THE BIG EXPRESS 1984
Ergens tussen Steeltown (de potige rock van Big Country),
Construction Time Again (het elektronische machinepark van Depeche Mode)
en Working with Fire and Steel (de perfecte pop van China Crisis)
situeert zicht The Big Express (XTC's zevende langspeler).
Deze vier platen hebben allemaal het arbeidersethos als thema.
XTC poseert als machinisten op de binnenhoes ... roet en zweet plakt
aan het gezicht ... XTC heeft moeten zwoegen aan dit album.
Dave Gregory was genoodzaakt om zich na het vertrek van drummer
Terry Chambers in de synthesizer te verdiepen en bracht daar op Mummer
voor het eerst voorzichtig verslag van uit. Op The Big Express heeft hij
de mogelijkheden ervan onder de knie en slaat XTC sterk terug.
Dit album klinkt zeker gedateerd (zoals vaak bij 80s synthpop),
maar de composities zelf zijn krachtig genoeg om overeind te blijven.
The Big Express is weer heerlijk gelaagd in het arrangement.
Wake up (Colin Moulding mag andermaal het album openen)
start als een mechanische wekker: uit de veren en aan het werk.
Het was de derde single en hikt venijnig op een stalen reggae structuur.
Ergens kreunt een country steelgitaar door een regenboog van synths.
All You Pretty Girls opent als een OMD song, heeft het refrein
van een Depeche Mode hit, maar blijkt een soort sea shanty te zijn.
Begrijpelijk geselecteerd als eerste single, maar geen hitparadesucces.
http://nl.youtube.com/watch?v=kd3iiG7Jd5E
Shake Your Donkey up springt meteen uit de band.
XTC bedrijft country met een zweepslag (
Master and Servant).
Een song als een rodeostier zo onvoorspelbaar ...
maar de groep blijft gracieus in het zadel.
Meteen meegeven dat kant 1 van dit album ongemeen sterk is.
Seagulls Screaming Kiss Her Kiss Her neemt gas terug, baant
zich een weg door een mistig en mechanisch arrangement, maar
heeft een refrein dat door het wolkenpak priemt (
Cloudbusting).
http://nl.youtube.com/watch?v=hSr9wFK-GRk
Met het sublieme
This World Over vertrouwt XTC uiteindelijk
ook haar lied over "de bom" aan het vinyl toe ... meesterlijke tekst
en terecht op single verschenen. Vooral het crescendo in de tweede
helft van het nummer doet Russians van Sting enigszins verbleken.
http://nl.youtube.com/watch?v=N2KbstWUBbo
The Everyday Story of Smalltown start als
Stories of Old
van Depeche Mode met kunstmatige blazers, maar neemt de luisteraar
al snel mee naar een doorsnee XTC song oude stempel.
I Bought Myself a Liarbird echoot zowel qua titel (
Ladybird)
als qua aanpak naar het vorige album Mummer. Een aardig nummer
dat op het randje van de meligheid balanceert, maar overeind blijft.
Met
Reign of Blows waagt XTC zich op het bad van de rhythm 'n' blues.
Zuigende harmonica in een moeras van gesmoorde vocalen ... geslaagde operatie.
Op The Big Express past XTC weer de techniek van zachte crossfading toe.
Op Black Sea en English Settlement hingen de nummers als een ketting
aan elkaar vast (op Mummer losse tracks) net zoals op dit album dus.
You're the Wish You Are I Had heeft een aanstekelijk refrein,
maar is achteraf beschouwd niet veel meer dan een leuk refrein.
I Remeber the Sun (opnieuw van Moulding) is een pracht van een lied.
Op een zacht bedje van jazz worden we getrakteerd op een beklijvende ballad.
Met een refrein dat nog lang blijft nazinderen in ons muzikale hoofd.
En op de laatste track ontspoort dit album.
Train Running Low on Soul Coal is één puinhoop.
Bedolven onder een paar ton verwrongen staal en bergen steenkool
kruipen de drie leden van XTC te voorschijn ... het refrein is nog beloftevol,
maar het ritje met deze stoomlocomotief eindigt toch in één grote kakofonie.
Bonustracks
Washaway, Red Brick Dream en
Blue Overall
sluiten mooi aan bij het arbeidersethos waarmee deze recensie begon.
Met The Big Express vindt XTC aansluiting bij de jongere lichting synthpop
die in de mid 80s de hitparade bevolkt. Toch blijven de composities,
en de uitstapjes naar country, folk en rhythm 'n' blues getuigen
van voldoende eigenzinnigheid en identiteit: een geslaagde missie.