Genres / Hip-Hop / No Limit vs. Ca$h Money
zoeken in:
0
geplaatst: 18 april 2011, 22:16 uur
Inderdaad een fantastisch topic. Ben mede hierdoor ook maar eens aan No Limit begonnen. Heb vandaag voor het eerste een heel No Limit album gecheckt. Op aanraden van Thomas ben ik met Master P - Ghetto D begonnen en die klonk zeker niet slecht!
0
geplaatst: 21 april 2011, 00:56 uur
Vind Master P wel echt een retard hoor... Maar als het aankomt op labels kan ik niet echt een oordeel geven.
0
geplaatst: 22 april 2011, 14:20 uur
Sonya C - Married to the Mob (1993):

"Sonya C, you know, she's bout it, bout it." Veel mensen kennen Sonya C waarschijnlijk alleen van die regel, afkomstig uit Master P's doorbraakhit "Bout it, Bout it". Maar Sonya C was daarnaast ook gewoon de eerste vrouwelijke artieste van No Limit; het album begon een fanschare op te bouwen binnen New Orleans - louter bewerkstelligd met albumverkoop vanuit de kofferbak - en daarom vond generaal P dat het tijd was voor een nieuw soort muziek. Niet alleen maar oud klasgenoten en jeugdvrienden mochten een album uitbrengen, het was nu ook de beurt aan een vrouwelijke artiest. Ruthless had met Michel'le & J.J. Fad tenslotte bewezen dat daar ook onder gangsterrappubliek best een markt voor is. Maar waar moest deze vandaan gehaald worden? Simpel: uit de eigen keuken. Sonya C was sinds '91 Master P's echtgenote en werd dus naar voren geschoven.
Het probleem is: ze heeft geen talent. En daarmee bedoel ik niet dat ze zoals zoveel No Limit-artiesten niet origineel of overtuigend klinkt, maar dat ze echt geen talent heeft. Ze doet iets tussen zingen en rappen in, maar haar hoge tonen zijn altijd vals, haar raps onverstaanbaar en als tekstschrijver is ze bovendien ronduit bedroevend. Married to the Mob: bedoelt ze met The Mob dan echt Master P? Op het album noemt ze zichzelf ook een keer 'Miss Capone', maar verder wordt de titel niet duidelijk uitgelegd - ondanks het feit dat er twee praktisch identieke titeltracks opstaan. En dan te bedenken dit schijfje in totaal maar elf nummers telt, waarvan Sonya C lang niet op allemaal te horen is.
Toch is dit album enigszins memorabel; als gezegd toont het de eerste NL-artieste, en is het een bevestiging van Master P's obsessieve aandacht voor de verlangens van het publiek, maar daarnaast krijgt ook de kenmerkende No Limit-sound een stuk meer vorm. Nog steeds voornamelijk geënt op de Westcoast, maar al een stuk eigener, met meer bassen en minder funk. Dit is tevens het aspect dat deze release nog enigszins dragelijk maakt, want verder is Sonya C een artieste om snel te vergeten.
Dat lijkt Master P zich ook gerealiseerd te hebben. Vanaf de begindagen van No Limit waren vrijwel alle artiesten verdwenen toen het label echt bekend werd, alsof P wachtte op de acts die aansloegen bij het grote publiek en tot die tijd iedereen één release gunde. Van Sonya C is hierna nooit meer iets vernomen, behalve een paar anonieme gastoptredens op de albums van TRU. Wel heeft ze in de tussentijd liefst zes kinderen met P gekregen - waaronder, hoe kan het ook anders, de wereldster Lil Romeo. Voor moeders trots is het wellicht beter als Romeo nooit van het bestaan van Married to the Mob afweet.
Pluspunt: de producties, waarop het Beats by the Pound-productieteam voor het eerst gestalte krijgt.
Minpunt: Sonya C.
Beste line: ""Just like the black male, the black female can make her own decisions and be her own boss."

