1973 is mijn geboortejaar en vreemd genoeg moet ik bij Future Days ook denken aan een bevalling.
Eerst het geluid van water en vervolgens allemaal vreemde geluiden, die voor de eerste keer ervaren worden.
Welkom in de wereld, bereid je voor op jouw Future Days.
Een trip puur gericht op de waarneming van het eerste essentiële zintuig; het gehoor.
Vaak roept experimentele muziek een gevoel van angst en onbegrip bij mij op, dit werkt juist heel bevredigend.
Ik ervaar bijna hippie achtige vreugde.
Helaas gaat Spray wel met meer tempo door, waarbij ik het vergelijk met On the Run van Pink Floyds Dark Side Of The Moon, toevallig ook uit 1973.
Ondanks, of misschien wel juist door de invallende snelle percussie gaat het gejaagde wat weg, maar het prettige gevoel van opener Future Days is veel minder aanwezig.
Moonshake klinkt wel heerlijk, een soort van korte jamsessie, waarbij ik zelfs aan het geflirt met stijlen van dEUS in hun beginperiode moet denken.
Misschien wel een van de grootste complimenten die ik een band mee kan geven.
En ik zal de puristen voor zijn; ja Can was jaren eerder al actief, maar dEUS wist het voor mij wel beter tot een geheel te laten smelten.
Op het moment dat Bel Air gaat vervelen, red de drummer de boel, vervolgens krijg je na die adempauze de bas er nog zoemend doorheen, en wordt het allemaal een stuk interessanter.
Voor mij is de hoofdrol weg gelegd voor drummer Jaki Liebezeit, als zijn bijdrage minder wordt, dan is het gelijk een stuk minder sterker.
De zang heeft het dromerige van Smashing Pumpkins op hun eerste albums, al klinkt Corgan uiteraard een stuk opgefokter en harder dan Damo Suzuki, die zijn achternaam daarmee geen eer aan doet, maar het trage en slome van zijn zangkwaliteiten maken het geheel wel af.