MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten supracultura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bad Religion - True North (2013)

poster
4,0
De eerste seconden van het eerste en tevens titelnummer van True North klinken zo herkenbaar dat je je misschien even vergist. De productie van dit album grijpt terug naar de vroegere perioden van Bad Religion. De mix is clean met alleen gitaren, drums en zang, en geen toeters en bellen. Om eerlijk te zijn zit er één toetertje ("Dharma and the Bomb") en één belletje in ("Fuck You"). Voor de rest is het onvervalste punkrock van het meest catchy soort. De heren zijn al sinds het begin van de jaren '80 bezig en om de twee à drie jaar komen ze trouw met een album op de proppen. Als je als band al zestien albums op je naam hebt staan, zitten er uiteraard weleens een paar missers tussen. True North komt nu toch wel ècht dichtbij hun oude sound van Against the Grain (Epitaph, 1990) en Generator (Epitaph, 1992). Nog meer zelfs dan hun 'comeback' The Process of Belief (Epitaph, 2002), toen ze, na wat middelmatige albums bij Atlantic, weer terugkwamen bij hun label Epitaph van oprichter en gitarist Mr. Brett, die voor het eerst in zijn carrière een nummertje op een album zingt ("Dharma and the Bomb").

Hoewel de terugkomst van Mr. Brett in 2002 de band weer wat energie heeft gegeven, na volledig ingekakt te zijn op No Substance (Atlantic, 1998) en The New America (Atlantic, 2000), is het Greg Graffin die de band volledig maakt. Zijn zang is herkenbaar uit duizenden. Al sinds hun echte doorbraak met hun derde album Suffer (Epitaph, 1988), klinkt hij al als een oude wijze man met rauwe stem die in dichtvorm preekt over alles wat er mis is in de wereld. In het nummer "I Am a Huge Fan of Bad Religion" van NOFX zingt Fat Mike I bought Suffer then I bought a thesaurus, om maar even aan te geven wat een enorme woordenschat Graffin tot zijn beschikking heeft. Het kon ook niet anders dat hij nog eens professor zou worden; naast zanger heeft hij ook een Ph.D. in zoölogie en geeft hij les aan de UCLA. Het mag duidelijk zijn dat hij de evolutietheorie verkiest boven het creationisme, blijkens de naam van de band en hun logo. Dit zijn dan ook de meest radicale elementen van de band. Bad Religion is nooit echt 'hardcore' geweest en dat is al jaren hun kracht. Ze hebben namelijk de perfecte combinatie van catchy punkrock met intelligente teksten gevonden.

Met een album dat LP-vriendelijkerwijs 35 minuten duurt en maar een nummer langer dan 3 minuten heeft, is True North ook qua vorm weer lekker ouderwets. De nummers zijn snel, heerlijk snel, en laten zien dat de heren nog lang niet ingedut zijn. Het 1 minuut durende "Vanity" is zo'n voorbeeld, evenals de klapper van het album "Nothing to Dismay" die je voorlopig niet uit je kop krijgt (No, no, no security / Nothing to dismay!). Wanneer een Bad Religion nummer een banale titel heeft als "Fuck You", dan schuilt daar meer achter. Het is geen scheldtirade, maar gaat over het feit dat je af en toe weleens lekker onverantwoord op iemand mag schelden als dat nodig is. De echte hardrock-achtige nummers zijn bijna afwezig, afgezien van "Dharma and the Bomb", de vreemde, maar lekkere eend in de bijt, en "Hello Cruel World", de ballad van het album. De rest zijn kort maar krachtige, recht-voor-z'n-raap punkrocknummers. Dit album combineert alle fijne elementen (ja, zelfs die van hun Atlantic-periode) uit hun carrière en wat mij betreft had dit hun 30-jarige jubileum-album moeten zijn, in plaats van het twijfelachtige The Dissent of Man (Epitaph, 2010). Dit zou wel een mooie afsluiter van hun carrière kunnen zijn, mochten de heren erover denken op te houden.

Bonobo - The North Borders (2013)

poster
3,0
Bonobo (Simon Green) is een sterke speler uit het team van Ninja Tune. Sinds 2003 is hij al bij het label aangesloten, maar hij maakte in 2010 pas echt naam met zijn album Black Sands (Ninja Tune, 2010) en verwierf daarmee (terecht) zijn roem. Het album wist te verrassen door de jazz-invloeden en de gelaagde, smetteloze productie. Op de productie valt op The North Borders (Ninja Tune, 2013) weer weinig aan te merken, maar Bonobo speelt dit keer op safe. Het concept is hetzelfde: fijne, loungy downtempo tracks met af en toe een gastzanger(es). De verrassingen en de inventiviteit blijven helaas achterwege.