"Sonya C, you know, she's bout it, bout it." Veel mensen kennen Sonya C waarschijnlijk alleen van die regel, afkomstig uit Master P's doorbraakhit "Bout it, Bout it". Maar Sonya C was daarnaast ook gewoon de eerste vrouwelijke artieste van No Limit; het album begon een fanschare op te bouwen binnen New Orleans - louter bewerkstelligd met albumverkoop vanuit de kofferbak - en daarom vond generaal P dat het tijd was voor een nieuw soort muziek. Niet alleen maar oud klasgenoten en jeugdvrienden mochten een album uitbrengen, het was nu ook de beurt aan een vrouwelijke artiest. Ruthless had met Michel'le & J.J. Fad tenslotte bewezen dat daar ook onder gangsterrappubliek best een markt voor is. Maar waar moest deze vandaan gehaald worden? Simpel: uit de eigen keuken. Sonya C was sinds '91 Master P's echtgenote en werd dus naar voren geschoven.
Het probleem is: ze heeft geen talent. En daarmee bedoel ik niet dat ze zoals zoveel No Limit-artiesten niet origineel of overtuigend klinkt, maar dat ze echt geen talent heeft. Ze doet iets tussen zingen en rappen in, maar haar hoge tonen zijn altijd vals, haar raps onverstaanbaar en als tekstschrijver is ze bovendien ronduit bedroevend. Married to the Mob: bedoelt ze met The Mob dan echt Master P? Op het album noemt ze zichzelf ook een keer 'Miss Capone', maar verder wordt de titel niet duidelijk uitgelegd - ondanks het feit dat er twee praktisch identieke titeltracks opstaan. En dan te bedenken dit schijfje in totaal maar elf nummers telt, waarvan Sonya C lang niet op allemaal te horen is.
Toch is dit album enigszins memorabel; als gezegd toont het de eerste NL-artieste, en is het een bevestiging van Master P's obsessieve aandacht voor de verlangens van het publiek, maar daarnaast krijgt ook de kenmerkende No Limit-sound een stuk meer vorm. Nog steeds voornamelijk geënt op de Westcoast, maar al een stuk eigener, met meer bassen en minder funk. Dit is tevens het aspect dat deze release nog enigszins dragelijk maakt, want verder is Sonya C een artieste om snel te vergeten.
Dat lijkt Master P zich ook gerealiseerd te hebben. Vanaf de begindagen van No Limit waren vrijwel alle artiesten verdwenen toen het label echt bekend werd, alsof P wachtte op de acts die aansloegen bij het grote publiek en tot die tijd iedereen één release gunde. Van Sonya C is hierna nooit meer iets vernomen, behalve een paar anonieme gastoptredens op de albums van TRU. Wel heeft ze in de tussentijd liefst zes kinderen met P gekregen - waaronder, hoe kan het ook anders, de wereldster Lil Romeo. Voor moeders trots is het wellicht beter als Romeo nooit van het bestaan van Married to the Mob afweet.
Pluspunt: de producties, waarop het Beats by the Pound-productieteam voor het eerst gestalte krijgt.
Minpunt: Sonya C.
Beste line: ""Just like the black male, the black female can make her own decisions and be her own boss."
0
geplaatst: 22 april 2011, 17:43 uur
Leuk stukje. Ben stiekem wel benieuwd geworden haar het album. 

0
geplaatst: 22 april 2011, 18:27 uur
Tot nu toe erg vermakelijke stukken gelezen, hoogtepunt voor mij is als Thomas het minpunt van het album plaatst. Gortdroog. 

0
Harco
geplaatst: 27 april 2011, 01:41 uur
PxMxWx - Legalize "Pass tha Weed" (1993):

In 1993 was het duidelijk dat Cash Money nog erg zoekende was naar haar geluid. Waar het debuutalbum van U.N.L.V. vol stond met pure bouncebeats, bestond Legalize "Pass tha Weed" uit allerlei verschillende stijlen: Roshambeau en Trick Daddy waren overdreven soulful voor een Cash Money-vehikel uit die tijd, Real Niggaz Do Die kon doorgaan voor een destijds moderne westcoasttrack en meerdere tracks bevatten de uitgekauwde sample uit Drag Rap van de Showboys die Mannie Fresh ook al eens op 6th and Baronne toepaste en ook nog eens zou gaan gebruiken op de andere twee Cash Money-albums uit 1993. Juist: Fresh gebruikte dezelfde sample op vier verschillende albums in één jaar en dan ook nog eens op meerdere nummers. Niet voor niet was de zogenaamde Triggerman-beat dan ook een grote inspiratiebron voor de bouncemuziek.
PxMxWx, kort voor Project's Most Wanted (Iberville de "project" in kwestie), bestond uit rapper Big Man en de hypemannen Big Heavy en Black Jack - die af en toe ook eens een verse voor hun rekening namen. Hoewel Big Man een aardige rapper is, is een uur toch teveel van het goede. Als het tekstueel dan ook nog niets anders biedt dan uitgekauwde teksten over wiet en vrouwen, slaat de verveling al gauw toe.
Hoewel Legalize "Pass tha Weed" nergens zo slecht wordt als U.N.L.V.'s 6th and Baronne valt hier ook nog weinig te genieten. Ook al staat Mannie Fresh al achter de knoppen, 1993 is kwalitatief gezien nog geen succes voor Cash Money.
Pluspunt: de interlude Word from tha President bevat een Ronald Williams die klinkt als Herbert uit Family Guy.
Minpunt: afwisseling in de raps.
Beste line: Op Alphabet Bitches gaat Big Man het alfabet bij langs en vertelt vervolgens iets over een vrouw. Bij de letter 'd': "D is for disease if you don't wear a rubber... haha, stupid muthafucka."

