MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Whitesnake - Saints & Sinners (1982)

mijn stem
3,59 (79)
79 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Liberty

  1. Young Blood (3:29)
  2. Rough An' Ready (2:52)
  3. Bloody Luxury (3:23)
  4. Victim of Love (3:33)
  5. Crying in the Rain (6:00)
  6. Here I Go Again (5:08)
  7. Love An' Affection (3:09)
  8. Rock An' Roll Angels (4:07)
  9. Dancing Girls (3:10)
  10. Saints An' Sinners (4:21)
  11. Young Blood [Monitor Mix / Early Vocal] * (3:28)
  12. Saints An' Sinners [Monitor Mix / Early Vocal] * (4:21)
  13. Soul Survivor [Unfinished, Unreleased Song] * (3:07)
toon 3 bonustracks
totale tijdsduur: 39:12 (50:08)
zoeken in:
avatar
Nieuwstad
Ook nog maar even een inhoudelijk berichtje over dit album dan maar. Ik ben absoluut een fan van de oude bluesy Whitesnake albums. Alleen vind ik dit niet de beste in het rijtje. De band speelt ontzettend lekker (goed stevig en relaxed tegelijk) en de productie is ook lekker vettig (was op voorgaande albums helaas niet altijd het geval). Alleen vind ik de zanglijnen van Coverdale niet altijd even sterk. Neem nou nummers als Rock and Roll Angels, Love An' Affection, Victim Of Love, wat een zwakke refreintjes hebben die.. niks anders dan continue herhaling van de songtitel..

Kortom soms maakt men zich er iets te gemakkelijk van af. Coverdale heeft ook al eens aangegeven (bijv. in de liner notes van de remaster) dit een minder album te vinden omdat het vuur bij de band ontbrak. Maar dat is te kort door de bocht. Volgens mij ontbrak het hem zelf ook lichtelijk aan inspiratie. Is het daarmee een slecht album? Neehoor, het hele album heeft een enorme "drive" en luistert ontzettend lekker weg. Bovenden, sommige nummers ontstijgen de middelmaat wel degelijk (Crying In The Rain, Here I Go Again, Young Blood, om er een paar te noemen).

Daar komt bij, (de oude) Whitesnake had altijd zo'n lekker mals en uniek geluid dat het zelfs met nummers die in principe weinig om het lijf hadden alsnog steevast puur genieten geblazen was. Mede dankzij Coverdales bronstige stemgeluid natuurlijk, want gvd wat kon die gast zingen zeg!

Het refrein van Bloody Luxury doet me trouwens altijd een beetje aan Bruce Springsteen denken, meer mensen hier last van?

avatar van De buurman
3,5
Bronstig, ja. Perfect verwoord.

avatar van Brutus
4,0
Dit is een goed album van Whitesnake.
Het Luisterd lekker weg.

avatar van gigage
3,0
Grappig dat op de hier bij gevoegde clip slagwerker Cozy Powell te zien is terwijl Paice het nummer destijds heeft gedrumt.

avatar van De buurman
3,5
Mel Galley en Colin Hodginkson horen evenmin thuis in de clip. Op de plaat spelen nog gewoon Bernie Marsden (notabene de medecomponist) en Neil Murray.

avatar van Karma_To_Burn
2,5
Sorry maar wat klinkt Whitesnake hier inspiratieloos zeg! Er zijn natuurlijk nog best leuke nummertjes op te vinden zoals Young Blood, Rough An' Ready & Here I Go Again(Die ik persoonlijk later beter vind) maar nee, dit album weet mij niet echt te bekoren.
Het vorige album vond ik al wat meer standaard maar had zijn charmes nog, dit is nog steeds geen straf maar klinkt naar mijn mening toch wat futloos.
Tot nu toe het minste album wat ik van Whitesnake heb gehoord helaas.

