Hier kun je zien welke berichten Banjoman als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Charlie Griffiths - Tiktaalika (2022)

4,5
1
geplaatst: 19 juni 2025, 22:33 uur
Ik heb dit soloalbum van meestergitarist van Haken een tijdje links laten liggen. Mijn oppervlakkige indruk en veel te snelle conclusie was dat van trashmetal met een sausje prog. Dat leek me niet zo aantrekkelijk. Nadere en herhaalde beluistering heeft me met beide benen op de vloer gebracht. Wat een dijk van een album. Trashmetal is zeker een belangrijke bouwsteen maar wat voegt deze man daar allemaal aan toe waardoor we een heerlijke blend voorgeschoteld krijgen.
Het begin van Prehistoric Prelude in combinatie met de Roger Dean-achtige hoes brengt me even terug in het symfonische rock tijdperk maar dat is na anderhalve minuut al voorbij. Dan gaan de handschoentjes uit en belanden we al snel in Arctic Cemetery, dat ons een muzikaal landschap voorschotelt dat kenmerkend is voor het hele album waarin de razernij van de trash keer op keer afgewisseld wordt met harmonische passages. Luminous Beings is een heerlijke song met veelstemmige zang en verfijnd percussiewerk uitmondend in een rondtollend zich steeds herhalend refrein (‘Can you hear the call’).
In Alluvium is weer zo’n avontuur. Voor mij is hier met name de zang zeer indrukwekkend en bepalend voor de sfeer. Ondersteund door achtergrondkoren en uiteraard het massieve gitaarspel van Charlie worden we in het refrein (‘There must be transformation’) afgeleverd bij ‘Dead in the Water’. Ja zeker, er is behoorlijk wat trash te horen maar dan wel gestut door moderne djent en zelfs begeleidende saxofoonpartijen. Charlie weet het allemaal naadloos in elkaar te weven.
Bij Digging Deeper wordt uit een ietwat ander vaatje getapt. Een harmonisch intermezzo dat door zijn relatieve rust en melancholische sfeer het erop volgende Tiktaalika in het juiste daglicht zet. Schrille en weerbarstige gitaarrifs laag voor laag uitgebouwd in een complex weefwerkje waarbij na 5 minuten een akoestische gitaar een nieuw thema introduceert. Maar we worden op het verkeerde been gezet want al snel buitelen weer andere thema’s woest over elkaar heen.
Crawl Walk Run is voor mij wel een echte (bijna onversneden) trashmetal track, maar door al het meesterlijke wat er aan vooraf gaat kan ik het goed hebben. De mega-intensiteit met de repeterende grunts (‘Crawl, Walk, Run’) leiden tot de waardige afsluiter Under Polaris. Een climax die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Aan het einde wordt het thema van Prehistoric Prelude herhaald waarmee alles gezegd lijkt.
Het begin van Prehistoric Prelude in combinatie met de Roger Dean-achtige hoes brengt me even terug in het symfonische rock tijdperk maar dat is na anderhalve minuut al voorbij. Dan gaan de handschoentjes uit en belanden we al snel in Arctic Cemetery, dat ons een muzikaal landschap voorschotelt dat kenmerkend is voor het hele album waarin de razernij van de trash keer op keer afgewisseld wordt met harmonische passages. Luminous Beings is een heerlijke song met veelstemmige zang en verfijnd percussiewerk uitmondend in een rondtollend zich steeds herhalend refrein (‘Can you hear the call’).
In Alluvium is weer zo’n avontuur. Voor mij is hier met name de zang zeer indrukwekkend en bepalend voor de sfeer. Ondersteund door achtergrondkoren en uiteraard het massieve gitaarspel van Charlie worden we in het refrein (‘There must be transformation’) afgeleverd bij ‘Dead in the Water’. Ja zeker, er is behoorlijk wat trash te horen maar dan wel gestut door moderne djent en zelfs begeleidende saxofoonpartijen. Charlie weet het allemaal naadloos in elkaar te weven.
