MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Marc and the Mambas - Torment and Toreros (1983)

mijn stem
3,96 (38)
38 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Pop
Label: Some Bizzare

  1. Intro (3:17)
  2. Boss Cat (4:17)
  3. The Bulls (2:18)
  4. Catch a Fallen Star (5:12)
  5. The Animal in You (7:29)
  6. In My Room (3:01)
  7. First Time (3:37)
  8. (Your Love Is a) Lesion (5:38)
  9. My Former Self (2:45)
  10. Once Was (5:10)
  11. The Untouchable One (6:03)
  12. Blood Wedding (1:51)
  13. Black Heart (4:50)
  14. Medley (Narcissus / Gloomy Sunday / Vision) (11:46)
  15. Torment (4:21)
  16. A Million Manias (5:52)
  17. My Little Book of Sorrows (5:59)
  18. Beat Out That Rhythm on a Drum (5:00)
  19. Fun City * (7:49)
  20. Sleaze [Take It, Shake It] * (7:17)
  21. Sleaze (Taking It, Shaking It) * (7:15)
  22. Your Aura * (6:16)
  23. Mamba * (12:05)
  24. First Time * (3:39)
  25. You'll Never See Me on a Sunday * (2:51)
toon 7 bonustracks
totale tijdsduur: 1:28:26 (2:15:38)
zoeken in:
avatar van aERodynamIC
5,0
Marc Almond was begin jaren '80 actief in het duo Soft Cell. De nadruk lag daar op electronica en Almond wilde ook zijn andere kanten etaleren en richtte daarom Marc and the Mambas op.
Een sterk zanger is hij nooit geweest en dat etaleert zich ook op dit tweede, tevens laatste Mambas album. Toch blijkt dat telkens weer een niet al te grote belemmering want op de een of andere manier weet hij toch emotie over te brengen zoals ook een Nick Cave dat doet (ook geen sterk zanger).
Maar wie horen nu eigenlijk bij die zogenaamde Mambas, want waar die Marc voor staat is nogal duidelijk.
In deze begeleidingsband zaten o.a. Foetus (JimThirlwell), Annie Hogan die we op latere albums ook regelmatig tegenkwamen (ze schreef ook wat nummers) en Matt Johnson, ja ja die van The The. De kracht van dit album schuilt ook in deze begeleidende artiesten die fantastisch werk leveren.
Het laat zich allemaal al horen op het instrumentale Intro: spaanse flameco vermengd met oosterse invloeden met name gevormd door spannend pianospel. Dit zijn de Mambas dames en heren met nog geen Almond in beeld...
Me-ow, oh wow op Boss Cat.Het gruizige gitaargeluid past goed in de jaren '80 vleermuizenrock maar het valt op door de ietwat decadente en barokke toonzetting voor wat betreft de arrangementen. Hierdoor is het een nummer dat opvalt en een zeer scherpe scheidslijn bewandelt.
The Bulls verscheen in 1989 op het cover-album Jacques waar Almond Brel-songs vertolkte. Dat Almond Brel aanbidt hoeft geen verdere uitleg: hij vertolkt live altijd wel wat nummers en ook op diverse cd's verschenen wel wat covers. Op dit album dus de eerste keer The Bulls. Het nummer past goed in het beetje spaanse sfeertje dat het album bij tijd en wijle uitstraalt. Let vooral op de strijkers die hier goed werk verrichten.
Zei ik strijkers? Dan zeg ik Catch a Fallen Star. Een nummer dat voor mij tot het mooiste hoort wat Almond ooit op album heeft gezet. Zwierig werken ze zich door het nummer heen zonder kitsch te worden, toch iets waar Almond niet vies van is (en ik ook niet). En wow wat klinken die celli toch heerlijk brommerig. Ook hier weer dat spaanse torero-sfeertje.
Dat sfeertje gaat vrolijk door op The Animal in You met wederom dat zwierige strijkers-arrangement, maar nu veel meer staccato gespeeld. Almond laat zijn stem alle kanten op zwalken maar dat komt het nummer alleen maar ten goede. Het gedonder van de pauken geeft de boel nog eens een wat donker randje mee. Het buldert en dondert door totdat het op een gegeven moment zelfs een solo krijgen die ruw overruled wordt door rauwe gitaarklanken. Ja, ook dit is die nichterige-kitscherige Almond die velen alleen maar van zijn hits kennen.
In My Room is een Italiaans nummer uit de jaren '60 waar een bekend stukje klassiek van Beethoven's Prelude doorheen verwerkt is. Het is een dramatisch getint nummer en wordt ook op die manier voor het voetlicht geworpen.
Ook First Time is dramatisch van toon, maar kent toch een luchtiger toon waarschijnlijk door het gebruik van een akoestische gitaar die er doorheen verwoven is.
(Your Love Is a) Lesson lijkt ook luchtig maar daar stap je al snel van af door het gebruik van de gitaar die het een schurend randje meegeeft. De toon is donker en zorgt voor de nodige spanning in de muziek.