2,5*

avatar van vielip
3,5
Hm, deze vind ik van de oude Whitesnake dan weer de meest genietbare. Zo zie je maar weer

avatar van Karma_To_Burn
2,5
vielip schreef:
Hm, deze vind ik van de oude Whitesnake dan weer de meest genietbare. Zo zie je maar weer

Smaken verschillen inderdaad, ik ben toch wat meer voor de hardere Whitesnake denk ik haha!

avatar van vielip
3,5
Ja ik dus ook. En deze vind ik van de oude Whitesnake het pittigst. Hierna werd het pas echt stevig (voor Whitesnake begrippen dan) met het toetreden van ene John Sykes trouwens.

avatar van Karma_To_Burn
2,5
vielip schreef:
Ja ik dus ook. En deze vind ik van de oude Whitesnake het pittigst.

Ik heb dan toch meer de voorkeur bij Ready An' Willing.

avatar van gigage
3,0
Het brave jaren 70 gitaarspel draait de hele plaat de nek om. Zo'n Victim of Love is eigenlijk best een prima song. Maar dan moet het wel rauw, stuwend en schurend gespeeld worden. En dat geldt eigenlijk voor de hele plaat. Het duo Murray/Paice zijn ook gewoon jaren hetzelfde blijven spelen en er zit dan ook geen enkele progressie in de band. Dat later Crying in the Rain op 1987 alsnog zo'n impact zou krijgen zou je na dit iel gevalletje niet zeggen. Alleen Coverdale laat zich van zijn beste kant horen. De rest lijkt meer op een stel ingehuurde sessie muzikanten die allang het snelle tempo van de jaren 80 (ahum) niet meer bij konden houden. De titeltrack kan me nog het meest bekoren, maar had ook zomaar van Aerosmith kunnen zijn.

avatar van De buurman
3,5
Ben het wel enigszins eens met Gigage. Het duo Murray/Paice springt er minder uit dan op voorgaande platen en de gitaarpartijen zijn ook niet echt memorabel. De songs zijn nog steeds redelijk goed, maar de plaat maakt minder indruk dan de drie voorgangers. De productie is ook wat minder fris. Young Blood en Here I Go Again zijn geweldig, overigens. Maar Saints & Sinners is niet hun beste werk. Ik beschouw het als een net wat minder goeie plaat uit de klassieke Whitesnake periode. Slide It In, dat hierna kwam en dat eigenlijk al wat vooruitblikte op Whitesnake nieuwe stijl, klinkt een stukje gretiger en sterker.

avatar van B.Robertson
3,5
Er valt uit het geciteerde Wikipedia-interview met Mick Moody op te maken dat de band na de Come an' Get It tour moe was, er spanningen ontstonden en men op elkaar uitgekeken raakte. Dat zal zijn sporen tijdens de opnames van Saints & Sinners hebben achtergelaten. Het mindere songmateriaal op vooral de tweede helft vind ik prima te pruimen en Young Blood, Rough 'an Ready en Bloody luxury doen het nog altijd prima op dit uiteindelijk best wel genietbare plaatje. Ian Paice valt mij in Young Blood wel op.

avatar van RonaldjK
4,0
Dat waren altijd aangename middagjes of avondjes: met mijn muziekmaatje van school de laatste nieuwe aanwinst beluisteren. Hij was een grote fan geworden van David Coverdale en daarmee ook van Whitesnake. Nadat we via de fonotheek kennis hadden gemaakt met de drie voorgangers, was Saints & Sinners hun eerste plaat die hij zelf aanschafte. Zoals altijd wilde hij zijn enthousiasme delen.
Ik was iets sceptischer, omdat de voorgaande drie platen steevast naast edelsteentjes ook fillers bevatten. Het kwam erop neer dat ik op ieder van die albums de helft van de liedjes briljant vond en de andere helft een stuk minder. ‘Maar deze is anders,’ verzekerde hij me zelfverzekerd, ‘hoor maar!’

Het eerste wat opviel was de hoes, die ik nog niet in het echt had gezien: de elpee lag nog maar net in de winkels. Het moet dus eind november 1982 zijn geweest, dat ik de opvallende cover bekeek. Die gaf mij het gevoel dat er iets was veranderd. Het straalde een nieuw elan uit, passend bij de sensuele teksten die Coverdale nogal eens neerpende. De binnenhoes liet wat dat betreft al helemaal niets aan de verbeelding over, met het vrijende heilige-en-zondaar-paartje in een andere houding dan op de cover.
Op de achterzijde geen bandfoto, maar alleen een foto van Coverdale. Waarom dat was, had ik in Oor gelezen, daarover later meer.

