Van alles wat ik ooit aan me voorbij heb laten gaan, moet dit het bijzonderste zijn. Een titelloos album en titelloze nummers. Een zelf verzonnen, niets betekenende taal, en opgedeeld in twee hoofdstukken. De sound blijft in beide enigzins hetzeflde, maar de thema's zijn totaal anders.
Het eerste nummer zet gelijk de toon van het eerste hoofdstuk. De piano vormt hierin het voornaamste instrument, drums blijven soms buiten het spel. De simpele maar krachtige piano-noot wordt ondersteund door buitenaardse geluiden die me de rillingen over het lijf bezorgen. We zitten hier vast in een desolate, koude en kille wereld. Toch schermert een klein beetje vreugde en hoop door richting het eind. Ook hier laat Jónsi blijken dat hij een geweldige vocalist is. Wat komt hij toch hoog, is hij niet gewoon een engel?
Het tweede nummer blijft in dezeflde sfeer hangen, droevig, desolaat. Dit nummer heeft in tegenstelling tot het eerste wel de normale rock-bezetting. Vooral de opbouw valt op, naar het einde toe wordt het alsmaar droeviger en droeviger, om rond 4:30 tot een schitterend stuk te komen en daarna weer langzaam af te bouwen tot het volgende nummer.
Ik hoorde en voelde gelijk dat nummer drie de liefde in moest houden. Het was dan ook nog eens vrij verassend dat de werktitel 'Samskeyti' vrij direct vertaald 'Gehechtheid' of 'hechting' betekend. Ook dit nummer heeft weer een krachtige piano, die ondersteund door verschillende instrumenten die steeds meer aanzwellen. En weer langzaam afbouwen. De eerste keer dat je op dit album enigzins van optimisme, vreugde kan spreken, vind ik. Hij is in ieder geval schitterend. Beste nummer van Sigur Rós.
Dan heeft nummertje vier echt de vreugde te pakken. Het is alsof er hier een boek wordt opgedaan en je al je belevenissen, up and downs, succesen en verliezen weer even over je heen laat gaan. Wat dat betreft heeft dit nummer veel weg van de sfeer van Takk.... Prachtige afsluiter van deel 1
Gevolgd door een kleine pauze, ouvertoure. Het was al vrij zwaarmoedig, er wordt nog een schepje bovenop gedaan. Van dag gaan we naar nacht. Van het ophalen van oude herinneringen naar de werkelijkheid, het sterfbed.
Nummer 5 zet gelijk de toon van hoofdstuk 2. Het tempo ligt laag, héél erg laag. De instrumentatie is minimalistisch. De sfeer is nog een stukje desolater dan het allemaal al was. Maar plots volgt er een wending, ingezet door de bas. Al vanaf het moment dat dat gebeurd, staat het vocht me al aan de ogen. Langzaam volgt er een orgel, met een werkelijk schitterend geluid. Uitkomende in een climax van jewelste. Ik ben me ervan bewust dat iedereen fan is van die aller-allerlaatste climax (ik ook, uiteraard

), maar wat mij betreft is deze nog ietsje sterker.
Nummer 6 is ook al weer een geweldig nummer. Het blijkt maar weer eens dat je hier eigenlijk haast niet van 'beter of minder' mag spreken, alles is van het hoogst mogelijke niveau. Dit is pas het allereerste nummer waar ik van post-rock wil spreken. De opbouw is rustig maar, spannend, steeds uitkomende in een climax. En die gaan door merg en been.
De werktitel voor het zevende nummer is niet zo vreemd gekozen. Jónsi begint zijn zang alsof hij zijn laatste adem aan het uitblazen is. Hier komt het sterfbed duidelijk naar voren. Dit is de laatste klaagzang, dit zijn de laatste pijnen die we nog moeten doorstaan tot het uiteindelijke afreizen naar het hiernamaals.
Het allerlaatste nummer is dan post-rock zoals hij hoort te zijn. De beginnende gitaar-akkoorden zijn geweldig. De drums zijn fel, en er zit zowaar spanning in. Na verloop van tijd blijven alleen de drums over, en, á la Godspeed You Black Emperor!, worden we getrakteerd op eerst een geweldige spanning, gevolgd door een onvergetelijke climax. Na een lange tijd van pijn en verdriet krijgen we dan toch onze reis naar het hiernamaals, ver weg van deze koude en kille plek. Perfect einde. Punt.
Het album nu weer horende laat maar weer blijken dat dit niet een plaat zal zijn die hier heel erg vaak op zal staan. Het is dat deze plaat nog bij mij in de ontdekkingsfase zit. Maar na verloop van tijd zal dit een plaat zijn die ik zal draaien in de juiste gemoedstoestand. De seizoenen kunnen denk ik ook wel bijdragen aan de sfeer, al kan ik me niet voorstellen dat ik dit nooit in de lente of zomer zal gaan draaien, áls deze dan aanstaat is het natuurlijk wel een ongelooflijk mooie rit. Technisch gezien het beste album van dit gezelschap, emotioneel gezien vind ik Takk... net ietsje meer hebben. En dat krijgt bij mij de lichte voorkeur.