Is het ooit voor gekomen? Een album zonder cover, zonder bijbehorende videoclips, zonder vooropgezet publiciteitscircus, zonder radiosingles, waar alsnog miljoenen mensen reikhalzend naar uitkijken? Waarschijnlijk niet. Maar Kanye Wests Yeezus is nu al het meest besproken album van het jaar - niet alleen binnen de hiphop, welnee, dat etiket is Kanye de afgelopen jaren definitief ontstegen. Ooit was hij gewoon een talentvolle producer die het door Jay-Z werd afgeraden om een soloalbum te maken. Intussen is hij een van de onbetwiste smaakmakers in de wereldwijde muziekwereld. My Beautiful Dark Twisted Fantasy (2010) was een voorlopig hoogtepunt van zijn waanzinnige talent – het album was donker en kleurrijk tegelijk, Ye’s door woede gestuurde megalomanie leverde onvergetelijke nummers op. Met Yeezus gaat hij in elk opzicht nog een stap verder.
Yeezus is deprimerend, donker, absurd, grotesk, doorgedraaid, goudeerlijk, pijnlijk en overweldigend. Er zit geen logica in, allerlei genres lopen door elkaar heen, in elkaar over. De muziek staat het de luisteraar geen moment toe rust te nemen, en juist door die onaflatende wirwar van stijlen voelt het op een vreemde, nauwelijks verklaarbare manier toch vanzelfsprekend wat er gebeurt: Kanye zelf is het bindmiddel, zijn rap en zang, maken het logisch. Neem alleen al de geweldige openingstrack, het door Daft Punk geproduceerde On Sight. Het begint met een lange, donkere pieptoon, een elektronische knal die een onrustig bliepende synthesizer inluidt. Zonder enige aarzeling dist Kanye zijn rijms op ("Yeezy season approaching / Fuck whatever y'all been hearing"), om vervolgens, na de hardop gestelde vraag "How much do I not give a fuck?" plotseling over te gaan op een zangkoor - hoge, onschuldige stemmetjes verdrijven de baslagen voor enkele seconden, waarna de beat extra hard verder raast om stukje bij beetje in totale chaos uit elkaar te vallen.
Zo gaat het voortdurend op Yeezus. Net als je denkt te weten welke kant een nummer opgaat, wordt de koers radicaal omgegooid met een tempoversnelling, een onvoorziene sample, een plotselinge overstap naar een andere stijl. Op het meesterlijke Blood on the Leaves gaat een gevoelige Nina Simone-sample over in een ontstellende harde beat, afkomstig van C-Murders anthem Down 4 My Niggaz - twee absolute tegenpolen, die door Kanye's autotune-zang niettemin moeiteloos op elkaar aansluiten. Elders komt er een dancehall-fragment voorbij, of er wordt luidkeels gezongen. Op andere nummers klinken er keiharde old school- drums, mechanische gitaren, industriële dance-bassen, en toch: nergens lijkt het zomaar knip- en plakwerk of verwarring omwille van de verwarring. De fragmenten horen bij elkaar, er is geen noot die uit de toon valt.
Productioneel gezien is het album een absoluut ijkpunt in Kanye's carrière. Waar hij vroeger bekend stond om zijn rijk georkestreerde en met toegankelijke stemsamples doorspekte nummers, gaat hij hier terug naar een muzikaal minimum. Het klinkt bijna alsof hij zichzelf heeft gedwongen om alles wat hij tot nu toe heeft geleerd, de trucjes en handigheden, rigoureus te vergeten en van dat nulpunt opnieuw is begonnen met bouwen. Er zijn geen pakkende refreintjes meer, geen warme blazerpartijen, geen radio-vriendelijke gastoptredens. Nu vormt een sample geen leidraad meer voor een heel nummer, hooguit voor een intro of een outro, waarna het meteen weer wordt ingeruild voor een andere stijl. En laten we eerlijk zijn, dat alleen al is prijzenswaardig - welke andere artiest durft en kan nou zoveel stijlen op een natuurlijke wijze met elkaar vermengen? Maar wat de muziek op Yeezus nou meer maakt dan alleen een indrukwekkende klankencollage, meer dan een overtuigende proeve van talent, is dat de vorm naadloos aansluit bij de inktzwarte inhoud.
Kanye is niet zozeer verdrietig, hij is boos. Agressief, ook. Vanwege hedendaags racisme, roem, commercialiteit. Vanwege de bedrijven die hem proberen te beheersen, vanwege op winst gerichte kledingmerken, vanwege de alimentatie die ervoor zorgt dat hij niet nog meer cocaïne kan kopen. Bij elk woord dat hij uitspreekt, is te horen dat hij het meent. Hij schreeuwt zijn teksten soms bijna de microfoon in. Op andere momenten toont hij zich juist weer extreem gevoelig en begint vol gevoel te zingen. Een constante in de inhoud is de groteskheid: als een liefdesaffaire mislukt, is dat omdat er spectaculair drama plaatsvindt, niet omdat die doodbloedt. Als Kanye ergens om vraagt, is het niet om een extra servetje bij het avondeten, maar om het grote gebaar. Op het doorgeslagen I Am God speelt hij treffend met zijn eigen megalomanie: "I am a God, hurry up with my damn croissaint." En, uit hetzelfde nummer: "I just talked to Jesus/ He said, 'What up, Yeezus?'/ I said, 'I'm chillin'/Tryin' to stack these millions.' " Het is totaal overdreven, op het krankzinnige af - maar juist dat werkt effectief, door die veelvuldige hyperbolen gaat er wel een ongekende, alles verzwelgende kracht van de muziek uit.