Ondertussen denderde de A-zijde uit de groef, de vriend had uiteraard de versterker luid opengedraaid. Kort daarop zou hij ‘m opblazen. De defecte weerstand verscheen vervolgens aan een ketting om zijn nek, bewijs van de charme van luid afgespeelde muziek.
Anders dan voorheen bij Whitesnake had producer Martin Birch de gitaren prominent ingemixt, waardoor de sound niet meer warm in jaren ’70-stijl was. Een pittige sound. Daar kwam bij dat de eerste drie nummers stevig en op hoog tempo rocken en dat alle vijf de composities op de A-kant sterk zijn. Dit was inderdaad beter dan voorheen, terwijl ik de drie voorgangers al lekker vond. Vanaf de eerste gitaarklanken van opener Young Blood is duidelijk dat de band meer scheurt en energieker klonk. Als er op het vierde nummer iets gas wordt teruggenomen, Victim of Love is midtempo, blijft de sound stevig. Dan Crying in the Rain dat met een fraaie bluesgitaar begint, om vervolgens naar die heerlijk slepende riff over te stappen.

Kant B begon ook al zo lekker, met het orgel van Jon Lord in het intro van Here I Go Again, dat het midden houdt tussen een ballade en een midtempo rocker. Coverdale was hoorbaar in topvorm en liet dat horen, emotioneel geladen en krachtig als nooit tevoren.
Dat Lord keyboards van een nieuwe generatie gebruikt, droeg extra bij aan het opgefriste geluid, daarover waren we het roerend eens. Ondertussen drumt Ian Paice groovy, zoals hij zo goed kan en het basje van Neil Murray danst heerlijk met diens partijen.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de rest op de B-kant mij minder pakte, maar al met al vond ik de band duidelijk gegroeid ten opzichte van de voorgangers. Steviger, zonder de amoureuze sfeer te verliezen.
Inmiddels heb ik meer met de twee afsluitende liedjes, Dancing Girls met die heerlijke toetsensolo en de net anders gespelde titelsong. Het bluesachtige gevoel wat in de muziek zit, bevalt mij beter dan ooit.

Zoals B.Robertson in het vorige bericht schrijft, was er hommeles geweest in het land van de Witteslang. De band was kort voor afronding van de opnamen uit elkaar gevallen, vermoeid door teveel feesten en geldgebrek. Dat laatste frustreerde hen, omdat ze inmiddels grote zalen vulden. Eén prangende vraag hield hen bezig: waar bleef het geld? Coverdale was er klaar mee. Hij ontsloeg de manager om zelf de geldzaken op zich te nemen én stuurde bovendien, op Lord na, alle bandleden de laan uit.
Zo kwam het dat bij verschijnen van Saints & Sinners de bezetting anders was dan op de plaat: de nieuwe jongens waren drummer Cozy Powell, gitarist Mel Galley en bassist Colin Hodgkinson.
Dat drie-vijfde van de band inmiddels was vervangen was ons dus bekend, maar wat deze twee pubers vooral bezighield waren de opgefriste sound en hernieuwde energie die van de plaat spatten.

‘Bloody Luxaflex!’ grapten we in de schoolgangen tijdens de pauzes, als verbastering van het derde nummer op de plaat, een ijzersterke rocker. Op 31 januari ’83 stond de band in Vredenburg, Utrecht. De vriend kwam met razendenthousiaste verhalen terug en liet zien op welke plek Coverdale zijn microfoon vooral had gehouden. Niet bij zijn mond. Mooie herinneringen, heb nog altijd spijt dat ik niet bij dat concert ben geweest…

avatar van Faalhaas
3,5
RonaldjK schreef:
Op 31 januari ’83 stond de band in Vredenburg, Utrecht. De vriend kwam met razendenthousiaste verhalen terug en liet zien op welke plek Coverdale zijn microfoon vooral had gehouden. Niet bij zijn mond. Mooie herinneringen, heb nog altijd spijt dat ik niet bij dat concert ben geweest…


