Ik ben het volkomen eens met Beitel, dat wat hier begonnen is, op Laughing Stock nog verder uitgekristalliseerd is. Op Spirit of Eden hangt al een hele mystieke atmosfeer, maar op Laughing Stock is er echt geen ontkomen meer aan, het gaat nog dieper en weet de meest afgelegen delen van de menselijke ziel te raken.
Maar er is meer op Spirit of Eden, dat dit meer maakt dan een voorloper van Laughing Stock en het op zichzelf heel uniek en een absoluut meesterwerk maakt. Wat Beitel al aangeeft wat betreft de "heiligheid" van dit album, heb ik zelf ook heel sterk bij het beluisteren van dit album. Dit album gáát werkelijk over het paradijs, over Eden, gevoelsmatig lijkt dit album een synoniem te zijn voor een perfecte wereld. Ik zelf zie dit album zelfs zo, al is dit misschien niet wat Mark Hollis en kompanen voorstonden, dat dit hele album een soort kijk van God op deze wereld geeft. Voor mij heeft TT de gedachten, intenties en de prachtige plannen die God met deze wereld had willen weergeven in muziek. Ik heb dit heel sterk bij the Rainbow, waarbij ik altijd de hele schepping van de wereld voor me zie. de eerste twee minuten dan schept God de aarde, de planten en de hele atmosfeer en heelal. En dan die eerste paar prachtige gitaarakkoorden: de schepping van Licht. Op het moment dat Hollis begint te zingen, lijkt het net of het masterplan van God verteld wordt. In die zin vertegenwoordigt die stem God zelf op dit album, net alsof Hij rechtstreeks tot je spreekt. En dan komt die ongelooflijk krachtige gitaarsolo rond 7 minuten. Dat is voor mij de schepping van de mens: het meest krachtige en meest volmaakte wat God ooit heeft gemaakt, en tevens het hele doel van de schepping. Zo gaat het nummer verder waarbij ik voor me zie dat God de wereld steeds verder vormt en hoe God ook in direct contact met de mens staat. Ik beleef het niet allemaal chronologisch, het ene moment zie ik de schepping van Licht voor me, dan weer van de zeeën en de dieren.
Op deze manier kun je het hele album blijven bekijken. Eden gaat over de schepping van Eva, de erkenning dat de mens alleen niet kan bestaan en met anderen wil samenleven. Desire: wat is de diepste kern van de mens, wat is uiteindelijk het ene ding wat wij allen nastreven en dat wat we ook gemeen hebben met God en met ieder medemens? God's gedachten en intenties met de schepping van de ziel, de eigen vrije wil van de mens, die toch zo perfect afgestemd is op de medemens en op God. Voor mij lijkt het of God in extase raakt bij alle gedachtes en beelden die Hij heeft als Hij bedenkt wat de mens allemaal wel niet voor prachtige dingen zou kunnen doen in de wereld die Hij heeft gecreëerd.
En dan Inheritance: een breuk met de voorgaande nummers. Die stilte is net of God een adempauze neemt voordat Hij het trieste verhaal vertelt van hoe de mens gevallen is. God is in tranen als hij vertelt hoe de prachtige relatie en de tijden dat er niets tussen de mens en zijn Schepper instond tot een einde is gekomen. Het lied gaat over loslaten. Waar de mens God heeft losgelaten wou God de mens blijven vasthouden. Hij hield meer van de mens dan wat dan ook. Meer dan zichzelf zelfs. Het hele nummer weet God dat Hij de mens zoals die was moet loslaten, uiteindelijk doet Hij dat ook, maar in die paar prachtige laatste zinnen spreekt Hij de hoop uit op iets nieuws.
Dat nieuwe krijgt vorm in het prachtig ingetogen I believe in You. God is afgesneden van dat wat Hij meer liefheeft dan zichzelf, God is eenzaam en verlaten. Er is iets weggenemen, een deel van Hemzelf. Hij bezingt Zijn pijn in eenzaamheid en maar Hij is tegelijkertijd aan het bedenken hoe de mens weer terug kan keren. Het nummer is doordrenkt van melancholie en verlangen. Maar tijdens die prachtige stukjes van "spirit, spirit, how long", ziet God die moeilijke weg die de mens moet gaan, maar die wel mogelijk is en hoe de mens weer terug kan keren bij Hem: door te luisteren naar de eigen ziel, door op zoek te blijven naar de kern die werkelijk belangrijk is en in te zien dat alle mensen en alle dingen om ons heen die kern bevatten; dat de mens moet liefhebben. Daardoor kan de mens God weer vinden.
In het laatst nummer wordt het standpunt verandert van waaruit Mark Hollis zingt. Niet meer God, maar een mens die op zoek is naar God vertegenwoordigd hij, misschien zichzelf wel. Iemand die bezig is de weg te bewandelen terug naar God en beseft dat alles losgelaten moet worden, zelfs je vrijheid, om de liefde, waar het om draait, weer terug te krijgen. "Take my freedom, for giving me true love". Uiteindelijk is er rust en kan de mens zich weer geliefd voelen door zijn Vader, hoeft zich niet meer achtervolgd en verlaten te voelen, maar geborgen, wetende dat er Iemand is die naar je omkijkt en alle gevaren voor je wegneemt.