menu

Pearl Jam - Gigaton (2020)

mijn stem
3,41 (251)
251 stemmen

Verenigde Staten
Rock
Label: Universal

  1. Who Ever Said (5:11)
  2. Superblood Wolfmoon (3:49)
  3. Dance of the Clairvoyants (4:25)
  4. Quick Escape (4:47)
  5. Alright (3:44)
  6. Seven O'Clock (6:14)
  7. Never Destination (4:19)
  8. Take the Long Way (3:41)
  9. Buckle Up (3:38)
  10. Comes Then Goes (6:02)
  11. Retrograde (5:22)
  12. River Cross (5:53)
totale tijdsduur: 57:05
zoeken in:
avatar van aERodynamIC
4,0
Het is de langste tussenperiode tussen twee albums geweest die we kennen van Pearl Jam. Zeven jaar hebben we moeten wachten op het verschijnen van Gigaton.
Zat ik er met smacht op te wachten? Niet echt. Ben ik blij dat ze weer van zich laten horen? Jazeker!

Who Ever Said opent alvast fijn en stevig. Niet heel bijzonder, dat moet ik gelijk toegeven. Zo'n typische rocker zoals we ze op de laatste albums zo vaak horen. In de verste verte niet te vergelijken met Ten en laten we dat ook maar niet meer doen verder, want dat is iets waar de band nooit meer vanaf zal komen vrees ik terwijl we toch al weer flink wat albums verder zijn.

Superblood Wolfmoon valt eigenlijk in dezelfde categorie: beetje rommelige rock zoals de band wel vaker aflevert. Best lekker, maar niet memorabel.

Dan is Dance of the Clairvoyants gelijk wel een stukje anders. Dit is andere koek. Een snufje Talking Heads, een vleugje Peppers wellicht. Niet iedereen vindt deze richting geslaagd denk ik, maar ik vind het wel een interessant nummer. Of ik Pearl Jam echt graag zo wil horen is wat anders; ik ben daar na al die draaibeurten nog steeds niet achter (maar ja, ik zou Ten als mega-favoriet album niet meer noemen natuurlijk).

Bij Quick Escape denk ik gelijk aan de Red Hot Chili Peppers of Jane's Addiction. Weer die funky drive. Een lekker nummer vind ik zelf, maar tegelijkertijd toch ook de twijfel: wil ik dit juist van deze band horen?! Het zal nog even duren voor ik daar uit ben denk ik.

Zo lieflijk als op Alright hoor ik de band maar zelden. Het doet denken aan de solo-uitstapjes van Eddie, maar dan zonder ukelele. Ze weten hier een mooie sfeer te creëren en proberen duidelijk iets nieuws uit en weten toch hun herkenbare geluid te behouden.

Seven O'clock is een fijn midtempo nummer, dat me doet denken aan het album No Code, toch wel een favoriet album van mij waar goede herinneringen aan kleven. Ik krijg bij het beluisteren dan ook gelijk nostalgische gevoelens naar die tijd. Een mooie tijd. Dat dit nummer voor mij dan gelijk een hoogtepunt is is dan fijn meegenomen.

Met Never Destination gaan we weer terug naar de snelle rock. Categorie: luchtig en vluchtig. Leuk, maar niet memorabel. In deze verwarrende tijden wel lekker om het volume wat hoger te gooien eneven te springen in je huiskamer (het kan momenteel immers nergens anders).

Op Take the Long Way gaat het zelfs nog een klein tandje hoger. Gedreven en fel, maar ik mis ergens ook wel een beetje urgentie.

Buckle Up klinkt dan gelijk weer heel anders. Gelukkig, het avontuur laten ze niet voor wat het was. Het lijkt wel of ze naar Paul Simon's Graceland hebben geluisterd. Niet dat het daar nu op lijkt, maar ik voel een bepaalde vibe die ik bij dat album ook krijg. Een apart nummer mogen we wel stellen.