Tegen de New York Times verklaarde hij, tijdens het enige interview dat hij over Yeezus zal geven: "I think what Kanye West is going to mean is something similar to what Steve Jobs means. I am undoubtedly, you know, Steve of Internet, downtown, fashion, culture. Period. By a long jump." Het is eerder grootheidswaanzin dan zelfvertrouwen, maar die ongeëvenaarde stelligheid geeft zijn muziek een totaal eigen karakter. Dat past weer precies bij de ontregelende en extreem robuuste beats, die tien nummers aaneen blijven voortrazen. Als een moderne heilige, de Jezus van de 21e eeuw, vuurt hij zijn ongenoegens in de rondte. Ye heeft natuurlijk altijd al wel de neiging gehad maatschappelijke kritiek en persoonlijke grieven in zijn teksten te stoppen, maar hier is hij niet langer een verhalenverteller meer, hij maakt ons onderdeel van de chaos in zijn hoofd. En dat zorgt er ook voor dat de meest verrassende muzikale keuzes logisch aanvoelen, de meest onvoorziene zijpaden ontstijgen het etiket artistieke stoerdoenerij ruimschoots. Yeezy neemt ons niet mee naar de studio van een van de meest getalenteerde muzikanten ter wereld, hij neemt ons mee rechtstreeks het brein van de gekwelde gastheer in.
Kanye's woede heeft bij vlagen dezelfde kracht als die van Chuck D, eind jaren tachtig, zeker in de meer militante nummers. De burgerrecht-beweging van de jaren zestig komt dan bijvoorbeeld voorbij, terwijl ook diverse black power-leuzen worden gebruikt (zoals "Free at last"). Maar Kanye verwordt nooit tot een nostalgicus, of tot een hedendaagse variant van Chuck D - nee, hij is een rebel van de 21e eeuw. Zijn klachten spelen zich, hoe groot ze ook worden, uiteindelijk ook altijd af op de vierkante meter. Dat wordt treffend duidelijk in de teksten, waarin Kanye, hoe hoog hij vaak ook inzet, altijd ook weer terecht komt bij zijn persoonlijke leed. "Free at last" gebruikt hij bijvoorbeeld om te beschrijven hoe een dame zich ontkleedt. Terwijl hij op een ander moment rapt: "Put my fist in her like a civil right sign."
Op Yeezus steekt Ye niet alleen een middelvinger op naar de buitenwereld, naar sommige vrouwen in zijn leven, naar grote bedrijven, naar megalomanie, het is ook een middelvinger naar zichzelf, en die constante wisselwerking tussen waanzinnige maatschappijkritiek en intens slaapkamerverdriet, maakt het album zo vernietigend goed.
Valt er dan helemaal niets tegenin te brengen? Er zijn mensen die Yeezus nu al zonder aarzeling de teleurstelling van het jaar noemen. Toegegeven, het is een uitgesproken moeilijk album: door de overdadigheid duurt het even voor er enige lijn in te ontdekken valt, maar die mengelmoes van de tientallen stijlen en klanken geeft Yeezus uiteindelijk juist zijn grootse gewicht. En ja, technisch gezien is Kanye nooit een wereldrapper geweest, bovendien kan hij nauwelijks zingen, maar voor het eerst in zijn carrière doen die minpunten er niet toe. Hij is namelijk de enige gastheer die dit krankzinnige klankenlandschap kan leiden. Hij heeft een omgeving gecreëerd die perfect past bij wat hij vertelt - Ye zelf is de logica die alles op een overrompelde manier aan elkaar bindt.
Yeezus duurt iets meer dan veertig minuten. In die veertig minuten gebeurt er meer dan menig artiest in een heel oeuvre voor elkaar krijgt. Het ene moment rapt Kanye vol trots dat hij de enige rapper is die vergeleken wordt met Michael Jackson. Het volgende moment stort hij zijn hart uit als een verliefde puber, die wordt gestuurd door onzekerheid en zelfhaat. Hij schommelt voortdurend heen en weer tussen zijn persoonlijk leed en de buitenwereld, op unieke en totaal doorgedraaide muziek. De muziek klinkt ondertussen overwegend kaal, en toch bevat ieder nummer genoeg ideeën voor een heel album. En dan is er natuurlijk ook nog de cover, die lijkt te zeggen: het gaat niet om uiterlijk of verschijning, en daar tegenover doopt Ye zich in de titel al om tot een moderne Jezus. Wie een geijkte hiphopplaat verwacht, zal bedrogen uitkomen. Bij de eerste paar keer luisteren stoort het gebrek aan natuurlijke rustmomenten vermoedelijk - er is geen fijne single om even bij op adem te komen, er zijn geen vertrouwde adempauzes. Maar al gauw blijkt daar juist een extra kracht in te schuilen, daardoor is Kanye's werk hier nog meeslepender dan op eerdere releases. Yeezus is een onnavolgbare eenheid, even geniaal als losgeslagen, even experimenteel als klassiek. Vorm en inhoud sluiten niet op elkaar aan, ze lopen in elkaar over en maken een prachtig monument voor Kanye's immense woede. Het is allang niet meer zo dat hij de standaard opschroeft. Hij zet zijn eigen standaard, elke keer opnieuw. Yeezus is zijn voorlopige hoogtepunt. Kan het hierna ooit nog grootser worden?
(Verschenen op
State)