Bij Digging Deeper wordt uit een ietwat ander vaatje getapt. Een harmonisch intermezzo dat door zijn relatieve rust en melancholische sfeer het erop volgende Tiktaalika in het juiste daglicht zet. Schrille en weerbarstige gitaarrifs laag voor laag uitgebouwd in een complex weefwerkje waarbij na 5 minuten een akoestische gitaar een nieuw thema introduceert. Maar we worden op het verkeerde been gezet want al snel buitelen weer andere thema’s woest over elkaar heen.
Crawl Walk Run is voor mij wel een echte (bijna onversneden) trashmetal track, maar door al het meesterlijke wat er aan vooraf gaat kan ik het goed hebben. De mega-intensiteit met de repeterende grunts (‘Crawl, Walk, Run’) leiden tot de waardige afsluiter Under Polaris. Een climax die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Aan het einde wordt het thema van Prehistoric Prelude herhaald waarmee alles gezegd lijkt.
Dream Theater - Parasomnia (2025)

4,0
5
geplaatst: 13 februari 2025, 14:17 uur
Dat Portnoy een nieuwe impuls, een substantiële progressie zou brengen is een illusie gebleken (voor wie die illusie had tenminste). Integendeel ze grijpen nadrukkelijk terug op oude albums. Train of Thought wordt dan vooral genoemd. Aan de ene kant snap ik dat, de duistere sfeer, het hoge metal-gehalte, de intensiteit, maar aan de andere kant .. nee. Voor mij barst ToT van de, soms ongepolijste, creativiteit. Elke song is daar een avontuur, vaak brilliant, je denkt waar halen ze het vandaan. Op Parasomnia is alles veel meer bedacht. Bijna alle songs kennen een solide herkenbare structuur. Is dat erg? Nee voor mij niet. Als je van Dream Theater houdt, en doe ik, dan kom je wel aan je trekken. Maar ToT is wel echt buitencategorie.
Het concept vind ik aardig uitgewerkt. Natuurlijk de creepy sfeer, achtergrondgeluiden, de thematische verwantschap van de songs. En ook het verbindende leitmotiv dat in de prelude geïntroduceerd wordt (C-C-F-F-C-C-Bes-C etc.), in de meeste songs weer ergens opduikt en helemaal aan het einde het album afsluit.
Voor mij is dit album niet beter dan de 2 voorgaande DT albums, AVFTOTW nog iets beter en frisser. Ik was zeer gecharmeerd van het creatieve en verfijnde percussiewerk van Mangini. Dat raakt mij meer dan de album-brede, soms wat al te dominante roffels van Portnoy. Begrijp me niet verkeerd, ik heb groot respect voor Portnoy en de terugkeer in de band is gezien de langdurige vriendschap en chemie tussen de heren, zeer begrijpelijk.
Maar wie ik liever op het schild zou hijsen is John Petrucci. Stelt die man ooit teleur? Ook op dit album is hij weer fenomenaal. Voorbeeldje : de ballad, voorlaatste track, heeft voor mij niet zoveel om het lijf, beetje clichématig. Maar dan vanaf de 5e minuut lanceert hij een solo, niet alleen virtuoos maar ook met grote emotionele zeggingskracht die onder mijn huid kruipt en uiteindelijk veel goed maakt. Ik hoor hier het beste van David Gilmour en Steve Hackett bij elkaar komen. En dat doet mij als ouwerwetse progrocker bijzonder goed.
Tot slot nog even de Epic. Die stijgt voor mij met kop en schouders uit boven alle andere tracks. De ideeënrijkdom van melodieën, riffs, akkoordentransities. Zo’n stuk waarbij je aan het einde denkt: ‘is het al afgelopen?’ Ongeveer vanaf de 11e minuut stijgt het naar grote hoogte en dan die bloedmooie melodie die ons naar het einde voert, toch maar mooi gezongen door James..
