MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Japan - Tin Drum (1981)

mijn stem
4,01 (289)
289 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock / Pop
Label: Virgin

  1. The Art of Parties (4:11)
  2. Talking Drum (3:36)
  3. Ghosts (4:34)
  4. Canton (5:28)
  5. Still Life in Mobile Homes (5:34)
  6. Visions of China (3:39)
  7. Sons of Pioneers (7:09)
  8. Cantonese Boy (3:49)
  9. The Art of Parties [Single Version] * (6:49)
  10. Life Without Buildings * (6:50)
  11. The Art of Parties [Live] * (5:38)
  12. Ghosts [Single Version] * (4:02)
toon 4 bonustracks
totale tijdsduur: 38:00 (1:01:19)
zoeken in:
avatar van dazzler
4,0
TIN DRUM 1981

Once I was young, once I was smart
Now I'm living on the edge of my nerves
The things we said weren't quite so tough
When we were young

Well I'm burning, I'm burning buildings
I'm building this time


Zou de rammelende album opener en moeilijk single
The Art of Parties iets zeggen over de new romantic beweging
die anno 1981 middels lookalikes Duran Duran, Spandau Ballet,
Visage en zelfs Ultravox door het Britse muzieklandschap trok?

Ik ging te raden bij de tekst, maar bleef vol vraagtekens.
Verloren onschuld vind ik wel tussen de regels. Japan probeert
zichzelf op Tin Drum voor een laatste maal opnieuw uit te vinden.
De reeds vermelde groepen zijn ondertussen met de muzikale
en stilistische erfenis van David Sylvian en ço aan de haal.
Hoe blijft het moederschip Japan hiertussen overeind.

Dat Japan China als concept kiest is een eerste paradox.
Als ik naar The Art of Parties luister hoor ik de integratie van
etnische percussie. Remain in Light van Talking Heads ligt op de loer.
Ik herlees de tekst van The Art of Parties.

Burning down the house?
De tekst past heel mooi in het prille jaren 80 idioom.
Blijven we treuren om de nucleaire dreiging of dansen we ons frustraties weg
op die nieuwe, synthesizer muziek die overal opmars maakt?
Laat maar vallen want het komt er toch wel van ...

Talking Drum laat de fretless bas nog eens glijden.
Ik moet hier toch meteen weer aan China Crisis denken.
Er is natuurlijk die groepsnaam, maar op hun eerste album
Difficult Shapes and Passive Rhythms wordt er ook aardig
geëxperimenteerd met oosterse ritmiek en schuifbas.
Talking Drum vind ik een matige Japan song.

Klanktapijten worden klankschalen op Tin Drum.
Dat tinnen drumgeluid is ook echt alomtegenwoordig.
Maar op Ghosts overheerst de boeddhistische contemplatie.
Een van de weinige nummers op dit album dat aanleunt bij de grotere
sfeerstukken op de voorgangers Quiet Life en Gentlemen Take Polaroids.

Canton is een symbiose van een catchy synthpop compositie
en een Chinees volkswijsje. Die jeukende basgitaar wijst rechtstreeks
richting Talk Talk. Maar ook percussieve synthpop bands als de Thompson Twins
aten hoorbaar rijst uit de hand van het immer invloedrijke Japan.

Still Life in Mobile Homes stuitert mij bijna tegen de borst.
Struikelt deze compositie over haar eigen overgearrangeerde ritmiek?
Ik ben geneigd van ja te knikken, maar gun het nummer groeitijd.

Visions of China had de eerste single van het album kunnen zijn.
Heeft iets meer hitpotentie dan The Art of Parties en plaatst zich daardoor
naast de oudere singles Life in Tokyo / European Son.
De tinnen drum heeft soms burundi drum (Adam & the Ants) allures.

Sons of Pioneers is een van mijn favorieten.
Weer sferischer van aanpak en zo hoor ik de groep het liefst.
Opnieuw zijn Sylvians vocalen slechts penseeltoetsen en schijnt
de ware kracht van het nummer doorheen de instrumentale inkleuring.

Cantonese Boy heeft een lekker fluitje ingeslikt.
Het lijkt wel of Japan hier even op electronica trein springt.
Een aardig nummer, maar geen echte klassesong meer.

Het valt me trouwens op hoe in 1981 met ritmes wordt geëxperimenteerd.
Ik vermelde al Remain in Life van Talking Heads, maar ook Kraftwerk
levert met Computer World haar meest percussieve album.
En New Order ontdekt Everything's Gone Green.

Op Tin Drum blijft Japan voor mij net iets te nadrukkelijk
in het ritmische experiment steken. Er is zo te weinig ruimte
voor de sferische klanktapijten waar de groep een patent op had.
Made in China dit keer. Ik verlaag naar 4 sterren.

Bonustrack Life Without Buildings (een titel die aansluit
bij het tekstfragment uit The Art of Parties hierboven) grijpt
gelukkig wel weer terug naar het vertrouwdere Japan geluid.
En ook hier zijn de heren hun tijd weer even vooruit.

