Of het nu wel of niet een grap is dat het demonische lachje in Mama is afgeleid van het lachen van Grandmaster Flash in The Message weet ik niet; ritmisch gezien zou de beat van Mama weer prima onder een hiphop nummer passen.
Een sterke opener waarbij Phil Collins terecht de hoofdrol opeist.
Eigenlijk een mooi gegeven dat hij Genesis hier trouw bleef.
Solo was hij succesvoller dan bij zijn band, en Mama sluit dan ook meer aan bij Genesis, dan bij zijn solowerk, op de kenmerkende drums na.
That’s All past voor mijn gevoel meer op ...But Seriously.
Een stuk commerciëler dan Mama, maar vreemd genoeg geen hit.
Onder de naam Phil Collins had deze waarschijnlijk beter gescoord.
De gitaarsolo op het einde heeft wat raakvlakken met Big Love van Fleetwood Mac, en had wat prominenter aanwezig mogen zijn.
Home By The Sea is ook een echte single, maar deze werd nog minder opgepakt, hier is het symfonische element wel weer aanwezig.
De overgang naar Second Home by the Sea had ik mooier verwacht, dit is geen vervolg, maar meer een los staand nummer, alleen de tekst op het einde sluit er wel op aan.
Bij de sound moet ik meer aan de eerste twee albums van Tears For Fears denken, maar het geheel is mij net iets te langdradig.
Ook een naam als Jan Hammer is niet ver weg; een grappig feit is dat Phil Collins later een gastrol in Miami Vice zou vervullen.
Illegal Alien is blijkbaar ook op single verschenen, maar blijft totaal niet hangen, deze ook nooit op de radio voorbij horen komen.
Bij het einde zou een mooi Afrikaans ritme passen, maar blijkbaar had Collins het al te druk met zijn rol als frontman, waardoor hij vergeet om te drummen.
Taking It All Too Hard was de 5e single, dus blijkbaar was deze plaat wel degelijk gericht op een groter publiek; ik denk zelfs het Phil Collins publiek; welke ook Hello, I Must Be Going! en Face Value in de kast hebben staan.
Sterker nog; ik denk dat veel mannen deze bewust naast de Phil Collins platen hebben staan, zodat hun vrouwen deze ook eerder uit de kast zullen trekken.
Het lied is zelfs voor Phil Collins begrippen erg zoetsappig; dus zeker voor Genesis.
De laatste drie nummers Just a Job to Do, Silver Rainbow en It's Gonna Get Better hadden ook prima singles kunnen zijn, helaas net zo niets zeggend.
Niet helemaal geslaagd deze Genesis; ondanks het geweldige Mama.
Opvolger Invisible Touch bezat nog genoeg spannende momenten, maar We Can’t Dance blijf ik net als deze een veredeld solo album zien; maar goed, daar zullen de meningen verdeeld over zijn.
God Collins lag op de laatste dag van het scheppingsverhaal lui in zijn hangmat, en pakte af en toe nog wat stiften om zijn kleurenboek versie van de bijbel af te ronden.