Come Then Goes zou zo op Eddie's solo-albums kunnen: akoestische gitaar en meerstemmige zang. Een vrij lang nummer waar niet eens heel veel in gebeurt, maar dat toch weet te pakken.

Het vorige nummer gaat naadloos over in Retrogade. Dit ligt een beetje in lijn van nummers als Better Man. Het zijn de Pearl Jam nummers waar ik altijd een zwak voor heb gehad en dat is nu niet anders.

River Cross is een perfecte afsluiter met het pompende orgel.

Het album duurt bijna een uur, maar is voorbij voor je het goed en wel in de gaten hebt. Dit komt ongetwijfeld door de afwisseling in nummers. Geen geforceerde zoektocht naar nieuwe wegen, terwijl ze hier en daar toch wel degelijk voorzichtig bewandeld worden. Een album dat ongetwijfeld voor wisselende meningen gaat zorgen.

Ik ben er niet lyrisch over, maar ben er wel degelijk heel tevreden over. Gigaton is een prima terugkeer na zeven jaar afwezigheid.

avatar van west
4,5
Het laatste album Lightning Bolt van 7 (!) jaar geleden, viel mij zowaar een beetje tegen. Het was nog steeds best aardig, maar Pearl Jam kon beter dan dat. Ik vond sommige songs ook wat te poppy en hoopte dat hun volgende album weer meer een echt rock album zou worden. En precies dat is gelukkig wat dit Gigaton is. Er staan een aantal goede tot uitstekende gitaarnummers op, waar Mike McCready op kan uitblinken. En er staan ook een paar van die mooie wat rustiger Pearl Jam songs op, wat een evenwichtig afwisselend album oplevert.

De ijzersterke openingstrack Who Ever Said verenigt beide werelden. Superblood Wolfmoon is zo'n song waar McCready een geweldige gitaar op neerzet, net als op het fijne Quick Escape en het rockende Never Destination. Alleen op Dance of the Clairvoyants horen we zowaar een synthesizer, een ander nummer tussendoor, maar toch best aardig. Alright is een mooi liedje, Seven O'Clock een erg fraaie song met een klimaatboodschap en Comes Then Goes een fijn akoestisch nummer. Nog zo'n prima song uit die rustiger categorie is Retrograde. Een buitenbeentje is slotsong River Cross met kerkorgel en een uitstekend drummende Matt Cameron. De bariton van Eddie leidt ons door dit geslaagde mooie rockende album heen. Wat een fijne verrassing is dit Gigaton!

4,5
Nou ik vind dat ze hier toch best een nieuw geluid laten horen!? Clairvoyants lijkt me duidelijk, maar ik denk dan ook aan Quick Escape met de zware bas- en gitaarriffs en zweverige koortjes , Seven o'Clock met een Springsteen-achtige Eddie die over Pink Floyd of ‘the Church’ soundscapes zingt.
Wat vooral knap is dat dit allemaal toch als Pearl Jam klinkt. Ze doen vooral lekker wat ze zelf willen op dit album heb ik de indruk, maar zijn dit keer wel erg geïnspireerd bezig. Nergens volgens de regels.
De 'punk' liedjes kunnen mij ook zeer bekoren dit keer. Superblood Wolfmoon dat zonder duidelijk refrein maar blijft door razen en interessant is tot het einde. Deze is echt gegroeid nadat ik het volledige album heb kunnen beluisteren. Ook Never Destination en Take the Long way kunnen mij inmiddels zeer bekoren. Alleen al de outro's die ineens nog een heel nieuw akkoorden schema en melodie kennen, ik hou ervan! Buckle Up is vintage Pearl Jam, mooie Stone Gossard song. Het is te hopen dat er hier nog veel van volgen in de toekomst. De 3 ballads op het einde zijn ook fraai, maar de tijd zal leren of dit echt klassiekers worden. Dit album gaat het live heel goed doen.