Ik hoor flarden Wailing Wall en The Top van The Cure.
In de verte timmert het piepjonge Depeche Mode aan de weg.
zoals te horen is op Pipeline (Construction Time Again).

De pijp van Japan is met Tin Drum echter definitief uit.
Het is heel, heel, heel mooi geweest. Onaards mooi zelfs.

Amen.

avatar van BoyOnHeavenHill
4,5
Toen ik deze plaat leerde kennen vond ik dit het hoogtepunt van het oeuvre van Japan, vanwege de unieke sound en de drie absolute meesterwerken Visions of China, Sons of pioneers en Ghosts (toen Sylvian eind jaren 80, na zijn derde soloplaat, de teksten van zijn nummers bundelde in Trophies - the lyrics of David Sylvian, was Ghosts het enige nummer van Japan waarvan hij de tekst opnam). Dat de overige tracks wat minder waren (met uitzondering van Canton, dat me echter niet zo persoonlijk raakte als het eerder genoemde trio) nam ik dan maar voor lief, want die drie nummers droegen de plaat voor mij op voorbeeldige wijze. Inmiddels ben ik daar toch wel een beetje van teruggekomen: de drie genoemde nummers vind ik nog even sterk als toen, maar de gefragmenteerde ritmes van niet alleen de percussie maar ook de toetsenpartijen die soms de drums "helpen" (wat dazzler in zijn bericht van 6-6-2009 treffend "overgearrangeerde ritmiek" noemde) houden de muziek op afstand en werpen een onnodige intellectualistische muur op. Een uniek, mooi en kunstzinnig album, maar soms ook wel een beetje te bedacht.

avatar van deric raven
4,0
De ontwikkeling van Japan vind ik vergelijkbaar met die van Talk Talk.
Een commerciële aanpak maakt steeds meer plaats voor een artistiek uitgangspunt.
Bij Talk Talk was het klaar na Laughing Stock, Japan sluit het hoofdstuk af met Tin Drum.
David Sylvian begon vervolgens een soortgelijk boek.
Mark Hollis sloot zijn memoires af met een naar zichzelf genoemd solo album.

Bij Japan ging het altijd wel om de sfeer.
Hoe verder hun carrière zich ontwikkelde, hoe meer de bandnaam aansloot bij de albums.
Het Oosterse element zou zich als een Yin Yang samen voegen tot de muziek.
Twee vrienden die samen een compromis sluiten.
Ghosts is hier het verslag van.
Nog meer dan bij Nightporter laat dit horen welke kant Sylvian op wil gaan.

Ik weet niet of het bewust is, maar Tin Drum heeft verwijzingen naar twee dominerende leiders.
Op de achtergrond van de albumhoes staat een foto van Mao Zedong, welke langzaamaan aan het los laten is.
Tin Drum is verder te herleiden tot Die Blechtrommel van Günter Grass, waarbij het tijdperk van Hitler een grote rol speelt.
De lege stoelen op de achterkant van de hoes, geeft aan dat het tijdperk Japan definitief is af gesloten.
Ze staan opgesteld alsof we net getuige zijn geweest van een persconferentie.

avatar van brandos
5,0
Hiervoor liet Japan al veel moois horen maar dit album is helemaal een buitencategorie. Er is eigenlijk niets wat hier op lijkt en Japan liet hier alle Bowie en Roxy referenties achter zich. Het album bewijst ook dat een topalbum niet uit louter topnummers hoeft te bestaan. Bij de opener 'The art of parties' is de overtuiging er nog niet echt maar bij ieder volgend nummer val je dieper in dit weergaloze luisteravontuur zodat je bij 'Ghosts' het indrukwekkende hoogtepunt meemaakt. Het is een nummer die me iedere keer weer diep van binnen raakt. Ook de rest is uitermate boeiend en afwisselend. Het is mooi hoe iedere muzikant zijn stempel drukt; de fraaie fretloze bas van Karn, de organische synths van Barbieri, de snijdende gitaar van Sylvian en de etnische percussie van Janssen en hoe het album toch zo mooi ruimtelijk en open blijft. Meesterwerk!

avatar van frolunda
4,5
Prachtig,en jammer genoeg ook laatste album (tenminste in deze vorm) van Japan.Toch een flinke koerswijziging ten opzichte van Gentlemen Take Polaroids.De elektronica heeft voor een behoorlijk gedeelte plaats gemaakt voor een meer organisch geluid en ook kent de sound veel Oosterse invloeden.
Tin drum is dan ook,naast erg goed,een zowel origineel als redelijk experimenteel album waarbij het niveau van de songs enorm hoog ligt.
Het sublieme en sfeervolle Ghosts vind ik sowieso al een klassieker maar ook Cantonese boy (komt nog het dichtst bij een ideale popsong),Visions of China (geweldig ritme) en Sons of Pioneers (glansrol voor bassist Mick Karn) zijn van grote klasse.Het ritme tandem Karn/Jansen,met een hoofdrol voor de fretloze basgitaar,treed hier trouwens heel de plaat sterk op de voorgrond.
Verder ging David Sylvian in die jaren steeds beter,mooier en ingetogener zingen,iets wat ie later ook doortrok bij z'n solocarrière.
Tin drum is dan ook een exceptioneel album en voor mij het hoogtepunt in de discografie van Japan.

avatar van Reint
3,5
Echt funky of sexy was Japan nooit; ze doen het bij mij het best als ze decadentie suggereren, want het onderdompelen in sex & rock'n'roll is niet iets wat ze overtuigend overbrengen wat mij betreft.

