één van mijn goede voornemens van 2012 is mijn Top 100 albums (de 100 albums die hier 5* van mij gekregen heeft) te voorzien van een uitgebreide recensie – daartoe heb ik die 100 albums gerangschikt en luister ik ze weer intensief, de bespreking gaat echter in willekeurige volgorde, net waar ik zin in heb – ik hoop de 100 in 2012 af te ronden en anders ga ik in 2013 verder
#11. VAN DER GRAAF GENERATOR - GODBLUFF (1975)
Peter Hammill, de leadzanger, gitarist, toetsenist en (belangrijkste) songschrijver van VDGG en de band zelf ken ik nu zo’n 25 jaar. Dit album sloeg in als een bom en elke keer als ik het hoor hoef ik me niet af te vragen waarom. Het album krijgt nog verdieping als je de rest van het oeuvre van Hammill beter kent en meer weet over de man zijn drijfveren, muzikale talenten, maar vooral als je de band of Hammill solo (of met sessiemuzikanten) live aan het werk hebt gezien. Hammill (VDGG) studio en Hammill live dat zijn een ander paar mouwen. In één woord: INTENS! Hammill zingt nogal onbehouwen, met passie, met vuur, met veel pathos en kracht!
Ergo, Godbluff. De kracht die telkens blijkt is de coherentie en compactheid van het album. De vier songs, de volgorde, de teller die bij 40 minuten stopt terwijl er een universum is voorbijgetrokken. Als je in het begeleidende CD-boekje kijkt zie je welke lappen tekst er in de nummers worden weggevreten. Het helpt ook om enigszins te begrijpen waar Hammill nu over zingt. Hier is dat nog beschrijvend over de (boze) wereld en de zielige mensjes die het bevolken. Maar altijd is er die passie, vuur en kracht. In het individu, de relaties onderling en de relatie met de aarde. Maar je kunt je altijd boos maken en opwinden en dat is wat hier gebeurt.
The Undercover Man
De opmaat voor het totaalalbum, een opmaat voor
Scorched Earth, bijna als sluipmoordenaar komt het binnen, maar het is meteen al dreigend. Diverse fluitpartijen en sax zetten de toon ondersteunt door baspedalen (de bassist had voorafgaand aan deze release (een eerste reünie) de band verlaten, waarna organist (dubbele klavier) Hugh Banton baspedalen voor zijn rekening nam (al speelt hij hier ook basgitaar meen ik)). De drums blijven wat op de achtergrond, maar zoals vaak bij VDGG is dat maar schijn. Na twee minuten komt er een opening en nog wat later begint de zang steeds stuwender te worden en zijn we volop bezig. Opvallend is dat gitaren ontbreken (zoals bijna op het hele album, terwijl er toch een herrie en orkaan van power ontwikkeld wordt), Hammill speelt voornamelijk piano/toetsen – het is een openbaring als je bij een concert ziet hoeveel herrie er dan ook geproduceerd kan worden.
Op 3.45 start het mooiste deel van het nummer, het blijkt een opmaat voor een storm die bijna een minuut later losgaat als ook de gitaar zijn intrede doet en de fluit wordt ingeruild voor minder lieflijk klinkende sax. Het drumritme geeft koers aan de gitaar die grommend zijn weg zoekt en de sax die uitwaaiert. Het nummer komt tot een hardrock-achtige finale als Hammill een vileine tweede kopstem inzet, VDGG beschouwde zichzelf ook altijd als claustrofobische hardrock eerden dan symfo, waarbij het vaak gecategoriseerd wordt.
Scorched Earth
Via Bantons orgel komen we automatisch uit bij de tweede track, daar waar de gitaar direct het heft in handen neemt. De opbouw gaat een stuk sneller en al vrij snel breekt de hel los. Met zijn karakteristieke raspende stem bij steviger volumes en een verstrooiende tekst zijn we op die desolate verschroeide aarde. Direct al een aantal kippenvel momenten. Vanaf 1.40 schakelt iedereen nog een tandje bij en een halve minuut later krijgen we een bruggetje voor het tweede salvo. Dat even later volkomen losgaat. Moderne trio-live versies met twee orgels en drums geven aan hoe krachtig de muziek hier is. Na vijf minuten bereikt het gevecht een apotheose en de conclusie mag er zijn. Hammill is ontketent, sax en orgel zorgen nu allemaal voor verwarring (de drum blijft een baken), die lang aanduurt tot een klassieke apotheose die opvallend rustig en aangenaam is. Na de laatste live-versies in trio bezetting is Scorched Earth (zeker het briljante stuk vanaf 7.14 in de studioversie) mijn favoriete VDGG track geworden. De manier waarop Hammill op zijn Roland keyboard de gitaar partij invult en Banton op zijn dubbele klavier zowel toetsen als sax partijen voor zijn rekening neemt, ondertussen druk peddelend op zijn bas) is zonder meer weergaloos,
hier een impressie en ontroerend door de overgave en het plezier

.