4,0
In vogelvlucht liggen er zo'n 2.000 mijl tussen Seattle en Alaska. Tussen debuutalbum 'Ten' van Pearl Jam, een plaat in die typische Seattle grunge sound van toen, en de desolaat klinkende soundtrack van 'Alaska'-film 'Into The Wild' van frontman Eddie Vedder liggen dan weer zo'n 16 jaar. Die beide albums heb ik erg graag en vaak beluisterd. De laatste jaren won de 'Alaska'-sound van de akoestische Vedder het bij mij duidelijk van de Seattle-rock van Pearl Jam. De 'Ukelele Songs' van Vedder haalde mijn Spotify playlists, de songs van 'Lightning Bolt' of 'Backspacer' niet, tenzij misschien 'Just Breathe', maar dat is eigenlijk een 'Alaska-song'. En nu is er dus 'Gigaton', plaat nummer 11 van de band. Hoes en titel geven aan: dit wordt rock. Recensies in de krant geven aan: 'beredeneerd', 'geen hoogvlieger' tot 'belegen rock'. Toch gaf ik 'Gigaton' de voorbije dagen een kans. En wat blijkt ... ik kan niet meer stoppen met luisteren! 'Don' Leo Blokhuis gaf onlangs in een tweet al mee: 'in deze Corona-dagen grijp ik terug naar de mij vertrouwde muziek'. Misschien is dat het bij mij, misschien geeft de stem van Vedder mij intussen - na bijna 30 jaar - en ondanks het occassionele geschreeuw diezelfde 'rust' die ik krijg bij bijvoorbeeld Michael Stipe van R.E.M. Of misschien zijn het toch gewoon de songs: 'Who Ever Said' (vooral dat refrein), 'Alright', 'Seven O'Clock' of 'River Cross' zijn voor mij vandaag de toppers, maar ook de wat 'anoniemere' rockers zing ik intussen graag mee. Enkele nummers overbruggen overigens bijzonder knap de hierboven vermelde '2.000 mijl' tussen ruwe band- en ingetogen solo-sound. En dan is er natuurlijk nog funky aan 'Talking Heads' schatplichtige single 'Dance Of The Clairvoyants', de allereerste Pearl Jam song die in een dj-set van Soulwax/2ManyDjs kan ... en moet. Heerlijke plaat. 4*

avatar van Marco van Lochem
Een nieuw album van Pearl Jam is altijd iets om naar uit te kijken. Als de enige overlevende van de grote grunge bands uit het begin van de jaren ’90 weten zij nog steeds een grote groep fans aan zich te binden, die hondstrouw naar nieuw materiaal van de in 1990 in Seattle opgerichte band uitkijken. “GIGATON” is het 11e album en de opvolger van het in 2013 verschenen “LIGHTNING BOLT”, dat het geweldige nummer “SIRENS” bevat, maar verder geen hits voort wist te brengen. Daar moet vijftal het overigens niet van hebben, al was het debuutalbum “TEN” uit 1991en “VS.” met in totaal 5 Top 40 hits op single gebied wel erg succesvol. De laatste hit die Pearl Jam in Nederland wist te scoren was de van “BACKSPACER” afkomstige ballad “JUST BREATHE”. De band rond de charismatische zanger Eddie Vedder is er niet één die braaf achter de wensen van een platenmaatschappij aan loopt, nee, ze gaan hun eigen weg en dat maakt ze zo goed, en legendarisch! “GIGATON” laat 57 minuten nieuwe muziek horen, verdeelt over 12 tracks. De eerste single liet een Red Hot Chili Peppers achtig geluid horen, maar dat heeft er niet voor gezorgd dat “DANCE OF THE CLAIRVOYANTS” een hitnotering wist te behalen. De stijl van de Peppers komt ook wel een beetje terug in “QUICK ESCAPE”, waarin Vedder zijn stem tot het uiterste belast. “ALRIGHT” en “COMES THEN GOES” zijn de ballads van het album, veel akoestische gitaar en mooie zang van Vedder. “BUCKLE UP” is een midtempo song, met een mooie melodie. “TAKE THE LONG WAY” is een ouderwetse lekkere rocker, met prachtige gitaarwerk, strakke riffs en een smaakvolle rauwe solo. Het album wordt afgesloten met “RIVER CROSS”, orgel, subtiel gitaar en bas, opbouwende drums, maar het komt niet tot een eruptie aan geluid. Op het bijna hoogtepunt, zwakt het weer af en komt de song met fade out tot een einde. Prachtig nummer op een album dat verder vol staat met lekkere rockers, daar waar we Pearl Jam van kennen, maar de band heeft ook op dit album andere stijlen opgezocht en met succes ingepast in hun eigen stijl. Top band!!!