Eerste twee nummers veeg ik dan ook van tafel; 'Ghost' doet hetzelfde wat 'Nightporter' zo goed deed: het sleept de luister mee door intrigerende geluiden, om vervolgens de melodie rustig uit te laten klappen.

De oriëntaalse invloeden van 'Canton' liggen er wel heel dik op. Maar doordat Sylvain zijn mond houdt werkt de suggestie van verre oorden goed genoeg.

'Still Life in Mobile Homes' is vintage Japan; Sylvains zang danst zwierig over de zwevende drum/bas-combinatie. De opbouw naar het refrein zit goed in elkaar, waardoor je blijft luisteren.

'Visions of China' is redelijk, maar ook wat sullig.

De instrumentatie van 'Sons of Pioneers' doet denken aan een funky variant op de verontrustende ambient van Brian Eno halverwege de jaren 70.

'Cantonese Boy' > zie oordeel over de eerste twee nummers in de openingszin.

Ik waardeer de experimenteerdrift van de band, maar veel van de resultaten zijn wat mij betreft net zo slecht bewaard gebleven als sommige ideeën op Obscure Alternatives en Quiet Life. Al zijn ze wel wat beter geproduceerd en gemusiceerd. De outro is top.

avatar van RonaldjK
3,0
Zéker een sfeervol album. Op de voorganger constateerde ik dat de gitaar van Rob Dean moeilijk te horen was, niet wetend dat de band op deze opvolger, hun voorlopige zwanenzang Tin Drum, afscheid van hem had genomen. Ooit een glamrock/new waveband van enkele vrienden, bekend met hun ruige werk, in 1981 net als The Doors vóór hen en Keane na hen een groep zonder gitaar.

Ik kom er bij dit album wel achter dat ik de stem van David Sylvian niet goed trek. Bewondering heb ik juist voor het gevarieerde en gecompliceerde instrumentale werk van de vier, waarbij toetsenist Richard Barbieri, bassist Mick Karn en drummer Steve Jansen, de broer van Sylvian, maar de zang van de laatste is me te vlak. Zeker om een album lang naar te luisteren. Beste nummer vind ik dan ook het instrumentale Canton.

In Oor maakte Alfred Bos enkele rake, positieve opmerkingen (even scrollen).
De groep die zich Japan noemde en op de hoes (portret van de grote leider Mao Zedong) en liedtitels (tweemaal wordt Canton genoemd en ook Visions of China komt voorbij) naar de Volksrepubliek China verwees. Maar dat mag natuurlijk. Mijn eigen bandje heet Bruxelles en op de hoes van ons nieuwe album zie je mij etend in Café De Tol in Hummelo met Achterhoekse erwtensoep met roggebrood voor mijn neus.

Post-new wave met artrockelementen, gevoed met geluiden uit het verre oosten. Een volstrekt eigen, warme en tegelijkertijd gecompliceerde stijl. Voor de liefhebber.

avatar
4,0
Ik vind alle Japan albums toch kleine meesterwerkjes. Hun sound blijft gewoon uniek en hun muziek kent op elk album magische momenten, ook hier weer een aantal keer. Geweldige, zeer bijzondere en artistieke band, met in de gelederen misschien wel de beste mannelijke zanger ooit.

avatar van Queebus
4,5
In de zomer van 1985 leerde ik de muziek van dit zeer buitenissige bandje kennen via de afsluitende live album Oil on Canvas. Ik was tegelijkertijd gefascineerd en ergens wist ik, als ik dit aan anderen laat horen, dan verklaren ze me voor gek. Want de zangstem van David Sylvia die sterk refereert aan Bryan Ferry is beslist niet ieders kopje thee. En dat geldt ook voor die fretloze bas van Mick Karn die soepeltjes overal doorheen vloeit maar erg nadrukkelijk aanwezig is, alsof alles om hem heen is gebouwd. De drums van Steven Jansen zijn anders dan gebruikelijk, de synthesizer van Richard Barbieri atmosferisch en meer een klanktapijt. En een band die zich Japan noemt maar op de hoes staat Mao, een nummer heet Canton en een ander Visions of China? Vragen, vragen...

Maar de nummers dan? Die zijn wonderschoon. En alles valt op de één of andere manier perfect samen. Een geslaagde harmonie van tegenstellingen die uniek te noemen is. En helaas ook het einde van deze band markeerde want een jaar later gaven ze er de brui aan.

Een favoriete nummer noemen is lastig want ik vind ze allemaal prachtig.

Nooit gedacht dat het bandje van Adolescent Sex zich zó enorm zou ontwikkelen..

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 00:08 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 00:08 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.