ook Almonds werk met Foetus in herkennen. Het klinkt sinister en is uiterst scherp. Het loopt uiteindelijk prachtig over in
Blood Wedding. Dat Tarantino dit stukje muziek niet heeft opgepikt voor zijn Kill Bill wedding is eigenlijk zeer opmerkelijk: het had namelijk perfect als soundtrack kunnen fungeren bij die ene inmiddels zo bekende trouw-scene. Op dit nummer zingt Almond overigens ook niet.
Black Heart is het eerste nummer waar electronica wat sterker naar voren komt en dat gelijk wat doet denken aan het werk met maatje Dave Ball van Soft Cell. Typisch jaren '80, maar dan wel van het onverwoestbare soort en wel degelijk tijdloos. De vermening met de strijkers geven het nummer wederom een opvallend tintje mee.
Dan volgt een medley met daarin de nummers
Narcissus,
Gloomy Sunday en
Vision. Narcissus opent op saxofoon. Almond valt bij en verder blijft het daarbij waardoor het een redelijk kaal nummer is waar zowel sax als vocalen goed uit de verf kunnen komen. Gloomy Sunday gaat verder op zo'n heerlijke slide-country gitaar en dat gaat ongemerkt over in de Peter Hammill-cover Vision, een nummer dat live regelmatig aan bod komt. Almond doet er niet veel aan om dit nummer op een andere wijze te brengen dan Hammill deed en dat is maar goed ook. Wie te veel wil sleutelen aan een tijdloos nummer als dit is gewoon niet goed bij zijn hoofd. Meestal halen covers het niet bij de originelen maar hier vind ik dat reuze meevallen. Misschien omdat het timbre van Almond in het zelfde straatje ligt als dat van Hammill. Het kan ook dat ik gewoon bewust doof ben als het gaat om dit soort prachtnummers, dus als er mensen zijn die deze 2 nummers naast elkaar leggen en mijn mening graag onderuit halen dan hoor ik dat graag.
Torment is weer een vleermuizensong a la Siouxie and the Banshees, Sister of Mercy enzovoort. Het einde is ook zo lekker bombastisch met de doomy achtergrond zang terwijl de strijkers er voor zorgen dat luchtigheid toch nog enigszins bewaard blijft.
A Million Manias is lekker freaky en gothic. Foetus is hier op zang en percussie te horen en is mede-verantwoordelijk voor het noise-gehalte en de gekte. Het sloot dan ook perfect aan op the avant-garde scene uit die tijd waar we ook Einstürzende Neubauten, Psychic TV en Foetus zelf toe konden rekenen. Mensen die Almond alleen kennen van Something's Gotten Hold of My Heart zullen aardig schrikken bij een nummer als dit.
Op
My Little Book of Sorrows zingt Almond niet alleen. Wat voor een clavecimbel moet doorgaan domineert dit nummer wat tevens weer ondersteunt wordt door korte gitaarriffs en Adam Ant-achtige piraten achtergrondzang.
Beat Out That Rhythm on a Drum heeft als thema het Rodgers & Hammerstein nummer uit Carmen. Het vormt hiermee een uitbundige uitsmijter van een uiterst grillig en veelzijdig dubbelalbum.
Een album waar nu zeer moeilijk aan te komen is en wil je het kopen dan mag je honderden euro's neertellen.
Mocht iemand dus weten waar ik wat goedkoper aan het origineel kan komen dan verneem ik dat graag

Dit album is hierdoor ook het enige album dat ik tot mijn grote verdriet niet in mijn collectie heb en tot die tijd moet ik het doen met een mp3-versie. Maar eens zal die collectie compleet zijn door dit album origineel toe te voegen aan de rest van de discografie van wat ik toch wel als één van mijn favoriete artiesten ooit beschouw. Dat ik hier op de site een vrij eenzaam bestaan in lijd moge duidelijk zijn maar dat maakt het stiekem ook wel weer leuk.
Dit album behoort tot het allerbeste dat Marc Almond heeft opgenomen en ik vind dan ook dat het vanaf vandaag de volle 5 sterren verdient waarmee het album nummer 3 is van dit heerschap dat die volle mep krijgt.