Drie albums verschenen er in 1977 van Iggy Pop. De eerste waren resultaat van zijn vriendschap met David Bowie, met wie in Berlijn veel optrok en in Frankrijk en Beieren twee albums opnam. Al in 1975 werd dit
Kill City opgenomen. Dit samen met zijn maatje James Williamson, uit de dagen niet lang daarvoor; de gereviseerde versie van The Stooges, die in 1973
Raw Power uitbrachten.
Op reis door new wave en punk kom ik vanaf
Music for Pleasure van The Damned. Waar die band werd overvallen door het succes, moest Iggy Pop er jarenlang voor bikkelen. De opnamen voor
Kill City lagen al twee jaar op de plank en waren bedoeld als demo's voor een volgend contract.
Met het plotselinge succes van
Lust for Life zullen ze bij platenbaas Bomp! hebben gedacht: 'Iggy Pop een internationale hit? Hé, laten we een graantje meepikken!' In november '77 lag de plaat in de winkelbakken, in Nederland verschenen via een licentiedeal met Warner en Radar.
Had ik dit toentertijd als jonge tiener gehoord dan was het me tegengevallen. Waar ik instapte op de trein Pop-Bowie, klinkt Pop met Williamson anders. Vaker draaien doet de muziek echter groeien, mede door het soms gevoelige gitaarwerk en Pops subtielere zang, zoals in
No Sense of Crime en het verstilde
Night Theme, dat een aangenaam gitaarwerkje blijkt.
Ook had ik moeten wennen aan het saxofoonspel van voornaamste "bijrol" op
Kill City, John Harden. Vaker afspelen wordt dus beloond. Sterk voorbeeld hiervan is
Beyond the Law. Het begint met een rockende riff á la Keith Richards, maar met de sax erbij wordt een brug geslagen naar artrock zoals die van Roxy Music (
Roxy6, tsjek dit uit!).
Zwakke momenten kent de plaat niet, al doet het één meer dan het ander. Soms rockend op een wijze als de Rolling Stones, dan weer subtieler met gitaarwerk dat me soms deed stoppen met klussen, om te luisteren naar de fraaie akkoordenreeksen. Lees ook wat
iggy tien jaar geleden en twee berichten hierboven schreef: spijkers op koppen!
Was dit een film geweest, dan was deze genomineerd voor de Oscars zonder er één te winnen. Maar de Oscar voor beste bijrol was naar John Harden gegaan. Zijn saxspel is de kers op den taart. Alleen daarom al een aangename ontdekking voor mij, 47 jaar na dato.
Mijn reis gaat naar december 1977: Wire met
Pink Flag.