Is Comedown machine meer stuurloosheid of een herkansing voor Angles? Een antwoord formuleren is niet zo eenvoudig, aangezien het album opnieuw een zekere geslotenheid in zich draagt, waardoor het een taaiere brok is dan eerdere albums. Is this it was ook eerder een verzameling van uiteenlopende nummers, maar omdat de sound zo strak en afgebakend was, vormde het een bijzonder sterk geheel. Dit is sinds First Impression of Earth minder. Op Comedown Machine zorgt de productie weer voor meer uniciteit, op dat vlak zijn er dus duidelijk lessen getrokken uit Angles. Maar het moge duidelijk zijn dat de dagen van de garage rock voorgoed voorbij zijn. Dit is een album dat meer aanleunt bij de New Romantics, en nog meer opteert voor de eighties sound van bijvoorbeeld Macchu Picchu op het vorige album.
Het goede nieuws is dat het vijftal niet langer krampachtig naar het verleden kijkt en er af en toe nog eens een vintage nummer tegen aan smijt in de hoop om toch nog te scoren bij de oude fans. Hier kiezen ze resoluut voor de vernieuwing, meer in de stijl van Casablancas’ solowerk Phrazes for the young. Casablancas’ lyrics zijn weer van het gebruikelijke hoge niveau, de constante binnen het oeuvre van The Strokes, en toont dat hij zijn innerlijke falsetto volledig heeft aanvaard, terwijl Albert Hammond Jr. ook in deze strakkere Strokes 2.0. zijn eigenheid kwijt kan op de gitaar. The Strokes zijn opnieuw cool, alleen kijken ze niet langer naar de Amerikaanse muziekscene van de jaren 60, maar wel naar het Groot-Brittannië van de jaren ’80, ook wel gekend als het minder foute gelaat van de eighties.
Het eerder gereleasde One Way Trigger deed denken aan A-ha, en hoewel er al enkelen door dit nummer zullen afhaken, is het toch de moeite het nummer in de juiste context te horen. Hoogtepunten op het album zijn opener Tap Out, een popnummer dat zo puntig is dat het bijna een oog uitsteekt, 80′s comedown machine, waarbij het vijftal er beter dan ooit in slaagt om sereniteit en schoonheid te combineren en Happy Ending, een nummer waarbij vooral het melodieuze en harmonieuze gitaarspel in het oog (of oor?) springt. Last but not least is er ook nog afsluiter Call it fate, call it Karma, dat nog het best te beschrijven is als een blues-annex-jazz-annex-bossanova-nummer. Het dreigt vooral even de mist in te gaan als de heren er nog eens onsubtiel een lap op willen geven zoals bij 50/50 of Partners in crime. Dit album schittert wanneer het vooral niet te subtiel wil schitteren.
Wat opvalt is dat het album erg goed geproducet is en dat er intelligent en innoverend met de instrumenten is omgegaan. Hier vindt men geen l’elektronica pour l’elektronica en ook gitaren worden niet altijd op de meest voor de hand liggende manier benut. Talent verdwijnt niet, het heeft vaak alleen tijd nodig om de juiste weg te vinden, zoveel is duidelijk. Let op dit is geen meesterwerk, maar het is wel het beste van The Strokes in tien jaar tijd, en dat op zich is al een hele prestatie. Bovendien is dit een alternatief voor zij die uit angst hun street credibility te verliezen toch maar niet de nieuwe Justin Timberlake gaan kopen. The Strokes bieden u een funky, poppy alternatief, met meer gitaren, en vooral met meer diepgang en vakmanschap. Is this it? Soms moet het niet meer zijn.
Volledige review op onderstaande link:
The Strokes – Comedown Machine | Jeroens wondere muziekkabinet - jeroenswonderemuziekkabinet.wordpress.com