Het album begint met First Fires met zanger Grey Reverend. Bonobo weet zijn zangers goed uit te kiezen, want zijn stem, hoewel niet bijzonder, past perfect bij het rustige tempo en de dromerige sfeer van het nummer. De diepe bas komt je tegemoet, waar verschillende fladderende synths en een viool overheen klinken. Jammer is wel dat door de vele lagen in de muziek er gekozen is voor een net iets te hoge compressie ten gunste van de kickdrum, wat een erg zuigend effect creëert. Gelukkig is dit op de rest van het album minder het geval. De tweede track, Emkay, is meer uptempo en bevat ook vocalen, maar ze zijn abstracte flarden van zinnen à la Burial. Op de achtergrond is zachtjes een saxofoon te horen. De beat is helaas te statisch om het echt jazzy te noemen. Cirrus is de eerste instrumentale track en heeft een kick op elke tel van de vierkwartsmaat en heeft meer house-invloeden. De melodie komt van een marimba en enkele bellen, maar weet nergens te overtuigen en raakt al gauw in de vergetelheid.

Grammy-winnares Erykah Badu zingt op Heaven For The Sinner en is daarmee de belangrijkste toevoeging aan het album. Haar zang smelt samen met het volle geluid van (alweer) violen en warme synths. Het nummer mist echter een goed refrein, waardoor het nergens heengaat. Dit is een beetje de tendens van het hele album; de muziek kabbelt maar voort en er is nergens een hoogtepunt te ontdekken. De instrumentale tracks hebben te weinig om het lijf en hebben meer weg van vocal tracks zonder vocals; ze missen een eigenheid binnen het album. Ook de strakke housebeats van Don't Wait en Antenna dragen niet veel bij aan de originaliteit en hebben veel weg van de stijl van Scuba op zijn laatste album Personality (Hotflush, 2012). Het doet je erg verlangen naar de syncopische, jazzy drums en het algehele opgewekte geluid van Black Sands.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat luisteren naar Bonobo op automatische piloot geen straf is. The North Borders is prima geschikt voor als je ouders op bezoek komen of voor die zwoele zomeravond met je vrienden in de tuin. Vrijblijvend, geen verrassingen, maar toch een aardig plaatje.

Deerhunter - Monomania (2013)

poster
4,0
Het distortion pedaal wordt gretig ingetrapt op Monomania (4AD, 2013). De noise geeft de zang van Bradford Cox een scherpe rand op elk nummer van Deerhunters nieuwe album. De muziek is duidelijk beïnvloed door de garage- en bluesrock en is een paar stappen verwijderd van de ingetogen, onbevangen en dromerige voorganger Halcyon Digest (4AD, 2010). Het is toch weer duidelijk Cox' kindje en dat is prima, want de man heeft genoeg inspiratie; zijn monomanie schijnt een grote rol bij het schrijven van dit album te hebben gespeeld.

Het meest verknipte nummer is misschien wel Dream Captain (een woordspeling op team captain?). Cox fantaseert dat hij een arme jongen is die door een kapitein onder zijn hoede wordt genomen aan boord van een schip. Hij zingt: "I'm a poor boy from a poor family," dat misschien een verwijzing naar Bohemian Rhapsody kan zijn, maar zeker weten doe je het nooit. Het nummer is homo-romantisch ("I'm a boy-man, and you're a man-man!"), catchy en melig, maar is, net als de rest van Deerhunters muziek, altijd oprecht. Ook Pensacola is een heerlijk bluesrock nummer met in het eerste couplet "Take me wherever you go and I won't complain along the way". Het heeft iets naïefs en avontuurlijks van een jonge man op reis, vluchtend van zijn wereld, en iets vertederends ("I could be your boyfriend or I could be your shade"). De tweekwartsmaat zorgt voor het hakkende tempo en door de scheurende gitaren wordt het geheel niet te zoetsappig.

The Missing is het meest 'indie' nummer van de plaat en is dromerig. Het is het enige nummer op het album dat door gitarist Lockett Pundt wordt gezongen. De gitaarpartij op het eind is eenvoudig, maar melancholisch en doeltreffend. Het zijn steeds deze simpele vondsten die Deerhunter net niet uit de bocht doen laten vliegen in hun experimenten. Ze weten een perfecte balans te creëren tussen het maken van conventionele, degelijke songs en het experimenteren met verschillende genres. Sleepwalking is hier nog zo'n mooi voorbeeld van, waarbij de band conventies toepast, maar deze zo goed onder de knie heeft, dat je niks anders kan dan er gelukkig van worden. "Can't you see, your heart is hard now / Can't you see we're growing apart now" klinkt als een standaard tekst, maar is nu net de climax van het nummer en heerlijk aanstekelijk.

