Ik ben van mening dat alle goede dingen uit drie bestaan, en gelukkig heb ik de geschiedenis en een leger godvrezende helden achter me staan in deze stoutmoedige gedachte. We hebben iets met de drievuldigheid, of die nu heidens of heilig is, dat maakt ons in eerste instantie niet uit. We hebben iets tastbaars nodig, een onplaatsbaar gevoel...
De eerste twee pareltjes van the Shins lieten me voelen, wat zeg ik, het was een bewijs dat de geest van de jaren zestig niet enkel vast roestte in het hoofd van overjaarse hippies of dat de Volkswagen Kever in die tijden het asfaltdek aan gort reed in witzwart- films. Het was een bewijs dat de jaren zestig nooit echt weg geweest zijn, ze zijn gewoon verdrongen door de vloek van een alweer nieuwe generatie en dito tijdsbeeld, elk decennium krijgt opdoffers, krijgt eerst de nodige speelruimte, nestelt zich in de collectieve zandbak van het geheugen, hemelt zichzelf op en moet dan weer opkrassen. Het is het lot van elke flower power hippie, elke late seventies punker of jaren tachtig miami vice-wannabee om van de ene op de andere dag een slag in het gezicht te krijgen. Word wakker, de tijd heeft je ingehaald. De winterslaap eindigt.
Bestaat er dan nog een ankerpunt, een baken dat vanuit die modderige ondergrond der vergetelheid nog krampachtig licht uitstraalt?
Uiteraard is het antwoord ja. Elke hype, elke glorieperiode gaat door een golfbeweging, ze duiken onder de radar, lijken verdwenen, maar komen steeds terug. The Shins en de sixties hebben ook weer hun terugkeer gemaakt, de erfgenamen van the beach boys en the byrds. De zilverwitte stranden liggen er nog steeds, een zwerm vogels duikt weer op alsof ze nooit weg geweest is. er zijn nog steeds good vibrations, de melancholie bestaat nog steeds in elke muzikale millimeter, en als er iets is wat the shins altijd goed konden, was het wel het verpakken van emotie, melancholie en loepzuivere pop in elke vierkante millimeter, een muzikaal aannemersbedrijf als het ware, maar veel subtieler en zachter dan de gemiddelde betonmolen waarmee elke aannemer pronkt.
De nieuwe plaat opent met sleeping lessons, een psychedelische neongekleurde dagdroom waarin een stem zoekt naar warmte, een gloed spoelt zich over de droom, het is nog slechts een illusie van wakker worden, maar opeens scheurt er iets en breekt de dageraad aan, scheurtjes op een ruit die spoedig uiteenbarst, het levensritme stapelt zich op, versnelt. We worden helemaal wakker met de feelgood pop van Australia, down under huppelen we met kangoeroes en banjo spelende wasberen tussen de noten door, zo veel plezier, ze zouden het moeten verbieden. Rare jongens die Australiërs.
Pam Berry kruipt door het oog van een onweer en een nog geen volle minuut bijna statische dreiging, die snel overgaat en genezen wordt met phantom limb. Bijna vijf minuten muzikale verliefdheid, de lente is in onze contreien ver weg, maar het lentegevoel is gelukkig ondertussen al gelokaliseerd. Hulde voor de viool die een schitterende rol vertolkt in sea legs, een haperende muziekdoos die gekoesterd word door een nachtelijk strandsfeertje, onbezorgde helden zijn het soms toch wel. Lieflijker als Red Rabbits worden the Shins niet, een anthem voor romantici, slapeloze dagdromers en mensen die eeuwig de verstrooide tiener willen blijven. Het middelpunt, orgelpunt en hoogtepunt van het album.
Turn on me : de byrds anno 2006, eigenlijk dus 2007 want de plaat komt pas in januari uit.
Gelukkig, als het om mijn zielsgeluk gaat, wend ik mij tot andere middelen om mijn wachttijd in te korten. (hehe) Ik was ook enthousiast over het laatste drieluik (daar heb je er weer eentje), waarvan girl sailor nog het meest aanleunde bij het oude werk, maar vooral split needles was ook bijna vier minuten zweven, en ik had deze keer niet aan de spacecake gezeten.
Nu : Is deze beter of slechter dan 'Chutes too narrow' of 'Oh inverted world' Meneer Stevie?
Moeilijk, deze plaat heeft meer gelaagdheid, laat zich minder snel beoordelen. Feit is dat de shins bij mij weinig verkeerd kunnen doen, wat wel opvalt is dat er hier een paar nieuwe dingetjes aangewend worden, waren de vorige twee verloren gewaande blauwdrukken uit de jaren zestig, neigt de sound hier soms in de rustigere stukken naar de jaren zeventig (Pink Floyd zum beispiel) in de speelse naar de jaren tachtig( de meer poppy geluiden van the cure) en zelfs godbetert de eenentwintigste eeuw is aanwezig, want toevallig bestaan de goede dingen soms uit meer dan drie. Weeral een toeval om blij van te worden. Releasedate 23 januari, nog wat tijd om een bescheiden winterslaap te houden.