In 1993 was het duidelijk dat Cash Money nog erg zoekende was naar haar geluid. Waar het debuutalbum van U.N.L.V. vol stond met pure bouncebeats, bestond Legalize "Pass tha Weed" uit allerlei verschillende stijlen: Roshambeau en Trick Daddy waren overdreven soulful voor een Cash Money-vehikel uit die tijd, Real Niggaz Do Die kon doorgaan voor een destijds moderne westcoasttrack en meerdere tracks bevatten de uitgekauwde sample uit Drag Rap van de Showboys die Mannie Fresh ook al eens op 6th and Baronne toepaste en ook nog eens zou gaan gebruiken op de andere twee Cash Money-albums uit 1993. Juist: Fresh gebruikte dezelfde sample op vier verschillende albums in één jaar en dan ook nog eens op meerdere nummers. Niet voor niet was de zogenaamde Triggerman-beat dan ook een grote inspiratiebron voor de bouncemuziek.
PxMxWx, kort voor Project's Most Wanted (Iberville de "project" in kwestie), bestond uit rapper Big Man en de hypemannen Big Heavy en Black Jack - die af en toe ook eens een verse voor hun rekening namen. Hoewel Big Man een aardige rapper is, is een uur toch teveel van het goede. Als het tekstueel dan ook nog niets anders biedt dan uitgekauwde teksten over wiet en vrouwen, slaat de verveling al gauw toe.
Hoewel Legalize "Pass tha Weed" nergens zo slecht wordt als U.N.L.V.'s 6th and Baronne valt hier ook nog weinig te genieten. Ook al staat Mannie Fresh al achter de knoppen, 1993 is kwalitatief gezien nog geen succes voor Cash Money.
Pluspunt: de interlude Word from tha President bevat een Ronald Williams die klinkt als Herbert uit Family Guy.
Minpunt: afwisseling in de raps.
Beste line: Op Alphabet Bitches gaat Big Man het alfabet bij langs en vertelt vervolgens iets over een vrouw. Bij de letter 'd': "D is for disease if you don't wear a rubber... haha, stupid muthafucka."
0
Harco
geplaatst: 27 april 2011, 01:41 uur
Wat betreft die Triggerman-beat is dit ook wel een grappig stukje: “Black and Yellow” Sounds an Awful Lot Like The Triggerman Beat « The FADER - thefader.com
0
geplaatst: 27 april 2011, 10:52 uur
Rhythm & Poetry schreef:
hoogtepunt voor mij is als Thomas het minpunt van het album plaatst. Gortdroog.
hoogtepunt voor mij is als Thomas het minpunt van het album plaatst. Gortdroog.

0
Harco
geplaatst: 28 april 2011, 01:09 uur
Lil' Slim - The Game Is Cold (1993):

Lil' Slim groeide op in de 17th Ward van New Orleans, waar ook Fiend - destijds onderdeel van Big Boy Records en later van No Limit - vandaan kwam. Slim trad op in clubs samen met U.N.L.V. en Soulja Slim (later ook No Limit) en kwam in contact met de gebroeders Williams via Mannie Fresh nadat deze hem had zien optreden. Dankzij Slim zitten we tegenwoordig ook opgescheept met het fenomeen Lil' Wayne; Slim was namelijk zijn buurman en ontdekte de jonge Wayne op 11-jarige leeftijd toen hij stond te rappen op een feestje.
In tegenstelling tot PxMxWx maakte Lil' Slim weer echte bounce. Waar een bounce-act als U.N.L.V. het vooral had over de vrouwen, ging het bij Slim om de shoutouts naar andere "wards" - tekstueel ook een groot onderdeel van de bounce. Ook Slim wist dit onderwerp op geen enkele manier op een leuke en verfrissende manier te brengen, al hielp het wel dat hij qua raps begaafder was dan zijn collega's van U.N.L.V. The Game Is Cold is ook nog eens het eerste Cash Money-album waar Birdman zijn opwachting maakt en werd tevens opgenomen in diens keuken. Destijds ging de 5 Star Stunna nog schuil onder de naam B-32, wat stond voor Baby with the 32 Golds.
En als je bounce zegt, wat zeg je dan nog meer? Triggerman-beat, ja. Die is hier dan ook weer veelvuldig te vinden: ik tel vijf tracks met dezelfde sample. Lil' Slim is nog best een vermakelijke rapper en met een stel fatsoenlijke beats zou het allemaal best te verteren zijn - dat geldt overigens ook voor de heren van PxMxWx - maar Mannie Fresh leunde hier nog teveel op het succes van de vorige platen en andere platen uit de regio die uitgebracht werden door concurrerende labels. Iets wat de kwaliteit van de muziek niet ten goede komt.
Pluspunt: de skit aan het eind van Niggaz Ain't Nothing But Niggaz die perfect mijn gedachten verwoordt (zie hieronder bij "beste line").
Minpunt: de tofste beat van de plaat is de outro en bevat dus geen raps.
Beste line: "Yeah, I'm tired of hearing all this bounce shit, could you play something else? Shit. Goddamnit. Goddamn you. BIIIIIIIATCH!"

