basketballerke
Zo, de ware feiten kreeg ik net weer even keihard in m'n gezicht gesmakt. Zou er iets nóg mooier bestaan dan dit? Nu ik deze plaat een stuk beter ken dan de laatste keer word het weer eens tijd voor een wat langer verhaal:
In een paar maanden tijd is mijn kijk op deze plaat niet heel veel veranderd, in de zin dat dit nog altijd het meest bijzondere album is dat ik ken, in zoveel opzichten: qua opbouw, qua speelwijze, maar ook omdat dit onwerkelijk is. Het gevoel dat dit niet van deze planeet kan komen is op momenten enorm sterk, maar net daarvoor of net daarna staat dit weer zo dicht bij je, alsof je een warm deken over je heen krijgt, je terugdenkt aan de mooiste momenten in je leven, je je onder je familie en vrienden bent. In deze band, kan ik alles van mezelf kwijt.
Op deze plaat wordt dat een wat moeilijker verhaal, voornamelijk omdat dit een koude, ontoegankelijke plaat is, de treurigste die ik ken. Een plaat als deze staat dus maar weinig op, maar als hij dan aanstaat heb je hier de acht mooiste stukken muziek op Aarde, dat terwijl dit juist niet van deze planeet lijkt te komen.
In het rustige eerste deel is het geheel nog makkelijk te volgen, hier kunnen wel heel wat van mijn persoonlijk ervarigen en gevoelens in losgelaten worden:
Het eerste nummer is als een geboorte in deze onbeschrijfbare plek. De distortion klik is het moment dat je ogen openen. Je bent helemaal alleen op deze vreemde, kale plek, niet wetend wat je te wachten staat. De stem van Jonsí is dan haast een troost, iemand die je in wil fluisteren dat het goed zal komen. En ja, we eindigen met een bescheiden climaxje waarin Jon zijn zangkunsten op onvoorstelbare manier aan ons te horen brengt, en we lijken gered te worden van die plek.
In het tweede nummer groeien we dan langzaam op, op het tempo van de muziek, traag dus, een van de dingen die vooral hier, op dit album, het geheel zo krachtig maken. Het is alsof we alles tot in de precieze details van toen weer mee mogen maken. Deze terugblik op je ouder worden is nog niet bepaald in een vrolijke noot gedaan, maar er berust hoop, troost in de tonen, ons vooruit stuwend in moeilijke tijden. De weer bescheiden erupties zijn de momenten die eruit springen, waarin onze vriend Jonsí weer buitenaards mooi zingt.
In het derde nummer volgen we nog ongeveer dezelfde thema's, waarbij nu de gehechtheid aan je naasten aan het licht wordt geworpen. De prachtige piano-loop is van grootse schoonheid, maar wanneer hierachter nog heel wat instrumenten worden gezet die steeds meer kracht aannemen, is het moeilijk om de tranen in binnen te houden, sterker nog, nog nooit heb ik meegemaakt dat een nummer zo diep m'n ziel binnendringt als Samskeyti, nog nooit was mijn eigen vlees en bloed zo dicht bij me in muziek. Een van de facetten dat dit mijn favoriete nummer in het algemeen maakt.
Het vierde nummer is dan eindelijk het opbeurendere moment van deze plaat, een van de gelukkigstmakende nummers in de muziek zelfs. Njósnavélin lijkt wel een samenvatting van alle onderwerpen die je net over je heen hebt gekregen, en meer. Nog heel even staat deze plaat nog redelijk dicht bij je...
Want als dan een pauze valt, wordt het lichtje wat in m'n kamer dan nog aanstaat uitgedaan. En dat is niet zonder reden, in het eerste deel is alles nog te volgen...
Maar het tweede deel van deze plaat is pikdonker. Het vijfde nummer begint nog kaler dan het eerdere werk op (), het tempo wordt nog lager gegooid, de muziek is nog droeviger. Hier gaat deze plaat me te boven, hier weet ik niet meer waar ik ben, maar de muziek blijft van onbeschrijflijke schoonheid, sterker nog, het tweede deel van dit album is het sterkste. Daarom, of vanwege de overweldigende uitbarstingen? In Alafoss hebben we er al zo eentje, als een stekende pijn in je binnenste walst deze over je heen.
Het kan echter nog pijnlijker. Het zesde nummer is het treurigste nummer dat bestaat, welke met een gitaar begint die haast een kerkklok lijkt te symboliseren. Als een mokerslag slaan deze tonen in en Jonsí heeft zijn stem nog nooit op zo'n verdrietige en pijnlijke manier weten te gebruiken. De uitbarstingen gaan dan weer door merg en been, bij de laatste begint zelfs ademen moeilijk te worden, misschien was het idee achter dat sterfbed niet zo'n vreemde achteraf, al het leven lijkt wel uit je te worden gezogen.
In dit soort taferelen gaan we dan nog even door, de toepasselijke werktitel voor het zevende nummer is''The Death Song'. De muziek wordt trager, beangstigender en vooral donkerder. Maar aan kracht ontbreekt het ook hier weer niet, met een overweldigende climax aan het eind, waarna de stem van Jonsí alleen achterblijft op deze donkere plek.
Het laatste nummer begint dan opvallend, waar deze plaat tot nu toe alleen maar bestond uit lang uitgesponnen tonen, wordt hier voor het eerst een akkoord gespeeld, en wordt het tempo hoger gelegd. Uit de toon valt het echter absoluut niet. Er berust weer hoop in de muziek en de zang. Als dan na een tweede opzweping enkel de drums overblijven vallen we weer in een zwart gat. De stem van Jonsí lijkt die van een engel die ons de weg lijkt te willen wijzen op deze plek naar een betere, ons hoop en geluk toesprekend, maar dat wel doet op een angstaanjagende manier, waardoor er wat twijfel ontstaat in de muziek. Langzaam komen de rest van de instrumenten weer in het geheel, de spanning opbouwend. Als de drums dan wegvallen gaat Jonsís stem naar ongekende hoogtes, langzaam maar zeker komen we dan langzaam van de Aarde los, en wat er dan in die climax gebeurd, kan alleen gevoeld worden.
En dan aan het einde, als bij de laatste dissonante klik m'n ogen weer opengaan, vraag ik me af: wat heb ik nou meegemaakt, waar was ik, wat is er gebeurd? Ik zal deze vragen denk ik nooit kunnen beantwoorden, en dat wil ik ook niet eigenlijk, dat zou denk ik alleen maar afbreuk doen aan de ervaring die ik hier nu mee heb. M'n top10 mag nog zo vaak veranderen als die wilt, een plekje zal waarschijnlijk moeilijk nog anders worden...