Met Rush was ik uiteraard al langer bekend, maar het beste nummer van ze hoorde ik bij het NPO programma Radio Gaga.
Vanuit het Oude Rooms Katholieke Ziekenhuis in Groningen, welke jaren terug gekraakt werd, draaiden ze Animate van Rush, wat heeft dat nummer alleen al een geweldig intro!
Tot nu toe bleef het bij het album Moving Pictures, waar ik de genialiteit niet van begreep en het nummer Afterimage.
Bij een tweedehandszaak had ik wel een aantal cd’s voor een Euro per stuk kunnen scoren, en net over de grens bij Saturn ook wel wat aangeschaft goedkoop aangeschaft, maar nooit aandachtig naar geluisterd, Animate was voor mij het definitieve omslagpunt.
Ondertussen al 15 albums in bezit; Signals pas gekocht, maar nu terug naar Counterparts.
Animate geeft mij zoveel positieve energie, een oppepper voor de momenten wanneer je er doorheen zit.
Zo’n nummer wat topsporters op hun koptelefoon afspelen ter voorbereiding tot het leveren van hun beste prestaties.
Zou Rocky in 1993 gemaakt worden, dan zou deze domineren op de soundtrack, en niet Eye Of The Tiger van Survivor, dat kan gewoon niet anders; want dat is tegenover deze maar een suffe track.
Ik zie Sylvester Stallone zelfs in mijn gedachten nog sneller die eindeloze trappen op rennen.
Zelf ben ik geen sporter, heb twee jaar noodgedwongen onder voetballen gezeten, maar stond voornamelijk links buiten veld; reserve dus.
Echt een geweldige opener.
Vervolgens valt het meer duistere Black Sabbath achtige begin van Stick It Out in, en je weet dat Rush de nodige moeite heeft gedaan om de misstap Roll The Bones te doen vergeten.
Stick It Out heeft ook dat lompe doemgeluid van Alice In Chains en Soundgarden, en haakt zeker in op de heersende trends, maar hier klopt het wel weer allemaal, je hoort gewoon duidelijk Rush.
Cut To The Case is weer hoopvol, en ondanks dat dit wel wat van Live weg heeft, zijn er raakvlakken met hun betere werk, niet de afdankertjes zoals in hun vorige album.
Als je goed luistert, dan hoor je een mooie opbouw, er komen steeds meer elementen bij om uiteindelijk naar een soort van climax toe te werken.
Rush bewijst hier dat ze zich prima thuis voelen tussen de heersende gitaarrock van de jaren 90.
De overgang naar Nobody’s Hero verloopt niet geheel vlekkeloos, maar dat ben je al snel vergeten, na het prima akoestische begin, gaat het weer aardig los.
Het subtiele gitaarstukje had voor mij wat langer mogen duren, maar het getuigd ook wel van lef om juist in deze tijd niet helemaal los te gaan.
Between Sun & Moon is een heerlijke rocker, de gitaar gaat voluit, maar dan op de ouderwetse zeg maar AC/DC en ZZ Top manier, een beetje zoals The Cult deed op Electric en Sonic Temple.
Toch vind ik deze minder dan de vorige 5 nummers.
Dan maar een stuk meer knallen zoals bij Alien Shore; het is door de drums net weer een stuk meer dreigend en opgefokter, en dat komt bij mij beter binnen.
The Speed of Love sluit hier aardig op aan, hier zijn het net als bij de voorganger de drums die het geheel dragen; vooral de tempowisseling even halverwege; toch nog net niet het WOW! gevoel van de eerste vier nummers, waardoor Counterparts net wat onstabieler over komt dan Signs.
Double Agent hakt er weer een stuk steviger in, ook die lage stem past goed in het geheel, hier komt het weer absoluut in de buurt van het begin.
Leave That Thing Alone is voor mij een vette knipoog naar de jaren 80 sound, eigenlijk hoort het qua stijl helemaal niet thuis op de plaat, maar het is wel een instrumentaal hoogtepunt, dus dan vergeef je ze het al snel.
Cold Fire is dromerig en de zang heeft een soort van twijfel in zich, Geddy Lee is hier rond de veertig jaar, en dan openbaren zich vaak persoonlijke onzekerheden, die als demonen bevochten dienen te worden; tenminste zo ervaarde ik mijn 40ste levensjaar, een soort van 2e puberteit, maar dan meer als besef van langzame lichamelijke aftakeling; een soort van midlife crisis.
Everyday Glory is de triomf, het muzikale slagveld overwonnen, waarbij veel wordt terug gekeken op de eigen jeugd, maar ook de jeugd die aan de eigen kinderen is geschonken, tenminste zo komt de tekst van Geddy Lee op mij over.
Misschien vind ik daarom de laatste twee nummers weer erg sterk, ze lijken voor mijn gevoel zo mooi op elkaar aan te sluiten.