ELBOW - THE SELDOM SEEN KID (2008)
Daar stonden ze dan. Allen, al huilend. De schoonheid bewonderen die ik al een tijdje voor mezelf had gehouden. Ze verstonden die schoonheid; in al zijn kleinheid, in z’n essentie. Zoiets had ik nooit verwacht.
Het was studiereis, naar Engeland. Na een bewogen dag, en een bezoekje aan Kent – waar ik me reeds even had afgezonderd naar het hoogste punt van het kasteel om, met m’n Ipod in de oren, te turen over het kanaal en de bossen – zaten we (we: enkelen van de klas) op de boot, in zo’n stoffige salonzetels, op weg naar huis; waar dat ook mag zijn...
Na wat lacherig gedoe en het bijhorende adolescente-dom-doen, besloot ik het dek op te gaan. Ik verliet de groep, de vrijheid tegemoet - met alweer de Ipod in de oren ("
And we're having the time of our lives..."). De vrijheid was koud en woelig; man, wat was er wind! De zon scheen hoopvol op de golven, de meeuwen dansten als koning en nar boven m’n uitgewaaide haren, en de pittoreske huisjes aan de horizon leken één voor één de diepste en meest geheimzinnige verhalen verborgen te houden; kortom: alle ingrediënten voor een goed potje clichématige sentimentaliteit waren aanwezig.
Op zo’n momenten huil ik snel. Die heerlijke geestverruimende isolementmomenten. Maar, wat als ik het deelde met de groep? Als men de weg niet vinden kan naar de echte pracht, het intense, dan leid je hen toch gewoon. Dit was een vervaarlijk idee: ik zou hen laten kennismaken met een gevoelenswereld die hen niet bekend is, en waarschijnlijk onbegrijpelijk en te ontastbaar is. Men zou zich moeten wanen doorheen gangen die leiden tot ultieme
ataraxia (lees:
Epicurus). Het moest nu gebeuren!
Ik liep als een gek terug naar binnen, de trappen op, op naar de stoffige zetels. Het gelach werd luider, maar ik zag er doorheen. Ik zoek de groep en zeg: “Kom mee, ik heb jullie zoveel te tonen!”
Ik nam de luidruchtige bende mee naar m’n veilig plekje. Men vraagt me wat ik nou tonen wou; men ziet enkel vogels, en water, en kleine (zij zien kleine, ik pittoreske) huisjes. Ik vertel hen dat dit hetgeen is wat ik tonen wou.
En men zwijgt. Men zwijgt, en kijkt, en het wordt stil. Men blijft ijzig lang kijken, intensief op het geluk neer.
Ze begrijpen het.
Daar stonden ze dan...
Na de nodige knuffels, en het praten over emotionele / psychologische / familiale problemen, keek men me aan. Ik zei:
“We were wired inside, perfect weather to fly!” en men dankte me.
En toen... Zij nam me in de armen en beschermde me met haar eigen ik, en ik las in haar ogen wat ik net geciteerd had. En ik stelde al m’n definities en levenswijsheid dat ik ooit had opgedaan bij. Ze leek m’n wolf-zijn te aanvaarden, zonder hem dominerend te gebieden mens te worden.
Haar heb ik nooit al m’n puzzelstukken kunnen bieden; er was een hindernis die ze niet kon overwinnen– kennen jullie het plot van
Famous Blue Raincoat,
Leonard Cohen?
De herinnering blijft des te meer. En die geur, die sfeer, die vorm, die ongesproken gesprekken; het lijkt allemaal vorm te krijgen, door te leven in dit album –
The Seldom Seen Kid.
Het doet er niet toe. Ik heb hen tenminste kunnen tonen wat echte liefde was, al was het voor even. Ik,
the seldom seen kid.
* * *
The Seldom Seen Kid, 4*
Mag ik stellen dat dit de doorbraak is van een lang bewaard geheim? Ja, dat mag ik: want hetgeen de band hiervoor heeft uitgebracht, parels als
Leaders Of The Free World, werd enkel geprezen in het alternatieve circuit.
Het lijkt wel een hype; er is een stroming
Britse bands die tedere en intense indie nummers schrijven, en na enkele cultsuccessen plots ook het grote publiek weten te vinden. Denk ook aan
The Editors.
Vreemd, want een uitgesproken commercieel karakter hebben de groepen in kwestie niet. Meestal hebben we net te maken met subtiele en intieme nummers - ah, het getuigt dat de 'mainstream' (
let's talk hipster) ook nog smaak heeft.
Dit album is zo inmens eerlijk. Het probeert niet, 'het is' - en het straalt. Het heeft zo'n braaf en vertrouwelijk karakter, en toch is het niet 'simpel': mooie klassieke arrangementen fleuren het geheel op.
Charismatisch is het album, net als
Guy. Plaats voor feest, plaats voor verdriet; plaats voor het leven van een stel gewone Britse 'lads' die liefde & leed met ons willen delen.
Hoogtepunten zijn, natuurlijk, het magische
Weather To Fly en de afsluiter.
Friend Of Ours is zo naakt en intiem, dat het een bedrukkend gevoel heeft; wanneer men
"Love you mate" prevelt, heb ik het gevoel het niet eens te verdienen dit nummer te mogen beluisteren. Te breekbaar om aan te horen.
Ieder nummer is aan elkaar gewaagd, eigenlijk. Maar er zitten ook geen echte wereldtoppers tussen. Het album is niet 'uitgesproken', het album is niet 'opvallend'.
Het is die oude vriend, die je in alle rust en wijsheid verwelkomt.
"We were wired inside, perfect weather to fly!"