Als het de bedoeling van verzamelelpees van "diverse artiesten" is om niet alleen een extra slaatje te slaan uit hits die hun populariteit al bewezen hebben, maar ook om luisteraars te interesseren in nummers die ze misschien hadden gemist, dan is wat mij betreft de effectiviteit van die formule bewezen met het verzamelalbum dat ik begin jaren 70 te leen kreeg van, zo gaan die dingen, de huishoudster van mijn ouders. Want tussen die bonte verzameling hits en hitjes stond ook Do it again van Steely Dan, en (daar komt een cliché) ondanks of misschien wel juist dankzij de simpelheid (bijna monotonie) van het couplet met z'n vier identieke zanglijnen vond ik het toch een merkwaardig intrigerend en sterk nummer.
Dus via die single kocht ik niet veel later de elpee (met als ik me goed herinner een zachtrose label), en de eerste keer dat ik hem draaide keek ik wel even raar op, want niet alleen duurde het intro twee keer zo lang als op de single-versie, maar ook volgde er op de "sitargitaar"-solo nog een tweede solo, ditmaal van een niet al te duur klinkend orgeltje – éven wennen. (Dat was ook de tijd waarin ik me afvroeg of het gelijknamige maar toen nog nooit gehoorde nummer van de Beach Boys er iets mee te maken had.)
Natuurlijk is dit nog niet de Steely Dan van de luie pseudo-fusion zoals die op Aja tot bloei kwam, en natuurlijk zitten er nog twee andere zangers bij (waaronder David Palmer met zijn prachtige vloeibare stem; commentaar van de All Music Guide: hij "oversings" zijn nummers – wat een onzin), en natuurlijk bevat deze plaat nog niet de zorgvuldig uitgekristalliseerde solo's van talloze instrumentalisten zoals op Aja (met z'n zes verschillende gitaristen op zeven nummers) en Gaucho, maar of die latere Steely Dan nou de band is die de geschiedenisboekjes heeft gehaald of niet, Can't buy a thrill blijft voor mij niet alleen de plaat waarmee ik ze heb leren kennen maar ook nog altijd hun favoriete album. Bovendien is dit een plaat met een onwaarschijnlijk hoge draaibaarheidsfactor, ik ken hem nu al veertig jaar en ik ben er nog steeds niet op uitgeluisterd, en het is ook zo'n plaat waarvan ik alle teksten zó goed ken dat ik plotseling merk dat ik hem aan het meezingen ben zonder dat ik eigenlijk precies weet welk nummer op dat moment gedraaid wordt.
Van Steely Dan heb ik daarna alle platen in de juiste volgorde gekocht (komt bij mij eigenlijk niet eens zó vaak voor), inclusief een zeldzame bootlog getiteld Rotoscope down van volgens mij de enige toernee die ze toen hebben gemaakt, en hoewel ik sommige wat minder vond dan andere (na Can't buy a thrill was The royal scam voor mij de eerste plaat met een vergelijkbare kwalitatieve consistentie) ben ik ze altijd trouw gebleven. Na The nightfly had ik het echter wel gehad, en toen mevrouw OnHeavenHill mij op 5 december vorig jaar met Sunken condos probeerde te verblijden kon ik er niet meer warm voor lopen. De liefde voor Steely Dan is eigenlijk nooit meer teruggekomen, hetgeen meer aan mij dan aan hun muziek ligt, zo gaat dat soms met die dingen, ik ben al blij genoeg dat er nog zoveel muziek van 35 à 40 jaar geleden is die ik nog wèl leuk vind. Alleen Can't buy a thrill, die is nooit weggeweest uit mijn hart (en CD-lade). Warme, grappige, bitterzoete popmuziek, met een ironische blik die de romantiek niet kan verhullen (of is dat hier nog juist precies andersom?), en met naast Do it again als mijn favoriete nummer Fire in the hole, met die paniekerige piano, die subtiele steel-gitaar en die prachtig gezongen tekst over een getroubleerde ziel. "My life is boiling over…" Rillingen.
Die huishoudster is trouwens al spoedig naar het toen nog verre Limburg afgezakt. Ik heb haar indertijd nog wel Can't buy a thrill uitgeleend, maar ik geloof niet dat ze die verzamelelpee vanwege Steely Dan had gekocht.