Het titelnummer Monomania is noiserock van het puurste soort. De distortion staat vol open en het rockt als een gek. "Monomonomania, monomonomania" blijft Cox herhalen als een bezetene, terwijl het nummer volledig ontaardt in het gekraak en gepiep van de feedback om te eindigen in het ratelende geluid van een brommer. Het is niet het meest geslaagde nummer, maar zorgt wel voor contrast ten opzichte van de rest.

Het nieuwe project van Deerhunter is bijzonder geslaagd en de band weet hun eindeloze inspiratie goed vorm te geven in sterke songs die niet alleen catchy zijn, maar ook genre-ontstijgend. De band stelt stiekem toch een heel arsenaal aan stijlen ten toon en weet nergens op het album te vervelen. Ze zijn bijzonder vaardig in het hanteren van conventionele songstructuren en daar hun eigen geluid aan toe te voegen. Maar het is vooral de openhartigheid en het plezier bij het maken van muziek dat deze plaat zo sterk maakt.

Man from the South - Koblenz (2012)

poster
3,5
Man from the South komt uit het zuiden. Het zuiden van de Verenigde Staten? Zuid-Europa? Nee, Paul van Hulten komt uit het Brabantse Eindhoven, maar maakt zuidelijke roots muziek. En dan wel heel erg on-Nederlands. Ook hier in Nederland zijn we gecharmeerd van folk, roots en blues. Even weg van al het burgerlijke en het knullige. Wat is er mooier dan uitgestrekte velden, bergen, houten huizen met grote veranda's, afgelegen kerkjes en een zanger met zijn gitaar? Van Hulten houdt van nostalgie en melancholie. Hij spreekt in het korte interview dat bij de tracks van Koblenz zit over het huis van zijn grootvader en hoe geuren en geluiden hem aan vroeger herinneren wanneer hij er langsloopt. Hij houdt van zwaarmoedigheid en moedeloosheid, zonder dat zelf te zijn. Het zijn de motieven die door Koblenz lopen en ze maken dit album, negen nummers tellend, tot een melancholisch geheel, dat ondanks alles toch niet deprimerend werkt.

Opener William begint met een drone van een elektrische gitaar met een flinke dosis distortion, dat wegebt en plaatsmaakt voor van Hulten's fijne, gelaagde stem. De distortion zet de toon zet voor de rest van het album en keert jammer genoeg niet meer terug. Zijn gitaarspel werkt hypnotiserend en hij weet met subtiele elektrische gitaarklanken zijn akoestische geluid kracht bij te zetten. Een zeer geslaagde opener. Into the Gloom klinkt minder droefgeestig dan de titel doet vermoeden. Het heeft een vrolijke, folky gitaar en de zachte klanken van de vibrafoon. Something Made the Streets Melt zet een shufflebeat in met een sample van onduidelijke herkomst en tilt het album naar een hoger niveau, dat boven de traditionele folk uitkomt. Welcome to Camacua, inclusief sitar, en Bring Me Home zijn dan weer wat traditioneler. De sfeer blijft constant en het zijn lekkere nummers om even van de wereld te ontsnappen. De viool in het laatstgenoemde nummer weet de melancholiek nog eens te benadrukken. Van Hulten vervalt af en toe in geijkte, ietwat eenvoudige taalconstructies zoals "down memory lane" en "take me away from here". Hij houdt niet van moeilijk doen en quasi-poëtische teksten.

Het album, opgenomen in 2009 met een stel vrienden, stond nooit op de planning om uitgebracht te worden. Een vriend heeft hem overgehaald om dit wel te doen en we zijn hem dankbaar. Muziek van deze fijne kwaliteit mag niet op de planken blijven liggen, maar moet gehoord worden. De negen nummers hebben veel goede ideeën en wellicht zou een tweede album voor meer samenhang en structuur kunnen zorgen. De bluesy Ain't That Sweet to Me en Hardy Man breken een beetje met de stijl en hangen er los bij. Dit zijn slechts kleine minpuntjes van een kort, maar heerlijk album. Het is te hopen dat we nog veel van Man from the South gaan horen en dat hij die plaat gaat maken die ons allemaal gaat verrassen. Dat hij nog lekker veel on-Hollandse muziek mag maken!

The Knife - Shaking the Habitual (2013)

poster
3,0
De hoes van Shaking The Habitual springt meteen in het oog door de felle contrasten en het minimalistische design; een stuk anders dan de voorganger Silent Shout. Ook schrijven ze "The Kniφe", met de Griekse letter Phi – edgy! Niet alleen het artwork verschilt, want muzikaal zijn broer en zus Dreijer ook een andere weg ingeslagen. De muziek is uitgesmeerd over twee cd's of drie lp's. Op de achterkant van de hoes staat een aantal tracks die zo rond de 10 minuten duren (zelfs een van 19 minuten!). Als we niet beter wisten, dan hadden we hier te maken met een typisch gevalletje pretentie. Dit is slechts deels waar.

