Dit vijfde studioalbum van Van Der Graaf Generator moet, hoogstwaarschijnlijk geldt dit voor menig fan, mijn eerste album van deze legendarische Britse band zijn geweest. We bevinden ons in 1975; een jaar waarin de progressieve rock al voorbij haar hoogtepunt was, maar waarin nog genoeg te beleven viel. Ik noem het legendarische Wish You Were Here, het wat minder bekende maar o-zo geweldige Les Cinq Saisons (Si On Avait Besoin d'une Cinquième Saison) en het ontroerende doch steengoede The Snow Goose als referentiepunten. In datzelfde jaar, na vier jaar een pauze te hebben ingelast naar aanleiding van tourmoeheid en thuisheimwee, bespeuren we dat de Vandegraaffgenerator opnieuw in werking is getreden en nieuwe elektrische spanningen heeft opgewekt. Deze spanningen, eerder een heuze schokimpuls, hebben veel teweeg gebracht aan het aardoppervlak van de progressieve rockmuziek.
Een gestroomlijnde, meer gefocuste versie van Van der Graaf, zo zou je Godbluff en Still Life wel mogen classificeren. Waar op het geweldige Pawn Hearts de reis, de epiek en de conceptuele motieven de composities leken te bepalen, heb ik het gevoel alsof Van der Graaf op Godbluff de composities echt centraal stelt en zich daardoor laat leiden. Met andere woorden; de composities staan op één en zijn het kernconcept, terwijl dat naar mijn idee voorheen wat minder was. Dientengevolge zijn er op Godbluff minder studiofratsen en productionele hoogstandjes te vinden, maar wordt de luisteraar meegezogen in vier composities waarop de band übergefocust en uiterst secuur te werk gaat.
Zo start de band met het angstaanjagende, onder-de-huid-kruipende The Undercover Man, wat tevens mijn favoriete song van Godbluff is. Al na de eerste twee minuten ben ik compleet verk(n)ocht; het samenspel van Jacksons subtiele fluitwerk, Hammills karakteristieke, eigenzinnige stem en de sporadische doch goed geplaatste drums van Evans doen mij langzaam naar de zevende muziekhemel zweven. Hoe de compositie dan stapsgewijs loskomt uit deze vrij ingetogen passage, zonder ook maar een greintje van geforceerdheid, is en blijft mij een raadsel. Let overigens ook op Hammills smaakvolle woordriedeltje vanaf 2:13 (Except in the context of time...'); wie verzint nou zoiets?! Het getuigd van enorme creativiteit, muzikaal vakmanschap en charisma om zoiets te kunnen verzinnen en op plaat te zetten.
Tekstueel gezien is The Undercover Man geen malse kost, aangezien het het proces van het gek worden (lees: madness) en de acceptatie daarvan beschrijft. Vooral dus de eerste twee minuten, waarin de eerste twee coupletten worden gezongen, raken mij het diepst:
Here at the glass -
All the usual problems, all the habitual farce
You ask, in uncertain voice
What you should do
As if there were a choice but to carry on
Miming the song
And hope that it all works out right
Tonight it all seems so strange -
My spirit feels rigid, my body deranged;
Still that's only from one point of view
And we can't have illusion between me and you
My constant friend, ever close at hand -
You and the undercover man
Scorched Earth en Arrow zijn de volgende twee nummers die op het menu staan en waar we als luisteraar op getrakteerd worden. Eerstgenoemde ontspringt uit het outro van The Undercover Man en maakt haar naam meer dan waar. Na een inleidende passage waarin de spanning wordt opgebouwd, blijkt het groovende nummer steeds sneller, dreigender, en dus 'verschroeiender' te worden. Wat betreft compositie is dit denk ik het beste nummer van deze plaat. Ook erg knap hoe de band in het heetst van de strijd, bijna tegen het einde van het nummer aan, nog even gas terug neemt, om vervolgens met een laatste knal af te sluiten.
Arrow is voor mij het meest lastige, ontoegankelijke nummer van Godbluff, en tevens ook het nummer waarbij het kwartje voor mij het laatst viel. We worden meteen in een kolkende jazz-tornado gegooid, waarbij drummer Guy Evans de show speelt met complexe patroontjes, vliegensvlugge fills en razendsnelle ghostnotes. Wat dan volgt is iets waar ik lang mijn vinger niet achter kon krijgen, maar wat slechts als pure magie moet worden gezien. Van der Graaf heeft bijna nog nooit zó beklemmend, gefocust en in your face geklonken als op Arrow; de intense zang van Hammill met die tergende uithalen, de (zoals reeds gezegd) complexe jazzy-drums, aangevuld door Jacksons smaakvolle fluitwerk en het creepy toetsenwerk van Banton. Twee keer wordt er magistraal toegewerkt naar een uitbarsting, culminerend in Hammill die twee keer een (beide keren iets andere) zin zingt met het woord Arrow.
Het is ook niet zo gek dat het nummer Arrow zo enorm beklemmend, intensief en gefocust is, gezien het thema wat Hammill als lyricus aansnijdt. De dood is als een spreekwoordelijke pijl, die ieder individu eens zal treffen en zal doorboren. Je mag rennen, vluchten, schreeuwen en huilen wat je wilt, maar het helpt allemaal niets. Iedereen zal er uiteindelijk een keer aan moeten geloven. Een angstvallige, doch zeer terechte waarschuwing van meneer Hammill.
The Sleepwalkers krijgt de eer toebedeeld Godbluff af te sluiten en doet dat dan ook met verve. Een prachtig stukje drumwerk, waarbij toms en koebel de hoofdrol opeisen, aangevuld met Jacksons fluit, spelen de hoofdrol in het langste nummer van de plaat. Er zitten allerlei verschillende soorten passages in dit nummer die, op het eerste gehoor, totaal niet bij elkaar lijken te passen, maar die toch met elkaar werken. Het eerste deel, wat georiënteerd is op tom- en fluitwerk, een instrumentaal stukje freejazz, gevolgd op een dromerige passage, waar vervolgens een lang instrumentaal spierballenwerkje tegenover staat inclusief saxofoon, waar uiteindelijk het outro uit komt rollen. The Sleepwalkers is dus een track waarin Van der Graaf laat zien moeiteloos heel verschillende stukken met elkaar af te wisselen waar voor ieder wat wils in zit. Wat mij betreft de ultieme, weergaloze afsluiter van een even weergaloos album.
Zo komt er een einde aan Godbluff, een hoogtepunt binnen de carrière van Van der Graaf Generator en daarmee een hoogtepunt binnen de progressieve rockmuziek. De formule van de beklemmende, intense, lasergefocuste sfeer die op het hele album wordt neergezet, gesierd door een (voor de prog) apart aandoend instrumentarium en ijzersterke composities is een formule die nog geen enkele andere artiest heeft weten te ontrafelen. De Britten zullen altijd herinnerd worden als uniek binnen het genre, ondanks het feit dat ze geen mainstream successen hebben weten te boeken. Van der Graaf doet me daarmee, om maar met een nietszeggende uitsmijter af te sluiten, denken aan Nederland als voetballand: veel betekent voor de sport, maar nooit écht veel prijzen weten te pakken. Het is alleen jammer dat iedereen altijd alleen het laatste onthoudt.
5*