avatar van Sandokan-veld
3,5
‘Expecting perfection leaves a lot to ignore’

‘Who ever said it’s all been said/ gave up on satisfaction’ zingt Eddie Vedder, in de eerste albumopener van Pearl Jam in zeven jaar. Het lijkt net zo goed een strijdkreet voor hemzelf. Want ondanks hun nog steeds grote achterban, en inmiddels legendarische status, zijn de leden van Pearl Jam natuurlijk ook fossielen van een periode in de muziek die inmiddels dertig jaar achter ons ligt. Wat hebben ze nog niet gezegd? Als Vedder op ‘Seven O’Clock’ uitdrukking geeft aan zijn walging over Trump, klinkt er ook een soort vermoeide melancholie in door: wéér een rechtse president om kwaad op te worden.

Anders dan ‘Dance of the Clairvoyants’ deed vermoeden, gooit Pearl Jam het niet écht over een andere boeg. Meest opvallende verschil met de vorige twee platen is dat er niet meer gewerkt wordt met producer Brendan O’Brien. Gezien de rol die O’Brien vaak speelde om de band scherp en kritisch te houden, zou je het ergste vrezen, qua zelfgenoegzaamheid. Het valt mee: Gigaton heeft een opener, wijdser geluid dan de voorgangers, minder beknopt en, ja: daardoor soms langdradig. Maar juist die losse aanpakt helpt voorkomen dat de plaat wegzakt in de gezapigheid die voorganger Ligtning Bolt dwarszat.

Gigaton moet het vooral hebben van deze gelaagde, wat meer gruizige aanpak, waarin de individuele bandleden vaak de kans krijgen om te stralen (vooral Cameron en Ament). Wie verwachtte dat Pearl Jam zich helemaal opnieuw zou uitvinden, of nog steeds hoopte op een tweede Ten, komt natuurlijk van een koude kermis thuis. Mensen met meer realistische verwachtingen horen een plaat met een aantal sterke punten, van een band die trouw wil blijven aan zichzelf, maar het ook interessant wil houden.

Dat alles is een vooruitgang op de saaie voorganger van bijna zeven jaar terug. Maar: zeven jaar! In die periode bracht de band in hun begintijd ongeveer hun eerste vijf platen uit, en die waren allemaal eigenlijk sterker dan Gigaton, een plaat met een handvol 4*-tracks, maar zeker op de tweede helft ook een paar dipjes. Het blijft toch een beetje knagen dat een band met vijf componisten niet een páár topsongs meer had kunnen bedenken in die tijd. Dat houdt voor mij de plaat vooralsnog onder de 4*


‘Who Ever Said’
Dat het eerste nummer uptempo is zal niemand die bekend is met de band verbazen, sterker nog: voor Pearl Jam-begrippen is dit nog een vrij bedeesde opener. Vrij lang nummer ook, met name de break had eigenlijk wel wat knipwerk kunnen gebruiken. Heel aardig liedje verder, niet per se wereldschokkend briljant, maar wel gelaagder en knapper in elkaar gezet dat ik bij de eerste luisterbeurt dacht. Vooral de bubbelende ritmesectie is fijn. Die eigenschappen blijken trouwens allemaal exemplarisch voor de rest van het album.