Het concept vind ik aardig uitgewerkt. Natuurlijk de creepy sfeer, achtergrondgeluiden, de thematische verwantschap van de songs. En ook het verbindende leitmotiv dat in de prelude geïntroduceerd wordt (C-C-F-F-C-C-Bes-C etc.), in de meeste songs weer ergens opduikt en helemaal aan het einde het album afsluit.
Voor mij is dit album niet beter dan de 2 voorgaande DT albums, AVFTOTW nog iets beter en frisser. Ik was zeer gecharmeerd van het creatieve en verfijnde percussiewerk van Mangini. Dat raakt mij meer dan de album-brede, soms wat al te dominante roffels van Portnoy. Begrijp me niet verkeerd, ik heb groot respect voor Portnoy en de terugkeer in de band is gezien de langdurige vriendschap en chemie tussen de heren, zeer begrijpelijk.
Maar wie ik liever op het schild zou hijsen is John Petrucci. Stelt die man ooit teleur? Ook op dit album is hij weer fenomenaal. Voorbeeldje : de ballad, voorlaatste track, heeft voor mij niet zoveel om het lijf, beetje clichématig. Maar dan vanaf de 5e minuut lanceert hij een solo, niet alleen virtuoos maar ook met grote emotionele zeggingskracht die onder mijn huid kruipt en uiteindelijk veel goed maakt. Ik hoor hier het beste van David Gilmour en Steve Hackett bij elkaar komen. En dat doet mij als ouwerwetse progrocker bijzonder goed.
Tot slot nog even de Epic. Die stijgt voor mij met kop en schouders uit boven alle andere tracks. De ideeënrijkdom van melodieën, riffs, akkoordentransities. Zo’n stuk waarbij je aan het einde denkt: ‘is het al afgelopen?’ Ongeveer vanaf de 11e minuut stijgt het naar grote hoogte en dan die bloedmooie melodie die ons naar het einde voert, toch maar mooi gezongen door James..
Leprous - Tall Poppy Syndrome (2009)

4,5
1
geplaatst: 18 april 2025, 11:49 uur
Bij het zeer geslaagde optreden in 013 eerder dit jaar refereerde de zanger er aan dat de songs in de recente albums wat eenvoudiger zijn geworden. Hij voegde er meteen aan toe dat dit betrekkelijk blijft gezien het genre van de progressieve muziek. Hoewel de setlist voor het leeuwendeel op rekening kwam van de laatste 3 albums, werden er ook een aantal oude pareltjes uit de hoge hoed getoverd, dit tot groot enthousiasme van het massaal aanwezige publiek.
Als ik nog eens naar Tall Poppy Syndrome luister, valt me eens te meer op hoe goed dit is. Het is een stuk pluriformer dan Melodies of Atonement en je zou kunnen zeggen dat het daarmee wat muzikale eenheid mist, maar dat stoort mij absoluut niet, integendeel.
Ze vallen overtuigend met de deur in huis met Passing. In Dare You hoor ik een grote afwisseling van vocale en instrumentale passages die een mooi geheel vormen. Fate is gevoelig en ontwikkelt zich in intensiteit en is daarmee op een bepaalde manier heel krachtig. He will kill again bestaat uit meerdere opeenvolgende onderdelen met diverse tempowisselingen met heuse solopartijen voor de gitaar, iets wat ze in latere jaren niet meer doen. Ja en dan is de titelsong een absolute topper. Het kent een lange puur instrumentale ‘aanloop’, waarin de sfeer afwisselt tussen mysterieus en onheilspellend. Dan wordt op verteltoon de essentie van het syndroom uit de doeken gedaan. Dit monotone ‘vertellen’ suggereert iets van ingehouden urgentie en heeft juist daardoor een enorm effect. Ook de afsluiter, White, is een fantastische song met weelderige instrumentale passages, veel tempowisselingen, complexe ritmes en melodieën, met wederom veel ruimte voor gitaar, in samenspel met keyboard/piano en achtergrondkoren.
