Laat ik in het gekkenhuis van deze discussiepagina's ook maar mijn eerste indrukken plaatsen. Ik volg Radiohead al vrij lang en heb ze altijd tot mijn favoriete bands gerekend. Creep vond ik destijds maar een vervelende zeikplaat, maar toen ik eenmaal High and Dry hoorde heb ik meteen The Bends geleend bij de bieb (toen net een week uit, ik was de eerste). Sindsdien was ik helemaal om, al was mijn liefde wel wat weggezakt ten tijde van Amnesiac en Hail to the Thief. Maar In Rainbows was dan weer een return to form en misschien wel hun beste plaat. Een perfect evenwicht tussen songs en experiment. Daarom ben ik ook wel benieuwd naar The King of Limbs. Kijken hoe het Radiohead vergaat op hun achtste album alweer.
Nou, daar gaan we dan. Koptelefoon op! Eerste luisterbeurt!
Bloom begint meteen erg goed met een soort tribaal drumritme en aparte baslijn daarin. Lekker electronisch tapijt eroverheen en subtiele knispers. Doet me qua ritme eigenlijk wel een beetje aan Can denken, dit. Een nummer van 5 minuten, maar de groove had best veel langer mogen duren. Dan had Radiohead zijn eigen
Halleluwah gehad. Het vioolspel is trouwens echt een sublieme toevoeging. Wat een opener. Heerlijk nummer, zo ontzettend gelaagd.
Morning Mr Magpie heeft een soort gelijk ritme waarin we de vertrouwde gitaarklanken van Greenwood meteen horen. Aangenaam nummer.
Little By Little begint met een ietwat tropisch percussiemotief waarin ik Flying Lotus denk terug te horen, alsmede wat oud Radiohead-werk. Qua ritme zijn de eerste drie tracks stevig uptempo en ook hier heb ik het idee dat Radiohead speelt met het Can-erfgoed zoals Portishead dat een paar jaar terug met Third deed. Let maar eens op de drums.
Feral doet me ook weer denken aan FlyLo, maar ik vind dit vooralsnog niet zo'n interessante track. Lijkt qua melodie wat te kort te schieten.
Lotus Flower luisterde ik vanavond al een paar keer via YouTube. Nummer deed me door de clip erg aan U2's Lemon denken. Degelijk Radiohead-by-the-numbers nummer waar ik nog niet stijl van achterover sla. Dat orgel dat er na een paar minuten onderdoor komt zetten geeft het geheel wel een prettig dramatisch effect mee.
Codex is een rustpunt. Een warme maalstroom van electronica. Lastig om deze track concreet te beschrijven, maar hij bevalt me dus wel.
Give up the Ghost is ook aan de ingetogen kant, al hoor ik op rechts wel een zwaar vervormde tweede stem van Yorke die het nummer tekent. Gaandeweg wordt de rustige beat vergezeld van wat rijker gitaarspel en gebeurt er meer en meer in het nummer. Wel apart om Yorke drie keer verschillende zanglijnen tegelijk te horen zingen. Echt een prachtig nummer!
Separator is alweer het laatste nummer. Dat gaat snel. Weer een rustig liedje. Er zit een duidelijke opbouw in het album. Ik vind het wel mooi zo. De rustigste nummers van Radiohead kan ik nooit meteen helemaal op waarde schatten, maar dit lijkt me een nummer dat zich na vaker draaien wel prettig in je hoofd nestelt (zoals ik had met Nude van In Rainbows).
Dat was hem dan alweer. De kritiek dat de plaat tekort zou duren of maar 8 nummers heeft vind ik wel echt flauwekul trouwens. In het LP-tijdperk duurde elk album een minuut of 40 en was een album met 8 tracks echt geen uitzondering. Ik heb dit liever dan een album van een uur.
Qua beoordeling neig ik naar een cijfer tussen de 4* en 4,5*, maar eerst maar eens nog een keer draaien.