Lil' Slim groeide op in de 17th Ward van New Orleans, waar ook Fiend - destijds onderdeel van Big Boy Records en later van No Limit - vandaan kwam. Slim trad op in clubs samen met U.N.L.V. en Soulja Slim (later ook No Limit) en kwam in contact met de gebroeders Williams via Mannie Fresh nadat deze hem had zien optreden. Dankzij Slim zitten we tegenwoordig ook opgescheept met het fenomeen Lil' Wayne; Slim was namelijk zijn buurman en ontdekte de jonge Wayne op 11-jarige leeftijd toen hij stond te rappen op een feestje.
In tegenstelling tot PxMxWx maakte Lil' Slim weer echte bounce. Waar een bounce-act als U.N.L.V. het vooral had over de vrouwen, ging het bij Slim om de shoutouts naar andere "wards" - tekstueel ook een groot onderdeel van de bounce. Ook Slim wist dit onderwerp op geen enkele manier op een leuke en verfrissende manier te brengen, al hielp het wel dat hij qua raps begaafder was dan zijn collega's van U.N.L.V. The Game Is Cold is ook nog eens het eerste Cash Money-album waar Birdman zijn opwachting maakt en werd tevens opgenomen in diens keuken. Destijds ging de 5 Star Stunna nog schuil onder de naam B-32, wat stond voor Baby with the 32 Golds.
En als je bounce zegt, wat zeg je dan nog meer? Triggerman-beat, ja. Die is hier dan ook weer veelvuldig te vinden: ik tel vijf tracks met dezelfde sample. Lil' Slim is nog best een vermakelijke rapper en met een stel fatsoenlijke beats zou het allemaal best te verteren zijn - dat geldt overigens ook voor de heren van PxMxWx - maar Mannie Fresh leunde hier nog teveel op het succes van de vorige platen en andere platen uit de regio die uitgebracht werden door concurrerende labels. Iets wat de kwaliteit van de muziek niet ten goede komt.
Pluspunt: de skit aan het eind van Niggaz Ain't Nothing But Niggaz die perfect mijn gedachten verwoordt (zie hieronder bij "beste line").
Minpunt: de tofste beat van de plaat is de outro en bevat dus geen raps.
Beste line: "Yeah, I'm tired of hearing all this bounce shit, could you play something else? Shit. Goddamnit. Goddamn you. BIIIIIIIATCH!"
0
geplaatst: 28 april 2011, 07:50 uur
Geinig topic, nog geen tijd gehad om alles te lezen maar dat ga ik vanmiddag doen en dan volg ik dit topic wel
Ook ik ken Cash Money alleen van Drake, Lil Wayne, Birdman e.d. en dat vind ik niet veel soeps, maar geen idee wat ze vroeger hebben uitgevreten. Van No Limit kan ik hetzelfde zo'n beetje zeggen. Ben dus benieuwd 
Ook ik ken Cash Money alleen van Drake, Lil Wayne, Birdman e.d. en dat vind ik niet veel soeps, maar geen idee wat ze vroeger hebben uitgevreten. Van No Limit kan ik hetzelfde zo'n beetje zeggen. Ben dus benieuwd 
0
Harco
geplaatst: 28 april 2011, 10:31 uur
Ms. Tee - Chillin' on tha Corner (1993):

Ms. Tee was de eerste vrouwelijke artiest op Cash Money. Chillin' on tha Corner is een maxi-single die lijkt te bestaan uit een clean en een dirty side met twee extra bonuscuts. Chillin' on tha Corner is echter zo obscuur dat 'ie nergens valt te downloaden of te kopen. Menig Cash Money-liefhebber op het internet loopt dan ook te schreeuwen om deze tape. Deze slaan we dus maar over. 1993 is tot nu toch nog niks soeps, dus echt rouwig ben ik er ook niet om.

Ms. Tee was de eerste vrouwelijke artiest op Cash Money. Chillin' on tha Corner is een maxi-single die lijkt te bestaan uit een clean en een dirty side met twee extra bonuscuts. Chillin' on tha Corner is echter zo obscuur dat 'ie nergens valt te downloaden of te kopen. Menig Cash Money-liefhebber op het internet loopt dan ook te schreeuwen om deze tape. Deze slaan we dus maar over. 1993 is tot nu toch nog niks soeps, dus echt rouwig ben ik er ook niet om.
0
geplaatst: 28 april 2011, 10:40 uur
Als het nummer nergens meer te luisteren/downloaden/kopen is zal het wel niet echt denderend zijn. Zeker nier na het lezen van de andere 93' stukjes. Ben benieuwd wat je tegen komt in 94"
0
Harco
geplaatst: 28 april 2011, 10:57 uur
1994 wordt sowieso beter; daar ken ik namelijk al een paar van.
0
geplaatst: 28 april 2011, 17:05 uur
Heb alles doorgelezen, hulde voor dit topic: geweldig initiatief.
Interessant en goed geschreven:
Interessant en goed geschreven:

0
geplaatst: 5 mei 2011, 13:43 uur
TRU - Who's da Killer? (1993):

