Toen dit album uit kwam, heb ik het direct een aantal keer geluisterd. Ook bij mij overheerste de teleurstelling in het begin. TKOL deed me erg veel aan The Eraser denken: een goede plaat, maar het mist de Radiohead-magie. De plaat deed me vooral verlangen naar de vorige Radiohead-platen, die ik dan ook maar mooi weer eens uit de kast heb getrokken de afgelopen weken.
Mooi is dat toch: ik heb wel vaker dat je een cd onder verschillende omstandigheden moet horen: je gemoedstoestand, je bezigheden op dat moment, het tijdstip, het weer... het heeft allemaal invloed op hoe je een album ervaart. Onder de juiste omstandigheden kun je dan zomaar opeens een album, dat voorheen erg lastig wegluisterde, perfect doorgronden. Dus in afwachting van de paper edition die ik pas eind mei kan verwachten, wist ik dat deze plaat nog voldoende luisterbeurten en tijd om te rijpen zou krijgen van mij.
Vanochtend heb ik TKOL maar weer eens geluisterd. En misschien komt het doordat dit album zich voor mij uitstekend leent voor een druilerige woensdagochtend, maar het kwartje begint te vallen. De eerste 5 nummers klinken erg spannend en sfeervol. De laatste nummers zijn wat rustiger, het experiment lijkt wat teruggeschroefd te worden en de electronica en soundscapes worden verruild voor akoestische gitaar en piano. Wat minder spannend, maar minstens zo sfeervol. Heerlijk om weer ondergedompeld te worden in het warme klankbad dat Radiohead eigen is.
Op dit moment doet het album niet onder voor de voorganger voor mij, alhoewel de albums toch een stuk van elkaar verschillen. In Rainbows was wat meer recht-toe, recht-aan en ik kon die plaat altijd wel horen. Ik denk dat TKOL een wat typischer sfeertje bevat en je moet precies in de juiste stemming zijn om de parel in deze plaat te ontdekken.
Tot slot roept TKOL bij mij wel een vraag op m.b.t. de rollen binnen de band. De rol van de ritmesectie (Selway en C. Greenwood) hoor ik duidelijk terugkomen als de typisch Radiohead, experimentele, en wat tegendraadse ritmes. Ook de rol van Yorke (zang, piano, effecten) en J. Greenwood (soundscapes, effecten, gitaar) hoor ik duidelijk naar voren komen. Wat voor rol speelt de 5e man (Ed O'Brien) eigenlijk binnen de band op dit album? Misschien een wat vage vraag, moeilijk om daar de vinger op te leggen omdat ik het collectief Radiohead ook weer niet beschouw als een stel individuen, maar ik vroeg me af of iemand hier iets zinnigs over te zeggen heeft...