My Former Self kenmerkt het jaren '30 cabaret wat vaker in zijn werk terugkomt. Scott Walker komt hier om de hoek kijken zeg maar. Geen makkelijk meezing-nummer en ook dit blinkt niet uit in vrolijkheid. De piano speelt hier een voorname hoofdrol maar op de achtergrond zijn de strijkers niet te versmaden.
Diezelfde strijkers gaan er volvet in tijdens het intro van Once I was en maken de boel behoorlijk somber en zelfs depressief klinkend.
Of het met mijn eigen gesteldheid te maken heeft betwijfel ik ernstig maar ik vind dit wel degelijk fantastisch. Dramatiek ten top en dan ook nog eens een nummer waar alleen strijkers de begeleiding vormen! Een dwarrelende viool en zagende celli: wat wil een mens nog meer. Ik in elk geval even niets en ik smacht graag even een ruime 5 minuten door.
The Untouchable One is een behoorlijk experimenteel nummer waar we ook Almonds werk met Foetus in herkennen. Het klinkt sinister en is uiterst scherp. Het loopt uiteindelijk prachtig over in Blood Wedding. Dat Tarantino dit stukje muziek niet heeft opgepikt voor zijn Kill Bill wedding is eigenlijk zeer opmerkelijk: het had namelijk perfect als soundtrack kunnen fungeren bij die ene inmiddels zo bekende trouw-scene. Op dit nummer zingt Almond overigens ook niet.
Black Heart is het eerste nummer waar electronica wat sterker naar voren komt en dat gelijk wat doet denken aan het werk met maatje Dave Ball van Soft Cell. Typisch jaren '80, maar dan wel van het onverwoestbare soort en wel degelijk tijdloos. De vermening met de strijkers geven het nummer wederom een opvallend tintje mee.
Dan volgt een medley met daarin de nummers Narcissus, Gloomy Sunday en Vision. Narcissus opent op saxofoon. Almond valt bij en verder blijft het daarbij waardoor het een redelijk kaal nummer is waar zowel sax als vocalen goed uit de verf kunnen komen. Gloomy Sunday gaat verder op zo'n heerlijke slide-country gitaar en dat gaat ongemerkt over in de Peter Hammill-cover Vision, een nummer dat live regelmatig aan bod komt. Almond doet er niet veel aan om dit nummer op een andere wijze te brengen dan Hammill deed en dat is maar goed ook. Wie te veel wil sleutelen aan een tijdloos nummer als dit is gewoon niet goed bij zijn hoofd. Meestal halen covers het niet bij de originelen maar hier vind ik dat reuze meevallen. Misschien omdat het timbre van Almond in het zelfde straatje ligt als dat van Hammill. Het kan ook dat ik gewoon bewust doof ben als het gaat om dit soort prachtnummers, dus als er mensen zijn die deze 2 nummers naast elkaar leggen en mijn mening graag onderuit halen dan hoor ik dat graag.
Torment is weer een vleermuizensong a la Siouxie and the Banshees, Sister of Mercy enzovoort. Het einde is ook zo lekker bombastisch met de doomy achtergrond zang terwijl de strijkers er voor zorgen dat luchtigheid toch nog enigszins bewaard blijft.
A Million Manias is lekker freaky en gothic. Foetus is hier op zang en percussie te horen en is mede-verantwoordelijk voor het noise-gehalte en de gekte. Het sloot dan ook perfect aan op the avant-garde scene uit die tijd waar we ook Einstürzende Neubauten, Psychic TV en Foetus zelf toe konden rekenen. Mensen die Almond alleen kennen van Something's Gotten Hold of My Heart zullen aardig schrikken bij een nummer als dit.
Op My Little Book of Sorrows zingt Almond niet alleen. Wat voor een clavecimbel moet doorgaan domineert dit nummer wat tevens weer ondersteunt wordt door korte gitaarriffs en Adam Ant-achtige piraten achtergrondzang.
Beat Out That Rhythm on a Drum heeft als thema het Rodgers & Hammerstein nummer uit Carmen. Het vormt hiermee een uitbundige uitsmijter van een uiterst grillig en veelzijdig dubbelalbum.
Een album waar nu zeer moeilijk aan te komen is en wil je het kopen dan mag je honderden euro's neertellen.
Mocht iemand dus weten waar ik wat goedkoper aan het origineel kan komen dan verneem ik dat graag
Dit album is hierdoor ook het enige album dat ik tot mijn grote verdriet niet in mijn collectie heb en tot die tijd moet ik het doen met een mp3-versie. Maar eens zal die collectie compleet zijn door dit album origineel toe te voegen aan de rest van de discografie van wat ik toch wel als één van mijn favoriete artiesten ooit beschouw. Dat ik hier op de site een vrij eenzaam bestaan in lijd moge duidelijk zijn maar dat maakt het stiekem ook wel weer leuk.
Dit album behoort tot het allerbeste dat Marc Almond heeft opgenomen en ik vind dan ook dat het vanaf vandaag de volle 5 sterren verdient waarmee het album nummer 3 is van dit heerschap dat die volle mep krijgt.