Dat zal een mooi concert geweest zijn ja. Een paar weken later (19 maart 1983) rockten ze er ook lekker op los in Ludwigshafen:

WHITESNAKE - Live Germany 1983

avatar van RonaldjK
4,0
Na die leuke (?) introductie zie je meteen wat ome David met zijn microfoon kon doen!

avatar van Faalhaas
3,5
RonaldjK schreef:
Na die leuke (?) introductie zie je meteen wat ome David met zijn microfoon kon doen!

Ha ja prachtig! Icm de teksten was het natuurlijk wel duidelijk wat hij daarmee bedoelde. Mooie tijden waren het, al deed men toen ook al wel moeilijk, Coverdale zou vrouwonvriendelijk zijn. Grote onzin natuurlijk.

avatar van RonaldjK
4,0
Hij is eerder té lief voor het andere geslacht...

avatar van Faalhaas
3,5
RonaldjK schreef:
Hij is eerder té lief voor het andere geslacht...

Klopt, een beetje liefde en affectie daar doet Coverdale nooit moeilijk over. De beste man is eigenlijk slachtoffer van liefde.

avatar van RonaldjK
4,0
In podcast Rockonteurs (te vinden op uw streaming platform waarbij ook YouTube) staat sinds mei 2021 een uitgebreid interview met gitarist Bernie Marsden. Het gaat niet alleen over zijn jaren bij Whitesnake (1978 - 1982), maar ook over zijn tijd bij UFO (1972 - 1973) en zijn beroemde gitaar "The Beast".
Bovendien vertelt hij hoe Here I Go Again tot stand kwam, de reactie van Coverdale toen hij met de muziek kwam aanzetten én hoe hij indertijd te horen kreeg dat hij niet meer in de band zat.
Gentleman als hij is, blikt hij minzaam terug - mede geholpen door de cheque die vanwege die ene hit jaarlijks op zijn deurmat valt, waarover hij heel eerlijk is.

Het werd me weer eens duidelijk hoe belangrijk hij en Micky Moody waren voor Whitesnake in die jaren. Dit wat betreft de bluesinvloeden én als co-componisten van enkele klassiekertjes. Ik noemde hun namen niet eens toen ik in oktober over dit album schreef. Schande!

Te vinden op de website van Rockonteurs (presentator Gary Kemp) of simpeler op de diverse streamingplatforms bij seizoen 1, episode 36 of tik bijvoorbeeld in de zoekbalk 'Rockonteurs Marsden'.

avatar van RonaldjK
4,0
Bernie Marsden is niet meer...

avatar van RonaldjK
4,0
Phil Aston van vlog Now Spinning Magazine en Pete Pardo van vlog Sea of Tranquility met fraaie odes aan Marsden.

avatar van RonaldjK
4,0
Interessante zaken rond het uiteenvallen van Whitesnake in de periode vóór verschijning van het album, opgelepeld uit Bernie Marsdens boek Where's My Guitar? (2020).

Qua inkomen merkten de leden al sinds 1980 niet dat ze in Europa inmiddels aan de top stonden, wat ertoe leidde dat manager John Coletta werd buitengesloten van opnamen en optredens. De gitarist verwijt zichzelf en de anderen dat ze op cruciale momenten geen kritische vragen stelden, zo stelt hij diverse malen vanaf p. 167. Bijvoorbeeld toen werd meegedeeld dat Martin Birch niet de producer van hun volgende plaat zou worden.
Wel stelt Marsden als diens vervanger Guy Bidmead voor, producer van Marsdens Look at Me Now. De groep is dan geboekt voor een sfeerloze studio, die halverwege wordt verruild voor Clearwell Castle, waar voorganger Come an' Get It tot volle tevredenheid was opgenomen.

