Yes me, can
Oh verdomme, dacht ik luid,toen dit album in het
review dit album topic aangedragen werd. Can was me al eens aangeraden door Mod herman, dus de naam was mij niet onbekend. Ik was nog niet verder gekomen dan enkele pogingen tot pootjebaden, maar een enkele user achtte het wijs om me gelijk kopje onder te duwen. Eigenlijk totaal geen probleem, het moest er toch eens van komen.
Can! Een mythische naam wel te verstaan. Een band die onder andere grote invloed heeft gehad op avant-garde,post-punk, new wave en elektronische muziek. Met name dit album wordt voorgedragen als het meest visionaire werk van de heren Krautrockers. Hoge verwachtingen worden, bij mij dan ook, voor dit album gewekt, maar deze plaat weet deze verwachtingen geweldig in te lossen.
Paperhouse is een zeer waardige opener. Beginnend met wat tapeloops, introduceert dit nummer al snel(na 12 seconden) jazzy keyboardspel,atmosferisch gitaarspel en Suzuki's stem. Een heerlijk dromerig haast Shoegaze-achtig sfeertje. Het nummer wordt iets ruiger doordat de drums beter te horen zijn en de gitaar nu haast bluesachtig wordt. Het nummer voelt nu aan als een soort rockjam. Het nummer mindert na 5 minuten vaart om in de laatste halve minuut weer te versnellen. Een heerlijk vloeiend nummer.
Mushroom is het kortste nummer op dit album. Haast machinale drumpatronen die hulp krijgen van huilend gitaarwerk . Als ik niet beter zou weten, dan zou ik denken dat dit nummer door een of andere Indieband, uit de jaren 90 of eind jaren 80, gemaakt was. Het paranoïde sfeertje past namelijk perfect bij de muziek van die tijd
Oh yeah opent met de ruisende wind, op een haast pink floyd achtige manier. In de verte komen de drumbeats al aan snellen. Achteruitgespoelde zang volgt. De spanning in dit nummer komt met name van de drumsound. Hoewel de gitaar op het eind ook erg sterk is. Niet het beste nummer van deze cd, maar wel erg genietbaar.
Het ruim achttien minuten durende
Halleluhwah is het hoogtepunt van dit album. Een repeterende jam wordt prachtig opgebouwd rondom een van de stoerste drumbeats uit de rockgeschiedenis, hier en daar aangevuld door wat schreeuwerig zangpartijen. Naast de gitaar en bas,die minzaam de drums lijken te ondersteunen, hebben we prachtig atmosferische keyboardspel en ik dacht op èèn moment zelfs een viooltje. In de laatste vier minuten komt het keyboardspel opeens in de voorgrond te liggen, het is tijd voor een climax, het drumspel lijkt steeds harder te gaan! De stem komt weer terug en het gitaarspel neemt de hoofdrol over. Het nummer eindigt met een fade-out alsof het nog zeker 10 minuten had kunnen doorgaan. Hoewel het stuk veel herhaling kent, blijft het spannend.
Na Halleluhwah komt nòg een lang nummer. Daar waar het vorige nummer erg ritmegericht was, laat
aumgn meer de sferische, haast ambientachtige kant van Can zien. De eerste minuut horen we een geluidsbedje van tapeloops, even later komt hier volgens mij`, een piano en een gitaartje met veel reverb bij. Een ebbende en vloeiende psychedelische trip. Het nummer wordt donkerder, er is spookachtig vioolgekras en je hoort lang zinderend gekreun. Het nummer pulseert zo een tijd verder totdat er eindelijk drums in de mix komen, die ook nog eens voor een ijzersterke climax zorgen. De muzikale evenknie van een afdaling naar vochtige,duistere grotten.
Pekin O, is wellicht het meest ondoordringbare nummer van dit album. Een orgeltje, met elektronische regendruppels, en toegevoegde spanning van de cymbalen. Van ver is een stem te horen die naar ons toe schreeuwt. Dan hoor ik recht naast me een drumcomputer(samen met een gitaartaartje en atonaal toetsenwerk). Een stem die nu aan het declameren is. Een welhaast oosters ritme. De drumcomputer wordt steeds opzwepender, totdat we bij een toetsen kakofonie komen waarboven een man onverstaanbare kreten slaagt . de opzwepende beats komen terug, maar slechts om over te gaan in een geestachtige sinthmelodie. Het lijkt wel de muzikale ondersteuning van een horrorfilm. De spanning in het spookhuis stijgt als we iemand horen lopen,lachen. De opgejaagde drums lijken wel een achtervolgend monster. Er komt geluid dat op glasgekras lijkt en dan is het opeens over. Een semichaotisch nummer dat niet heel slechts is,maar zeker niet bij mijn favorieten behoord.
Bring me coffey or tea is alweer het laatste nummer van dit album. Een keyboard, een langzaam opkomende gitaar, we zitten in het verre oosten. Door de combinatie van het wederkerend ritme en de stem,waar vaag de Engelse woorden nog zijn te onwaarden, wordt je bezweert. Voor de allerlaatste keer nog het geniale drumspel. Een rustiger nummer om het album uit te sissen. Het doet me op momenten aan indiaanse Raga denken.
Een gevarieerd album en dat terwijl de plaat toch een duidelijke eenheid vormt. Veel gewaagde, originele en vernieuwende composities. Vaak komen bepaalde sfeerbeelden en/of gitaarsound mij bekend voor, wat zoveel wil zeggen dat deze band voor veel bands toch een inspiratiebron was. Het album heeft ook een leuke flow,doordat het relatief toegankelijk begint en naar mate het album vordert steeds experimenteler wordt. Het enige muzikale nadeel van dit album is dan toch de stem van meneer Suzuki. Zijn Engelse uitspraak is op momenten zo belabberd dat het zonder de tekst er bij, het maar gissen is wat meneer nou aan het zingen is. Op zich geen enorm groot probleem, aangezien ik zo de stem meer als een instrument zie dan als de vertolker van de teksten. Dit album heeft echter een ander groot probleem.
Hoewel dit een machtig album is, snap ik hem nog enkel. Ik zie zo'n beetje waar de muzikanten heen willen. Ik hoor een eigenzinnig album dat zelfs nu nog verassend modern klinkt. Ik voel het album echter nog niet. Ik weet niet of dit na meerdere luisterbeurten nog gaat veranderen. Blijft mijn gevoel met dit album het zelfde, dan classificeer ik het als een interessant experiment en zal ik het zo nu en dan eens beluisteren, ik geef 4 sterren. Mocht ik over een tijdje een emotionele band krijgen met dit album, dan schiet de beoordeling al snel naar 5 sterren en sluit ik zelfs een opname in mijn top 10 niet uit.