‘Superblood Wolfmoon’
Veel mensen die nieuwsgierig werden door eerste single ‘Dance of the Clairvoyants’ leken bij deze tweede single weer af te haken. In eerste instantie was ik ook niet zo enthousiast: het leek op halfbakken garagepunk, zonder echt refrein met in plaats daarvan een Vedder die nogal onnozel het puberdrama uit ‘Last Kiss’ recyclet: ‘Superblood wolfmoon, took her away too soon…’
Bij herhaalde beluistering ging de in intensiteit toenemende snauw waarmee Vedder zingt alsnog behoorlijk in mijn systeem zitten, net als de retestrakke groove die de band neerzet. Hoofdrollen zijn er voor Matt Cameron en een behoorlijk vuige Mike McCready, misschien wel met een van zijn betere gitaarsolo’s. Behoorlijk lekker nummer, eigenlijk.

‘Dance of the Clairvoyants’
De eerste single was tot verrassing van velen min of meer een pastiche op Talking Heads, gedreven door een fijn artrock ritme, en een lekker wave-gitaartje van gelegenheidsgitarist Jeff Ament. Het zou niet per se een hoogtepunt zijn geweest op Fear of Music, maar er zitten veel leuke ideeën in verwerkt, en de band stapt met hoorbaar plezier uit hun comfort zone. In de context van het album werkt het nummer nog beter, als afwisseling tussen het vuige riffwerk in deze fase van de plaat.

‘Quick Escape’
Compositie van Ament, en direct misschien één van zijn beste voor Pearl Jam. ‘Quick Escape’ is misschien nét niet het beste nummer op het album, maar kan zeker uitgroeien tot livefavoriet, met zijn beukende gitaren en drums (weer glansrollen van Cameron en McCready), en een makkelijk mee te scanderen refrein. Net als het spierballenvertoon in de banaliteit dreigt weg te zakken, zorgt een sterke break voor diepgang.

‘Alright’
Een liedje dat zelfs helemaal (tekst en muziek) door Jeff Ament is geschreven, die op deze plaat een flink creatief aandeel opeist. Ament is nooit mijn favoriete componist geweest, ook omdat hij soms meer lijkt te zijn geïnteresseerd in sfeer dan in melodie. Op Gigaton, dat het sowieso meer moet hebben van opbouw en gelaagdheid dan van sterke hooks en popliedjes, lijkt hij zich als een vis in het water te voelen. ‘Alright’ is als liedje wel oké, maar de interessante geluidswereld op de achtergrond maakt het écht de moeite waard. Fijn ook dat het een van de weinige liedjes is die onder de vier minuten blijft.

‘Seven O’ Clock’
Schimmige gitaren en keyboards over een strakke groove, met een mooie, zalvende zanglijn van Vedder. Wordt hier en daar al gezien als fanfavoriet, maar op andere plekken ook afgedaan als slap Springsteen-aftreksel. Ik vind het wel een mooi nummer, al moest ik wel een beetje wennen aan het prozac-tempo van de eerste vier minuten. Op het laatst wordt het gelukkig wat gepassioneerder, maar dan hoor je in de ‘hee, hee,’ van Vedder wel dat zijn stembanden ook geen 25 meer zijn. Dat is echter allemaal detailkritiek, net als dat je heel cynisch kunt doen over de politieke boodschap. Onder de streep gewoon een prima song, waar de meeste Pearl Jam-fans wel blij mee moeten zijn.

‘Never Destination’
Fijn moment op de plaat voor een ouderwetse garagepunker, en zo geschiedde. Mensen die Pearl Jam graag verwijten niet vernieuwend te zijn, vinden hier genoeg munitie: hier gebeurt werkelijk niets wat je al niet op de platen van Little Richard kon aantreffen. Verder wel een leuk rock ’n roll-liedje, al komt de energie vooral van Vedders vocalen en van de ritmesectie. De gitaarpartijen blijven een beetje grijzig, waardoor een echte krachtstoot uitblijft.

