HERGEST RIDGE 1974
Deze verzamelaar
Mike Oldfield's Wonderland (1981) bevat de finale
van Hergest Ridge en heb ik als jonge puber steeds met kerstmis geassocieerd.
Dat hoor je als je door blijft luisteren naar de laatste 8 minuten van het stuk.
Dan sneeuwt het tamboerijnen en zingt een mannenkoor ons de kerstnacht in.
De obligatoire Tubular Bells klinken voor één keer gepast als jubelende kerkklokken.
Maar er is ook de elektronische intro van Hergest Ridge.
Alsof een ster zich losmaakt van het firmament om ons te begeleiden op onze trip.
Die luistertrip voelt aan als een soundtrack bij de reis die de drie wijzen ondernamen.
Je hoort ze stapvoets dichter bij het mysterie komen. De opbouw is traag en pastoraal.
En pastoraal is ook een ander woord voor herderlijk.
Van heinde en verre sluipen aanbidders van het pasgeboren kind toe.
Hergest Ridge draagt als één van de weinige Oldfield albums trompetgeschal in zich.
Gepaster kan de schare engelen hun lof niet in muziek gieten.
Er gaat ook een zekere dreiging uit van het als een donderwolk aanzwellende thema.
Herodes is immers nooit veraf in het verhaal en zijn kindermoord wordt naar mijn belevenis
in al zijn gruwel blootgelegd in de bloed regenende gitaarstriemen van Hergest Ridge (part two).
Ik hoor een ingetogen melodie die Maria's zorg voor het kind illustreert.
Goud, wierook en mirre worden aangedragen en Herodes is even terug in een climax.
In de finale begeeft Hergest Ridge zich naar onze tijden
en krijgen we een sneeuwtafereel bij de kerststal om de hoek.
Met een vibrerende bas die het stenen uit de grond doet vriezen.
Het koor en de klokken nodigen ons uit om plaats te nemen in de middernachtmis.
Of hoe een stuk muziek in de verbeelding van een veertienjarige
het leven ging leiden van een onuitwisbare soundtrack bij kerstmis.