Opener A Tooth For An Eye steekt van wal met gelaagde percussie, waarbij een strakke beat, die we gewend waren van Silent Shout, afwezig blijft. De zang van Karin Dreijer is er een die onlosmakelijk verbonden is met het geluid van The Knife. Ze klinkt hier zelfs nu nog rustelozer dan voorheen. Dit wordt nog eens versterkt door de maat in 6/8. Dit is een geweldige eerste track met een nieuw geluid. Het algemene geluid van Shaking is veelal distorted, waarbij de voorganger vooral heel klinisch geproduceerd was. Het is tijd voor een statement, want we leven in een economische crisis! Aha! Vandaar dus die gierig uitziende man op de hoes met dat geld in zijn hand.

Full Of Fire, de tweede track, is een stuk strakker, met een heerlijke distortion op de baslijn, maar de lange track ontaardt helaas in vervelende synth-geluidjes, die je de volumeknop een stuk omlaag laten draaien. A Cherry On Top is de eerste ambient track. De klanken van de snaarinstrumenten klinken verontrustend over de electronische drones. Dit is dan meteen ook de meest geslaagde 'experimentele' track. Without You My Life Would Be Boring is weer percussie-georiënteerd en heeft het herkenbare nasale stemgeluid van Karin. Opvallend is de fluitachtige synthesizer. Wrap Your Arms Around Me is een undustrial klinkende ballad met ingehouden zang, sfeervol, maar doet vrij weinig. Na een korte 55 seconden van onnodig irritant gepiep en gekraak, Crake, is daar dan de overlange afsluiter van de eerste cd: het 19 minuten en 2 seconden durende Old Dreams Waiting To Be Realized. De track heeft iets weg van de drones van Natural Snow Buildings, maar is oersaai en kent geen spanningsbogen. Met maken van drones is niet The Knife's sterkste kant. Het wordt zo heel verleidelijk om de cd vóór Crake af te zetten en cd 2 uit de hoes te halen.

De tweede cd begint met Raging Lung, zwaar leunend op tribal-achtige drums. De ballad heeft een refrein dat fijn in het gehoor ligt, wat op dit album schaars is. De tweede helft van de track maakt plaats voor industriële geluiden over de lopende drumbeat. De geluiden doen denken aan de soundtrack van vroege David Lynch films. Networking heeft een acid beat, maar mist een fijne baslijn en is weer doorspekt met vervelende, atonale analoge geluiden. Helaas gaat ook hier de volumeknop weer even naar beneden. De meest noemenswaardige track van de tweede cd en de meest geslaagde van het album is Stay Out Here, een ruim 10 minuten durende track met twee gastzangeressen: Shannon Funchess (Light Asylum) en Emily Roysdon. De 4/4 acid beat is de basis van het nummer waarover een vernuftig ontworpen distorted industrial synthesizer klinkt die improviserend gemoduleerd wordt tijdens de duur van de track. De bijdrage van de zangeressen geven het nummer meer diepgang en de nodige afwisseling. Ze klinken allen verontrustend en paranoïde. Er wordt naar een climax gewerkt waarbij de synth voor de aanleiding zorgt en de zangeressen het afmaken met hun stemkunsten. De cd kan na deze track weer worden afgezet, want de snerpende geluiden met getimede delay van Fracking Fluid Injection werken op de zenuwen en Ready To Lose is een track met een shuffle beat die niet veel meer te bieden heeft na deze enorme lange luisterbeurt.

Shaking The Habitual is een album met enkele hoogtepunten en een aantal dieptepunten. De lange, saaie ambient tracks eisen te veel aandacht op en voelen aan als vulmateriaal. De klinische, beheerste sound van Silent Shout is verdwenen, waarmee The Knife ook de balans tussen originaliteit en degelijke nummers verliest. Op Shaking gaan alle remmen los en halen broer en zus Dreijer alles uit de kast wat ze na al die jaren op de plank hebben laten liggen. De ideeën zijn aardig, maar dragen niet bij aan een coherent geheel. Uit noodzaak is al het materiaal over 2 cd's verdeeld, wat ze afzonderlijk geen eigen identiteit meegeeft. Het project is dapper, en wellicht noodzakelijk voor henzelf, maar het eindproduct is te versnipperd. The Knife heeft gekozen voor een benadering waarbij muzikaal alles mogelijk is. Hun ambigue statement over de hedendaagse economie en muziek in het algemeen is op deze manier niet gestructureerd en verliest zo de urgentie.