"Horses, horses, horses, horses, coming in all directions!" uit "Land" geeft het al aan, samen met de titel van de plaat, dit is een album over dynamiek. Het nummer zelf, een epos van bijna tien minuten waarin we een soort "When the Music's Over" anno '75 zouden kunnen zien, is een perfecte samenvatting van Patti's vrije geest: a la Johnny B. Goode schreeuwt ze "Go Rimbaud! Go Rimbaud! Go Johnny! Go! Go!" Rimbauds geest zweeft ook door de tekst, niet alleen de visionaire hallucinaties van "Illuminations" die zich ook diep in het werk van Bob Dylan hebben genesteld, maar ook deze passage uit "Une Saison en Enfer" (vertaling: Paul Claes) zal haar niet onbekend zijn geweest:
Arthur Rimbaud schreef:
Waar trekken we naartoe? naar de strijd? Ik ben zwak! ze lopen allemaal door. Werktuigen, wapens... tijd!...
Vuur! vuur op me! Toe! of ik geef me over.—Lafaards!—Ik maak me van kant! Ik gooi me voor de paardenhoeven!
Lees het lange gedicht "Mauvais Sang" (of "Kwaad Bloed", als "Bad Blood" terug te vinden op internet ook) er maar op na: de aanwezigheid van de paarden wordt al gevoeld voordat de paarden er zijn; vergelijk dat maar eens met het gedicht van Patti dat in het cd-boekje afgedrukt staat: "the feel of horses before horses enter the scene". Bij zowel Rimbaud als Patti levert dit bijna fysieke poëzie op, bij de laatste wordt dat uiteraard nog versterkt door haar bezielde voordracht. De invloed van Ginsberg en zelfs Wallace Stevens (vergelijk "And the waves, the waves were soldiers moving", later nog geciteerd door Nick Cave, met Patti's "The waves were coming in like Arabian stallions"). Overigens komt de naam Johnny zelfs nog direct bij Burroughs vandaan, volgens Patti zelf (in de documentaire "Dream of Life" en wat uigebreider in “De beat van Burroughs”).
Ook "Birdland" volgt een vergelijkbaar procedé: het begint rustig op piano, maar Patti, die hier eigenlijk gewoon een poëzievoordracht houdt, schroeft de intensiteit steeds verder op, ondersteund door piano en gitaarfeedback. Het draait hier om Peter Reich, zoon van de befaamde psychiater Wilhelm Reich, die ooit samen met zijn vader een machine bouwde om wolken te manipuleren (zie ook “Cloudbusting” van Kate Bush), die zijn vader terugziet. In de tekst komt William Blake overigens ook langs, nog zo’n visionair. Visie is, naast dynamiek, het tweede sleutelwoord hier.
Het laatste kernbegrip op deze plaat is uiteraard “rebellie”. Lucebert schreef ooit dit:
Lucebert schreef:
gij letterdames en gij letterheren,
gij die herenhuizen diep zit uit te pluizen daden,
ik zeg Daden van genot en van ontberen,
wanneer gij blake rimbaud of baudelaire leest;
hoort, door onze verzen jaagt hun heilige geest:
de blote kont der kunst te kussen onder uw sonnetten en balladen.
Nu komt alleen Baudelaire niet langs op “Horses”, maar Luceberts verdediging van de Vijftigers (volgens Bertus Aafje de SS van de poëzie) kan ook op Patti toegepast worden. Ging het bij de Vijftigers niet vaak om het proces van het kunst scheppen, het (bijna) fysieke? Denk hierbij ook vooral aan de schilders van die beweging. Even heel vrij naar Kant: rebellie zonder eruditie is leeg, eruditie zonder rebellie vaak (wat) saai. Ik kan jou, waarde lezer, hier wel het gevoel hebben gegeven dat ik een poëziebundel of een cd met gesproken woord bespreek, maar er is natuurlijk ook de muziek waarin een lange traditie van opstandigheid is verweven.
De Chuck Berry-link heb ik aan het begin al besproken en natuurlijk was rock ’n roll in diens begindagen muziek van de duivel. Daarnaast hebben de nummers “Redondo Beach” en “Kimberly” een reggae-achtige ritmiek, een genre dat in de jaren zeventig nog erg rebels en underground was. Het was dan ook niet gek dat veel punks dol waren op reggae (neem Johnny Rotten bijvoorbeeld), maar ook dat Bob Marley het nummer “Punky Reggae Party” uitbracht en er vele cross-overs tussen reggae en punk gelegd werden.
Ook wordt er nog “intertekstueel”, of intermuzikaal, zo u wilt, gedaan richting de geschiedenis van rock ’n roll. Opener “Gloria” is deels een cover van het gelijknamige Them-nummer. Patti’s eigen stukken en de fragmenten uit de Van Morrison-compositie zorgen voor een nieuwe context door hun juxtapositie. Eenzelfde soort “samplen” gebeurt in “Land”: daarin worden hele stukken uit “Land of the Thousand Dances” hergebruikt en zo krijgt die simpele, wat flauwe tekst een heel nieuwe betekenis. Volgende punt: John Cale, van The Velvet Underground-faam en ook zo’n legger van een brug tussen Chuck Berry-rock ’n roll en avant-garde, heeft de plaat geproduceerd. Geen onbelangrijk detail.
Want natuurlijk, ’75 is al een hele tijd terug; ik kan het me in elk geval niet meer herinneren. “Horses” is naast de hoofdrolspeelster een broedplaats voor creatief talent geweest: Tom Verlaine (bekende achternaam) van Television speelt mee op “Free Money”, de later beroemde Robert Mapplethorpe verzorgde de androgene, iconische hoesfoto en Lenny Kaye is ook bepaald geen onbekende gebleven. Dynamiek, visie en rebellie, ze komen maar zelden zo knap en intens samen als op dit album.
Bibliografie:
-Blake, William.
The Selected Poems of William Blake. Ware: Wordsworth Editions Ltd, 2000.
-Burroughs, William S.
The Soft Machine. Parijs: Olympia Press, 1961.
-Ginsberg, Allen.
Collected Poems 1947-1997. New York: Harper Perennial, 2007.
-Rimbaud, Arthur.
Gedichten, Een seizoen in de hel, Illuminations. Vertaald door Paul Claes. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2006.
-Lucebert.
Verzamelde Gedichten. Amsterdam: De Bezige Bij, 2007.