Het debuut van Rainbow, maar laat ik na de drie albums van Elf te hebben herbeluisterd eens doen alsof dit de vierde van Elf was. Zeker omdat de opnamen kort na die van
Trying to Burn the Sun volgden. Wat valt dan op?
Niet alleen dat gitarist Ritchie Blackmore de plek van Steve Edwards heeft ingenomen, maar ook die van Mickey Lee Soule in diens rol als componist. Weg is de boogierock.
Ten tweede de drums, die in de productie van Martin Birch veel droger klinken dan op de eerste drie, waar Paice (debuut) en Glover (alle drie) voor een ruimtelijk geluid zorgden. Bovendien klinkt vaak en prominent de cowbell – even wennen.
Ten derde begint Dio hier, geïnspireerd door Blackmores voorliefde voor de Renaissance, met het schrijven van teksten in verhalende of zelfs mythische sferen. Hij omschrijft het als
"medieval blues". Tenslotte verruilde Soule in de meeste nummers zijn akoestische piano voor andere klavieren én speelt hij geen solo's. Dit is een gitaarplaat.
Conclusie: het geluid van Elf onderging een metamorfose en tegelijkertijd deed Blackmore iets anders dan de "proghardrock" van "zijn" Deep Purple.
Mijn oorspronkelijke route naar dit album kwam echter van
On Stage, mijn instapplaat met Rainbow. Toen ik
Ritchie Blackmore's Rainbow begin jaren '80 voor het eerst hoorde, vond ik dit in vergelijking met die livedubbelaar véél te tam. Zo klinkt deze eerste versie van
Man on the Silver Mountain me nog altijd veel te langzaam in de oren.
Catch the Rainbow staat eveneens op
On Stage, maar de mellotron die Soule hier gebruikt vond ik gedateerd,
Sixteenth Century Greensleeves klonk me eveneens in te weeïge jaren '70-sfeer en cover
Still I'm Said is kalm en… instrumentaal? Eigenlijk vond ik alleen het akoestische
Temple of the King met z'n troubadoursgevoel goed.
Veertig jaren later is mijn oordeel veel positiever en niet alleen voor de genoemde nummers. Zo is
Self Portrait met zijn 6/8-maat en oorwurmregel
"Down, down, down - Nothing is real but the way that I feel and I feel that I'm going down, down, down" in mijn brein gegroeid. Hetzelfde geldt voor het vlotte
If You Don't Like Rock 'n' Roll, dat met zijn boogiepiano nog het meest op de vorige albums van Elf lijkt. Een 7,5 als schoolcijfer.
Achtergrondinformatie uit Dio's biografie 'Rainbow in the Dark'. Hij meldt dat hij meteen na de opnamen van Elfs derde plaat met drummer Gary Driscoll naar Californië vliegt. In kustplaats Oxnam heeft Blackmore een huis, waar hij en Dio gezamenlijk alle eigen nummers van deze plaat schrijven. Ondertussen verkent Driscoll het lokale uitgaansleven met Blackmores roadie Ian, ook een drummer. Vervolgens voegen Soule en bassist Craig Gruber zich bij hen voor de repetities.
Jon Lord van Deep Purple heeft niet ver van Blackmore een huis en omdat Purple inmiddels in Californië verblijft met gitarist Tommy Bolin, komen ze elkaar zonder vijandelijkheden tegen. Dat gebeurt onder meer in Rainbow's Bar & Grill, dezelfde die (onder alias) figureert in
The Boys Are Back in Town van Thin Lizzy én de plek waar Dio zijn toekomstige (tweede) echtgenote Wendy zal ontmoeten!
Na de opnamen van het album in München worden Gruber, Soule en Driscoll snel vervangen. Wikipedia en Discogs helpen met informatie over hun verdere carrières.
Gruber (overleden in 2015) baste onder meer bij Bible Black, Gary Moore en The Rods, Soule werkte als sessiemuzikant bij Deep Purple, Ian Gillan en Roger Glover én maakte solowerk, Driscoll (in 1987 noodlottig vermoord) drumde in Bible Black. Hun postuum verschenen
The Complete Recordings 1981 - 1983 (2022) moet ik alleen daarom al maar eens aanschaffen; een leuk ps’je na Elf.
De credits van het album vermelden bovendien ene Shoshana Feinstein als achtergrondzangeres. Familie van David, gitarist op het debuut van Elf en de neef van Ronnie James? In ieder geval een ex-lief van Blackmore. Dankzij een optreden van haar op een Pools festival in 2022 verscheen dat jaar
dit interview, waarbij ook foto's uit haar dagen in Oxnam met Blackmore en Dio. Aanbevolen!