Dat dit album meer afwisseling kent en de songstructuren complexer zijn dan de meest recente albums is een understatement. Dit is natuurlijk niet per definitie een pre maar het bevalt me wel verdomde goed en dat komt omdat ze voor mij overtuigen door hun muzikale kracht, de rijkdom aan melodieën terwijl de zanger ook hier al laat zien dat hij exceptioneel is.
Als ik nog eens naar Tall Poppy Syndrome luister, valt me eens te meer op hoe goed dit is. Het is een stuk pluriformer dan Melodies of Atonement en je zou kunnen zeggen dat het daarmee wat muzikale eenheid mist, maar dat stoort mij absoluut niet, integendeel.
Ze vallen overtuigend met de deur in huis met Passing. In Dare You hoor ik een grote afwisseling van vocale en instrumentale passages die een mooi geheel vormen. Fate is gevoelig en ontwikkelt zich in intensiteit en is daarmee op een bepaalde manier heel krachtig. He will kill again bestaat uit meerdere opeenvolgende onderdelen met diverse tempowisselingen met heuse solopartijen voor de gitaar, iets wat ze in latere jaren niet meer doen. Ja en dan is de titelsong een absolute topper. Het kent een lange puur instrumentale ‘aanloop’, waarin de sfeer afwisselt tussen mysterieus en onheilspellend. Dan wordt op verteltoon de essentie van het syndroom uit de doeken gedaan. Dit monotone ‘vertellen’ suggereert iets van ingehouden urgentie en heeft juist daardoor een enorm effect. Ook de afsluiter, White, is een fantastische song met weelderige instrumentale passages, veel tempowisselingen, complexe ritmes en melodieën, met wederom veel ruimte voor gitaar, in samenspel met keyboard/piano en achtergrondkoren.
Dat dit album meer afwisseling kent en de songstructuren complexer zijn dan de meest recente albums is een understatement. Dit is natuurlijk niet per definitie een pre maar het bevalt me wel verdomde goed en dat komt omdat ze voor mij overtuigen door hun muzikale kracht, de rijkdom aan melodieën terwijl de zanger ook hier al laat zien dat hij exceptioneel is.
Tiktaalika - Gods of Pangaea (2025)

3,5
0
geplaatst: 16 juli 2025, 21:47 uur
Al vanaf de eerste maten van Tyrannicide maakt Charlie ons duidelijk dat hij er met dit album geen doekjes om windt. Hij ramt er lekker in maar voor mij is deze opener te droog. Ook in de tweede track klinkt het couplet nog vrij monotoon maar het refrein trekt gelukkig een nieuw venstertje open en dat geeft wat lucht.
Forbidden Zone kan me meer bekoren. De aanvang is hoekig en de grunts sturen je onverbiddelijk de afgrond in als je niet beter wist. Maar dan in het refrein ‘Take me to a place no one will ever go’. Blijkbaar zijn er nieuwe zones mogelijk ook al zijn ze forbidden. Er klinken twee afwisselende zanglijnen naar het refrein toe (clean versus harsh) die elkaar lijken aan te vullen, of is het vragen en antwoorden? We komen op dreef. Maar een van de mooiste stukken volgt daarna. Een akoestische gitaar leidt een rustige melodie in die geleidelijk wat steviger wordt. Melodisch is dit van grote schoonheid. En puur qua zang is Mesozoic Mantras by far het meest indrukwekkend van dit album. Holy crap wat kan deze man zingen!
Fault lines start voor mij weer net iets te cliché maar gelukkig ontwikkelt het zich naar meer genietbare passages. Want aan de ene kant is het heavy en trash wat de klok slaat. Maar anderzijds is er door de voortdurende variaties en versierinkjes zeker veel te genieten. En het eindigt in stijl : furieus met alle registers open.