avatar van deric raven
3,5
Overvol geladen schip.
Titanic bestuurd door Jack Sparrow.
Ondergang tegemoet varend.
Smeltkroes aan culturen.
Trekkend naar Amerika.
Dreigende spanningen in het ruim.
Vanuit het intro wil ieder zijn verhaal vertellen.
De stoere Spanjaard.
Met op zijn rug een getatoeëerd gevechtsschip.
Een avontuurlijke Fransman.
Languit liggend in een hangmat.
Zich verdiepend in literatuur.
De vlambare Italiaan.
In discussie met de eigenwijze Ier.
Flessen drank ter consumptie.
Leedvermaak en spannende legendes.
Ongewild op elkaar aangewezen.
Al dobbelend de tijd doen vergeten.
Ondertussen genietend van een Riverdance.
Gevolgd door een stukje cabaret.

De veelzijdigheid van een Marc Almond is amuseren.
Het ene moment raakt het je, vervolgens dwaal je af.
Is dit een zoekende artiest?
Na het grote succes van Soft Cell in een diep gat beland.
Stuurloos een weg varend tussen verschillende stromingen?
Die gedachte ging toen nog op.
Achteraf bleek juist dat hier juist zijn kracht ligt.
Veelzijdigheid en dramatiek.
De grens verleggen voor zichzelf.
Ten koste van zijn oude fans.
Deuren openen voor een nieuw publiek.
Pinkpop was er in 1989 niet klaar voor.
De sound die hij hier al liet horen viel grotendeels verkeerd.
Muziek voor in een theater.
Jezelf laten verrassen.
Door een gedreven rasartiest.

Marc Almond is een sterspeler.
Al zal hij nooit de bank verlaten.
Zijn spel is geniaal.
Maar niet passend in het team.
Al jaren transfervrij.
Echter geen interesse bij de grote clubs.

