In januari 1988 was daar de tweede elpee van David Lee Roth.
Scyscraper verscheen in een maand die in mijn hoofd niet paste bij de man, die ik associeer met zomer, strand en bikini's. De hoes veroorzaakte een tweede "error" in mijn hoofd: bergbeklimmen met een alpinopet op? Dat laatste: niet okay. Bovendien waren er in die periode veel nieuwe bands die mijn aandacht vroegen en dus liet ik de plaat links liggen, zelfs in de fonotheek.
Neemt niet weg dat
Just Like Paradise veelvuldig op MTV en Sky Channel was te zien.
#6 in de Billboard Hot 100, waar Rick Astley op 1 stond. Een aanstekelijk liedje in de kenmerkende Rothstijl, vergelijkbaar met de eerste twee albums van Van Halen. Even gecheckt: in de Nationale Hitparade haalt het de nietszeggende positie van #77, nog lager dan vroeger de Tipparade. Die hitlijst was overgegaan naar de TROS en daarbij fors uitgebreid. Nog iets wat mijn aandacht niet meer had...
Maar heb inmiddels een mooie wandeling gemaakt met deze plaat in de oren en ook nu ik weer thuis ben, blijk ik toch wel degelijk wat te hebben gemist. Opgenomen met dezelfde topmuzikanten als het debuut is de groep uitgebreid met toetsenist en liedschrijver Brett Tuggle, wiens instrument een bescheiden rol speelt. Toch kan ik me voorstellen dat sommigen het niks vonden: basvirtuoos Billy Sheehan noemde het in 2009
"he wanted to mix dance beats into the music" en was als eerste weg.
Het zijn de toetsen die het geluid gelikter maakten en ik kan me voorstellen dat niet iedere fan daarop zat te wachten. Dance hoor ik eigenlijk alleen in
Stand up en met de oren van nu valt het mee: geen zware beats, wel van het type dat Astley ook in zijn muziek liet stoppen. De dagen van producerstrio Stock-Aitken-Waterman.
Tuggle schreef mee aan drie nummers, gitarist Steve Vai aan zes. De beste zitten op de eerste plaatkant: naast de single (in het slot a capella door onder meer gastzanger
Tommy Funderburk) zijn dat de aardige uptempo opener
Knucklebones, het pompende
The Bottom Line, het swingende titelnummer en het reflectieve
Damn Good met práchtig gitaarspel van Vai.
Deze speelt verder in een frivole en spetterende gitaarstijl, die in veel doet denken aan Eddie Van Halen, maar blijft weg van de zwaarte die eveneens op de eerste twee klassiekers van die groep was te vinden. Op de tweede helft van de plaat ontbreken uitschieters, waardoor de berg verschrompelt tot een heuveltje. De blazers in
Two Fools a Minute helpen niet, al valt op dat Roth daarmee iets van zijn swingliefde toont.
Als de groep gaat touren is Sheehan al weg en ontstaat het gerucht over duct tape op het podium: de bandleden mochten daar niet voorbij. In
maart dit jaar bevestigde hij dat verhaal, waarbij hij de naam van Vai niet noemt, maar die lijkt dé logische bron van zijn verhaal te zijn.
Waar voorganger
Eat 'Em and Smile in Nederland nog tot #57 reikte, klom
Skyscraper in februari '88 naar #39. Best goed voor Nederlandse begrippen.