‘Take the Long Way’
Zoals gebruikelijk staat er ook een compositie van drummer Matt Cameron op de plaat. Wederom een nummer dat intrigeert door zijn dwarsigheid. De wat meer gelaagde, gruizige productie van het album doet de ideeën van Cameron wel goed, en met wat slimme koortjes in het refrein wordt een liedje van de drummer zowaar bijna poppy. Bijna dan, he.

‘Buckle up’
De enige solocompositie van gitarist Stone Gossard is gelijk het raarste nummer van het album. En dat bedoel ik niet als compliment. Een weeïg, wazig stukje psychedelica, dat zich in een totaal eigen, autistisch universum lijkt te bevinden, los van de sfeer van het album. Rare tekst, apatische zang, kitschy gitaartjes… Tsja, wat moet je hier nou van maken? Het is in ieder geval het kortste nummer van het album…

‘Comes Then Goes’
Deze akoestische ballade (Vedder solo?) krijgt meer lading omdat het kennelijk een ode is van Vedder aan zijn overleden vriend Chris Cornell. Fuck ja, denk ik dan, zo lang is het geleden dat Pearl Jam nog een album uitbracht: tijdens de laatste was Chris Cornell nog in leven. Twintig jaar geleden noemde men Pearl Jam al ‘grunge-survivors’, maar nu heeft die term toch wel een hele macabere bijsmaak gekregen...
Op zich kan ‘Comes Then Goes’ zich wel meten met eerder akoestisch werk van Vedder, zoals ‘Off He Goes’, of de Into The Wild-soundtrack, al is het nummer wel weer aan de lange kant, en qua structuur wat eenvormig. Het is in ieder geval stukken beter dan zijn requiem voor Layne Staley, al kan het niet tippen aan zijn (waarschijnlijke) grafschrift voor Kurt Cobain.

‘Retrograde’
Een nieuwe vrucht van het componistenduo McCready/ Vedder, uit wiens pennen ook ‘Can’t Deny Me’ kwam, de schreeuwerige single uit 2018 die het album niet haalde. Deze is er dan weer eentje met veel rinkelende gitaren en Grote Gevoelens. Ondanks driftig gestuiptrek in de laatste twee minuten om je nog een beetje de suggestie van een climax te geven, blijf ik achter met de indruk van wat té makkelijk liedje, waarin de twee songwriters leunen op wat ze al vaker en beter hebben gedaan. Jammer, een echte kraker in de traditie van ‘Given to Fly’ of ‘Present Tense’ had deze plaat zomaar nog naar vier sterren kunnen tillen. Dit is echter meer de categorie ‘Inside Job’ of ‘Sirens’: vakwerk zonder echte brille.

‘River Cross’
Net als veel momenten op deze plaat, roept deze politiek getinte pomporgel-ballad sterke associaties op met Neil Young. Teleurstelling over de staat van de wereld, en melancholie over de vergankelijkheid van alles lijken om voorrang te vechten in Vedders strot. Op smaak gebracht door tribale bas en drums, wordt er meer gekreund dan gehuild: zelfs als het nummer op het einde wat opbloeit met koortjes en strijdkreten gebeurt dat redelijk subtiel. ‘Share the light, won’t hold us down’, herhaalt Vedder, op een toon alsof hij het liefst terug in bed zou duiken. Het benadrukt alleen maar de breekbare kracht van deze fraaie treurzang, die het album een meer dan waardig einde geeft.

avatar van james_cameron
3,0
Ik kan hier niet zoveel mee. Alle eerdere albums, met uitzondering van debuut Ten, waren al erg wisselvallig, maar ditmaal kan ik echt geen enkele goede track ontdekken. Het kabbelt allemaal maar een beetje gezapig door; zelfs de meer uptempo 'stevige' songs klinken erg plichtmatig en ongeïnspireerd. En dat na een afwezigheid van 7 jaar! De met electronische details doorspekte single Dance Of The Clairvoyants is oké, maar verder... Wellicht moet het kwartje nog vallen.

avatar van aerobag
2,0
Johnny Marr schreef:
Rogyros snapt die dingen, helemaal akkoord. aerobag, let je wel op?