Buiten medeweten van de andere leden was Coverdale in gesprek met een jurist om de financiële jungle te doorgronden. Gitarist Micky Moody was kennelijk al klaar met één en ander en verliet de groep (hij doet sessiewerk voor Sheena Easton), waardoor het meeste gitaarwerk op Saints & Sinners door Marsden werd ingespeeld.
Gedurende twee dagen komen Paice en Lord niet opdagen voor overdubs. Achteraf blijken ze bij paardenraces te zijn geweest. Coverdale en Marsden zitten diep teleurgesteld bij elkaar en de laatste oppert om de groep maar te stoppen. De zanger blijkt met dezelfde gedachte te spelen, maar de consequenties zijn onverwacht.

De groep komt overeen dat Coletta en diens bedrijf Seabreeze zullen worden ontslagen. Een vergadering wordt gepland om hem dit mee te delen. Bij het vooroverleg schittert Coverdale om onbekende redenen door afwezigheid en op kantoor herhaalt zich dat.
Coletta is er wél en start de bijeenkomst met een mededeling van zijn kant: na overleg met Coverdales advocaat iedereen is ontslagen, op Lord na. De groepsleden zijn ontsteld, op een laconieke Paice na. Marsden krijgt ter plekke een solocontract aangeboden van Coletta en verwijt zich achteraf te hebben getekend. Een aanbod dat alleen die dag geldig is...

Is Whitesnake ontbonden of was Marsden ontslagen? Marsden weet het in zijn bio nog altijd niet, maar dat de groep een doorstart maakt, blijkt in de weken erna. Uitgerekend zijn maatje Cozy Powell treedt toe tot Whitesnake, met gitarist Mel Galley en bassist Colin Hodgkinson.
Maar ook Moody keert terug aan boord, net als producer Martin Birch, die de laatste opnamen doet: de zang van Coverdale en achtergrondzang van Moody en Galley. Laatstgenoemde speelt op dit Saints & Sinners geen noot gitaar.
Al spoedig wordt Moody vervangen door John Sykes. Vervolgens vertrekt Hodgkinson, waarna het tweede groepslid terugkeert: Neil Murray.
Marsden begint de groep SOS en als het daarmee niet lukt, volgt spoedig een volgend avontuur met Alaska. Paice komt in de groep van Gary Moore en Moody richt zich weer op sessiewerk.

Het laatste nummer dat Marsden voor Whitesnake schreef: Here I Go Again. Het wordt als heropname hét succes van 1987 en in zowel 1988 als 2016 ontvangen hij en Coverdale hiervoor een onderscheiding van de muziekindustrie. Jon Lord hoorde het in 1981 meteen, toen het nummer werd geïntroduceerd. Met een glimlach complimenteerde hij Marsden: "You are a clever little sod, aren't you?"

avatar van vielip
3,5
En ik als jochie destijds maar denken dat het spelen in een band met vrienden het mooiste is dat er bestaat. Ik weet dat het er bij Whitesnake soms wel heel apart aan toen ging maar ik gok dat het bij 8 van de 10 bands op deze manier ging. What's the colour of money...

avatar van RonaldjK
4,0
Helemaal waar! Van Francis Rossi las of hoorde ik een uitspraak in de trant van: "Het is SHOWbusiness. Het ziet er aan de buitenkant mooi uit, maar achter de coulissen is het anders." Klopt helemaal natuurlijk.

Ik weet van Jerney Kaagman van Earth & Fire dat zij nadat zij financieel was benadeeld een (auteurs)rechtenstudie is gaan doen, om dat soort zaken te voorkomen. Vervolgens heeft ze zich ingezet voor muzikanten bij een vakbond speciaal voor hen.

avatar van vielip
3,5
Dat is dan één van de beste wapenfeiten ooit van mevrouw Kaagman voor zover ik dat kan beoordelen Zonder gekheid; je leest en hoort het natuurlijk maar al te vaak; de dubieuze randfiguren die om een band heen krioelen. Ik ben dan toch teveel romanticus (laat m'n vrouw het maar niet lezen ) en denk maar vooral hoop dat dat dan allemaal zo'n vaart niet loopt. Naïef zeg je?

avatar van Faalhaas
3,5
Saints and Sinners wordt volgens sommigen gezien als één van de zwakkere platen uit hun klassieke periode. Anderen vinden hem juist heel sterk. Ik hang er een beetje tussenin. Hoewel het album goed geproduceerd is en nog steeds die karakteristieke Whitesnake-swing heeft, mist het een bepaalde consistentie. Dat zou je natuurlijk kunnen zeggen over al hun eerdere platen; een handvol sterke nummers aangevuld met wat fillers. Maar op dit album wordt het toch wel een beetje nijpend allemaal, de band stagneert en ik snap dat Coverdale hierna voor een nieuwe aanpak koos. Dit is dus echt een momentopname van de band in een overgangsfase.

