De gitarist is dood, leve de gitarist! Zoals het ooit ging met Romeinse keizers die vlot werden opgevolgd door de volgende, zo vlot hadden de opvolgers van Randy Rhoads zich aangediend. Met Bernie Tormé in de gelederen verschenen geen opnamen, met diens opvolger Brad Gillis werd livedubbelaar
Speak of the Devil uitgebracht, maar voor de volgende studioplaat diende een vaste opvolger te komen. Het werd de jonge en onbekende Jake E. Lee.
Verrassend was de terugkeer van bassist Bob Daisley, die op onsympathieke wijze de bons had gekregen kort na de opnamen van
Diary of a Madman. Daisley was echter dé componist van de eerste twee soloalbums van Osbourne. De madman had hem hard nodig en Daisley verliet hierop Uriah Heep, ongetwijfeld en dik verdiend met enige financiële toezeggingen.
Op drums de toen al veteraan Tommy Aldridge en op toetsen iemand met eveneens een respectabel CV, namelijk toetsenist Don Airey.
Wat echter het meest de aandacht trok was de hoes: Osbourne als weerwolf. In Aardschok stond een fotoreportage van het schminken, hartstikke interessant vond ik dat, zeker met de videoclip erbij.
En de muziek? Pakkende melodieën, stevig en tegelijkertijd zoet als Engelse drop in felle kleurtjes, met toetsen als een zacht tapijt onder de liedjes en spetterend gitaarspel van Lee. In de ballade
Forever dat verrassenderwijs kant B opent in plaats van halverwege een plaatkant te zijn gezet, zit enige invloed van The Beatles, de favoriete groep van Osbourne.
De hoes vermeldt dat Osbourne alle liedjes in zijn eentje schreef. Wie zijn carrière volgde, moet hebben geweten dat dit niet kón kloppen: zijn compositorische bijdragen bij Sabbath waren bijna gelijk aan nul, op de vorige twee studiosoloalbums bemoeide hij zich hoogstens met de teksten, die echter voornamelijk van de pen van Daisley kwamen.
Dankzij het boekje bij
The Ozzman Cometh (1997) weten we dat nota bene Osbourne zelf dit tegenspreekt:
hij noteerde aangaande Lee bij
Bark at the Moon:
"It was the first song we wrote together".
Twee bandleden vertelden later dat zij gezamenlijk (bijna) alle muziek én de meeste teksten schreven. Het verhaal van Lee verscheen in 2014
op de site van Blabbermouth, het verhaal van Daisley is
op webarchive.org te vinden. Kortweg: de piepjonge Lee werd gechanteerd met ontslag als hij zijn credits niet zou afstaan, Daisley kreeg inderdaad een grote zak geld. Zijn maatje, drummer Lee Kerslake, bevestigt dit
op diezelfde website.
Ik vond dit album net zo goed als de voorganger, zij het iets minder verrassend en met een sterkere A- dan B-zijde. Maar diverse melodieën bleken onweerstaanbare oorwurmen en dat die Lee kon soleren duldde geen twijfel. Jammer dat Osbourne en zijn manager/echtgenote zulke geldzuchtige geldwolven waren. Bark at the dollar!