Arrow
Een jazzy improviserende opening a la King Crimson zorgt ervoor dat de tweede 'plaatkant' een nogal afwijkend begint kent van waar we net geëindigd waren.
Arrowblijkt het enige nummer waar de gitaar van Hammill domineert. Het duurt dan ook niet lang voordat de dreiging weer is toegenomen en we dezelfde sfeer zitten als voorheen. Guy Evans drums zijn prominenter aanwezig en op basis van wat ik hoor en inmiddels een aantal malen live heb gezien durf ik wel t ebweren dat we hier na Jaki Liebezeit één van de beste drummers
ever aan het werk hebben. En als aan het begin het nummer vocaal gedreven is. Weer hele lappen tekst passeren de revue, teksten die visueel sterk zijn. Gedurende het nummer blijft die dreinende, ronkende gitaar overheersen die het nummer samen met Hammills zang het nummer een vitale energie geeft. Het nummer blijft verder een vulkaaneruptie die moeilijk te bevatten en te beschrijven is. De schier eindeloze stroom zonder structuur doet denken aan stromend magma die niet te stoppen is maar een verpletterende indruk achterlaat. In dat opzicht is dit meer een verschoeide aarde dan het nummer ervoor. En wat muzikaal rest is een terugkeer naar de jazzy opening van het nummer.
The Sleepwalkers
In zijn frisheid en opgetogenheid een ideale afsluiter. Een opgetogenheid die maar schijn is, want tekstueel is dit toch wel licht het meest schrijnende nummer van het album (demomen van de mens als zombies in hun omgeving – althans dat maak ik er uit op – wie weet is het onschuldiger). Instrumentaal valt dus de relatief makkelijk in het gehoor liggende melodie op, maar men valt wel direct met de deur in huis, orgel, sax, Hammill dwarrelt door zijn tekst heen die dus excelleert in beschrijvingen van ‘het zijn’. Ik kan me op basis van dit nummer wel weer even voorstellen dat VDGG voor een aantal mensen symfo is op basis van de wisselingen (tempo, sfeer, ritme en melodie) die veelvuldig in het begin van het nummer voorkomen (1.08, 2.18, 2.43, 3.02 en 5.02) maar op basis van het ook door mij gelinkte filmpje van Scorched Earth is VDGG dat allemaal ontgroeit. De abstractie, het heruitvinden, het minimalisme en de drive eerder experimenteel dan klassiek te noemen. Nu ja,
Sleepwalkers dus. Het weergaloze tenorsax gedeelte op 1.25, de prachtige tekst en dictie van Hamill en goed ingezette dubbele vocalen. De afronding zo tegen de helft en de herstart waarna het nummer volkomen losgaat, de introductie op een van de meest waanzinnige vocale stukken die Hammill ooit te berde bracht, te beginnen bij het stuk, “Tonight, Before You Lay Down…” dat zo rond 7 minuten begint, ondersteunt door weergaloze toetspartijen van Banton en Hammill zelf (weer geen gitaren hier).
Kortom een zeer coherent, compact album, waarbij blijkt dat hier echt een band aan het werk is met een van de beste drummers ooit, de onorthodoxe inzet van de saxofoon en fluit (niet zelfden tegelijk) en de weergaloze inbreng van de klassieke conservatorium geschoolde Banton die hier de creativiteit van Hammill perfect aanvullen. Beter hebben ze als band niet gemaakt, solo hebben enkele albums door de persoonlijke zeggingskracht en ontroering soms nog net een streepje voor op dit album (nummers die ik heb aangevinkt zijn Scorched Earth mijn VDGG favoriet en The Sleepwalkers (de runner-up als favoriet). Klassieker – voor altijd hoog in mijn Top100.
NB - ik hoop dat de volgende reviews wat bondiger zijn
