1986. Na het Amerikaanse deel van de tournee bij comeback
Misdemeanor, vroeg Chrysalis om nieuw materiaal. UFO duikt in Birmingham in de studio van UB40 voor demo-opnamen, die door de platenbaas worden geaccepteerd als definitieve versie. Daardoor is de rol voor de gitaar belangrijker, waar frontman Phil Mogg op de voorganger mikte op een geluid met dominantere toetsen. Het betreft een EP / minialbum van zes tracks genaamd
Ain't Misbehavin', in Japan aangevuld met een zevende.
De originele albumhoes, zoals hier op MuMe afgebeeld, is ontworpen door Brian Downey, wiens naam rechtsonder staat vermeld. Is dit zoals Discogs vermeldt inderdaad dezelfde als de voormalige drummer van Thin Lizzy? Feit is dat Chrysalis de demo-EP tot februari 1988 op de plank laat liggen.
In 1987 staat UFO op non-actief: het budget is op. Mogg werkt tijdens die periode vijf maanden als manager voor de nieuwe groep
Quireboys, waarin diens neef Nigel Mogg bassist is. McClendon speelt mee op
The Beginning van het Ierse
Winter's Reign en keert vervolgens terug naar de Verenigde Staten.
Op 23 december 1987 staat UFO op de planken voor een eenmalige show. Dit op uitnodiging van tijdschrift Metal Hammer bij hun Christmas Rock Party. Inmiddels is ook Paul Raymond vertrokken, waardoor als nieuwe leden gitarist Myke Gray (17 jaar, ex-Jagged Edge) en toetsenist Eddie George optreden.
Bij verschijning in februari 1988 verkoopt
Ain't Misbehavin' net als de voorganger niet goed. Auteur Neil Daniels schrijft dan ook in zijn groepsbiografie 'High Stakes & Dangerous Men' uit 2013 dat het een min of meer vergeten plaat is. Is dat terecht?
Between a Rock & a Hard Place is een stevige rocker met sterke melodie, tekst én gitaarsolo! Mogelijk dat de uitgebreide tour van UFO met daarin het jaren ’70-werk in de set ervoor heeft gezorgd dat de stijl van Michael Schenker in het spel van gitarist Tommy McClendon / Atomik Tommy M is gekropen. Op
Another Saturday Night gaat het de aor-kant op als op de voorganger en hier werkt dat heel goed.
At War with the World is steviger, bevat een effectief dameskoortje en is opnieuw sterk; beetje als voorheen The Babys, waarmee in de jaren ’70 ook al overeenkomsten klonken dankzij wederzijdse producer Ron Nevison.
Kant 2 begint met het stevige
Hunger in the Night waar UFO op z’n jaren ‘70’s rockt, gevolgd door het pompende
Easy Money dat niet onaardig is.
Rock Boyz, Rock lijkt geschreven om de liveset te openen, waar beter de Japanse bonus
Lonely Cities (Of the Heart) had kunnen staan, stevig met een vleugje melancholie.
In juni 2024 verscheen een heruitgave bij Cleopatra Records. Daarop niet alleen een andere hoes, maar
op vinyl twee bonustracks en
op cd vijf. Die nummers klinken op streaming en van een matige demokwaliteit hoor ik niks meer terug; het is inmiddels juist aangenaam rauw.
De livetracks, opgenomen tijdens de livetournee van 1986, zijn qua audio matig, maar de gespeelde muziek is van klasse. In
Only You Can Rock Me en
Doctor Doctor hoor je dat McClendon de partijen van zijn illustere voorganger prima invult. Het laatste nummer van deze bonuseditie is de instrumentale versie van
Between a Rock & a Hard Place, waarbij het extra genieten is van het gitaarwerk.
In 1988 komt ex-UFO-bassist Pete Way in de buurt van Mogg wonen in Bearwood, Birmingham. De twee beginnen samen muziek te maken, echter zonder concrete plannen om UFO nieuw leven in te blazen. Sterker nog, in 1989 wordt de groep voor de tweede maal officieel opgeheven, nadat dit
in 1983 ook al was gebeurd. Deze situatie duurt tot 1991, als de aanloop begint naar
High Stakes & Dangerous Men.