Zoals gezegd stond bij Master P van meet af aan alles in het teken van marketing. De eerste No Limit-cd's kwamen weliswaar bijzonder knullig over, P was ook toen al bezig met het bespelen van zijn publiek (zie eerdere recensies). Aangezien loyaliteit een van de hoogste pijlers is in het Amerikaanse straatleven, liet hij voor deze vijfde No Limit-release in grote letters op de albumhoes zetten: The Original Members of TRU. Alsof dat nog niet genoeg was, staat daarnaast een afbeelding waarop C-Murder, Silkk The Shocker, King George, Big Ed en natuurlijk Master P zelf worden afgebeeld als criminelen.
Het grappige is nu: er is juist wel van alles veranderd bij TRU. Van de originele leden is E-A-Ski nergens meer te bekennen (zijn debuut was dan ook niet succesvol, waarschijnlijk heeft P hem zodra hij merkte dat er geen succes in zat weer geloosd), terwijl P's eigen broers C-Murder en Silk (later Silkk The Shocker) voor het eerst meedoen. En ook qua sound is er wel degelijk iets veranderd bij TRU. Natuurlijk, nog steeds klinkt het origineel, nog steeds vallen er tig elementen aan te wijzen die gejat zijn van de populairste gangsterrapacts (er wordt zelfs tweemaal letterlijk "Ratatat" gezegd), maar anders dan voorheen heeft Who's da Killer? iets wat op een eigen geluid lijkt. Alles wordt zo in het extreme getrokken, de teksten zijn vaak zo overtrokken, dat ze tegen het lachwekkende aanzitten. De producties zijn daarnaast kaler dan op eerder No Limit-werk: de funk is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor enkel een dikke baslaag of stevige drumpartij. Uniek is het de muziek daarmee niet meteen, maar het ligt de dienstdoende rappers wel een stuk beter dan de simpele G-Funk-nabootsing.
C-Murder is in dat opzicht een welkome toevoeging. Zijn rauwe, donkere stem verleent TRU de echtheid waar P zo naar snakte. Uit C-Murders mond klinken de meeste woorden alsof hij ze oprecht meent, en ook al begint hij dan over begrafenissen of rellen met de politie (zie citaat hieronder), hij komt er mee weg. Master P en Big Ed komen met C aan hun zijdook een stuk beter tot hun recht e, alleen King George zakt regelmatig nog lelijk door het ijs. Zijn flow klinkt hakkelig, zijn stem onovertuigend. Niet voor niets heeft Master P hem vlak na deze release zonder toelichting op straat gezet.
Met een beetje overdrijving kan gezegd worden dat Who's da Killer? het officiële begin van de kenmerkende No Limit-strategie inluidt.De eerste artiesten zijn al aan weggesneden (E-A-Ski, Sonya C zijn nu al nergens te bekennen), terwijl de op hevige bassen leunende producties steeds langzaam aan eigen karakter winnen. De intrede van C-Murder blijkt daarnaast een gouden greep, niet alleen kwalitatief gezien, maar ook omdat de zo nagestreefde loyaliteit daarmee een extra lading krijgt. The Original Members of TRU - het was een zin naar Master P's hart, en ook al klopte er niets van, het publiek slikte het. Who's da Killer? was het best verkochte No Limit-album tot dat moment. Niet heel gek, want hoewel er van alles op aan te merken is, is het veruit het beste project tot dan toe. En P was dan ook zo slim om ook op de hoes in hoofdletters de naam van zijn label te zetten, zodat het niemand kon ontgaan dat we met No Limit te maken hadden. Ja, met het consistente en vermakelijke Who's da Killer? was de eerste serieuze steen van het latere mega-imperium gelegd.
Pluspunt: de eerste officiële verses van C-Murder, die zich meteen onderscheidt.
Minpunt: de outro, waarin Master P louter shout-outs geeft, duurt meer dan zes minuten en vult daarmee ongeveer één vijfde van de hele cd.
Beste line: "So don't search my car, check my wheels//Unless you ready to shoot I pay the funeral bills."