Ik kan maar een artiest noemen die vergelijkbaar is.
Gavin Friday; gestoord en demonisch bij Virgin Prunes.
Vervolgens solo passend in de combinatie tussen pop en cabaret.
Zonder irritant te klinken.

avatar van Sandokan-veld
4,5
Bleeding like a little boy that´s picked on at school/ you rise up like an angel when you've played up their fool

Enige tijd geleden had ik me voorgenomen om hier de twintigste stem te plaatsen. Volgens mij waren er in die tijd 19 stemmers en is er in die tijd weer een verdwenen? Desondanks moet ik misschien nog opschieten, aangezien Almonds muziek redelijk vaak onder de aandacht is gebracht in de laatste weken op het forum van Musicmeter. Voor mijn doen heb ik deze plaat nog niet vaak geluisterd, een keer of drie denk ik, maar aangezien het één van de favoriete platen van Aerodynamic is, denk ik dat ik wel in zijn traditie snel maar grondig mag luisteren en beoordelen

Echt een ontoegankelijke plaat is het trouwens niet eens, qua songs. Duidelijk moge zijn dat Almond houdt van grootse, tijdloze melodieën, en ergens zou je dit zelfs popliedjes kunnen noemen. Echter ik heb begrepen dat Almond deze plaat maakte ten tijde van zijn hitparadesuccessen met Soft Cell, teneinde ook andere muzikale eieren kwijt te kunnen, en dat hoor je er ook wel aan af.

In eerste instantie muzikaal: in plaats van popliedjes horen we vooral een soort geperverteerde kleinkunst, een enkele keer zo orkestraal ingekleurd en verhalend dat je het lieder zou noemen. Nog meer doet het denken aan het Berlijnse caberet uit de tijd van Kurt Weil. Maar het is moeilijk deze plaat precies op een periode of genre vast te pinnen. Een paar dagen hiervoor toonde Aerodynamic een verband aan tussen Almond en Nick Cave, nog zo'n moeilijk vast te pinnen figuur, en hoewel de vergelijking vergezocht lijkt voor mensen met een oppervlakkige kennis van Almonds oeuvre, zou ik zo geloven dat de Birthday Party een inspiratie waren voor een track als 'The Untouchable One' op deze plaat. En dan zijn er nog de duidelijke latin- en jazzinvloeden die door de plaat heen schemeren, exotische kruiden die de wat killere, Europese elementen op smaak brengen.

Een tweede factor waarmee Almond duidelijk niet in het keurslijf zit van de popzanger (al ken ik het werk van Soft Cell eerlijk gezegd niet goed genoeg om te bepalen of hij dat daar wel deed) zijn de teksten: een overkokende stoofpot van zelfhaat, meestal doorgeprojecteerd op de directe omgeving, frustratie en fundamentele eenzaamheid, onbedwingbare lust en onversneden dronken venijn. Op zijn vrolijkst horen we op deze plaat ook nog wat berouwvolle melancholie. Geen makkelijke cocktail om te drinken. Soms, over de hele respectabele lengte, stelt de dramatiek van Almond mijn geduld op de proef, als een vriend die je mee op stap neemt om hem/ haar op te vrolijken, maar dan veel te dronken wordt en dan maar blijft doorzeuren over een ex-relatie.

Toch is er iets wat werkt aan deze plaat, iets waardoor het allemaal boeiend blijft. Wellicht het contrast tussen de 'mooie' en 'lelijke' elementen. 'Mooi': de instrumenten, voornamelijk de strijkers, die altijd vol weemoed lijken te schreien voor een betere wereld. 'Lelijk': de noisy postpunk-elementen, en Almond zelf, die zich vocaal meer dan een beetje op glad ijs begeeft met dusdanig complexe melodieën. Zijn wat vlakke, lijzige stem zou de fraaie liedjes kunnen verpesten, maar weten precies de juiste mate van vuige persoonlijkheid in de liedjes te leggen om het geheel in balans te houden.

Neem het misschien beste nummer 'Catch A Fallen Star' (al is eerlijk gezegd na drie luisterbeurten het beeldschone 'Black Heart' misschien mijn favoriet): een vol venijn uitgespuugde tekst wordt ondersteund door een redelijk simpele reeks theatrale pianoakkoorden, en tussen de coupletten door komt er ineens een muur van dramatische strijkers overheen. Het past bij elkaar en toch weer net niet, er blijft iets schuren, ongemakkelijk aanvoelen. De manier waarop Almond dit soort elementen mengt is bijna gestoord, als je niet het idee zou hebben dat hij precies wist welk effect hij wilde sorteren.

