Een lange inleiding, na de tweede witregel gaat het over
You Are Here.
De drie albums die UFO in 1995, 2000 en 2002 met de teruggekeerde Michael Schenker had gemaakt, haalden noch in het Verenigd Koninkrijk, noch in de Verenigde Staten de albumlijsten. Dát was anders gehoopt. Geen terugkeer naar de (financiële) hoogtijdagen van eind jaren '70, die vooral met livedubbelaar
Strangers in the Night (1979) was bereikt. Wat dat betreft was er geen verschil met de twee albums die UFO-zonder-Schenker als Way/Mogg maakte.
Volgens bandbiografie 'High Stakes & Dangerous Men' (2014) van Neil Daniels meldt de groep in januari 2003 dat Schenker is vertrokken, waarbij er inmiddels geen juridische redenen meer zijn die verhinderen dat men als UFO continueert.
Schenker zit in problemen: opnieuw door alcohol; schulden én een echtscheiding waarbij twee kinderen zijn betrokken verergeren de boel. De gitarist stelt orde op zaken: zo verkoopt hij gitaren plus andere persoonlijke bezittingen waarbij een tourbus, brengt met MSG
Arachnophobiac uit en tourt, waarna hij zichzelf twee jaar later weer op orde heeft.
UFO meldt ondertussen dat ex-Europegitarist John Norum bij de band speelt; voor de tweede maal, als in 1995 bij de
nasleep van de mislukte tour bij
Walk on Water. Deze meldt echter enkele maanden later dat hij het aanbod heeft afgeslagen.
In juli 2003 duiken er geruchten op dat Vinnie Moore zich bij UFO heeft aangesloten, hetgeen in 2004 officieel wordt. Hem kende ik van het ijzerksterke en keiharde debuut van
Vicious Rumors (1987) én van zijn subtielere soloalbum
Mind's Eye (1986). Ander werk had mijn oren niet bereikt, waarbij zijn periode bij Alice Cooper ten tijde van
Hey Stoopid (1991). Een vriend van Moore tipte hem, waarop de snarenman een demo naar UFO's Duitse manager Peter Knorn stuurde; ze kenden elkaar al van een ontmoeting in de VS toen Moore voor Schenker opende.
Toetsenist (en soms gitarist) Paul Raymond keert terug, waarmee een vol livegeluid én variatie zijn gewaarborgd. Derde grote verrassing is de komst van drummer Jason Bonham, die aan de groep wordt gekoppeld door Spike, de frontman van The Quireboys, de groep waarin Phil Moggs neef Nigel bassist is.
You Are Here wordt opgenomen in het Duitse Celle in de Area 51 Studio met Tommy Newton (Thomas Metzger) als nieuwe producer. Daarmee klinkt de boel coherenter dan de voorgangers. Net als op voorganger
Sharks gaat UFO met hard rockende slidegitaren van start, hier
When Daylight Goes to Town geheten. Een ijzersterk nummer, mede dankzij de rauwe tegenzang in het refrein van bassist Pete Way.
De nummers daarna hebben meer tijd nodig, maar geleidelijk pakt
Black Cold Coffee met zijn gecompliceerde gitaarlicks.
The Wild One is midtempo. Moore speelt gevarieerd: van robuuste hardrock via snufjes blues en shredracerij naar de nodige akoestische partijen.
Give It Up is lekker uptempo, solide stoempend als een wielrenner,
Call Me is degelijk midtempo en
Slipping Away begint verrassend met hoge o-hoo-hoozang van Phil Mogg (doet ie anders nooit), waarna het swingend vervolgt met sterke melodieën en een kwetsbaar gespeelde brug.
De tweede helft begint met
The Spark That Is Us, voor mij het tweede absolute hoogtepunt van de plaat. De coupletten bevatten drie maten vierkwartsmaat, gevolgd door een tweekwarts. Omdat Bonham drummer is, denk ik al vlug aan diens vader John, toen deze bij Led Zeppelin
Kashmir inspeelde.
De nummers daarna zijn qua tempo te vaak midtempo of nét iets sneller, waardoor enige eenvormigheid ontstaat. Neemt niet weg dat
Sympathy een heerlijke massief refrein bevat en in het intro van
Baby Blue klinkt práchtig akoestisch gitaarspel.
Ik geef na die zwakkere tweede helft een 7,5 als cijfer, uitgedrukt in 3,5 ster. Geoff Barton van Classic Rock was overigens rázend enthousiast, zo schrijft Neil Daniels in de bandbio:
"I began to wonder if this might be the finest studio album of UFO's entire 35 year career."
Eind augustus 2024 verscheen een heruitgave bij Cleopatra met als bonustrack
Messing up the Bed. Daarbij ook op
2LP in goudkleur verkrijgbaar.
Ex-UFO-toetsenist Danny Peyronel bracht eveneens in 2004 een
album uit dat qua titel én hoes verwees naar
No Heavy Petting (1976). Daarop een cover van
Highway Lady.
Volgende UFO-album werd het relatief onbekend gebleven
Showtime van een jaar later.