Deerhunter heeft dit jaar een nieuwe plaat uitgebracht, getiteld 'Halcyon Digest'. Het is de tweede die ik van Bradford Cox en de zijnen beluister, na het fraaie 'Microcastle/Weird Era Continued'. Dat plaatje vind ik toch nog wat beter dan deze, al is dit zeker geen slechte. Maar toch ook niet dé grootse plaat van Deerhunter. Die moeten ze wat mij betreft nog maken.
'Earthquake' is een slepend, tergend traag, maar tegelijk ook spannend nummer, dat bol staat van dreiging. Deze opener is meteen zware kost, maar fans van het luchtere genre moeten zich niet laten afschrikken, want de volgende twee nummers, 'Don't Cry' en 'Revival' klinken luchtig, zeer luchtig. De songs nemen ons mee terug naar het verleden, het is sixtiespop op z'n Deerhunters.
Na deze vijf minuutjes wordt het weer wat diepzinniger, met 'Sailing'. Het is, net als 'Earthquake', een slepend nummer. Met opborrelend water, zo lijkt het wel.
Het contrast met 'Memory Boy' is wederom groot. Dat nummer hakt er vrolijk op in, en ligt meer in de lijn van 'Don't Cry' en 'Revival'. Ik zing het nummer mee ("It's not a house anymore"), en voel zelfs de neiging om te dansen. Dit is wel lekker catchy, maar het heeft toch nog iets anders, wat ik niet zo goed kan plaatsen.
Dan is er 'Desire Lines', een wat langer nummer. Dankzij de stem van Cox klinkt dit nummer niet te zoet. Waarheid wordt er wel gesproken in dit nummer ("Whatever goes up; must come down"). Na een tweede maal het reffrein, krijgen de instrumenten een wat vrijere rol, en daar wordt de song pas echt interessant. Er zitten een paar fraaie stukken in. Sterk nummer, zonder meer!
'The Basement Scene' klinkt ook gewoon alsof het in een kelder is opgenomen. Het klinkt oud, muf, maar wordt deels recht gehouden door de kwaliteit van het nummer, en de tekst ("It could be the death of me; knowing that my friends will not remember me; I wanna get old"). Toch een minder nummer, wat mij betreft.
'Helicopter' stelt me gerust; de plaat was dus niet aan het inkakken. Ik weet niet waar het nummer exact over gaat, de tekst is wel erg mooi, en muzikaal is het er ook voor gemaakt. Optimistisch klinkt het in ieder geval niet: "Take my hand and pray with me; my final days in company; the devil now has come for me; and helicopters circling te scene..." (de hele tekst zou ik hier kunnen quoten, maar dat doe ik niet, dat zou toch wat overdreven zijn). Aan het eind is Cox wel van één ding overtuigd: "Now they are through with me" zingt hij, elke keer weer, om dan te zwijgen en de muziek zijn zegje te laten doen, in een mooie outro. De song sterft langzaam weg, om plaats te ruimen voor de volgende.
'Fountain Stairs' klinkt weer wat poppier. Als ik het goed heb, hoor ik zelfs wat saxofoon, mooi!
'Coronado' opent met koel pianogetokkel, waar dan instrument per instrument bij komt. Fraai qua opbouw, zeker! Ook hier horen we weer de saxofoon.
Het laatste nummer, 'We Would Have Laughed', duurt het langst. Ruim 7 minuten lang. De opbouw van dit nummer zit zeker goed. Het repetitieve zorgt voor een wat bezwerende sfeer, de drums klinken lekker droog, en Cox' stem blijkt toch weer één van de grote troeven. Met een andere zanger zou deze plaat volgens mij niet zo sterk zijn. Tekstueel is het ook weer allemaal goed. Als je ouder wordt, verveel je je, en zoek je nieuwe uitlaatpijpen. Een goudzoeker zal uiteindelijk zo op geld belust worden, dat hij je land opkoopt, om nog meer goud te kunnen delven. Verwarring troef ook. Een voorbeeldje: "I lived on a table, I don't know where to go; I know my friends would; I know where my friends are now; I lived on farm, yeah, I never lived on a farm; where did my friends go?".
Het nummer wordt na ongeveer 7 en halve minuut abrupt afgebroken; het is eens iets anders dan het slotnummer langzaam te laten wegfaden, maar ach. Al bij al is dit een verdienstelijke plaat, nog niet het meesterwerk dat in deze talentvolle band schuilt, maar een verdienstelijke plaat. Meer niet, maar minder ook niet.
3,5 sterren