Het uiteindelijke resultaat is, op zijn zachtst gezegd, verontrustend en boeiend. Tijdens de hele wilde dans door het hoofd van Almond heb ik nooit kunnen besluiten of hij nou de onuitstaanbare diva, de waanzinnige dronken bedelaar of het eenzame jongetje is. Het is de vraag of er wel zo veel verschil zit tussen die drie persoonlijkheden.

Dat laatste lijkt me ergens in de buurt te komen van de kern van Almonds artistieke visie. Ergens kan ik me daar zeker in herkennen, hoewel de plaat muzikaal gezien niet echt in mijn straatje past. Dat, de rijkheid van de liedjes, en prachtige muzikale stukken zoals de laatste helft van 'Mamba', zorgen dat ik nog een halve ster hoger uitkom dan ik dacht toen ik deze plaat opzette om de recensie te schrijven.
Ik kijk eigenlijk best uit naar een vierde luisterbeurt.

avatar van Ward
4,0
Ben nu met mijn vierde luisterbeurt bezig. Ik heb nog niet het gevoel dat ik heel de plaat heb verwerkt, maar het is dan ook zowel qua lengte als qua inhoud niet eenvoudig te behappen. Desalniettemin wil ik wel wat eerste indrukken kwijt.

Als filmfanaat had ik direct de associatie met de films van Pedro Almodóvar en dan heb ik het niet enkel over het Spaanse tintje dat dit album kenmerkt. Torment and Toreros is net als de cinema van Almodóvar theatraal, heftig en ik zou zeggen bijna overdramatisch (bedoel ik overigens niet negatief). Net als Almodóvar slaagt Marc Almond er echter in om het zo gepassioneerd en kleurrijk te brengen dat het ondanks de emotionele heftigheid toch ook iets heel krachtigs en zelfs levenslustigs heeft. Hierdoor wordt die zeer emotionele aanpak ook nergens potsierlijk. Depressief zou ik het dan ook niet willen noemen, dan denk ik toch eerder aan de koude uitzichtloosheid van een Joy Division.

Een andere associatie die ik had was de muziek van Xiu Xiu. Ik doel dan eigenlijk voornamelijk op de tekstuele benadering, niet zozeer de muzikale invulling. Die directe, bijna pijnlijke tekstuele benadering. Zonder enige vorm van schaamte of terughoudendheid al je twijfels, verlangens, wanhoop en zelfs zelfhaat van je afspugen. Bovendien brengt Marc Almond het net als Jamie Stewart met een hoop pathos.

Muzikaal is dit album overigens ook zeer puik met een meeslepende mix van cabaret, new wave, pop, Spaanse muziek en zelfs wat klassiek. Dit album is echt een zeer bijzondere ervaring. Ik open dan ook gewoon met 4,5*

avatar van ArthurDZ
2,0
De Arthur-Recensies deel 26:

Als Musicmeter nooit bestaan had, dan had ik wellicht nooit geweten dat Marc Almond, die ene gast van Soft Cell, ook nog een vrij succesvolle solocarrière heeft opgebouwd. Ik had er gewoon nooit bij stilgestaan. Dat de man van Tainted Love, Torch en Say Hello Wave Goodbye ook Jacques Brel kon coveren of liedjes schreef zonder synthesizer, ik zag het niet meteen aankomen. Maar het toeval wil dat de president van de Marc Almond-fanclub (of het scheelt toch niet veel ) ook vaak op deze site rondhangt. En dus nam ik op zijn advies een kijkje in de wondere wereld van Torment And Toreros.

Dit gezegd zijnde, ik vrees dat ik toch iets minder positief ben dan de illustere users die al eerder een recensie bij deze bijzondere plaat schreven. Want bijzonder is Torment And Toreros wel, dit is zeker geen album waarvan je vergeet dat je ‘m ooit beluisterd hebt. Alleen: dat betekent nog niet dat het een aangename luisterervaring is gebleken…

De basisingrediënten zijn zo’n beetje altijd hetzelfde: Spaanse gitaren, melodramatische strijkers, opera-invloeden en een gepassioneerd zingende Marc. Er wordt nooit echt van die formule afgeweken, en dat is een beetje mijn probleem met deze plaat. Want Torment And Toreros duurt anderhalf uur, en hoewel ik wel een liefhebber ben van lange platen (The River, Sandinista, Mellon Collie & The Infinite Sadness,…), stoort het gebrek aan variatie me hier wel. Daar komt nog bij dat sommige liedjes ook veel te lang duren en dat Marc soms echt gewoon over het randje gaat met zijn stemgebruik. Het zorgt er voor dat bij liedjes als In My Room en (Your Love Is A) Lesion mijn tenen krulden.

