Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van judgepaddy.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Yello - Solid Pleasure (1980)
»
details
Cartola - Cartola (1976)
»
details
Bootsy Collins / Buckethead - Metal Health (2026)
»
details
Lio - Lio (1980)
»
details
Madlib - Shades of Blue (2003)
»
details
Thelonious Monk - Straight, No Chaser (1967)
»
details
Duke Ellington & Count Basie - First Time! The Count Meets the Duke (1962)
Wat te kiezen: de Duke of de Count?
Laatst kwam die vraag even ter sprake in mijn online jazzgitaar-groep. Ellington is verfijnder als het gaat om composities en harmonieën. Muzikanten die uit zijn band stapten, kwamen vaak weer terug, omdat ze zeiden dat ze nergens anders zo goed klonken als bij Duke.
Aan de andere kant heb je Count Basie: meer “van dik hout zaagt men planken” — vette swing waar het leven vanaf spat. En dan die piano! Basie met zijn gedoseerde chops, trefzeker: een paar akkoorden, een losse noot, een rust op precies het juiste moment; gedistilleerde swing.
Hij en zijn band vormden een warm bad waarin zangers als Sinatra en Fitzgerald konden swingen alsof hun leven ervan afhing. En dan hebben we natuurlijk nog zijn legendarische cameo in Blazing Saddles. 
Maar goed, kiezen is helemaal niet nodig. Gewoon gaan voor deze Battle of the Bands:
Duke Ellington & Count Basie – First Time! The Count Meets the Duke (1962)
Twee orkesten, twee leiders, twee piano’s. In de stereo-opname staat Basie links en Ellington rechts. De solisten dagen elkaar als het ware over en weer uit, terwijl de twee piano’s elkaar voortdurend aanvullen.
Ellington met zijn harmonische verfijning en compositorische rijkdom tegenover Basie met zijn stabs, eenvoud en dat fenomenale gevoel voor timing. Een battle waarin twee muzikale grootheden elkaar respecteren én uitdagen.
Wow. Koptelefoon op, volume omhoog en voluit genieten!
»
details
» naar bericht » reageer
Grant Green - Matador (1979)
Green goes modal
Matador is misschien wel de plaat waarop Grant Green het duidelijkst laat horen dat hij veel meer was dan de soul-jazzgitarist waarmee hij doorgaans wordt geassocieerd. Wie Green vooral kent van zijn orgeltrio’s en vroege funk, krijgt hier een heel andere gitarist te horen. Dit is Green die zich volledig onderdompelt in de modale jazz.
De titel Matador is daarbij een mooie metafoor voor de manier waarop Green zich door de muziek beweegt. Als iemand die geconcentreerd en beheerst zijn terrein verkent. Zijn solo’s getuigen van een grote trefzekerheid: de frasering is raak, de timing natuurlijk, de dynamiek subtiel en het gevoel voor melodie voortdurend aanwezig. Green heeft weinig noten nodig om veel te zeggen.
Dat wordt nog interessanter wanneer je kijkt naar de ritmesectie waarmee hij hier werkt. Voor Matador nam hij op met niemand minder dan McCoy Tyner en Elvin Jones, de legendarische ritmesectie uit het John Coltrane Quartet. Hun explosieve, spirituele en voortdurend voortstuwende manier van spelen trekt Green een compleet ander muzikaal terrein in. Dit is geen comfortabele soul-jazzgroove waarin hij rustig zijn vertrouwde lijnen kan uitrollen; Tyner en Jones creëren een landschap dat voortdurend in beweging is.
Ook harmonisch is de muziek veel opener dan op veel van Greens bekendere werk. De composities zijn grotendeels gebaseerd op vamps en modale structuren, waardoor de voortdurende akkoordwisselingen die in veel bebop en hardbop de solist richting geven grotendeels ontbreken. Green krijgt daardoor veel ruimte om binnen een bepaalde modus naar melodische mogelijkheden te zoeken. Het resultaat is een hypnotiserende vorm van vrijheid. Op nummers als Matador en Bedouin krijgen zijn solo’s daardoor een diepte die je misschien niet meteen met Grant Green zou associëren.
Het bijzondere is dat Green daarbij niet probeert iemand anders te worden. Hij blijft onmiskenbaar Grant Green: bluesy, melodisch en met die trefzekere manier van fraseren. Alleen wordt zijn vocabulaire hier in een veel opener en moderner kader geplaatst. Green goes modal, dus.
Juist daarom is Matador zo’n belangrijke plaat binnen zijn oeuvre. Het laat horen dat Green niet alleen uitstekend kon functioneren binnen de soul-jazztraditie, maar ook overtuigend kon meegaan met de destijds hypermoderne ontwikkeling richting modale en meer spirituele jazz.
Misschien heeft de plaat destijds ook daarom zo lang op de plank gelegen. Matador week behoorlijk af van wat het publiek van Grant Green verwachtte. Bovendien vond producer Alfred Lion dat Greens versie van My Favorite Things wel erg dicht in de buurt kwam van het terrein dat inmiddels sterk met John Coltrane werd geassocieerd. De opname bleef daardoor liggen en werd pas in 1979, vijftien jaar na de opname, voor het eerst in Japan op LP uitgebracht.
Achteraf bezien is dat bijna onbegrijpelijk. Wat destijds misschien als een vreemde zijstap werd gezien, klinkt nu juist als een van Greens meest avontuurlijke en artistiek geslaagde platen. Matador laat een Grant Green horen die zijn vertrouwde soul-jazzomgeving tijdelijk achter zich laat en de ruimte van de modale jazz opzoekt. Met een opmerkelijke beheersing, een feilloos gevoel voor timing en een melodische scherpte die de plaat ook vandaag nog bijzonder fris doet klinken.
»
details
» naar bericht » reageer