Zoals gezegd stond bij Master P van meet af aan alles in het teken van marketing. De eerste No Limit-cd's kwamen weliswaar bijzonder knullig over, P was ook toen al bezig met het bespelen van zijn publiek (zie eerdere recensies). Aangezien loyaliteit een van de hoogste pijlers is in het Amerikaanse straatleven, liet hij voor deze vijfde No Limit-release in grote letters op de albumhoes zetten: The Original Members of TRU. Alsof dat nog niet genoeg was, staat daarnaast een afbeelding waarop C-Murder, Silkk The Shocker, King George, Big Ed en natuurlijk Master P zelf worden afgebeeld als criminelen.
Het grappige is nu: er is juist wel van alles veranderd bij TRU. Van de originele leden is E-A-Ski nergens meer te bekennen (zijn debuut was dan ook niet succesvol, waarschijnlijk heeft P hem zodra hij merkte dat er geen succes in zat weer geloosd), terwijl P's eigen broers C-Murder en Silk (later Silkk The Shocker) voor het eerst meedoen. En ook qua sound is er wel degelijk iets veranderd bij TRU. Natuurlijk, nog steeds klinkt het origineel, nog steeds vallen er tig elementen aan te wijzen die gejat zijn van de populairste gangsterrapacts (er wordt zelfs tweemaal letterlijk "Ratatat" gezegd), maar anders dan voorheen heeft Who's da Killer? iets wat op een eigen geluid lijkt. Alles wordt zo in het extreme getrokken, de teksten zijn vaak zo overtrokken, dat ze tegen het lachwekkende aanzitten. De producties zijn daarnaast kaler dan op eerder No Limit-werk: de funk is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor enkel een dikke baslaag of stevige drumpartij. Uniek is het de muziek daarmee niet meteen, maar het ligt de dienstdoende rappers wel een stuk beter dan de simpele G-Funk-nabootsing.
C-Murder is in dat opzicht een welkome toevoeging. Zijn rauwe, donkere stem verleent TRU de echtheid waar P zo naar snakte. Uit C-Murders mond klinken de meeste woorden alsof hij ze oprecht meent, en ook al begint hij dan over begrafenissen of rellen met de politie (zie citaat hieronder), hij komt er mee weg. Master P en Big Ed komen met C aan hun zijdook een stuk beter tot hun recht e, alleen King George zakt regelmatig nog lelijk door het ijs. Zijn flow klinkt hakkelig, zijn stem onovertuigend. Niet voor niets heeft Master P hem vlak na deze release zonder toelichting op straat gezet.
Met een beetje overdrijving kan gezegd worden dat Who's da Killer? het officiële begin van de kenmerkende No Limit-strategie inluidt.De eerste artiesten zijn al aan weggesneden (E-A-Ski, Sonya C zijn nu al nergens te bekennen), terwijl de op hevige bassen leunende producties steeds langzaam aan eigen karakter winnen. De intrede van C-Murder blijkt daarnaast een gouden greep, niet alleen kwalitatief gezien, maar ook omdat de zo nagestreefde loyaliteit daarmee een extra lading krijgt. The Original Members of TRU - het was een zin naar Master P's hart, en ook al klopte er niets van, het publiek slikte het. Who's da Killer? was het best verkochte No Limit-album tot dat moment. Niet heel gek, want hoewel er van alles op aan te merken is, is het veruit het beste project tot dan toe. En P was dan ook zo slim om ook op de hoes in hoofdletters de naam van zijn label te zetten, zodat het niemand kon ontgaan dat we met No Limit te maken hadden. Ja, met het consistente en vermakelijke Who's da Killer? was de eerste serieuze steen van het latere mega-imperium gelegd.
Pluspunt: de eerste officiële verses van C-Murder, die zich meteen onderscheidt.
Minpunt: de outro, waarin Master P louter shout-outs geeft, duurt meer dan zes minuten en vult daarmee ongeveer één vijfde van de hele cd.
Beste line: "So don't search my car, check my wheels//Unless you ready to shoot I pay the funeral bills."
0
geplaatst: 15 mei 2011, 16:01 uur
Wordt er nog een keer verder gegaan met dit topic? Niet om vervelend te zijn hoor, maar ik vond dit een erg leuk topic en zou het jammer vinden als het doodbloed voor het op zijn interessants wordt (beide labels zijn op het tijdstip waar we nu zijn nog maar in de opbouwfase, was erg benieuwd naar de latere albums).
0
geplaatst: 17 mei 2011, 10:30 uur
Bedankt. Er wordt gewoon verdergegaan, alleen soms vergt een analyse nu eenmaal meer dan een paar dagen oppervlakkig luisteren. Ik ben ervan overtuigd dat Harco binnenkort terugslaat met een prachtig stuk over de resterende Cash Money-releases uit 1993.
0
geplaatst: 17 mei 2011, 14:01 uur
Harco is gewoon lui omdat hij een buitenlander is. Een Fries wel te verstaan.
0
geplaatst: 17 mei 2011, 14:47 uur
thomzi50 schreef:
Bedankt. Er wordt gewoon verdergegaan, alleen soms vergt een analyse nu eenmaal meer dan een paar dagen oppervlakkig luisteren. Ik ben ervan overtuigd dat Harco binnenkort terugslaat met een prachtig stuk over de resterende Cash Money-releases uit 1993.
Bedankt. Er wordt gewoon verdergegaan, alleen soms vergt een analyse nu eenmaal meer dan een paar dagen oppervlakkig luisteren. Ik ben ervan overtuigd dat Harco binnenkort terugslaat met een prachtig stuk over de resterende Cash Money-releases uit 1993.
Begrijp ik. Maar omdat de eerste reviews elkaar vrij snel opvolgden vroeg ik het me af. Ben benieuwd in elk geval