En dat terwijl Torment And Toreros ook mooie liedjes in de aanbieding heeft, waarop de basisingrediënten wel zorgen voor een lekker gerechtje. Torment had zo op de soundtrack van een klassieke Disneyfilm kunnen staan, en dat geldt ook voor Vision. Ook A Million Manias en de Jacques Brel-cover The Bulls zijn sterk. Maar dat de mooie nummers gewoonweg in de minderheid zijn naar mijn mening, is eigenlijk ook het enige argument dat ik nodig heb om dit album van slechts 2 sterren te voorzien. Al ben ik zo’n beetje de enige blijkbaar. Helaas, aERo!

avatar van Earlyspencer
2,0
De originele dubbel-LP heb ik al bijna 25 jaar in huis. Ik draaide ‘m destijds een paar keer, maar sindsdien bleef hij stof vergaren. Toch wordt 'Torment and Toreros' (T&T) door fans als een cultmeesterwerk beschouwd. Het album geldt als een muzikale scharnier richting Almonds latere solocarrière, die ik wél erg waardeer. Tijd dus om mijn oren opnieuw te spitsen voor het tweede en laatste studioalbum van Marc and the Mambas.

Helaas: kanten 1 en 2 grepen me ook in 2025 niet meteen bij de lurven. Belangrijk woord: meteen. Zelfs de meest lovende reviews erkennen dat 'T&T' geen hapklare brok is. In plaats van met frisse tegenzin kant 3 op te leggen, gaf ik de eerste twee kanten een herkansing — ditmaal mét tekstblad bij de hand. Mijn oordeel milderde lichtjes. Wat ik vooral mis, is melodie. Sombere teksten zijn geen bezwaar — je bent geen Almond-fan als dat wél zo zou zijn — maar ik wil wel iets kunnen meezingen, neuriën of ritmisch op mee wiegen. En dat blijft grotendeels uit.

De tekstloze Intro begint hoopvol en bouwt fraai op, tot blazers het geheel in kakofonie doen ontsporen. De halve seconde stilte aan het einde maakt het bovendien geen logische brug naar Boss Cat. Ook in dat nummer klinken instrumenten als los zand. Het opzettelijk kattengejank doet de song geen goed. Was Boss Cat maar net zo melodieus als The Cure’s kattenliedje uit hetzelfde jaar. Zou Almond hier verwijzen naar zijn performance als kunststudent, waarin hij zich poedelnaakt insmeerde met kattenvoer? (Bron: ‘Tainted Life’). Nog een gedachten-kattensprong: de groepsfoto binnenin de hoes — de Mambas in freaky kostuums — doet me denken aan de musical ‘Cats’.

The Bulls klinkt vertrouwd — het staat ook op het album ‘Jacques’, dat ik wat vaker heb beluisterd. Toch blijft ook dat geen favoriet. ‘Absinthe’ is wat coveralbums betreft Almonds chef d’oeuvre. Catch a Fallen Star prijkt op één van Marcs bovenarmen — iets wat me opviel toen ik lang geleden een digitale tekening van ‘m maakte. Tekstueel sterk, maar muzikaal wat omslachtig. De strijkers daarentegen zijn wél prachtig. The Animal in You bundelt zowat alle minpunten van de vorige nummers, met daarbovenop een snerpend Velvet Underground-geluid. Net als bij de laatste meters van een pijnlijke achtbaanrit ben ik blij als deze plaatkant eindigt.