Give up the Ghost is weer ronduit middelmatig, muzikaal te mager. Daar komt bij dat ook de zanger me hier totaal niet kan bekoren. Lost Continent laat er geen misverstand over bestaan dat het continent ook echt ‘lost’ is. Hoe trash wil je het hebben? Maar er is ook een keerzijde: ‘I can see the writing on the wall’. De scream wordt dan ingeruild voor clean, maar dat is van korte duur.
De afsluiter is een heerlijke instrumentale track die voor mij de kers op de taart is. Er wordt recht gedaan aan de algehele grimmige sfeer van het album maar het bevat ook warme momenten waardoor je de indruk wordt gegeven dat het nog niet definitief gedaan is met het rijk van Pangaea. Daarmee krijgt het album een waardige afronding. Maar waarom is Chicxulub in hemelsnaam gebrandmerkt tot een bonus track?
Al met al is dit een duivelse proeve van grote muzikale bekwaamheid. Maar er ‘haakt’ voor mij wel iets. Ik weet dat ik dit niet moet vergelijken met Haken maar ik kan de verleiding niet helemaal weerstaan. En hoewel ik zeker kan genieten van het vlijmscherpe gitaarspel van Charlie en hoor dat de strakke en bijwijlen complexe ritmes bij de heren Darby Todd en Connor Green in goede handen zijn, mis ik toch iets van die briljante melodische inkleuring die Haken zo onnavolgbaar maakt.
Forbidden Zone kan me meer bekoren. De aanvang is hoekig en de grunts sturen je onverbiddelijk de afgrond in als je niet beter wist. Maar dan in het refrein ‘Take me to a place no one will ever go’. Blijkbaar zijn er nieuwe zones mogelijk ook al zijn ze forbidden. Er klinken twee afwisselende zanglijnen naar het refrein toe (clean versus harsh) die elkaar lijken aan te vullen, of is het vragen en antwoorden? We komen op dreef. Maar een van de mooiste stukken volgt daarna. Een akoestische gitaar leidt een rustige melodie in die geleidelijk wat steviger wordt. Melodisch is dit van grote schoonheid. En puur qua zang is Mesozoic Mantras by far het meest indrukwekkend van dit album. Holy crap wat kan deze man zingen!
Fault lines start voor mij weer net iets te cliché maar gelukkig ontwikkelt het zich naar meer genietbare passages. Want aan de ene kant is het heavy en trash wat de klok slaat. Maar anderzijds is er door de voortdurende variaties en versierinkjes zeker veel te genieten. En het eindigt in stijl : furieus met alle registers open.
Give up the Ghost is weer ronduit middelmatig, muzikaal te mager. Daar komt bij dat ook de zanger me hier totaal niet kan bekoren. Lost Continent laat er geen misverstand over bestaan dat het continent ook echt ‘lost’ is. Hoe trash wil je het hebben? Maar er is ook een keerzijde: ‘I can see the writing on the wall’. De scream wordt dan ingeruild voor clean, maar dat is van korte duur.
De afsluiter is een heerlijke instrumentale track die voor mij de kers op de taart is. Er wordt recht gedaan aan de algehele grimmige sfeer van het album maar het bevat ook warme momenten waardoor je de indruk wordt gegeven dat het nog niet definitief gedaan is met het rijk van Pangaea. Daarmee krijgt het album een waardige afronding. Maar waarom is Chicxulub in hemelsnaam gebrandmerkt tot een bonus track?
Al met al is dit een duivelse proeve van grote muzikale bekwaamheid. Maar er ‘haakt’ voor mij wel iets. Ik weet dat ik dit niet moet vergelijken met Haken maar ik kan de verleiding niet helemaal weerstaan. En hoewel ik zeker kan genieten van het vlijmscherpe gitaarspel van Charlie en hoor dat de strakke en bijwijlen complexe ritmes bij de heren Darby Todd en Connor Green in goede handen zijn, mis ik toch iets van die briljante melodische inkleuring die Haken zo onnavolgbaar maakt.