En Rob: je bent zelf een Brabander.
0
Harco
geplaatst: 17 mei 2011, 20:35 uur
Voordat ik mijn analyse over B-32’s (tegenwoordig beter bekend als Birdman) debuutalbum begin, moet ik een fout bekennen in de volgorde die ik heb aangehouden voor het jaar 1993. Luisterend naar de intro vertelt mede-Cash Money-eigenaar Ronald Williams ons dat de albums van U.N.L.V. en PxMxWx nog moeten verschijnen. Dit maakt Lil’ Slims The Game Is Cold het eerste album dat in 1993 op Cash Money verscheen, waardoor I Need a Bag of Dope dus nummer twee wordt.
Met dit gegeven is het ook makkelijker om de eerder geconstateerde verandering in geluid PxMxWx’s Legalize “Pass tha Weed” te verklaren: Mannie Fresh had zich tegen het eind van het jaar ontwikkeld en liet dat op Legalize – het laatste volwaardige album uit 1993 – duidelijk blijken door de heren niet alleen bouncegeörienteerde instrumentaties voor te schotelen. Het was dus niet zo – zoals ik in eerste instantie dacht – dat Fresh zich op PxMxWx’s debuutalbum vanuit het niets een andere stijl had aangemeten om die vervolgens weer te verlaten op The Game Is Cold en I Need a Bag of Dope omdat deze twee albums simpelweg eerder verschenen dan Legalize “Pass tha Weed”. Mannie was aan het eind van het jaar dus een veelzijdiger producer geworden die zich niet louter meer richtte op de bounce.
B-32 - I Need a Bag of Dope (1993):

Naast Mannie Fresh was er binnen de Cash Money-kring echter nog een producer te vinden: DJ Crack Out. Crack Out nam meestal de rol van co-producer op maar nam ook wel eens een beat voor zijn eigen rekening. Op I Need a Bag of Dope neemt hij zelfs alle beats, met uitzondering van de Manny Fresh Mix-tracks, op zich. Zijn stijl is vrijwel gelijk aan die van Fresh; ook Crack Outs beats zijn bouncegeörienteerd. Op dat gebied valt er dus weinig vertellen dat nog niet gezegd is. Het spannendste dat we voorgeschoteld krijgen op I Need a Bag of Dope is namelijk een Triggermanbeat voorzien van een Cameo-sample.
En ook op rappend gebied is er niet veel anders dan op andere Cash Money-releases van 1993. Dat komt dan ook omdat de labelbaas behalve Kilo G alle Cash Money-artiesten uitnodigt die op dat moment getekend waren bij het label. Daarnaast is er ook een feature te vinden van Pimp Daddy, één van de bouncepioniers die een jaar later zijn debuut zou uitbrengen onder Cash Money. Op deze half uur durende plaat – waarvan bijna de helft van de tijd ook nog eens beslagen wordt door instrumentale tracks – is het dan ook niet verwonderlijk te noemen dat Baby with the 32 Golds (ja, daar stond B-32 voor) amper aan het woord komt. Tekstueel staat I Need a Bag of Dope, hoe kan het ook anders, vol met shoutouts naar de andere wards, sex en stoerdoenerij.
Pluspunt: een posse-cut met bijna alle leden uit het Cash Money-kamp van 1993.
Minpunt: de voorspelbaarheid slaat nu wel enorm toe.
Beste line: daarvoor ben je bij dit album aan het verkeerde adres.
Met dit gegeven is het ook makkelijker om de eerder geconstateerde verandering in geluid PxMxWx’s Legalize “Pass tha Weed” te verklaren: Mannie Fresh had zich tegen het eind van het jaar ontwikkeld en liet dat op Legalize – het laatste volwaardige album uit 1993 – duidelijk blijken door de heren niet alleen bouncegeörienteerde instrumentaties voor te schotelen. Het was dus niet zo – zoals ik in eerste instantie dacht – dat Fresh zich op PxMxWx’s debuutalbum vanuit het niets een andere stijl had aangemeten om die vervolgens weer te verlaten op The Game Is Cold en I Need a Bag of Dope omdat deze twee albums simpelweg eerder verschenen dan Legalize “Pass tha Weed”. Mannie was aan het eind van het jaar dus een veelzijdiger producer geworden die zich niet louter meer richtte op de bounce.
B-32 - I Need a Bag of Dope (1993):