In My Room heeft eindelijk voldoende melodie, al is dat hoofdzakelijk te danken aan de oorspronkelijke makers: S., J. en G. Walker en J.S. Bach. Marc en zijn Mambas verdienen wél een pluim voor de songkeuze en uitvoering. De kamer als geheugenruimte is een mooi beeld dat Almond vermoedelijk inspireerde tot het meesterlijke There Is a Bed op ‘Mother Fist’. Ook First Time is een terugblik, deze keer op – u kan het al raden - zijn eerste neukbeurt. Gelukkig gaan de teksten hier niet de vleselijk expliciete kant op. Maar omdat Almond wel vaker iemand van uitersten is, dreigt First Time te verzuipen in een overdosis aan metaforen. Er wordt gewreven langs “een halsketting van bijtsporen” en een duivel doodt een engel, dat soort dingen. Die eerste keer speelde zich blijkbaar af op het strand, wat geografisch kan kloppen voor iemand die zijn jeugd in Southport heeft doorgebracht. Met wat zee-accordeon had dit liedje niet misstaan op datzelfde 'Mother Fist'-album, onder de strikte voorwaarde dat het geen bestaand nummer op die plaat mag vervangen.

Your Love is a Lesion duurt ruim vijf minuten, en zoals vaker op ‘T&T’ geldt: enkel mooie liedjes duren niet lang. Ondanks een veelbelovend begin verzandt ook dit nummer in langdradige chaos. Wat opvalt: veel teksten zijn retro-spectief, terwijl Almond toen nog maar midden twintig was. Titels als My Former Self en Once Was onderstrepen dat achteromkijkend standpunt. In My Former Self spiegelt Almond zich als songsmid iets te gretig aan Brel — goede smaak, maar ook wat overmoedig. Over afsluiter Once Was valt enkel te zeggen dat die de albumtitel alle eer aandoet. Dit is mede door de jankende cello’s vijf volle minuten pure zelfkwelling. In een verhoorkamer met dit nummer in herhaal-modus op de koptelefoon zou ik in alle onschuld de zwaarste misdaad bekennen … of begaan. Die lugubere gedachte brengt me bij een anekdote uit Almonds autobiografie. Hij bekeek een tv-reportage over een seriemoordenaar. De camera zoomde in op diens platencollectie met prominent vooraan de prachtige hoes van ‘T&T’.

De gitaar aan het begin van The Untouchable One klinkt spannend – een beetje Pete Townshend - maar zodra Almond aan zijn klaagzang begint, ontspoort de song. Al is dat mede de onverdienste van de instrumentalisten. Sommige fragmenten bekoren me wel maar dat maakt er nog geen sterke song van. Mogelijk is dan al het instrumentale Blood Wedding ingezet want een overgang is nauwelijks merkbaar. Helaas constateert mijn tevredenheidsschaal dat kant 3 en dus plaat 2 niet veel beter begint dat hoe plaat 1 eindigde.

In Black Heart zit wel alles meteen goed en dat blijft zo de hele song door. Het tempo, de tekst, de sfeer, de muzikale begeleiding en – size matters – de lengte zijn uitgekiend en afgestemd. De blazers wachten netjes hun beurt af, zoals in klassieke jazznummers. Mogelijk is dit zelfs de enige song uit het hele Mambas-repertoire die als single werd uitgebracht. Dat was artistiek gezien een terechte keuze die in het chaotisch universum der Mambas gedoemd was om commercieel te floppen. Fast forward naar het eerste coronajaar. Almond gaf toen een gratis digitaal concert. In de livechat liet ik weten dat hij met zijn intense blik in de camera “a spell on me” had. Zelden was ik populairder op een sociaal medium.

Narcissus ademt pure treurnis. De medley gaat daarna verder met Gloomy Sunday. Leuk, dat western-achtige gitaartje, maar wat een zeurkous is Almond ook hier weer. Hij was zeker niet de eerste westerling die deze Hongaarse traditional uit 1933 coverde – onder meer Billie Holiday en Ray Charles gingen hem voor. Toch toont deze keuze Almonds eigenzinnigheid: hij trekt zich weinig aan van wat platenbazen willen. Die houding duikt jaren later opnieuw op tijdens zijn Russische zijsprongetjes. Tijdens Vision maakt de naald van mijn platenspeler twee kleine kraak-sprongetjes. Dat ik dat niet erg vind, zegt genoeg. Tegelijk zorgt het er wel voor dat de druk zwaar op de laatste plaatkant komt te liggen.