Moet ik happen? Oké, happen dan maar. Wel even de disclaimer dat het om mijn mening, mijn referentiekader en mijn muzikale beleving gaat.

Ik heb hem eerst maar weer eens beluisterd. Ik blijf toch van mening dat dit een halfslachtige poging blijft van PJ. Ik hoor een band die bijna geen enkele moeite genomen heeft om zichzelf opnieuw uit te vinden, en ook niet een band die voor een exploratie van hun bestaande sound gekozen heeft. Dance of the Clairvoyants (post-punky ritmes) en Quick Escape (meerlagig gitaarspel met distorsie) tonen nog een kleine poging van de band om nog enigszins innovatief voor de dag te komen, maar de rest van het album gaat ten onder aan clichés.

De creativiteit is er gaande de jaren uitgeslopen, wat overblijft is een eenvoudige song-structuur. Dit hoeft geen probleem te zijn, als het eindproduct spannend is. Het album staat vol met geforceerde solo's, ongeïnspireerde melodieën en een Eddie Vedder die zelfs met vlagen vlak klinkt. En het is verdorie wel Eddie fucking Vedder waar we het over hebben. Dan mag je de lat toch echt wat hoger leggen. Superblood Moon is hierin voor mij het grootste teken aan de wand, zo'n beetje alle rock clichés in een nummer gedouwd.

De legendarische status van Pearl Jam is wat mij betreft onbetwist, pioniers van de grunge scene natuurlijk. Juist daarom vind ik het pijnlijk om de band zo te zien afglijden tot een karikatuur van de jaren '90 rock sound. Aan de andere kant, moet je altijd innovatief bezig zijn als band zijnde? Aan de vele positieve reacties te lezen hier, weet PJ zijn fans nog altijd op de wenken te bedienen. Zelf zie ik liever dat een band zijn legacy intact houdt en dit soort albums achterwege laat (Pixies ook zo'n geval imo). Anderzijds, als er een publiek voor is: Gewoon lekker blijven rocken Pearl Jam. Maar in dat geval ga ik op zoek naar de bands die wat meer durven.

avatar van Choconas
4,0
Pearl Jam is al sinds jaar en dag mijn favoriete band, maar dat hebben ze vooral te danken aan hun uitstekende live-optredens (normaal gesproken zou ik ze dan ook afgelopen zomer hebben zien optreden). Dat ze anno 2020 weer zo in vorm zouden zijn als op Gigaton, had ik niet durven hopen na een wat tegenvallende reeks albums: avocado-album Pearl Jam (2006), Backspacer (2009) en Lightning Bolt (2013) konden me niet over de gehele lengte overtuigen. Het laatste album waar ik nog wel enthousiast over was, was Riot Act uit 2002. Jazeker, nog uit de tijd dat George Bush Junior met zijn eerste termijn bezig was. Op Gigaton klinken ze gelukkig weer urgent en hongerig en schuwen ze zelfs het experiment niet. Op nummers als Who Ever Said, Quick Escape, Take the Long Way en Buckle Up rocken de heren uit Seattle als vanouds en Dance of the Clairvoyants klinkt als een nieuw nummer van de Red Hot Chili Peppers, met Eddie Vedder op zang en een funky gitaar die zo lijkt weggelopen uit het oeuvre van Gang Of Four. Comes Then Goes is een krachtig in zijn eenvoud en kampvuurcharme. Het heeft even geduurd, maar Pearl Jam is weer terug in vorm en ik ben er maar wat blij mee!

Gast
geplaatst: vandaag om 22:42 uur

geplaatst: vandaag om 22:42 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.