Young Blood - Een energieke opener met een stevige riff en een typische Whitesnake-groove. Solide, maar niet heel uitzonderlijk. Nooit live gespeeld volgens mij. 3.5/5

Rough an’ Ready - Lekker up-tempo rocker met een rauwe, bluesy vibe en een aanstekelijke riff. Vrij simpel refrein dat blijft hangen. Verdween weer vrij snel uit de setlist, was leuk geweest als ze het in latere jaren nog eens hadden gespeeld. 3.5/5

Bloody Luxury - Een wat luchtiger nummer met een party vibe. De energie is aanwezig, maar het voelt toch een beetje voorspelbaar aan allemaal. 3/5

Victim of Love - Begint heel overtuigend en veelbelovend. Coverdale zingt sterk en er is een lekkere groove. Helaas is het refrein te saai met te veel herhaling. Iets waar veel nummers op dit album last van hebben 3/5

Crying in the Rain - Een absolute uitschieter, en één van Whitesnake’s klassiekers. Geweldig intro dat helaas werd weggelaten op de 1987 versie (daar klapt ie er in één keer in, ook wel lekker hoor ). Deze versie is rauwer en bluesier, met meer ruimte voor het orgel van Jon Lord. Ik weet niet welke versie ik beter vind. De 1987 versie heeft natuurlijk wel meer energie dankzij oa Sykes, maar er ging ook wat verloren. Hoe dan ook, ik vind dit sowieso het hoogtepunt van het album. 4.5/5

Here I Go Again - Ook een sterk nummer natuurlijk. Deze versie voelt heel anders aan dan de twee 1987 remakes (ja er zijn in totaal maar liefst 3 officiële versies). Het is nu meer een ballad, maar de uitvoering en productie voelen hier wat vlak. Het aanpassen van hobo naar drifter vind ik wel een verbetering . 4.5 /5

Love an’ Affection - Een standaard bluesrocknummer dat weinig indruk maakt. Het swingt wel, heeft energie maar het is te generiek en mist een eigen smoel. Een typische filler zoals Whitesnake die destijds wel meer maakte. 2.5/5

Rock an’ Roll Angels - Een vrolijke, uptempo track met een aanstekelijke groove en een riff dat Keith Richards had kunnen bedenken, maar het blijft opnieuw niet echt hangen. Het is een degelijk nummer dat voelt als een gemiste kans voor iets groters. 2.5/5

Dancing Girls - Een energiek nummer met een funky ondertoon, een vrij hilarische "foute" tekst maar het eindresultaat is toch vrij middelmatig omdat het qua compositie vrij weinig om het lijf heeft. 2.5/5

Saints an’ Sinners - De band legt een solide basis maar het is opnieuw allemaal zo voorspelbaar. Het album gaat met deze laatste serie nummers toch een beetje als een nachtkaars uit. 3/5

Saints and Sinners is solide en zakt nergens door de ondergrens heen. Behalve de twee remakes wordt het album volledig genegeerd in de live sets, dat zegt ook wel wat natuurlijk. Het heeft zeker zijn momenten, maar de magie van albums als Ready an’ Willing of Come an’ Get It ontbreekt. De tracks Crying in the Rain en Here I Go Again lieten al zien waartoe Whitesnake in staat is, maar te veel fillers en een gebrek aan drive maken dit een album dat ik niet vaak opzet. Met verbeterde arrangementen en nieuwe muzikanten nam Coverdale echter revanche.

3.5*

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 21:46 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 21:46 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.