Ook Torment schiet soms alle kanten op, al gebeurt dat gelukkig minder gelijktijdig. Volgens de gatefold is het nummer geschreven door Almond en (Steven) Severin van Siouxsie. Andere bronnen vermelden ook Robert Smith als co-auteur. En laat nu net het volgende nummer, A Million Manias, in de intro sterk aan het poezennummer van The Cure doen denken. Helaas verdwijnt die herkenbaarheid snel. De structuur en melodie vervagen, en met alweer een ellenlange tekst haak ik opnieuw af. Gelukkig volg ik de lyrics niet letterlijk, anders had ik een pistool nodig gehad om mijn hersens eruit te blazen.

Met wie Almond duetteert op My Little Book of Sorrows weet ik niet, maar diens zware, toononvaste stem is het enige minpuntje. Hier wordt tenminste nog eens zorgvuldig opgebouwd, waardoor de lange maar beter getimede tekst niet stoort. Op andere albums zou ik dit een mooi opvullertje noemen, op ‘T&T’ is het een zeldzaam lichtpunt. Dat het door drugs geteisterde Mambas-ensemble desondanks muzikaal talent bezit, blijkt uit afsluiter Beat Out That Rhythm on a Drum. Helaas illustreert de bruuske overgang na de intro opnieuw de gebrekkige productie. En als het al gewaagd is om Brel te benaderen, wat te denken van het zingen van een operastuk van G. Bizet? Tenenkrommend zijn de teksten die Oscar Hammerstein De Tweede in 1943 toevoegde als vervanging voor het originele “tralala-lalalalalaaah”. Volgens mij maakte Almond hier een slechte songkeuze, die bovendien matig uitgevoerd wordt.

De kans is groot dat ‘T&T’ opnieuw voor minstens een decennium in de kast belandt. Twee sterren betekent – op zijn Vlaams gezegd – dik gebuisd. Dit is veruit de laagste score die ik ooit gaf, en vermoedelijk ooit zal geven. Ik voel er weinig voor om albums te beoordelen die me niet liggen. Maar als Almond-fan – vooral van zijn solowerk – vond ik het mijn plicht om ‘T&T’ onder de loep te nemen. Ik begrijp dat sommigen op dit forum ontgoocheld of minstens verrast zullen zijn. Hopelijk wordt mijn onderbouwde mening begrepen, zonder boosheid tot gevolg.

Overigens bevind ik mij met mijn strenge oordeel in het fraaie gezelschap van Marc Almond zelve. In zijn autobiografie noemt hij het hoofdstuk over de twee Mambas-albums niet voor niets The Mambas and the Madness. Die ‘madness’ slaat niet op vrolijkheid, maar op buitensporig druggebruik – inclusief heroïne en het gezelschap van sujets als Nick Cave en Genesis P. Orridge. Ik weet niet wat het meest schadelijk is voor geest èn lichaam, maar sommige nare neveneffecten zijn duidelijk hoorbaar op 'T&T': chaos, een verzwakte zangstem en een schrijnend gebrek aan zelfkritiek. Een terugblikkende Almond – dan al halverwege de veertig – noemt zowel ‘Untitled’ als ‘T&T’ te slordig en te lang. I couldn’t agree more.

Bij de release in 1983 omschreven popmagazines ‘T&T’ als de ideale soundtrack bij een zelfmoordpoging. Laat dat – samen met de platencollectie van een eerder genoemde seriemoordenaar – een dubbele waarschuwing zijn voor wie dit album nog wil ontdekken. Voor wie nog moet beginnen aan Almonds solo- en Mambas-werk parafraseer ik graag Baron Hoogmoed uit de Efteling: “Geestelijke rijkdom ligt in het verschiet!” Ga vooral je eigen weg, maar dit is de volgorde die ik persoonlijk adviseer, gebaseerd op een combinatie van mijn favorieten en van wat ik het meest toegankelijkst acht:

1. The Stars We Are
2. Enchanted
3. Mother Fist
4. Absinthe
5. Chaos and a Dancing Star
6. Tenement Symphony
7. A Virgin’s Tale Vol. II
8. Fantastic Star
9. Variety

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 12:00 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 12:00 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.