Naast Mannie Fresh was er binnen de Cash Money-kring echter nog een producer te vinden: DJ Crack Out. Crack Out nam meestal de rol van co-producer op maar nam ook wel eens een beat voor zijn eigen rekening. Op I Need a Bag of Dope neemt hij zelfs alle beats, met uitzondering van de Manny Fresh Mix-tracks, op zich. Zijn stijl is vrijwel gelijk aan die van Fresh; ook Crack Outs beats zijn bouncegeörienteerd. Op dat gebied valt er dus weinig vertellen dat nog niet gezegd is. Het spannendste dat we voorgeschoteld krijgen op I Need a Bag of Dope is namelijk een Triggermanbeat voorzien van een Cameo-sample.
En ook op rappend gebied is er niet veel anders dan op andere Cash Money-releases van 1993. Dat komt dan ook omdat de labelbaas behalve Kilo G alle Cash Money-artiesten uitnodigt die op dat moment getekend waren bij het label. Daarnaast is er ook een feature te vinden van Pimp Daddy, één van de bouncepioniers die een jaar later zijn debuut zou uitbrengen onder Cash Money. Op deze half uur durende plaat – waarvan bijna de helft van de tijd ook nog eens beslagen wordt door instrumentale tracks – is het dan ook niet verwonderlijk te noemen dat Baby with the 32 Golds (ja, daar stond B-32 voor) amper aan het woord komt. Tekstueel staat I Need a Bag of Dope, hoe kan het ook anders, vol met shoutouts naar de andere wards, sex en stoerdoenerij.
Pluspunt: een posse-cut met bijna alle leden uit het Cash Money-kamp van 1993.
Minpunt: de voorspelbaarheid slaat nu wel enorm toe.
Beste line: daarvoor ben je bij dit album aan het verkeerde adres.
0
geplaatst: 18 mei 2011, 21:03 uur
1993 - Conclusie

No Limit bouwt in 1993 een serieuze voorsprong op ten opzichte van Cash Money. Weliswaar verschijnt via Master P's label Sonya C’s gedrocht Married to the Mob, maar van haar wordt verder amper nog iets vernomen, en haar release verdwijnt vanzelf naar de achtergrond vergeleken met die van TRU. Het tweede serieuze album (Who's da Killer?) van deze groep is absoluut geen meesterwerk, maar Master P legt hier samen met zijn debuterende broers C-Murder en Silkk the Shocker wel al de basis voor het latere No Limit-imperium.
Als je Cash Money daarnaast legt, is de muziek niet zoveel slechter, maar wel aanzienlijk amateuristischer. De albums bestaan voornamelijk uitonorigineel bouncegeörienteerd materiaal dat vrijwel nergens ook maar enigszins vermakelijk wordt.
Legalize “Pass tha Weed”, het debuutalbum van PxMxWx en tevens het laatste album uit 1993 op Cash Money, laat gelukkig nog wel een ontwikkeling zien in het kunnen van producer Mannie Fresh. Af en toe wordt er hier zelfs succesvol teruggegrepen naar de westcoastsound van de allereerste Cash Money-plaat: The Sleepwalker van Kilo G.
Maar al met al is No Limit Records toch de winnaar van 1993. Omdat Cash Money dit jaar zo ontzettend veel rommel uitbrengt, en ook omdat No Limit haar draai hoorbaar begint te vinden. Maar, het moet gezegd: de progressie op Legalize “Pass tha Weed” laat zien dat Cash Money eraan zit te komen.

No Limit bouwt in 1993 een serieuze voorsprong op ten opzichte van Cash Money. Weliswaar verschijnt via Master P's label Sonya C’s gedrocht Married to the Mob, maar van haar wordt verder amper nog iets vernomen, en haar release verdwijnt vanzelf naar de achtergrond vergeleken met die van TRU. Het tweede serieuze album (Who's da Killer?) van deze groep is absoluut geen meesterwerk, maar Master P legt hier samen met zijn debuterende broers C-Murder en Silkk the Shocker wel al de basis voor het latere No Limit-imperium.
Als je Cash Money daarnaast legt, is de muziek niet zoveel slechter, maar wel aanzienlijk amateuristischer. De albums bestaan voornamelijk uitonorigineel bouncegeörienteerd materiaal dat vrijwel nergens ook maar enigszins vermakelijk wordt.
Legalize “Pass tha Weed”, het debuutalbum van PxMxWx en tevens het laatste album uit 1993 op Cash Money, laat gelukkig nog wel een ontwikkeling zien in het kunnen van producer Mannie Fresh. Af en toe wordt er hier zelfs succesvol teruggegrepen naar de westcoastsound van de allereerste Cash Money-plaat: The Sleepwalker van Kilo G.
Maar al met al is No Limit Records toch de winnaar van 1993. Omdat Cash Money dit jaar zo ontzettend veel rommel uitbrengt, en ook omdat No Limit haar draai hoorbaar begint te vinden. Maar, het moet gezegd: de progressie op Legalize “Pass tha Weed” laat zien dat Cash Money eraan zit te komen.
0
geplaatst: 18 mei 2011, 22:08 uur
+1! Al is er voorlopig nog geen plaat die mijn interesse wat weet te trekken, haha. Ik hoop dat er nog wat moois zit aan te komen. Maar het blijft erg leuk om de dingen in dit topic te lezen 

0
geplaatst: 24 mei 2011, 23:44 uur
Helaas is Harco, bij wie de bal nu ligt, alweer een tijdje van het podium verdwenen.
0
Harco
geplaatst: 25 mei 2011, 18:49 uur
Sorry, jongens, maar ik heb het de laatste dagen veel te druk om iets te schrijven. Ik probeer mijn taken als crewlid te vervullen maar dat is naast Facebook checken ook het enige wat ik momenteel op internet doe. 

* denotes required fields.
